Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Practice x
Het ambacht

De aanduiding van wetsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetsvoorstellen, wetsontwerpen, voorontwerpen van wet, terugkoppeling, conceptwetsvoorstellen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de terminologische betekenis van de begrippen ‘voorstel van wet’, ‘ontwerp van wet’, ‘wetsvoorstel’, ‘wetsontwerp’, ‘voorontwerp van wet’ en ‘conceptwetsvoorstel’. In de praktijk lopen deze begrippen sterk door elkaar, maar uit de geschiedenis van de grondwetsherziening en de Aanwijzingen voor de regelgeving blijkt dat voor verschillende fases van het wetgevingsproces en in verschillende soorten documenten specifieke termen behoren te worden gebruikt. Van een ‘voorstel van wet’ kan worden gesproken vanaf de ministerraadsfase. Voor de daaraan voorafgaande fases (met name de consultatiefase) verdient het aanbeveling de term ‘voorontwerp van wet’ of ‘conceptwetsvoorstel’ te hanteren. Op het toezenden van voorontwerpen van wet aan het parlement, dus in een fase vóór de grondwettelijke indiening, wat overigens zelden voorkomt, is in het verleden door de Raad van State kritiek geuit. Naar aanleiding daarvan is destijds door de ministerraad besloten dat dit alleen ‘ter kennisgeving’ behoort te gebeuren, met de aanduiding ‘voorontwerp’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het ambacht

Zware dicta van de Raad van State over AMvB’s

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Raad van State, dicta, Draaiboek voor de regelgeving, Aanwijzingen voor de regelgeving, algemene maatregelen van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is op dit moment niet duidelijk hoe de exacte formulering luidt van het zwaarste dictum dat de Afdeling advisering van de Raad van State in huis heeft voor het eindoordeel over een AMvB. Het in nr. 171 van het Draaiboek voor de regelgeving opgenomen dictum (‘niet te bekrachtigen’) is in ieder geval een dictum dat reeds lang niet meer wordt gebruikt. Anders dan in nr. 171 van het Draaiboek is vermeld, kan uit jaarverslagen van de Raad van State worden afgeleid dat de Raad van State bij AMvB’s niet twee maar drie zware dicta hanteert, dus net zoals bij de advisering over wetsvoorstellen. Dictum 5 bevat dan de formulering ‘niet aldus’, dictum 6 ‘niet overeenkomstig’. Het door de Raad van State genoemde dictum 6 voor AMvB’s (‘niet overeenkomstig’) heeft echter onvoldoende onderscheidend vermogen ten opzichte van dictum 5 (‘niet aldus’). Het zou daarom duidelijker zijn als wordt teruggekeerd naar de praktijk waarin het zwaarste dictum luidde: ‘geeft U in overweging het ontwerpbesluit niet te bekrachtigen’. Overigens is onduidelijk of het dictum ‘niet overeenkomstig’ nog wel bestaat, omdat dat dictum al acht jaar lang niet meer is toegekend. Het verdient daarom aanbeveling dat de Afdeling advisering van de Raad van State duidelijkheid verschaft over de formulering van de zware dicta die zij hanteert voor AMvB’s. Als die duidelijkheid er is, moeten deze dicta worden opgenomen in nr. 171 van het Draaiboek voor de regelgeving en in de toelichting bij Ar 7.14.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Praktijk

