Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x Rubriek Practice x
Praktijkberichten

Virtuele valuta in een regulatoir hoekje

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Wwft, vergunningplicht witwassen, virtuele valuta, anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt besproken in welk financieelrechtelijk hoekje virtuele valuta vallen en de activiteiten met betrekking tot virtuele valuta en welke criteria daarvoor belangrijk zijn. In dit kader worden de cryptoplatformen besproken en de partijen die virtuele valuta beheren of middelen beheren ter belegging in virtuele valuta. In dit verband wordt ingegaan op de komende vergunningplicht voor bepaalde cryptoplatformen en op de Wwft-verplichtingen die in dit verband ook voor die partijen zullen gelden.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Accountant en fraude

Enige beschouwingen naar aanleiding van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden accountant, fraude, aansprakelijkheid, zorgplicht, tuchtrecht
Auteurs Mr. J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of een accountant wordt geacht fraude te ontdekken bij een wettelijke controle in de zin van art. 2:393 BW. De problematiek wordt besproken aan de hand van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen. De auteur staat uitvoerig stil bij de zorgplicht van de accountant. Hierbij is relevant of de accountant de controle van de jaarrekeningen heeft uitgevoerd, zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam controlerend accountant mag worden verwacht. Voorts wordt uitgewerkt in hoeverre de civiele rechter betekenis mag toekennen aan het oordeel van een tuchtrechter.


Mr. J.E. Brink-van der Meer
Mr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is docent Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zal op 23 januari 2019 haar proefschrift inzake accountantsaansprakelijkheid verdedigen.
Wetenschap en praktijk

Smart contracts

Voer voor juristen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden blockchain, smart contract
Auteurs Mr. J. Naves
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen twee jaren heeft de blockchaintechnologie veel aandacht gekregen. In één adem met deze technologie wordt vaak het smart contract genoemd. De naam veronderstelt impact op de werkzaamheden van juristen. Maar is dat wel zo? De reikwijdte van het begrip smart contract zoals dat in een blockchaincontext wordt gebruikt, is dermate breed dat veel softwareprotocollen als zodanig kunnen worden aangeduid. Lang niet al deze protocollen hebben juridische betekenis. In dit artikel geeft de auteur nadere duiding aan het begrip smart contract en de betekenis daarvan voor de juridische praktijk.


Mr. J. Naves
Mr. J.L. (Jeroen) Naves is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag gespecialiseerd in technologie en recht.
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.


Mr. B.N. Mwangi
Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Mr. S.C.P. Verhelst
Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
SamenvattingAuteursinformatie

    Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.


Mr. J.M. Möller
Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

De faillerende zorginstelling

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Faillissementswet, marktwerking in de zorg, faillissementen in de zorg, zorgverzekeraar, continuïteit van zorg
Auteurs Mr. K. Meersma, Mr. T. Hekman en Mr. J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    De introductie van marktwerking in de gezondheidszorg heeft tot gevolg dat zorginstellingen in toenemende mate blootgesteld worden aan het risico van een faillissement. De publieke belangen in de zorg maken dat het faillissement van een zorginstelling een aantal eigenaardigheden kent. De auteurs verkennen in dit artikel een aantal bijzonderheden door de rollen van de overheid, de zorgverzekeraar en de curator onder de loep te nemen.


Mr. K. Meersma
Mr. K. Meersma is advocaat bij AKD.

Mr. T. Hekman
Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD.

Mr. J. Rijken
Mr. J Rijken is advocaat bij AKD.
Praktijk

Een verkenning van het fenomeen ‘reliance’ verstrekken in de overname- en financieringspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden reliance letter, due diligence-rapport, zorgplicht
Auteurs Mr. K.J. Koops en Mr. H.K. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs duiden in dit artikel de situatie waarin een advocaat een derde door middel van een ‘reliance letter’ laat afgaan op zijn due diligence-rapport. Zij gaan daarbij in op de vraag of in die situatie een zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat en wat de omvang van die zorgplicht is. De auteurs zien goede redenen om aan te nemen dat de advocaat en de derde op basis van de reliance letter een overeenkomst aangaan, maar achten onaannemelijk dat een (eigen) zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat.


Mr. K.J. Koops
Mr. K.J. Koops is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. H.K. Schrama
Mr. H.K. Schrama is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Uitzendkrachten inhuren: wanneer wordt goedkoop duurkoop?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden inlenersaansprakelijkheid, art. 34 Invorderingswet 1990, G-rekening, verklaring omtrent het betalingsgedrag, verjaring
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    De inlenersaansprakelijkheid van art. 34 van de Invorderingswet 1990 is een vrijwel zuivere risicoaansprakelijkheid. Deze wordt ingeroepen als een uitlener van personeel loonbelasting of premies onbetaald laat. Het is voor de inlener lastig en administratief bewerkelijk om afdoende maatregelen te nemen tegen een dergelijke aansprakelijkstelling. Verjaring van het recht tot aansprakelijkstelling vindt maar zelden plaats en ook de disculpatieregeling werkt slechts in uitzonderingsgevallen. Alleen de storting van de loonbelasting- en premiecomponent door de inlener op een geblokkeerde rekening van de uitlener is afdoende. Dit artikel gaat in kort bestek op de meeste problemen in waar de inlener mee te maken kan krijgen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is verbonden aan de sectie Belastingrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en tevens werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte.
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Praktijk

(Beëindiging van) 403-aansprakelijkheid

De stand van zaken anno 2016

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, 403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren en maanden is over 403-aansprakelijkheid veel discussie geweest. Deze bijdrage beoogt aan de hand van min of meer recente rechtspraak een overzicht te geven van de stand van zaken anno 2016 ten aanzien van een aanzienlijk aantal deelonderwerpen inzake 403-aansprakelijkheid. Enkele deelonderwerpen zijn inmiddels dankzij rechtspraak duidelijk geworden, maar zeker niet alle. Ten aanzien van de nog steeds onduidelijke deelonderwerpen is inmiddels ingrijpen van de wetgever geboden.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

De nieuwe hypotheekmarkt

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden hypothecair krediet, Hypotheekrichtlijn, verantwoorde kredietverstrekking, (bijzondere) zorgplicht, kredietwaardigheidstoets
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest en Mr. Q.A.G. Masius
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft veranderingen op de Nederlandse hypotheekmarkt. Allereerst worden juridische implicaties van hypotheekmarktontwikkelingen beschreven. Daarna wordt de invloed van de Hypotheekrichtlijn/EBA-richtsnoeren op bestaand Nederlands recht beschreven ten aanzien van verantwoorde kredietverstrekking, precontractuele informatie en de zorgplicht om overkreditering te voorkomen. De implementatie van de richtlijn heeft als gevolg dat aanbieders veranderingen dienen door te voeren ten aanzien van informatieverstrekking, gegevensbewaring en het hypotheekaanvraagproces. Daarnaast wijst het artikel op hiaten: er bestaat onzekerheid over het lot van bestaande Nederlandse wetgeving/codes; daarnaast ontvangen consumenten nog steeds te veel informatie.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.

Mr. Q.A.G. Masius
Mr. Q.A.G. Masius is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en medewerker bij het HU-lectoraat Schulden en Incasso te Utrecht.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.