Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 105 artikelen

x
Jaar 2021 x
Artikel

De raadsheer-commissaris in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden toezicht, enquêteprocedure, aanwijzing, bevel, onderzoek
Auteurs Mr. E.M. Soerjatin en Mr. C.L. Kruse
SamenvattingAuteursinformatie

    De raadsheer-commissaris houdt toezicht op de procesmatige kant van het onderzoek door middel van het geven van aanwijzingen aan de onderzoeker respectievelijk het geven van bevelen aan de rechtspersoon of belanghebbenden. Sinds de introductie in 2013 is de raadsheer-commissaris minstens twintig keer in actie gekomen in vijftien verschillende enquêtes.


Mr. E.M. Soerjatin
Mr. E.M. Soerjatin is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Mr. C.L. Kruse
Mr. C.L. Kruse is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.
Artikel

De positie van de onderzoeker in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden enquêteprocedure, verzoekschriftprocedure, onderzoeken, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de positie van de persoon die het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon uitvoert, de onderzoeker. Hij besteedt aandacht aan de belangrijkste taken, bevoegdheden en verplichtingen van de onderzoeker, alsmede aan enkele discussies die in dat kader spelen.


Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat ondernemingsrecht.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Strafvorderlijke normering van preventief optreden op basis van datakoppeling

Een analyse aan de hand van de casus ‘Sensingproject Outlet Roermond’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden datakoppeling, privacy, opsporing, preventief politieoptreden, dataprotectierecht
Auteurs Prof. mr. L. Stevens, Prof. mr. M. Hirsch Ballin, Mr. dr. M. Galič e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen wij onderzoek naar de vraag hoe preventief politieoptreden op basis van datakoppeling zou moeten worden genormeerd. Onze analyse is gebaseerd op het Sensingproject Outlet Roermond. Wij stellen dat bestaande wetgeving onvoldoende in staat is de privacy van burgers te beschermen als die burgers ten behoeve van preventief politieoptreden in een algoritmische risicogroep worden geplaatst. Om die reden moet nieuwe regelgeving mede worden gebaseerd op een nieuw concept: group privacy. Ook stellen wij dat een nieuwe wettelijke grondslag recht zal moeten doen aan strafvorderlijke basisbeginselen nu preventief optreden op grond van datakoppeling moet worden gezien als opsporing.


Prof. mr. L. Stevens
Prof. mr. L. Stevens is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. M. Hirsch Ballin
Prof. mr. M. Hirsch Ballin is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. Galič
Mr. dr. M. Galič is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. B. Groothoff
Mr. B. Groothoff is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. Y. Hamelzky
Mr. Y. Hamelzky is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. C. Lucas
Mr. C. Lucas is PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. K. Rasul
Mr. K. Rasul is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. S. Verijdt
Mr. S. Verijdt is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De achterdeur op een gedoogde kier?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden artikel 13b Opiumwet, Damoclesbeleid, coffeeshop, bedrijfsruimte, evenredigheid
Auteurs Mr. M. van Weeren en Mr. R. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sluiten van bedrijfsruimte die wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie voor coffeeshops op grond van artikel 13b Opiumwet, kan onder bepaalde omstandigheden onevenredig en niet noodzakelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feit dat geen sprake is van verstoring van de openbare orde, dat het pand al jarenlang wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie en geen sprake is van feitelijke handel vanuit het pand. Verder speelt de Wet gesloten coffeeshopketen een rol bij de vraag of een sluiting van 24 maanden is gerechtvaardigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal zich hier binnenkort over buigen.


Mr. M. van Weeren
Mr. M. van Weeren is werkzaam als advocaat bij Blenheim advocaten.

Mr. R. Salverda
R. Salverda is werkzaam als juridisch medewerker bij Blenheim advocaten.
Milieu

De Europese strijd tegen vervuilende single use plastics

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden milieu, Single use plastic richtlijn
Auteurs Mr. dr. J.H.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2019 werd de Richtlijn betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu vastgesteld. De auteur onderzoekt in deze bijdrage welke verplichtingen deze richtlijn in het leven roept en hoe daaraan gehoor wordt gegeven in Nederland.
    Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PbEU 2019, L 155/1-19).


Mr. dr. J.H.M. Huijts
Mr. dr. J.H.M. (Jonathan) Huijts is universitair docent aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden. Hij verrichtte daar onder andere een postdoconderzoek naar de regulering van single use plastics. Het daaruit voortgekomen onderzoeksrapport is te raadplegen op www.universiteitleiden.nl/medewerkers/jonathan-huijts#tab-1.
Praktijk

Zo moet het niet (3)

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Floris Bakels

Floris Bakels
Wetenschap en praktijk

Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Nederlands vestigingsklimaat, eindafrekening dividendbelasting, zetelverplaatsing, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse belasting op dividenden heeft door het Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting – wederom – de aandacht van de politiek en het (inter)­nationale bedrijfsleven. Invoering van het voorstel zou betekenen dat een vertrek uit Nederland door vennootschappen onder omstandigheden tot een eindafrekening voor de Nederlandse dividendbelasting gaat leiden. Invoering van het voorstel lijkt investeringen in Nederlandse bedrijven door buitenlandse (portfolio-)investeerders minder aantrekkelijk te maken, wat leidt tot een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De auteurs gaan in op diverse aspecten van het wetsvoorstel.


