Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2021 x
Artikel

Access_open Een halve eeuw regulering van de financiële sector: observaties en enkele conclusies

Voorpublicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Wft, Regelgevingsarchitectuur, Europeanisering, Toezicht, Handhaving
Auteurs Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst de ontwikkelingen van het nationale en Europese financieel toezichtrecht vanaf de periode dat dit rechtsgebied aan belang en omvang heeft gewonnen. Zij beschrijft de in het verleden ontstane bouwstenen (doelstellingen), basisregels en reguleringsarchitectuur die naar haar oordeel nog steeds richtinggevend zijn bij het verder reguleren van diensten, producten en nieuwe markten. Aandacht wordt besteed aan het steeds verder uiteenlopen van de crosssectorale Wft en de sectorale Europese regelgeving..


Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol is emeritus hoogleraar effectenrecht (in het bijzonder onderneming en financiële markten), Radboud Universiteit Nijmegen.

    Voor deze aflevering van het estafette-interview spraken Marije Batting, Jeroen Goudsmit en Maaike Feenstra namens de redactie met Maarten Ruys (interim-inspecteur-generaal) en Pauline den Ambtman (directeur strategie) van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).1x Het gesprek vond plaats op 11 mei 2021. Mede naar aanleiding van de estafettevraag van Marian Kaljouw (voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)) en Karina Raaijmakers (directeur toezicht en handhaving NZa), die de redactie interviewde voor nummer 2021-2 van Tijdschrift voor Toezicht, spraken wij met Maarten en Pauline over de uitdagingen waar de NVWA als toezichthouder voor staat en de ontwikkelingen die de NVWA de komende jaren wil doormaken.

Noten

  • * De redactie van Tijdschrift voor Toezicht dankt Maaike Feenstra hartelijk voor haar bijdrage aan het interview.
  • 1 Het gesprek vond plaats op 11 mei 2021.


Marije Batting
Mr. M.L. Batting is advocaat-partner bestuursrecht bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en redacteur van het Tijdschrift voor Toezicht.

Jeroen Goudsmit
Dr. J. Goudsmit is kerndocent Compliance & Integriteitsmanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam, compliance officer ter bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en sanctie-overtredingen bij de Rabobank en redacteur van het Tijdschrift voor Toezicht.

Maaike Feenstra
Mr. M. Feenstra is advocaat bestuursrecht bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Peer-reviewed artikel

Privaat toezicht als onderdeel van publiek toezicht

Een vergelijking tussen de voedselsector en de bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bouwtoezicht, privaat toezicht, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking, Toezicht
Auteurs Annalies Outhuijse en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Combinaties van publiek en privaat toezicht zijn niet weg te denken uit onze huidige maatschappij. In deze bijdrage vergelijken we de manier waarop privaat en publiek toezicht worden gecombineerd in twee sectoren, namelijk toezicht op voedselveiligheid en toezicht op veilige nieuwbouw. Na een uiteenzetting van de samenwerkingsarrangementen wordt ingegaan op de sterke en zwakke kanten van de gemaakte keuzes. Daarbij staat in het bijzonder één criterium centraal: betrouwbaarheid. Kan de overheid vertrouwen op toezicht en controle door private partijen? Zijn de private partijen in staat en bereid om effectief toezicht op voedselveiligheid en bouwkwaliteit uit te oefenen en welke factoren uit het samenwerkingsarrangement hebben hier invloed op? Naast de constatering dat private toezichthouders een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de stelsels van toezicht, wijzen we op enkele potentiële risico’s die we in praktijk van bouw- en voedseltoezicht hebben geïdentificeerd: onvoldoende onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, beperkte intrinsieke motivatie, kans op papieren werkelijkheid en onvoldoende corrigerende werking van het publieke toezicht.


Annalies Outhuijse
Mr. dr. A. Outhuijse is advocaat bij Stibbe binnen de praktijkgroep bestuursrecht. Eerder heeft zij een proefschrift geschreven op het gebied van het mededingingstoezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is rechtssocioloog en als fellow verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Maatschappelijke akkoorden en de Aanwijzingen voor convenanten: tijd voor een update!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden democratie, transparantie, dualisme, akkoord, convenant
Auteurs P.J. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Maatschappelijke akkoorden zijn nuttig en wenselijk, maar vragen vanuit de kernwaarden van goed openbaar bestuur om aandacht. In deze bijdrage doet de auteur – geïnspireerd door een recent advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur over maatschappelijke akkoorden – voorstellen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor convenanten, zodat optimaal inhoud kan worden gegeven aan de kernwaarden van goed openbaar bestuur bij de totstandkoming van maatschappelijke akkoorden. De suggesties tot aanpassing van de aanwijzingen zien onder meer op een versterking van de positie van het parlement, een betere borging van een goede representatie aan de onderhandelingstafels en het vergroten van transparantie van het proces.


