Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Article

Access_open Migration and Time: Duration as an Instrument to Welcome or Restrict

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Migration, EU migration law, time
Auteurs Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    States apply different material conditions to attract or restrict residence of certain types of migrants. But states can also make use of time as an instrument to design more welcoming or more restrictive policies. States can apply faster application procedures for desired migrants. Furthermore, time can be used in a more favourable way to attract desired migrants in regard to duration of residence, access to a form of permanent residence and protection against loss of residence. This contribution makes an analysis of how time is used as an instrument in shaping migration policy by the European Union (EU) legislator in the context of making migration more or less attractive. This analysis shows that two groups are treated more favourably in regard to the use of time in several aspects: EU citizens and economic- and knowledge-related third-country nationals. However, when it comes to the acquisition of permanent residence after a certain period of time, the welcoming policy towards economic- and knowledge-related migrants is no longer obvious.


Gerrie Lodder
Gerrie Lodder is lecturer and researcher at the Europa Institute of Leiden University.
Artikel

Drie modellen voor eigen schuld bij strafuitsluitingsgronden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Culpa in causa, Actio libera in causa, Eigen schuld, Strafuitsluitingsgronden, Vollrausch
Auteurs Mr. R.H. (Robert) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraktijk kan de rechter een beroep op een strafuitsluitingsgrond verwerpen als blijkt dat de verdachte een zekere mate van eigen schuld heeft, ondanks dat de (overige) voorwaarden zijn vervuld. In de literatuur worden bezwaren aangevoerd tegen deze pragmatische benadering en zijn alternatieve aansprakelijkheidsmodellen tot stand gekomen: eigen schuld als zelfstandig strafbaar feit en de actio libera in causa. In deze bijdrage worden beide modellen beschreven en vergeleken met de Nederlandse benadering.


Mr. R.H. (Robert) Jansen
Robert Jansen is docent/onderzoeker strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht promotieonderzoek naar culpa in causa in het stelsel van strafuitsluitingsgronden.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Access_open Criteria voor strafbaarstelling

De integratie tussen theorie en wetgevingsbeleid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Criteria voor strafbaarstelling, Ultimum remedium, Wetgevingsbeleid, Evidence-based lawmaking
Auteurs Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse strafrecht is gebaseerd op de idee van ultimum remedium. Strafrecht kan grote gevolgen hebben voor de verdachten. Of en op welke wijze bepaald ongewenst gedrag moet worden strafbaar gesteld, vereist daarom een gedegen afweging tussen de voor- en nadelen van het strafrecht. Criteria voor strafbaarstelling bieden de wetgever een argumentatiekader aan de hand waarvan strafbaarstelling kan worden gelegitimeerd en gerechtvaardigd. In dit artikel worden de huidige strafbaarstellingtheorieën aangevuld met wetgevingsbeleid.


Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 14 januari 2020 verdedigde zij succesvol haar proefschrift, getiteld ‘Contract Tort & Crime. Criminalisation of breaches of sale contracts under Dutch and EU law’, aan Tilburg University.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Article

Access_open Changes in the Medical Device’s Regulatory Framework and Its Impact on the Medical Device’s Industry: From the Medical Device Directives to the Medical Device Regulations

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Medical Device Directive, Medical Device Regulation, regulatory, European Union, reform, innovation, SPCs, policy
Auteurs Magali Contardi
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to pharmaceutical products, medical devices play an increasingly important role in healthcare worldwide by contributing substantially to the prevention, diagnosis and treatment of diseases. From the patent law perspective both, pharmaceutical products and a medical apparatus, product or device can be patented if they meet the patentability requirements, which are novelty, inventiveness and entail industrial applicability. However, regulatory issues also impact on the whole cycle of the innovation. At a European level, enhancing competitiveness while ensuring public health and safety is one of the key objectives of the European Commission. This article undertakes literature review of the current and incoming regulatory framework governing medical devices with the aim of highlighting how these major changes would affect the industry at issue. The analysis is made in the framework of an on-going research work aimed to determine whether SPCs are needed for promoting innovation in the medical devices industry. A thorough analysis the aforementioned factors affecting medical device’s industry will allow the policymakers to understand the root cause of any optimal patent term and find appropriate solutions.


Magali Contardi
PhD candidate; Avvocato (Italian Attorney at Law).
Artikel

Access_open Criminaliteit en macht: een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden crimes of the powerful, white collar crime, hate crime, eco crime, ‘lawful but awful’
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists have by and large sought to explain crime by the deficiencies people may have. It took till the 1970s until the idea that crime can also be caused by structural power inequalities got an actual name in criminology: crimes of the powerful. Starting with the works of Willem Bonger and Edward Ross in the early 20th century, the author analyses how critical criminologists like Frank Pearce introduced the term ‘crimes of the powerful’ in the 1970s and how this concept was subsequently applied to gender- and racial inequalities, state crime, corruption et cetera, whilst pointing at the topical relevance of using a lens of ‘crimes of the powerful’ as a sensitising concept to analyse present-day problems, ranging from sexual abuse in the Roman Catholic church to the banking sector or indeed the expropriation of indigenous lands in the Amazon by soy-farmers and timber traders.


Prof. dr. René van Swaaningen
René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Top-down and out?

