Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 22355 artikelen

x
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/100

HR 19 mei 2020, 18/04881, ECLI:NL:HR:2020:895

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/101

HR 21 april 2020, 19/00577, ECLI:NL:HR:2020:672

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/99

HR 19 mei 2020, 18/04881, ECLI:NL:HR:2020:891

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

De witwasgedragingen van de a-grond van artikel 420bis Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden witwassen, bewijs, verbergen of verhullen, kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de verschillende witwasgedragingen centraal die strafbaar zijn gesteld in artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr (de a-grond). Onderzocht wordt wat de verschillen tussen de in de a-grond opgenomen witwasgedragingen zijn en hoe die kunnen worden verklaard. Daarnaast wordt de verhouding tussen voornoemde witwasgedragingen en de kwalificatie-uitsluitingsgrond nader onderzocht. Daarbij wordt voorgesteld de kwalificatie-uitsluitingsgrond anders in te vullen.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/97

HR 16 juni 2020, 18/02713, ECLI:NL:HR:2020:1054

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/86

HR 30 juni 2020, 18/04075, ECLI:NL:HR:2020:1073

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/88

HR 30 juni 2020, 18/03043, ECLI:NL:HR:2020:1155

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/102

HR 21 april 2020, 19/04910, ECLI:NL:HR:2020:712

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/85

HR 7 juli 2020, 19/00282, ECLI:NL:HR:2020:1215

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/89

HR 30 juni 2020, 19/03114, ECLI:NL:HR:2020:1153

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/95

HR 16 juni 2020, 18/05394, ECLI:NL:HR:2020:942

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020

    Na bijna twintig jaar raadsheer in de Hoge Raad te zijn geweest is Van Schendel per 1 september 2020 met pensioen gegaan. Zijn afscheid wil NTS niet onopgemerkt voorbij laten gaan. In dit interview passeren achtereenvolgens de volgende onderwerpen de revue: civiel recht in het strafrecht, de vordering benadeelde partij, rechtsbescherming, de geen belang redenering, ambtshalve cassatie, de ‘billijke rechter’, de zichtbaarheid van de Hoge Raad in de trias politica en de levenslange gevangenisstraf.


Mr. D.J. (Douwe) Herbrink
Mr. D.J. Herbrink is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad en redactiesecretaris van dit tijdschrift.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/91

HR 23 juni 2020, 18/03101, ECLI:NL:HR:2020:1085

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/94

HR 23 juni 2020, 19/00373, ECLI:NL:HR:2020:1097

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zwijgrecht, bewijsrecht, prima facie-case, procespositie, nemo tenetur
Auteurs Mr. J.C. (Justus) Reisinger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het straf(proces)recht is het zwijgrecht een fundamenteel recht voor de verdachte. De redenen om gebruik te maken van het zwijgrecht kunnen zeer divers en uiteenlopend zijn: van schuldige tot en met onschuldige, alle gradaties daartussen. Omdat de rechter normaliter niet weet wat de reden is, roept de auteur van het artikel op om niet langer gebruik te maken van het betrekken van het zwijgen van een verdachte in de bewijsvoering. Welbeschouwd is dat – bewijsrechtelijk gezien – ook helemaal niet nodig. Het voorkomt in elk geval (de schijn van) een afbreuk aan de wezenlijke belangen die aan het zwijgrecht ten grondslag liggen.


Mr. J.C. (Justus) Reisinger
Mr. J.C. Reisinger is advocaat bij Van Boom Advocaten.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/92

HR 23 juni 2020, 18/04751, ECLI:NL:HR:2020:1095

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Toont 1 - 20 van 22355 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.