‘De sterke arm’: historische achtergronden van een metafoor

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, sterke arm, Politiewet, Algemene wet op het binnentreden
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘De sterke arm’ is een vorm van beeldspraak die in diverse wetten voorkomt. Aanwijzing 5.39 van de Aanwijzingen voor de regelgeving geeft een standaardformulering voor gevallen waarin geregeld moet worden dat een bepaalde bevoegdheid ‘zo nodig met behulp van de sterke arm’ wordt uitgeoefend. In deze bijdrage wordt aan de hand van de parlementaire geschiedenis ingegaan op de betekenis van deze uitdrukking. In de jaren negentig zijn veel sterke-armbevoegdheden geschrapt, omdat deze algemeen zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Niet altijd wordt onderkend dat die algemene wetten al in sterke-armbevoegdheden voorzien, zodat er op dit punt soms overbodige bepalingen in specifieke wetten terecht zijn gekomen. Onder de ‘sterke arm’ moeten worden verstaan die onderdelen van het staatsapparaat die bevoegd zijn tot geweldgebruik: normaliter de politie, soms onderdelen van de krijgsmacht. Een aardig terminologisch punt is nog dat in vroeger tijden ook wel werd gesproken over ‘de sterke hand’ in plaats van ‘de sterke arm’. Aan het slot van deze bijdrage worden beschouwingen daarover uit de parlementaire geschiedenis aan de vergetelheid ontrukt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Praktijk

‘Een beetje wet kost drie dagen’: het bevriezingswetje eigen risico zorgverzekering en andere spoedwetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden wetsprocedure, spoedwet, Eerste Kamer, Tweede Kamer, zorgverzekering
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetje waarmee de hoogte van het eigen risico voor de zorgverzekering voor 2018 werd bevroren op € 385 (Stb. 2017, 356) kwam binnen drie dagen tot stand. De Tweede en Eerste Kamer behandelden het wetsvoorstel op dezelfde dag. In deze bijdrage wordt ingegaan op dit bijzondere wetgevingsproces. Onder meer wordt daarbij aandacht besteed aan de figuur van een mondeling eindverslag, waar de Eerste Kamer tegenwoordig anders mee omgaat dan voorheen. Ook wordt de vraag besproken waarom het wetje per se vóór 1 oktober in het Staatsblad moest staan. Op de ranglijst van de snelst tot stand gebrachte wetten ooit neemt het bevriezingswetje waarschijnlijk een (gedeelde) tweede plaats in. De eerste plaats wordt ingenomen door twee crisiswetten uit 1914. Ook die wetten uit 1914 behandelden de Tweede en Eerste Kamer op dezelfde dag. Dat gebeurde later nog een keer in 1938. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt overigens dat die totstandbrenging van een wet in enkele weken geen unicum is. Vaak worden wetten die heel snel tot stand moeten komen, aangeduid als ‘spoedwet’ of ‘noodwet’. Aan het slot van de bijdrage wordt deze terminologie besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Artikelleden: nummering en verwijzing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, artikelleden, verwijzingen, nummering van artikelleden
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanwijzingen voor de regelgeving en de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever geven als hoofdregel dat bij invoeging of schrapping van een artikellid de daarvoor in aanmerking komende bestaande artikelleden moeten worden vernummerd (Ar 283, tweede lid, en Igr 88, vierde lid). Hierop kunnen uitzonderingen worden gemaakt als tegen vernummering ‘overwegend bezwaar’ bestaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van casuïstiek beschreven welke redenen er kunnen zijn voor uitzonderingen. Het blijkt dat praktische motieven daarbij de doorslag geven, maar dat consistentie ver te zoeken is. Met name in onderwijswetten werd vaak afgezien van vernummering van artikelleden. De wijze van nummering heeft ook gevolgen voor verwijzingen naar artikelleden. Opvallend is dat in verwijzingen in het Burgerlijk Wetboek als regel wordt afgeweken van de in de Aanwijzingen voor de regelgeving voorgeschreven formulering, door te verwijzen naar bijvoorbeeld ‘artikel 5 lid 2’ in plaats van ‘artikel 5, tweede lid’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de parlementaire geschiedenis waarin deze afwijkende formulering is beschreven.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Politiek-Media: 3-0

Over de rol van media-aandacht in wetgevingsprocessen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden media, wetgeving, topinkomens, flexwet, studievoorschot
Auteurs Dr. L.D. Melenhorst en Prof. dr. J.J.M. van Holsteyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel al decennia onderzoek wordt gedaan naar media-effecten op ‘de’ politiek, is de aandacht voor de invloed van de media op wetgeving bescheiden. In deze bijdrage staat dit effect van media-aandacht op de parlementaire behandeling van wetsvoorstellen centraal. Uit drie gevalsstudies blijkt dat die aandacht weliswaar een rol speelt, maar dat het effect op de substantiële uitkomst van het wetgevingsproces verwaarloosbaar is. Media-aandacht heeft een zogenoemd klemtooneffect: het legt de nadruk op een onderwerp, argument of actor, en wordt primair als retorisch instrument gebruikt. Wetgevingsprocessen blijken niet immuun voor mediaberichtgeving, maar worden er zeker niet door gedomineerd.


