Zoekresultaat: 29 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Practice x

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Het ambacht

De aanduiding van wetsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetsvoorstellen, wetsontwerpen, voorontwerpen van wet, terugkoppeling, conceptwetsvoorstellen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de terminologische betekenis van de begrippen ‘voorstel van wet’, ‘ontwerp van wet’, ‘wetsvoorstel’, ‘wetsontwerp’, ‘voorontwerp van wet’ en ‘conceptwetsvoorstel’. In de praktijk lopen deze begrippen sterk door elkaar, maar uit de geschiedenis van de grondwetsherziening en de Aanwijzingen voor de regelgeving blijkt dat voor verschillende fases van het wetgevingsproces en in verschillende soorten documenten specifieke termen behoren te worden gebruikt. Van een ‘voorstel van wet’ kan worden gesproken vanaf de ministerraadsfase. Voor de daaraan voorafgaande fases (met name de consultatiefase) verdient het aanbeveling de term ‘voorontwerp van wet’ of ‘conceptwetsvoorstel’ te hanteren. Op het toezenden van voorontwerpen van wet aan het parlement, dus in een fase vóór de grondwettelijke indiening, wat overigens zelden voorkomt, is in het verleden door de Raad van State kritiek geuit. Naar aanleiding daarvan is destijds door de ministerraad besloten dat dit alleen ‘ter kennisgeving’ behoort te gebeuren, met de aanduiding ‘voorontwerp’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

    1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

    2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Signalering

Toegankelijkheid van de wetgeving en wetgevingscapaciteit (continued …)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden toegankelijkheid, wetgeving, wetgevingscapaciteit, digitalisering, Landsverordening tot wijziging van de Bekendmakingsverordening
Auteurs Mr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toegankelijkheid van wetgeving’ en ‘wetgevingscapaciteit’ waren reeds eerder onderwerpen in de rubriek ‘Actualiteit’ in het Caribisch Juristenblad. Deze signalering is een vervolg hierop en benadrukt het belang van dit onderwerp. Onder andere de stand van zaken ten aanzien van de digitalisering van geldende wettelijke regelingen zal aan bod komen evenals de problemen die bij het digitaliseringsproces worden ondervonden.


Mr. J. Sybesma
Mr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel op eigen titel geschreven en reflecteert op geen enkele wijze de zienswijze van de CBCS, de RvA, het GHvJ, de FdR UoC, dan wel de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Kroniek

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg en aanpalende geschillen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Integrale tarieven, ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, MSB
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken c.q. oordelen van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg, de civiele rechter en de Governancecommissie Gezondheidszorg over de periode mei 2016 t/m juni 2018 behandeld. Het gaat dan in hoofdzaak om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst, de toelatingsovereenkomst of het individueel deel, de verhouding medisch specialistisch bedrijf en het ziekenhuis respectievelijk leden van het medisch specialistisch bedrijf en tot slot om procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is als advocaat/partner Zorg verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Wetenschap en praktijk

De rol van de OR bij (aandelen)overnames: lessons learned uit de recente jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht ondernemingsraad, fusie, aandelenoverdracht
Auteurs Mr. dr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft de Ondernemingskamer een aantal belangwekkende beschikkingen voor de overnamepraktijk gewezen. In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de medezeggenschapsrechtelijke aspecten van een (aandelen)overname. Zij gaat onder meer in op: het tijdstip van advisering, de informatie die aan de OR moet worden verstrekt, en het begrip medeondernemerschap.


Mr. dr. I. Zaal
Mr. dr. I. (Ilse) Zaal is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.


Mr. B.N. Mwangi
Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Mr. S.C.P. Verhelst
Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.
Praktijk

