Zoekresultaat: 42 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Jurisprudentie x







J.H.M. van Swaaij





C.T. Dekker




    Golfbaan in EHS is aanvaardbaar. Uitvoering volgens het in de planvoorschriften opgenomen en daarmee juridisch bindend gemaakte inrichtings- en beheerplan. Aanleg leidt in bepaalde gebieden zelfs tot verbetering in vergelijking met huidige agrarische gebruik.

Jurisprudentie

Overgang van onderneming: wat niet weet, deert toch

HR 26 juni 2009, JAR 2009/183 (Frits Bos/Pax Integrated Logistics B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overgang van onderneming, informatieverplichting, goed werkgeverschap
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatieverplichting bij overgang van onderneming heeft in de nationale rechtspraak nooit een grote rol gespeeld. Dat lijkt te zijn veranderd door hetgeen de Hoge Raad in het arrest Bos/Pax heeft overwogen: onvoldoende informatievoorziening kan ertoe leiden dat de werknemer geen afgewogen keuze heeft kunnen maken wel of niet mee over te gaan, hetgeen tot gevolg kan hebben dat een niet-overgegane werknemer jaren later alsnog een andere werkgever blijkt te hebben. Deze uitspraak heeft daarom belangrijke gevolgen voor de praktijk.


Dr. R.M. Beltzer
R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Wie is titularis van het recht op informatie en raadpleging?

HvJ EG 16 juli 2009, Mono Car Styling SA tegen Dervis Odemis, C-12/08

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden collectief arbeidsrecht, informatie, consultatie, art. 6 EVRM, Richtlijn collectief ontslag
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Mono Car Styling onderzoekt het Hof van Justitie de aard van het recht op informatie en raadpleging in de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). De concrete aanleiding hield verband met het feit dat de Belgische omzettingswet (de Wet Renault) aan individuele werknemers een ongelijke toegang tot de rechter bood in vergelijking met ‘collectieve actoren’ (werknemersvertegenwoordigers in de ondernemingsraad, representatieve werknemersorganisaties) om de correcte naleving van de informatie- en raadplegingsprocedure bij collectief ontslag te betwisten. Het Hof oordeelt dat het recht op informatie en raadpleging een collectieve natuur heeft. Er is dan ook geen reden om aan te nemen, dat de ongelijke toegang tot de rechter ten nadele van het individu afbreuk zou doen aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming (access to justice – artikel 6 EVRM). In deze bijdrage wordt de door het Hof gevolgde redenering op twee gronden bekritiseerd. Het Hof heeft onvoldoende oog voor de relevantie van mensenrechtelijke instrumenten waarin het recht op informatie en raadpleging opduikt. Een Reflexwirkung van deze instrumenten bij de interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag is aangewezen. Deze had tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het Hof heeft bovendien de individuele ontslagrechtelijke bescherming die inherent is aan het mechanisme van de Richtlijn Collectief Ontslag onvoldoende meegewogen. Bij nader inzien is geenszins sprake van een systematische interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag.


Prof. dr. F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en Promotor van M.I.S. ‘Mobilité Ulysse’ FRS-FNRS.
Jurisprudentie

Het beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Verordening 1400/2002, verticale overeenkomsten, groepsvrijstelling, motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft onlangs een mededeling gepubliceerd met een voorstel voor het toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector. In het voorstel geeft de Commissie aan de in de sector gehanteerde verticale overeenkomsten niet meer te onderwerpen aan een sectorspecifieke groepsvrijstelling, maar de algemene groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten van toepassing te verklaren (aangevuld met sectorspecifieke richtsnoeren). Als het voorstel wordt doorgezet veranderen er wellicht een aantal kenmerkende factoren van het mededingingsrechtelijk kader die door de huidige sectorspecifieke Groepsvrijstellingsverordening 1400/2002 in het leven zijn geroepen. Dit wordt in dit artikel kort toegelicht.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.
Jurisprudentie

T-Mobile e.a./NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, mededingingsbeperkende strekking, informatie-uitwisseling tussen concurrenten, bewijsvermoeden causaal verband
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2009 beantwoordde het Hof van Justitie prejudiciële vragen in de zaak van de mobiele operators (zaak C-8/08, T-Mobile e.a./NMa). De eerste vraag van het CBb had betrekking op de uitleg van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) met mededingingsbeperkende strekking. Volgens het Hof heeft een oafg een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij concreet de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt concreet kan beperken. Uitwisseling van informatie tussen concurrenten heeft een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij onzekerheden over voorgenomen gedrag kan wegnemen. De tweede en derde vraag van het CBb betroffen de toepassing van het zogenoemde Anic-bewijsvermoeden met betrekking tot het causaal verband tussen afstemming en daaropvolgend marktgedrag. Volgens het Hof is dit bewijsvermoeden een regel van materieel recht. Het bewijsvermoeden mag bij elke oafg worden toegepast.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

Betaling van een uitkering levensverzekering door een executeur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Executeur, Betaling, Levensverzekering, Uitkering levensverzekering
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Executeurs lijken, na de invoering van het nieuwe erfrecht waarin hun positie een nieuwe wettelijke regeling heeft gekregen, meer armslag te hebben, maar daardoor dienen zij ook uiterst voorzichtig te manoeuvreren, met name waar juridisch inzicht nodig is, zoals in de casus die door de Rechtbank Zutphen beoordeeld is.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.