Dr. L.D. Melenhorst
Dr. L.D. (Lotte) Melenhorst is als (voormalig) promovenda verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. J.J.M. van Holsteyn
Prof. dr. J.J.M. (Joop) van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.
Praktijk

De inwerkingtreding van inwerkingtredingsbepalingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingstechniek, inwerkingtreding, inwerkingtredingsbepalingen, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanwijzing 176 van de Aanwijzingen voor de regelgeving schrijft voor dat de inwerkingtreding van bepalingen betreffende inwerkingtreding niet wordt geregeld. De toepassing van deze aanwijzing roept soms vragen op. De verhouding met de elders in de Aanwijzingen opgenomen modelinwerkingtredingsbepalingen lijkt niet in alle opzichten doordacht. Een door toenmalig VVD-senator Heijne Makkreel in 1984 aangezwengelde kwestie maakt duidelijk wat de vermoedelijke achtergrond is van aanwijzing 176. In de woorden van de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes: het voorkomen van een vicieuze cirkel, omdat anders tot in het oneindige zou moeten worden bepaald wanneer de inwerkingtredingsbepaling van een inwerkingtredingsbepaling op haar beurt in werking zou moeten treden. Het lijkt aanbevelenswaardig om bij een komende herziening van de Aanwijzingen nog eens goed te kijken naar de verhouding tussen aanwijzing 176 en de in de Aanwijzingen opgenomen modelinwerkingtredingsbepalingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Initiatiefnovelles

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Novelle, Initiatiefvoorstel, Indienen, Aanhangig maken
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de bijzondere figuur van de novelle besproken, in het bijzonder de novelle die het karakter heeft van ene initiatiefvoorstel. Tegenwoordig wordt onder novelle verstaan een wetsvoorstel tot wijziging van een ander, nog niet bekrachtigd, wetsvoorstel. Het blijkt dat het gebruik is dat novelles bij initiatiefvoorstellen worden ingediend door de initiatiefnemers van het oorspronkelijke voorstel en novelles bij regeringsvoorstellen worden ingediend door de regering. Hierop zijn in de loop der tijd echter een aantal uitzonderingen geweest. Deze worden in de bijdrage, alsmede de wetstechnische en procedurele bijzonderheden die dat met zich meebracht, besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van veiligheid en Justitie.
Praktijk

Amfibiewetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetsprocedure, wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Rijkswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een amfibiewet is een wet met een gemengd karakter: deels rijkswet, deels ‘gewone’ Nederlandse wet. Deze bijdrage gaat daar nader op in, na een bespreking van twee daarmee samenhangende kwesties: het wijzigen van een rijkswet via een ‘gewone’ Nederlandse wet en het wijzigen van een ‘gewone’ Nederlandse wet via een rijkswet. Enkele praktijkgevallen – of zo men wil legislatieve bedrijfsongevalletjes – laten zien dat het doorgronden van de verschillen tussen rijkswetten en ‘gewone’ Nederlandse wetten niet steeds eenvoudig is.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Niet bekrachtigen of weigeren contraseign?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Contraseign, bekrachtiging, initiatiefwetgeving
Auteurs Tim Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de staatsrechtelijke finesses van de bekrachtiging van wetsvoorstellen nadat zij door de Eerste Kamer zijn aangenomen, het ministeriële contraseign en het verschil tussen die twee zaken. Letterlijk genomen ziet de term ‘bekrachtigen’ in de tekst van artikel 87 lid 1 Grondwet op een daad van de Koning en is de contrasignering door één of meer bewindspersonen een staatsrechtelijk en procedureel daarvan te onderscheiden handeling. Toch moet de bekrachtiging als geheel, dus inclusief het contraseign, worden gezien als een daad van de regering. Daarnaast gaat de auteur in op de niet-bekrachtiging van initiatiefwetsvoorstellen. De procedure voor niet-bekrachtiging wordt besproken, alsmede enige staatsrechtelijke curiosa die zich in de geschiedenis op dat punt hebben voorgedaan. Het blijkt dat niet-bekrachtiging niet alleen bij initiatiefwetsvoorstellen is voorgekomen, maar dat ook een aantal maal is afgezien van bekrachtiging van regeringsvoorstellen.