‘De sterke arm’: historische achtergronden van een metafoor

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, sterke arm, Politiewet, Algemene wet op het binnentreden
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘De sterke arm’ is een vorm van beeldspraak die in diverse wetten voorkomt. Aanwijzing 5.39 van de Aanwijzingen voor de regelgeving geeft een standaardformulering voor gevallen waarin geregeld moet worden dat een bepaalde bevoegdheid ‘zo nodig met behulp van de sterke arm’ wordt uitgeoefend. In deze bijdrage wordt aan de hand van de parlementaire geschiedenis ingegaan op de betekenis van deze uitdrukking. In de jaren negentig zijn veel sterke-armbevoegdheden geschrapt, omdat deze algemeen zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Niet altijd wordt onderkend dat die algemene wetten al in sterke-armbevoegdheden voorzien, zodat er op dit punt soms overbodige bepalingen in specifieke wetten terecht zijn gekomen. Onder de ‘sterke arm’ moeten worden verstaan die onderdelen van het staatsapparaat die bevoegd zijn tot geweldgebruik: normaliter de politie, soms onderdelen van de krijgsmacht. Een aardig terminologisch punt is nog dat in vroeger tijden ook wel werd gesproken over ‘de sterke hand’ in plaats van ‘de sterke arm’. Aan het slot van deze bijdrage worden beschouwingen daarover uit de parlementaire geschiedenis aan de vergetelheid ontrukt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.


Mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Praktijk

‘Een beetje wet kost drie dagen’: het bevriezingswetje eigen risico zorgverzekering en andere spoedwetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden wetsprocedure, spoedwet, Eerste Kamer, Tweede Kamer, zorgverzekering
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetje waarmee de hoogte van het eigen risico voor de zorgverzekering voor 2018 werd bevroren op € 385 (Stb. 2017, 356) kwam binnen drie dagen tot stand. De Tweede en Eerste Kamer behandelden het wetsvoorstel op dezelfde dag. In deze bijdrage wordt ingegaan op dit bijzondere wetgevingsproces. Onder meer wordt daarbij aandacht besteed aan de figuur van een mondeling eindverslag, waar de Eerste Kamer tegenwoordig anders mee omgaat dan voorheen. Ook wordt de vraag besproken waarom het wetje per se vóór 1 oktober in het Staatsblad moest staan. Op de ranglijst van de snelst tot stand gebrachte wetten ooit neemt het bevriezingswetje waarschijnlijk een (gedeelde) tweede plaats in. De eerste plaats wordt ingenomen door twee crisiswetten uit 1914. Ook die wetten uit 1914 behandelden de Tweede en Eerste Kamer op dezelfde dag. Dat gebeurde later nog een keer in 1938. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt overigens dat die totstandbrenging van een wet in enkele weken geen unicum is. Vaak worden wetten die heel snel tot stand moeten komen, aangeduid als ‘spoedwet’ of ‘noodwet’. Aan het slot van de bijdrage wordt deze terminologie besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Jurisprudentie, Civiel recht, Causaal verband, kansschade, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2015 tot en met 15 juni 2017. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en komen de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade en proportionele aansprakelijkheid aan bod. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: verjaring, bewijslastverdeling, (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in stukken en afgifte van materialen en schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Praktijk

Nationale publieke belangen in de telecomsector afdoende beschermd tegen ongewenste zeggenschap?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie, telecomsector, publieke belangen, vitale vennootschappen
Auteurs Mr. dr. J. Nijland en Mr. dr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambtelijk voorontwerp van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie is een belangrijke ontwikkeling op het gebied van economische (staats)politiek. De wet is wetstechnisch nog niet ‘af’ (vergelijk ook de reacties op de internetconsultatie over het voorontwerp), en gaat over alleen de telecommunicatiesector. De nu voorgestelde regeling zou kunnen dienen als basis voor een meer algemene regeling die ook andere sectoren van de economie (of zelfs individueel aan te duiden ondernemingen) kan beschermen tegen maatschappelijk gezien ongewenste overnames die risico’s kunnen opleveren voor de nationale veiligheid of de openbare orde.


Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is als universitair docent verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. C. de Groot
Mr. dr. C. de Groot is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Governance in het ziekenhuis

Het participatiemodel als Haarlemmerolie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden vrijgevestigd medisch specialist, participatiemodel, aandeelhouder, gelijkgerichtheid, bestuurbaarheid
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de verhoudingen binnen het ziekenhuis. Belicht worden de door de tijd gewijzigde rol en positie van de medisch specialist en de raad van bestuur van het ziekenhuis in relatie tot de nimmer aflatende beslissingen vanuit de wetgever die invloed uitoefenen op die positie. De auteur schetst een mogelijke invulling van het door de politiek geopperde participatiemodel en gaat in op het op dit moment schaarse aantal praktijkvoorbeelden waarbij bestuurbaarheid en gelijkgerichtheid binnen het ziekenhuis vanuit de hoek van het ondernemingsrecht handen en voeten worden gegeven.