R. Bagci
Mr. R. (Recep) Bagci is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

R.P.C.W.M. Brandsma
Prof. dr. R.P.C.W.M. (Roland) Brandsma is partner bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Business Universiteit Nyenrode.

P. Ruige
Mr. drs. P. (Pieter) Ruige is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Vrije Universiteit.

H.R. Zuidhof
Mr. H.R. (Hugo) Zuidhof is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Artikel

Mediation à la française: de opmars van mediation in het Franse recht

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Frankrijk, mediation, Resultaten, Toezicht, Conciliation
Auteurs Marinka Schillings en Thom Verkuilen
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation is becoming ever more important in French law. For a long time, parties have been able to agree to mediate to avoid expensive and long legal proceedings. Recent reforms have extended the scope of mediation. The courts can ask parties to try and mediate, and in some areas of law, for instance disputes about less than € 5000, mediation has even become a prerequisite for being able to file a case. Whilst mediation is thus playing an important role in everyday disputes, national regulation for mediators is lagging behind. There are no thorough universal standards for mediators and there is no central disciplinary board, even though mediators’ organizations have been creating such professional rules and institutions. It is likely the advent of a mandatory attempt at mediation will lead the French legislator to adopt more universal rules for mediation.


Marinka Schillings
Marinka Schillings is advocaat-partner bij Amstel & Seine Avocats in Parijs en is tevens geaccrediteerd mediator bij het Parijse centrum voor mediation en arbitrage (CPAM).

Thom Verkuilen
Thom Verkuilen is advocaat-stagiair bij Amstel & Seine Avocats.

    This is a letter written by Brigitte Chin-A-Fat to the late Peter Hoefnagels, who was one of the Dutch pioneers in the field of divorce mediation and a professor of criminology and family law at Erasmus University Rotterdam. In 1997, TMD published an article from his hand in which he wrote how he had become inspired by the potential of divorce mediation and about his (first) experiences with this ‘new’ mode of dispute resolution in family disputes. The original article by Peter Hoefnagels, dating from 1997, is reproduced in 2021 in TMD in view of its relevance today and precedes the letter by Brigitte Chin-A-Fat.
    Hoefnagels invented the so-called ‘divorce announcement’ and introduced psychology to the legal world of divorce and family mediation. Anno 2021, there are many (legal) developments which are bound to have an impact on the reform of Dutch divorce procedure.
    The Dutch government has set up pilot projects experimenting with inter alia a ‘joint access’ to the family court. Many of these developments are in line with Hoefnagels’ suggestions to avoid harm being inflicted on the ex-spouses and notably their children to the largest extent possible. The author discusses some of the current pilot projects and connects the rationale underlying these experiments to Hoefnagels’ ideas as presented 25 years ago. She also looks into the future, notably which changes are likely to occur in the next 25 years in the field of divorce mediation.


Brigitte Chin-A-Fat
Brigitte Chin-A-Fat (1975) studeerde rechten en psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en is voormalig lid van de redactie van TMD. In 2004 promoveerde zij op een proefschrift over scheidingsmediation. Zij werkt thans in haar eigen praktijk Chin-A-Fat De Voort Familierechtadvocaten en Mediators, waarin zij haar werkzaamheden als (vFAS-)advocaat en mediator combineert. Zij is lid van de Vereniging van Collaborative Professionals en de Vereniging van Forensisch Mediators. Ook is zij trainer bij en coördinator van de mediationopleiding van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators en auteur van de Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel

Broze fundamenten en alarmerende signalen

Lessen uit het ‘cellulaire drama’ voor gesloten jeugdhulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cellular prison system, solitary confinement, shortages regular youth care, judicial juvenile institution, child protection measures
Auteurs Jolande uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, a comparison is drawn between the origins of the cellular system in the 19th century and the system of closed youth care in the 21st century. The comparison then focuses on the alarming signals from closed youth care practice and how these are dealt with. The author argues that shortages in the provision of regular youth care have led to situations in which young people are unnecessarily placed in closed youth care institutions. By focusing on eliminating this deficit closed youth care can be gradually phased out and reduced to a minimum.