Tim Borman
Mr. Tim Borman is coördinerend raadadviseur bij de directive Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Voorhangprocedures voor inwerkingtredingsbesluiten: een staatsrechtelijk gedrocht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wetgeving, inwerkingtredingsbesluiten, voorhangprocedures, Aanwijzingen voor de regelgeving, amendementen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de eeuwwisseling lijkt een fenomeen in opkomst dat wat de juridische vormgeving betreft gelijkenis vertoont met parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde wetgeving, maar bij nadere beschouwing toch heel wat anders is: voorhangprocedures voor koninklijke besluiten waarmee een wet in werking wordt gesteld. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd: als de Tweede en Eerste Kamer een wet aannemen, mag toch worden verondersteld dat zij ook willen dat de wet in werking treedt. Maar zo simpel blijkt dat toch niet te zijn. De wet wordt dan weliswaar door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, maar zij behouden zich daarbij uitdrukkelijk het recht voor om te beslissen of en wanneer de wet (of een gedeelte) daarvan) daadwerkelijk effect krijgt. Dit is een nieuw fenomeen, dat staatsrechtelijk bijzonder is te noemen. Immers, de behandeling van een wet in de Tweede en Eerste Kamer kan daarmee eigenlijk nog een keer worden overgedaan. De aanvaarding in de Tweede en Eerste Kamer krijgt daarmee slechts het karakter van een voorwaardelijk groen licht. De inwerkingtreding van de wet is formeel gesproken niet langer een vanzelfsprekend sequeel van de totstandkoming ervan. Sinds 2001 zijn er op dertien wetsvoorstellen amendementen ingediend waarin een voorhangprocedure voor een inwerkingtredingsbesluit werd voorgesteld. Daarnaast zijn er twee gevallen waarin de regering het initiatief nam. Al deze gevallen worden in het artikel besproken en van enkele conclusies voorzien.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Het Staatsblad

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de pensionering van Sandra Slingerland, die bij het ministerie van Justitie 37 jaar lang verantwoordelijk was voor de uitgifte van het Staatsblad, worden in deze bijdrage enkele faits divers en petites histoires rond het Staatsblad behandeld. Ingegaan wordt op de historie van het uit 1813 daterende Staatsblad, inclusief de toepasselijke wetgeving. Verder wordt aandacht besteed aan voorvallen waarbij in het parlement het Staatsblad ter sprake kwam. Daarbij ging het onder meer over de toegankelijkheid, het formaat en de tijdige uitgifte van het Staatsblad.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Territoriale aanduidingen in het Koninkrijk na 10-10-10