    Dpo en duurzame ontwrichting. Artikel 3.1.2. Bro en branchering. Financiële haalbaarheid en staatssteun. Geen gebruikgemaakt van een taxateur als bedoeld in de Mededeling van Europese Commissie.


Tycho Lam
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Vakantie aan het stuwmeer: over het recht van de zieke werknemer op jaarlijkse betaalde vakantie

Hof van Justitie EG 20 januari 2009, C-350/06 en C-520/06, JAR 2009/58

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden vakantie, ziekte, verlof, opbouw vakantiedagen, opname vakantiedagen
Auteurs Mr. P.H. Burger
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de EG heeft in een recente uitspraak een oordeel gegeven over het recht van zieke werknemers op een jaarlijks betaalde vakantie, zoals dat in artikel 7 van de EG Richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidsduur is vastgelegd. De strekking van de uitspraak is dat ook zieke werknemers recht hebben op vakantie, maar dat de mogelijkheid tot het opnemen van vakantie tijdens ziekte wel kan worden beperkt. De werknemer heeft voorts recht op een financiële vergoeding indien de werknemer ook na de ziekteperiode niet van het recht op vakantie gebruik heeft kunnen maken.
    In de annotatie worden de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse vakantieregelgeving besproken, en wordt tevens naar aanleiding van gegeven kritiek besproken of het Hof van Justitie hiermee een onnavolgbare benadering heeft gekozen. In ieder geval is de door het Hof gekozen uitleg in overeenstemming met internationale normering, zoals totstandgekomen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie. De beperkte opbouw van vakantierechten tijdens ziekte in de Nederlandse regelgeving past niet binnen de benadering die het Hof van Justitie heeft gekozen wat betreft de gelijke rechten van zieke werknemers op vakantie. Indien zieke werknemers evenwel feitelijk op gelijke wijze als niet zieke werknemers in de gelegenheid worden gesteld om op vakantie te gaan, kan niet worden gesteld dat aan de waarborg uit de richtlijn niet wordt voldaan. Aanbevolen wordt deze mogelijkheid in de praktijk ook zeker te creëren en zo nodig het nationale recht richtlijnconform uit te leggen. Voorts wordt betoogd dat het verstandig zou zijn om de beperkte opbouw van vakantierechten voor langdurig zieke werknemers en de beperkte mogelijkheden om ziektedagen als vakantiedagen aan te merken, te laten vervallen.


Mr. P.H. Burger
Mr. P.H. Burger is verbonden aan het Advocatencollectief te Utrecht.
Jurisprudentie

Verlies van eenheid en overgang van onderneming

Hof van Justitie EG 12 februari 2009, C-466/07, JAR 2009/92 (Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overgang van onderneming: ondernemingsbegrip, identiteitsbehoud, behoud van eenheid, gelijkwaardige functie in nieuwe organisatie
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het Klarenberg-arrest overwogen dat een onderneming haar identiteit kan behouden – en alle werknemers dus met behoud van hun arbeidsovereenkomst overgaan – zolang de functionele band tussen de productiefactoren behouden blijft. Hiermee is duidelijk dat het enkele onderbrengen van de onderneming in een nieuw organisatorisch verband geen overgang voorkomt. Voorts eist het Hof in deze zaak niet dat de verkrijger aan de werknemer exact dezelfde functie aanbiedt, maar lijkt een gelijkwaardige functie te volstaan. Is ook die ‘volstrekt’ niet te bieden, dan komt een ontslag voor rekening van de werkgever.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Jurisprudentie

CD-Contact Data GmbH/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ziekenhuizen, failing firm, IGZ, efficiëntieverweer, publieke belangen
Auteurs Mr. S. Verschuur en Mr. F. Bleker
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CD-Contact Data staat de vraag centraal wanneer een distributeur mag worden geacht te hebben ingestemd met het beleid van een leverancier tot beperking van parallelhandel. Als een leverancier stelselmatig probeert parallelhandel uit te bannen, moeten distributeurs terughoudend zijn met het uitwisselen van informatie over parallelhandel in hun gebied. Als de distributeur parallelhandel aan de kaak stelt bij de leverancier, loopt hij het risico een inbreuk te plegen op het kartelverbod. Na dit arrest ligt de drempel hier dus niet hoog.


Mr. S. Verschuur
Mr. S. Verschuur is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.

Mr. F. Bleker
Mr. F. Bleker is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.