Jolande uit Beijerse
Prof. mr. J. uit Beijerse is als hoogleraar Justitiële Jeugdinterventies verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De werkplek thuis, bezien in het licht van COVID-19

Breekt nood wet of maken we van de nood een deugd? De werkplek thuis is niet voor iedereen een vreugd

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden werkplek, COVID, corona, thuiswerken, arbeidsplaats
Auteurs mr. Simone Drost en mr. Willemijn Bosman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs staan stil bij het door de coronacrisis noodgedwongen thuiswerken. Het wetsvoorstel Werken waar je wilt en ontslagrechtelijke aspecten worden behandeld.


mr. Simone Drost
Simone Drost is Senior Legal Counsel Arbeidsrecht bij ABN Amro.

mr. Willemijn Bosman
Willemijn Bosman is Senior Legal Counsel Arbeidsrecht bij ABN Amro.
Peer-reviewed artikel

Access_open Toezicht in het sociaal domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden toezicht, sociaal domein, Wmo, decentralisaties, governance
Auteurs Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel komt de stand van toezicht en handhaving in het sociaal domein aan de orde. Vanaf januari 2015 zijn belangrijke taken rond maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, passend onderwijs en werk en inkomen overgeheveld naar de gemeenten. De gedachte was dat na een korte transitieperiode, via de transformatie van de manier van werken maatwerk zou worden geleverd. Gemeenten, als bestuurslaag die dicht bij de inwoners staat, zouden bij uitstek in staat zijn zo’n individuele aanpak te ontwikkelen. De veronderstelling was dat daarbij een kostenbesparing mogelijk zou zijn. Die besparing is in de vorm van een korting op de overgehevelde budgetten bij de decentralisatie toegepast. Inmiddels blijkt dat gemeenten aanzienlijke bedragen toeleggen op de gedecentraliseerde taken. Veel aandacht gaat de afgelopen jaren uit naar de overdracht van de taken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet en naar de financiële problemen waarin gemeenten terecht zijn gekomen. Ook is er veel aandacht voor de vraag hoe de taakuitvoering gestalte heeft gekregen. Wat is er terechtgekomen van het beoogde maatwerk? Lukt het om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten? Hoe staat het met de uitstroom van uitkering naar werk? Minder aandacht is er tot nu toe voor het toezicht op de taakuitvoering. In dit artikel komt de vraag aan de orde waar dat toezicht is belegd, hoe dat wordt uitgevoerd en wat de resultaten daarvan zijn. Ook komen verbetervoorstellen aan de orde.


Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het machtigingsvereiste: een machtig sturingsinstrument voor zorgverzekeraars?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden machtiging, toestemming, zorginhoudelijke criteria, zorgbehoefte, beoordeling
Auteurs Mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het machtigingsvereiste is voor zorgverzekeraars een krachtig sturingsinstrument, met name bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Het stelt hen in staat om vóóraf te beoordelen of verzekerden recht hebben op de voorgenomen zorg. De toetsing van zorgverzekeraars gaat daarbij soms echter verder dan wettelijk mogelijk lijkt. Voorts leiden recente arresten tot een intensievere beoordeling van machtigingsaanvragen.


Mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Bezint eer ge begint: de beraadtermijn voor abortus in gezondheidsrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden zwangerschapsafbreking, Wafz, wetswijziging, zelfbeschikkingsrecht, zwangerschap
Auteurs Mr. J.K. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt beargumenteerd waarom de wettelijke beraadtermijn van vijf dagen voor uitvoering van een abortus niet langer past in het huidige maatschappelijke en juridische kader, wordt de kritiek hierop behandeld en wordt, in lijn met het recente wetsvoorstel hieromtrent, gepleit voor invoering van een flexibele beraadtermijn.


Mr. J.K. de Bree
Jasmijn de Bree is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie.
Kroniek

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Auteurs Gerard Lewin en Henk Wattel
Auteursinformatie

Gerard Lewin
Mr. G.C.C. Lewin is senior raadsheer in het gerechtshof Amsterdam.

Henk Wattel
Mr. H.L. Wattel is senior raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Een voorstel om versneld te procederen in strafzaken bij het Haagse Hof

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Innovatie, Procesafspraken, Consensualiteit, Strafprocesrecht, Tardief
Auteurs Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijkheid de strafprocedure in hoger beroep op innovatieve wijze te verkorten? Hier wordt een voorstel gedaan om op basis van consensualiteit te komen tot afspraken over versnelde afdoening in oude zaken. Het proces moet fair zijn en in lijn met uitgangspunten van het Wetboek van Strafvordering. Afspraken gemaakt tussen openbaar ministerie en verdediging worden voorgelegd aan de rechter. Een ingelaste schriftelijke ronde waarin standpunten worden uitgewisseld, goede planning van openbare (avond)zittingen en strakke handhaving van termijnen moeten daadwerkelijke versnelling mogelijk maken.


Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
Hermine Wiersinga is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.
Toont 1 - 20 van 105 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.