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Koninkrijk, Caribisch Nederland
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijze waarop de gebiedsdelen van ons Koninkrijk, bestaande uit de vier landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tezamen en elk afzonderlijk kunnen of moeten worden aangeduid in wetgeving en andere documenten. Besproken worden de aanduidingen ‘Koninkrijk’, ‘Koninkrijk der Nederlanden’, ‘het Europese deel van Nederland’, ‘Nederland’, ‘Rijk’, ‘Rijk in Europa’, ‘het Europese deel van het Koninkrijk’, ‘(de openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba’, ‘de BES’, ‘de BES-eilanden’, ‘Caribisch Nederland’, ‘het Caribische deel van Nederland’, ‘Caribische openbare lichamen’, ‘de K3-eilanden’, ‘de K3’, ‘het Caribische deel van het Koninkrijk’, ‘de Caribische delen van het Koninkrijk’, ‘de Antillen’, ‘de Nederlandse Antillen’, ‘de voormalige Nederlandse Antillen’, ‘de bovenwindse eilanden’, ‘de benedenwindse eilanden’, ‘de ABC-eilanden’, ‘de SSS-eilanden’, ‘de Caribische landen (van het Koninkrijk)’ en ‘ACS’. Ten slotte wordt ingegaan op de spelling ‘Caribisch’ en ‘Caraïbisch’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Het venijn zit in de staart: staartteksten in opsommingsbepalingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, opsommingsbepalingen, staartteksten, Eerste Kamer, Staatsblad, Staatscourant
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee petites histoires uit de wetgevingspraktijk wordt stilgestaan bij het fenomeen ‘staartteksten’. Dat zijn slotzinsnedes die soms voorkomen in opsommingsbepalingen. De staarttekst is dan de slotzinsnede die betrekking heeft op de gehele voorafgaande tekst van een artikellid dat bestaat uit een aanhef met een opsomming. Aangetoond wordt dat het van groot belang is om een staarttekst vooraf te laten gaan door een ‘harde return’ (de Enter-toets op het toetsenbord). Alleen dan is duidelijk dat de staarttekst een los onderdeel is van de bepaling en wordt niet de indruk gewekt dat die tekst deel uitmaakt van het laatste onderdeel van de opsomming. Zo kan veel discussie en verwarring worden voorkomen. Maar nog beter is het om bij de compositie van wetteksten zo veel mogelijk de situatie te vermijden dat er na een onderdeelsgewijze opsomming nog een staarttekst moet volgen. Dan is immers zeker dat er op dat punt niets fout gaat.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

15 vraagpuntjes over wijzigingstechniek: wat niet in de Aanwijzingen staat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingstechniek, wijziging van regelingen, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het merendeel van de regelingen die jaarlijks in het Staatsblad en de Staatscourant verschijnen, draagt het karakter van een wijzigingsregeling. Regelmatig doen zich vraagpuntjes voor over de formulering van wijzigingsinstructies. In deze bijdrage worden enkele van deze vraagpuntjes behandeld. Het gaat met name om kwesties waarover de Aanwijzingen voor de regelgeving weinig of geen uitsluitsel geven. Vaak blijkt dat wijzigingsteksten beknopter kunnen worden geformuleerd dan in de praktijk gebeurt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

De Gevolmachtigde Minister en de Raad van State: kanttekeningen bij een ‘novum’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Raad van State, Gevolmachtigd Minister, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Afdeling advisering van de Raad van State, Voorlichting door de Raad van State, Wet op de Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel gaat in op enkele procedurele aspecten van een eind 2013 door de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten aan de Raad van State gevraagd voorlichtingsadvies. Afgaande op wat de Raad van State daarover in zijn jaarverslag heeft vermeld, lijkt de Raad ervan uit te zijn gegaan dat aan een Gevolmachtigde Minister de bevoegdheid toekomt om aan de Afdeling advisering om voorlichting te vragen overeenkomstig artikel 21a van de Wet RvS (mits zo'n verzoek niet raakt aan de eenheid van de rijksministerraad). Het veronderstellen van een dergelijke bevoegdheid lijkt de auteur onjuist. Opmerkelijk in deze zaak is verder dat de Raad van State zelf al publiciteit heeft gegeven aan het betreffende voorlichtingsadvies, terwijl het advies nog niet openbaar is gemaakt. Naar aanleiding van een ander voorlichtingsadvies constateert de auteur dat de Tweede Kamer ten onrechte meent dat zij op basis van artikel 21a Wet RvS alleen advies kan vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State van Nederland en niet aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, zonder dat de Raad van State deze onjuiste opvatting corrigeert.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.