Mr. T.A.M. van den Ende
Mr. T.A.M. van den Ende is advocaat/partner Gezondheidszorg bij Nysingh advocaten-notarissen.
Praktijk

Een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming: hoever zijn we?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden maatschappelijke onderneming, maatschappelijk belang, maatschappelijk ondernemerschap, zorginstellingen, wetsvoorstel maatschappelijke onderneming
Auteurs Mr. dr. E.R. Helder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna tien jaar na het wetsvoorstel maatschappelijke onderneming blijkt het ondernemen met een maatschappelijk oogmerk c.q. het realiseren van maatschappelijke belangen door middel van ondernemerschap bezig aan een opmars in de samenleving. Daarmee groeit de behoefte aan een rechtsvorm die deze ondernemingsactiviteiten faciliteert. Er zijn knelpunten die binnen de bestaande rechtsvormen niet bevredigend kunnen worden opgelost. In Europees perspectief loopt Nederland bovendien achter in de rechtsontwikkeling ten behoeve van het maatschappelijk ondernemerschap, dat daardoor tegen onnodige begrenzingen aan loopt. Het is tijd voor een nieuw wetsvoorstel.


Mr. dr. E.R. Helder
Mr. dr. E.R. Helder is universitair docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Kroniek beschikkingenpraktijk ACM Mededingingsrecht 2015-2016

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Mededingingswet, Autoriteit Consument & Markt, eerstelijnszorg, concentratietoezicht
Auteurs Mr. C.T. Dekker en mr. E. Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek staat de praktijk van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor wat betreft de toepassing van de Mededingingswet centraal. Daarbij worden ook uitspraken van Rechtbank Rotterdam over besluiten van de ACM behandeld. De periode die door deze kroniek bestreken wordt betreft 1 januari 2015 tot 1 juli 2016.


Mr. C.T. Dekker
Cees Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen.

mr. E. Belhadj
Ekram Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen.
Praktijk

Het belonen van commissarissen in aandelen: alignment versus onafhankelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, beloningsbeleid, Beloning van commissarissen
Auteurs T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tijdsgewricht waarin de aan bestuurders van Nederlandse beursvennootschappen toegekende beloningen steeds breed worden uitgemeten in de landelijke media en publieke ophef tot gevolg hebben, is het evident dat de beloning als onderwerp terug zou komen in het consultatievoorstel tot herziening van de Corporate Governance Code. De auteur bespreekt de voorgestelde principes en best practice bepalingen over de beloning, waarbij hij ingaat op het voorstel om het mogelijk te maken commissarissen in aandelen te belonen. De vraag rijst of met het belonen van commissarissen in de vorm een variabele beloning de onafhankelijkheid van deze commissarissen in het geding komt.


T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
Mr. T.C.A. Dijkhuizen MPhil is als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.
Praktijk

Uitoefening aandeelhoudersrechten, in de Code en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, aandeelhoudersrechten, herziening, responstijd
Auteurs Mr.dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Anatoli van der Krans gaat in zijn artikel in op de wijzigingen die de Monitoring Commissie Corporate Governance voorstelt rondom het thema ‘relatie met aandeelhouders’. Dit betreffen achtereenvolgens (i) de aanwezigheid van voorgedragen bestuurders en commissarissen; (ii) de responstijd; (iii) certificering; en (iv) taal. Verder signaleert hij een aantal belangrijke punten die momenteel schuren en bij een meer fundamentele discussie kunnen worden meegenomen. Met name de vrijwel totale scheiding tussen dialoog en het maken van een stembeslissing enerzijds en de formele besluitvorming op de AVA anderzijds bij grote beursvennootschappen is zorgwekkend en onderstreept de noodzaak tot verdere gedachtenvorming over de rol van de AVA


Mr.dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is als advocaat bij Corona Legal (Amsterdam) gespecialiseerd in het bijstaan van institutionele beleggers in het uitoefenen van hun aandeelhoudersrechten en het vorderen van beleggingsverliezen via rechtszaken. Hij is tevens redacteur van dit blad.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.