P.J. Huisman
Mr. dr. P.J. (Pim) Huisman is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een adequate aanpak van naastplaatsingen

Onderzoek naar verklarende factoren voor het probleem van afval naast containers Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van De Vries, Epskamp en Ergun uit 2019 (zie De Vries et al., 2019).

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden feelings of unsafety, overflowing garbage containers, litter
Auteurs Chris de Vries, Martijn Epskamp en Julien van Ostaaijen
SamenvattingAuteursinformatie

    Litter in the street is a great annoyance for many people, especially in the large cities. This includes overflowing garbage containers caused by people incorrectly placing garbage: next to these containers. In this study, carried out in the municipality of Rotterdam, we have developed a model that provides insight into which factors contribute to where this is done (or not). In summary, days when people are not working, the number of people that depend on the container(s), the bonding and social cohesion of that group, and the social-economic circumstances of the people in that group are the most important factors in determining at which container locations people incorrectly place their garbage. These insights provide starting points for an effective municipal approach to overflowing garbage containers and thereby reducing the residents’ feelings of nuisance and unsafety.


Chris de Vries
Chris de Vries is als onderzoeker werkzaam bij Gemeente Rotterdam.

Martijn Epskamp
Martijn Epskamp is als onderzoeker werkzaam bij Gemeente Rotterdam.

Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als lector Recht & Veiligheid werkzaam bij Avans Hogeschool en als universitair docent Bestuurskunde bij Tilburg University.
Artikel

Over emancipatie en de rechtspositie van gedetineerden

Levensomstandigheden in gevangenis ernstig verslechterd tijdens corona

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden detainees, emancipation, Right of complaint and appeal, corona measures, resocialization
Auteurs Judith Serrarens
SamenvattingAuteursinformatie

    In the second half of the last century, the position of detainees in the Netherlands improved considerably. As far as is possible in the case of persons deprived of their freedom, there has been a certain emancipation of detainees. A well-functioning right of complaint and appeal has been created, for example, that offers detainees the possibility to have decisions of the government, in particular those of the director of the institution and the selection official, that are unfavourable to them, reviewed by an independent judicial authority. Their living conditions have also improved during this period. However, in recent years there has also been a tendency for the government to make ever greater demands on the behaviour of detainees, in return for fewer opportunities for activities and freedoms aimed at resocialisation. Since last year, the corona pandemic and the way in which it is dealt with in prisons have put further pressure on the already vulnerable position of detainees. Since March 2020, prisoners have had their opportunities for phasing in and resocialising further reduced by the virtual prohibition of leave. Furthermore, the visiting possibilities and the activity programmes within the penitentiary institutions have been minimal for over a year.


Judith Serrarens
Mr. J.J. Serrarens is advocaat bij Keulers & Partners Advocaten in Beek (Limburg).
Notenkraker

De ‘boodschappenaffaire’: een beoogd resultaat van de Participatiewet?

Rb. Midden-Nederland, 14 oktober 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4746 (terugvordering bijstand)

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Participatiewet, terugvordering, inlichtingenplicht
Auteurs Anna van Gijssel
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Midden-Nederland heeft in de uitspraak van 14 oktober 2019 het beroep tegen een terugvordering van bijstand wegens het niet-naleven van de inlichtingenplicht ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft circa drie jaar wekelijks boodschappen ontvangen van haar moeder. Omdat zij dit niet heeft gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, vordert het college de totaalwaarde van de ontvangen boodschappen terug ter hoogte van circa € 7.000. Deze uitspraak geeft aanleiding om in te gaan op de terugvorderingsplicht in de Participatiewet. Had de regering destijds de verstrekkende gevolgen van terugvordering in gevallen zoals de onderhavige zaak voor ogen?


Anna van Gijssel
Mr. A.H.T. van Gijssel is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Het vermeende effect van de coronacrisis op de prevalentie en aard van huiselijk geweld

Een overzicht van veronderstellingen en empirische feiten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Trefwoorden huiselijk geweld, coronacrisis, kindermishandeling, Pandemie
Auteurs Vere van Koppen, Carmen ter Weijden en Joke Harte
SamenvattingAuteursinformatie

    Scientific studies have shown the effect of social crises on the nature and magnitude of domestic violence. Since the beginning of 2020 we are facing a worldwide corona pandemic. There is a widespread fear that the measures as a consequence of this pandemic have led to a significant increase in domestic violence. In this study news reports on the assumptions about the effect of the pandemic on domestic violence were inventoried. Subsequently, an overview was made of current empirical research projects on the assumed effect on domestic violence. The methodological aspects and the preliminary results of these studies are discussed.


