Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x Rubriek Practice x
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Nederlands vestigingsklimaat, eindafrekening dividendbelasting, zetelverplaatsing, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse belasting op dividenden heeft door het Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting – wederom – de aandacht van de politiek en het (inter)­nationale bedrijfsleven. Invoering van het voorstel zou betekenen dat een vertrek uit Nederland door vennootschappen onder omstandigheden tot een eindafrekening voor de Nederlandse dividendbelasting gaat leiden. Invoering van het voorstel lijkt investeringen in Nederlandse bedrijven door buitenlandse (portfolio-)investeerders minder aantrekkelijk te maken, wat leidt tot een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De auteurs gaan in op diverse aspecten van het wetsvoorstel.


R. Bagci
Mr. R. (Recep) Bagci is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

R.P.C.W.M. Brandsma
Prof. dr. R.P.C.W.M. (Roland) Brandsma is partner bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Business Universiteit Nyenrode.

P. Ruige
Mr. drs. P. (Pieter) Ruige is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Vrije Universiteit.

H.R. Zuidhof
Mr. H.R. (Hugo) Zuidhof is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Wetenschap en praktijk

Access_open De Crowdfundingverordening, a brand new beginning

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Crowdfunding, crowdfundingplatform, crowdfundingvergunning, crowdfundingdienstverlener, Europees paspoort
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf november 2021 is de Crowdfundingverordening van toepassing. Crowdfundingplatformen hebben dan een vergunning nodig om diensten te kunnen verlenen. In dit artikel wordt ingegaan op de wijzigingen als gevolg van de verordening voor de verschillende bij crowdfunding betrokken partijen.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Het aantrekken van kapitaal door de uitgifte van obligaties door een MKB-onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden uitgifte obligaties MKB-onderneming, MTF, MKB-groeimarkt, beleggingsonderneming
Auteurs Mr. J.M. Brussen en Mr. I.P.M.J. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Alternatieve financieringsvormen voor MKB-ondernemingen staan de laatste jaren volop in de belangstelling. In dit artikel komen de (nieuwe) mogelijkheden voor MKB-ondernemingen om financiering ‘op te halen’ aan bod. Er wordt ingegaan op het uitgeven van obligaties via een MTF-platform, via het ‘MKB-groeimarktregime’ en via een beleggingsonderneming. Daarbij wordt ook ingegaan op de praktische haalbaarheid daarvan. Denk daarbij aan de (doorlopende) verplichtingen (en de naleving daarvan), lasten en kosten voor MKB-ondernemingen.


Mr. J.M. Brussen
Mr. J.M. (Jocelyn) Brussen is Senior Legal Counsel bij Rabobank NL.

Mr. I.P.M.J. Janssen
Mr. I.P.M.J. (Ilse) Janssen is Legal Counsel bij Rabobank NL en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Praktijk

Een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming: hoever zijn we?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden maatschappelijke onderneming, maatschappelijk belang, maatschappelijk ondernemerschap, zorginstellingen, wetsvoorstel maatschappelijke onderneming
Auteurs Mr. dr. E.R. Helder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna tien jaar na het wetsvoorstel maatschappelijke onderneming blijkt het ondernemen met een maatschappelijk oogmerk c.q. het realiseren van maatschappelijke belangen door middel van ondernemerschap bezig aan een opmars in de samenleving. Daarmee groeit de behoefte aan een rechtsvorm die deze ondernemingsactiviteiten faciliteert. Er zijn knelpunten die binnen de bestaande rechtsvormen niet bevredigend kunnen worden opgelost. In Europees perspectief loopt Nederland bovendien achter in de rechtsontwikkeling ten behoeve van het maatschappelijk ondernemerschap, dat daardoor tegen onnodige begrenzingen aan loopt. Het is tijd voor een nieuw wetsvoorstel.


Mr. dr. E.R. Helder
Mr. dr. E.R. Helder is universitair docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.
Praktijk

Het afgescheiden vermogen van beleggingsfondsen: art. 4:37j Wft, een geschikte regeling voor de cv én het fgr?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden afgescheiden vermogen, art. 4:37j Wft, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, fonds voor gemene rekening
Auteurs Mr. M.C. Maters
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatie van de AIFMD in de Wet op het financieel toezicht is art. 4:37j van toepassing op Nederlandse beheerders van beleggingsinstellingen. Art. 4:37j bepaalt dat beleggingsinstellingen (waaronder beleggingsfondsen) een afgescheiden vermogen hebben. Sommige beleggingsfondsen zijn personenvennootschappen (zoals de cv) en hebben op grond van jurisprudentie reeds een afgescheiden vermogen. Het artikel bespreekt deze civiele en financiële regels en behandelt de vraag of art. 4:37j Wft voldoende rekening houdt met de kenmerken van de cv, en of dat wenselijk is.


Mr. M.C. Maters
Mr. M.C. Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.

    Met de inwerkingtreding van de AIFMD in de Nederlandse regelgeving is het toezichtregime voor beheerders van beleggingsinstellingen ingrijpend veranderd. Nu het stof rond de eerste implementatieperikelen is neergedaald, kan een tussenbalans worden opgemaakt van de gevolgen van de AIFMD voor de Nederlandse fondsenpraktijk. Dit artikel behandelt ten eerste de vraag welke entiteiten onder de reikwijdte van de AIFMD vallen, en welke daarvan uitgezonderd zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de regimes die voor Nederlandse beheerders gelden, met name het ‘lichte’ registratieregime van art. 2:66a Wft, het ‘volledige’ vergunningsregime van art. 2:65 Wft en het grandfathering-regime. Tot slot worden de regimes behandeld die gelden voor buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen die in Nederland actief (willen) zijn door Nederlandse beleggingsinstellingen te beheren of door beleggingsinstellingen aan Nederlandse beleggers aan te bieden.


R.J. Boogaard
Mr. R.J. Boogaard is advocaat bij Loyens & Loeff.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.