Zoekresultaat: 11 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Practice x
Wetenschap en praktijk

Leveranciers van elektriciteit en warmte in financiële moeilijkheden: een verkenning van de wettelijke regelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden energie, warmtewet, banken, noodsituatie, faillissement
Auteurs Mr. drs. P. van Asperen en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de regelingen uit de Elektriciteitswet 1998 en de Warmtewet die gericht zijn op het voorkomen van financiële problemen dan wel de toezichthouder de mogelijkheid geven in te grijpen als dat nodig is. Deze regelingen zijn bedoeld ter bescherming van afnemers tegen die situaties waarbij een leverancier van elektriciteit of warmte in de financiële problemen komt. Zij vergelijken deze regelingen met de regelingen uit de Wet op het financieel toezicht of Europese regelgeving gericht op het voorkomen van financiële problemen bij banken. De auteurs kiezen voor deze vergelijking met banken omdat deze ondernemingen, net als bij elektriciteit en warmte, een maatschappelijke functie kunnen vervullen. De vraag die zij stellen, is of de regelingen voor banken een inspiratiebron kunnen zijn voor het waarborgen van de belangen van de afnemers van elektriciteit en warmte.


Mr. drs. P. van Asperen
Mr. drs. P. (Peter) van Asperen is senior jurist bij de Autoriteit Consument & Markt en als buitenpromovendus internationale financiering verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Wetenschap en praktijk

Verpanding van het recht op teruggaaf van btw: een aantrekkelijke vorm van zekerheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden cessie, omzetbelasting, oninbare vorderingen, factoring, pandrecht
Auteurs Mr. M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het aantrekken van een financiering wordt een schuldenaar meestal verplicht om zekerheid te geven over zijn activa. Zekerheid kan worden verstrekt over een specifiek vermogensbestanddeel of over een bepaald type activa. In die laatste categorie vallen vorderingen van de schuldenaar op de Belastingdienst uit hoofde van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Ingevolge de Wet OB is een ondernemer verplicht om gedurende een tijdvak in zijn administratie de door hem in rekening gebrachte en terug te vragen belasting toegevoegde waarde (btw) bij te houden. Aan het einde van het tijdvak is sprake van een vordering op of een schuld aan de Belastingdienst. In dit artikel wordt de vraag beantwoordt of verpanding van het recht op teruggaaf van btw een aantrekkelijke vorm van zekerheid is.


Mr. M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Actualia contractspraktijk

Faillissement is niet (altijd) het bankroet van een contract

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Contract, Faillissement, Nebula, Verrekening, Opzegging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard en Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de inwerking van de insolventieprocedure op overeenkomsten. Zij bespreken aan de hand van recente rechtspraak de hoofdregel dat het faillissement bestaande overeenkomsten niet beïnvloedt, het recht van de curator om tekort te schieten, de gevolgen van het faillissement voor verplichtingen uit huur-, pacht-, arbeids- en agentuurovereenkomsten en de mogelijkheden tot verrekening.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Aalsmeer en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
Mr. M.P. van Eeden-van Harskamp is wetenschappelijk docent Vermogensrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Wetenschap en praktijk

(On)zekerheden bij het financieren van het product-als-dienstmodel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden zekerheden, circulaire economie, product-als-dienstmodel, natrekking, financiering
Auteurs Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die ondernemen conform de uitgangpunten van de circulaire economie ervaren moeilijkheden bij het aantrekken van vreemd vermogen. Dit komt omdat hun innovatieve verdienmodellen voor kredietverstrekkers onzekerheden bevatten. Deze onzekerheden komen ook tot uitdrukking bij het op waarde schatten van de geboden zekerheden. Deze problematiek speelt met name bij circulaire ondernemingen met een product-als-dienstmodel. De problematiek komt voort uit het gegeven dat deze ondernemingen het product-als-dienstmodel toepassen op producten die een lage waarde vertegenwoordigen of die vatbaar zijn voor natrekking. Dit in tegenstelling tot ondernemingen met een traditionele toepassing van het product-als-dienstmodel zoals auto­lea‍semaatschappijen. In dit artikel bespreekt de auteur onzekerheden die een rol spelen bij het bieden van zekerheid voor de financiering van het product-als-dienstmodel zoals dat wordt toegepast door circulaire ondernemingen. Ook wordt ingegaan op mogelijke oplossingen die zijn aangedragen in de literatuur en de praktijk.


Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
Mr. dr. C.H.A. (Chris) van Oostrum is als docent/onderzoeker verbonden aan de Hogeschool Inholland.
Wetenschap en praktijk

Overeenkomst en faillissement

Rien ne va plus?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden faillissement, overeenkomst, verifieerbare vorderingen
Auteurs Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. gaat (onder meer) over de vraag hoe moet worden omgegaan met vorderingen die na de datum van het faillissement uit hoofde van een lopende overeenkomst ontstaan. In dit artikel wordt stilgestaan bij de achtergrond van het arrest en wordt bezien wat nu de stand van zaken is op het gebied van de overeenkomst in faillissement. Ook worden de praktische gevolgen van de beslissing van de Hoge Raad belicht. Geconcludeerd wordt dat het arrest een bevestiging is van eerdere rechtspraak op dit punt en dat daarmee de vraag rest of een wetswijziging noodzakelijk is.


Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
Mr. dr. F. (Femke) Damsteegt-Molier is senior-rechter/rechter-commissaris insolventiezaken bij de Rechtbank Rotterdam en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.


Mr. drs. L. Ecker
Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2016

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2017
Auteurs Gurgen Hakopian en Mieke Reij
Auteursinformatie

Gurgen Hakopian
Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

Mieke Reij
Mr. M.J. Reij is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.


Mr. S. Swinkels
Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Praktijk

Eigendomsvoorbehoud: de inwerking van een contract op goederenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Eigendomsvoorbehoud, Opschortende voorwaarde, Verpanding, Sale of Goods Act, Weens Koopverdrag
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Eigendomsvoorbehoud is volgens artikel 3:92 BW levering van een zaak onder opschortende voorwaarde van betaling van de koopsom. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 3 juni 2016 in de zaak Rabobank/Reuser dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud de zaak rechtsgeldig kan verpanden voordat de opschortende voorwaarde is vervuld. De pandhouder verkrijgt dan een pandrecht onder opschortende voorwaarde van eigendomsverkrijging door de pandgever. In Engeland stond eigendomsvoorbehoud in the picture in het arrest van het UKSC van 11 mei 2016 in de zaak Res Cogitans. Op een overeenkomst die een eigendomsvoorbehoud bevat en bepaalt dat de gekochte zaak mag worden verbruikt voordat betaling van de koopsom heeft plaatsgevonden, is de Sale of Goods Act niet van toepassing. Beide arresten en hun gevolgen voor de rechtspraktijk worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Praktijk

Verzekeringssecuritisatie; wie wekt de entiteit voor risicoacceptatie tot leven?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden securitisatie, special purpose vehicle, spv, special purpose reinsurance vehicle, sprv, herverzekering, verzekeringssecuritisatie, entiteit voor risico-acceptatie
Auteurs Mr. R.P.L.M. Koopman en Mr. J.C. Lussenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Ongeveer zes jaar na de introductie van de entiteit voor risicoacceptatie in de Nederlandse toezichtwetgeving is er in de praktijk nog geen gebruik gemaakt van deze bijzondere entiteit. Bovendien lijkt de populariteit van verzekeringssecuritisatie in Nederland achter te blijven bij sommige andere landen in Europa en daarbuiten. In deze bijdrage wordt uitgebreid stilgestaan bij twee vormen van verzekeringssecuritisatie: securitisatie van verzekeringspremies en securitisatie van verzekeringsrisico's. Vanuit een praktisch oogpunt wordt bekeken hoe verzekeringssecuritisatie naar Nederlands recht kan worden vormgegeven. Daarbij wordt onder andere aandacht besteed aan de rol die een entiteit voor risicoacceptatie in een securitisatietransactie kan spelen.


Mr. R.P.L.M. Koopman
Mr. R.P.L.M. Koopman is advocaat bij Baker & McKenzie te Singapore.

Mr. J.C. Lussenburg
Mr. J.C. Lussenburg is advocaat bij Baker & McKenzie te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.