Vere van Koppen
Dr. Vere van Koppen is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.

Carmen ter Weijden
Carmen ter Weijden is student-assistent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.

Joke Harte
Prof. dr. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Is verslaving behandelbaar?

Attitudes van forensisch sociale professionals ten aanzien van middelenmisbruik

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Auteurs Lianne Kleijer-Kool, Vivienne de Vogel, Jolein Monnee-van Doornmalen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forensic social professionals play a crucial role in the resocialization trajectories of their clients with substance use problems. In this explorative study, we conclude that their attitudes to treatability of addiction are positive. However, there are differences in attitudes regarding needed treatment interventions and ways of controlling substance use, for example related to working within specialist addiction services, personal experiences with addiction and working in a clinical setting. When confronted with substance use of their clients, the forensic social professionals’ main reactions are discussing the problem with their client and analyzing the situation. The type of substance and the nature of criminal behavior are important considerations in this reaction.


Lianne Kleijer-Kool
Dr. Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid van Hogeschool Utrecht.

Vivienne de Vogel
Dr. Vivienne de Vogel is lector Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.

Jolein Monnee-van Doornmalen
Drs. Jolein Monnee-van Doornmalen is reclasseringsambtenaar tbs en voormalig onderzoeker lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.

Richard van Asch
Richard van Asch, MSw is docent Social Work bij Hogeschool Utrecht.
Artikel

Access_open De Gedragscode Afhandeling Beroepsziekteclaims: een stap vooruit

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Gedragscode afhandeling, Beroepsziekteclaims, Personenschade
Auteurs mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    Werknemers die ziek worden door hun werk – die dus een beroepsziekte oplopen – hebben recht op vergoeding door hun werkgever van de schade die zij lijden, ten minste wanneer die werkgever zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving heeft geschonden (art. 7:658 BW).


mr. H. de Hek
Bert de Hek is senior raadsheer bij het hof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Procedurele rechtvaardigheid in de strafrecht­keten

Hoe ervaren gedetineerden de bejegening door strafrecht­actoren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering Online First 2021
Trefwoorden procedural justice, treatment, multiple criminal justice authorities, criminal justice system
Auteurs Matthias van Hall, Anja Dirkzwager, Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It has been proposed that when people perceive their treatment by criminal justice actors as more procedurally just, they will be more likely to comply with the law. Existing research mainly focused on the police or the judge. This longitudinal study examined how prisoners experienced their treatment by five different criminal justice actors using data from the Prison Project. The prisoners were most positive about the procedurally fair treatment by their lawyer and least positive about the treatment by the police. Additionally, the perceived treatment by the police was associated with the treatment by other actors at subsequent moments.


Matthias van Hall
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Peter van der Laan
Prof. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Paul Nieuwbeerta
Prof. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Zes jaar later: met z’n allen verstrikt geraakt in het stelsel?!

Actuele ontwikkelingen op het gebied van de Jeugdwet en jeugdbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Jeugdwet, Stelsel, Corona, Klacht- en tuchtrecht, kinderbeschermingsmaatregelen
Auteurs Mr. E. Lam en Mr. I.J.M. Schepens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel borduurt voort op de in 2014 en 2017 verschenen overzichtsartikelen over de twee belangrijke wetswijzigingen op het gebied van de jeugdbescherming en de jeugdzorg: de herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdwet . De bedoeling van dit artikel is om een overall beeld te schetsen: een beeld dat duidelijk maakt hoe complex de ondersteuning aan kinderen en gezinnen is georganiseerd waarbij het recht op bescherming van de kinderen door de overheid ernstig onder druk staat. In het eerste deel van dit artikel wordt stilgestaan bij actuele ontwikkelingen stelselbreed. Vervolgens wordt stilgestaan bij de praktijk van de kinderbeschermingsmaatregelen. Achtereenvolgens komen aan de orde de evaluatie herziening kinderbeschermingsmaatregelen, het aantal kinderbeschermingsmaatregelen, de krapte bij de Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI): wachtlijsten en de rechtspraak, corona en de invloed op jeugdbescherming, Perspectiefbesluit, Machtiging uithuisplaatsing en reikwijdte, Vaststelling omgangsregeling en Ineffectieve OTS. In het laatste deel van het artikel staan de bevindingen betreffende de Jeugdwet centraal. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder meer de zogenaamde ‘drangtrajecten’, het woonplaatsbeginsel, de informatieplicht jegens de gezinsvoogd en het klacht- en tuchtrecht.


Mr. E. Lam
Mr. E. Lam is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.

Mr. I.J.M. Schepens
Mr. I.J.M. Schepens is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Artikel

Werken aan perspectief

De begeleiding van SVG-cliënten naar een structurele dagbesteding

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2021
Trefwoorden structural daytime activities, Probation Service for addicted offenders, Subgroups, heterogeneity
Auteurs Yentl Keijser MSc en Dr. Victor van der Geest
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates daytime activities in clients at the Dutch Probation Service for addicted offenders (SVG). The article describes daytime activities, including work, based on official registrations of 9717 clients and an additional selection of client file study for 50 clients. The majority of the population does not have structural daytime activities, and within this group, substance use problems are slightly more prevalent. This study identifies four subgroups of clients without daytime activities: job seekers, work-incapacitated clients, motivated unemployed clients, and unmotivated unemployed clients. There is some heterogeneity between subgroups in terms of different background problems.


Yentl Keijser MSc
Yentl Keijser MSc is afgestudeerd criminoloog.

Dr. Victor van der Geest
Dr. Victor van der Geest is universitair docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/52

HR 30 maart 2021, 19/01538, ECLI:NL:HR:2021:418

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Artikel

Open heimelijke netwerken in de Nederlandstalige georganiseerde synthetische-drugscriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden synthetic drugs, poly-drug trafficking, organized crime, encrypted communication data, social network analysis
Auteurs Irma Vermeulen, Melvin Soudijn en Wouter van der Leest
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the authorities have dismantled several encrypted phone providers. These providers stored millions of messages about covert activities that were overtly exchanged between criminals. This type of communication offers a unique insight into serious organized crime and the people involved. Based on one such intercepted encrypted phone network, called PGP-Safe, we carried out a social network analysis on the Dutch-speaking synthetic drug market. Three findings stand out. Firstly, three-quarters of all accounts (N=4,158) are interconnected in a giant component, resulting in a criminal small-world effect. Secondly, the network appears to be robust. As a consequence, the removal of central accounts will hardly have any impact on the network as a whole. Thirdly, the majority of the accounts within the synthetic drug market is involved in poly-drug trafficking. The Dutch synthetic drug market is much more closely intertwined with other drug markets than is commonly known.


Irma Vermeulen
Drs. I.J. Vermeulen MSc is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Wouter van der Leest
Drs. W.P.E. van der Leest is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het nieuwe activisme? Een kwalitatieve studie naar strategieën en betekenisgeving binnen de Nederlandse tak van Anonymous for the Voiceless

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden green-cultural criminology, animal activism, impression management, new activism
Auteurs Anantha Thelen en Fiore Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the ways in which animal activists that are affiliated with the Dutch branch of Anonymous for the Voiceless – a rapidly growing animal rights organization – shape their movement and actions in the context of the Anthropocene. Drawing on qualitative data, the results show that there are tensions between the way in which the organization presents itself to its audiences and the internal dynamics within the movement. In their frontstage performance, they highlight the open and non-coercive nature of their movement, which they describe as new activism. However, this performance contrasts with the abolitionist vision and internal dynamics within the movement, which is characterized by a clear hierarchy, strict rules for a vegan lifestyle and far-reaching consequences when not complying with those rules.


Anantha Thelen
Anantha Thelen, MSc, is junior-onderzoeker binnen de sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Rotterdam. thelen@law.eur.nl

Fiore Geelhoed
Dr. mr. Fiore Geelhoed is universitair docent binnen de sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Rotterdam en redactielid van Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit. geelhoed@law.eur.nl
Artikel

Mensenhandel en mensensmokkel op Curaçao: een crime-scriptanalyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden exploitation, crime scripting, situational crime prevention, Caribbean, Latin America
Auteurs Zahyanne Luisa
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains the results of a crime script analysis regarding the processes of human trafficking and human smuggling in Curaçao. The crime script analysis was conducted using data from five criminal investigations of human trafficking and seven criminal investigations of human smuggling. The results show that human trafficking in Curaçao consists of labor exploitation and sexual exploitation in bars, cafes and clubs. Young women are recruited from Colombia, Venezuela and the Dominican Republic to work as waitresses, trago girls and/or prostitutes. Once they arrive on the island, the women are dependent on the perpetrators and are subjected to exploitation In this research, two types of human smuggling have been witnessed. The first type consists of Venezuelan smugglers who transport fellow Venezuelan nationals to Curaçao by boat in exchange for payment. The second type of smugglers are Curaçao locals who rent out rooms to Venezuelans that reside on the island illegally.


Zahyanne Luisa
Z.C.R. Luisa MSc, LLM is momenteel werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.