Reassessing the labelling approach in the light of corporate deviance

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden labelling, corporate crime, moral entrepreneurs, peer group, late modernity
Auteurs Anna Merz M.A.
SamenvattingAuteursinformatie

    Multi-national corporations are increasingly facing attention and disapproval by different actors, including authorities, public and (non-) commercial organizations. Digital globalization and especially social media as a low-cost, highly interactive and multidirectional platform shape a unique context for this rising attention. In the literature, much attention has been devoted to top-down approaches and strategies that corporations use to avoid stigmatization and sanctioning of their behaviour. Reactions to corporate harm are, however, seldom researched from a labelling perspective. As a result, corporations are not considered as objects towards whom labelling is targeted but rather as actors who hamper such processes and who, as moral entrepreneurs, influence which behaviour is labelled deviant. Based on theoretical analysis of literature and case studies, this article will discuss how the process of labelling has changed in light of the digitalized, late-modern society and consequently, how the process should be revisited to be applicable for corporate deviance. Given a diversification of moral entrepreneurs and increasingly dependency of labelling and meaning-making on the online sphere, two new forms of labelling are introduced that specifically target institutions; that is bottom-up and horizontal labelling.


Anna Merz M.A.
Anna Merz is promovendus aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Tweede kansen, stigma’s en de praktijk van het civielrechtelijk bestuursverbod

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden civielrechtelijk bestuursverbod, bestuursverbod, faillissementsfraude, curator, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. M. Neekilappillai en Mr. dr. N.T. Pham
SamenvattingAuteursinformatie

    Het civielrechtelijk bestuursverbod biedt de curator en het Openbaar Ministerie een instrument om faillissementsfraude effectiever te bestrijden. Op basis van rechtspraakanalyse en interviews met betrokken curatoren wordt betoogd dat het civielrechtelijk bestuursverbod geen geschikt instrument is voor het aanpakken van onkundige maar bonafide bestuurders.


Mr. M. Neekilappillai
Mr. M. Neekilappillai is als promovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Burgerlijk recht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Discussie

Access_open Europe Kidnapped

Spanish Voices on Citizenship and Exile

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden migration, exile, citizenship, Europe, Spanish civil war
Auteurs Massimo La Torre
SamenvattingAuteursinformatie

    Exile and migration are once more central issues in the contemporary European predicament. This short article intends to discuss these questions elaborating on the ideas of two Spanish authors, a novelist, Max Aub, and a philosopher, María Zambrano, both marked by the tragic events of civil war and forced expatriation. Exile and migration in their existential perspective are meant as a prologue to the vindication of citizenship.


Massimo La Torre
Massimo La Torre is Professor of Legal Philosophy, Magna Græcia University of Catanzaro (Italy).
Artikel

Access_open ‘Lid van het Nederlandse matriciaat’

Interview met Abram de Swaan

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden violence, compartimentalization, social theory
Auteurs Dr. Bas van Stokkom en Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bas van Stokkom and Marc Schuilenburg discuss work and life of the Dutch sociologist Abram de Swaan. The article is based on an interview the authors conducted with de Swaan as well as themes that de Swaan developed in his published work. The article discusses in particular themes such as violence and compartimentalization, the work of Norbert Elias, and public sociology.


Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Peer reviewed

Access_open Mediaberichten, framing en hypes: over de relatie van media en criminaliteit en de analyse hiervan

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Framing analyse,, Mediahypes, Moral panic, Oudejaarsnacht in Keulen, Bus incident in Gouda
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution discusses the supplementary value of media analyses to understanding the relationship between media and crime. Analyses of media framing and media hypes are discussed on the basis of two cases: the case of New Years Eve in Cologne in 2015 and the “bus incident” of Moroccan Dutch youngsters in Gouda in 2008. The two cases presented here illustrate the significance of media analysis in criminology and its relevance in a media society. Analyses of the media representation and the societal reactions show the influence of media on the image building about crime. Since media are a predominant force of modern society and mediatization is a characteristic of the present tense, media representation has a great impact on the perceptions of crime and punishment, and our reality.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Gevallen helden van bedrijfsleven en openbaar bestuur

De ‘fall from grace’ van witteboordencriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden white-collar crime, status degradation, sanctioning, executives, punishment
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en Drs. Dennis Lesmeister
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, it is generally assumed that the high social status of white-collar offenders prevents them of being targeted by criminal law enforcement. But when they do, they suffer greater social and economic damage because of this high social status. Empirical research on the consequences of criminal law enforcement and conviction for white-collar offenders is scarce, and limited to the US and the UK. This paper used biographies of convicted former executives in business and public office in the Netherlands, to analyse these consequences and the process of the ‘fall from grace’ of white-collar offenders. The consequences are described in four life-domains: health, the private sphere, the occupational sphere and the social sphere. The results show that Dutch executives, in line with findings for the Anglo-American white-collar offenders, experience status degradation and suffer much collateral damage of criminal law enforcement. After the initial horror of imprisonment, they endure prison life fairly well. Individual competences and remaining social and economic capital enable them to return to normal life, although they cannot return to pre-conviction levels of social status.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Dennis Lesmeister
Drs. Dennis Lesmeister is veroordeeld in de Klimop-zaak en is geassocieerd onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Consumenten

Oude wijn in nieuwe zakken? Modernisering van het Europese consumentenrecht (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, Fitness check
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
Auteursinformatie

Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    In Confédération paysannes oordeelde het Hof dat mutagenesetechnieken ontwikkeld na het vaststellen van de doelbewuste introductie van GGO Richtlijn, waaronder bijvoorbeeld CRISPR/CAS9, binnen de werkingssfeer van de GGO Richtlijn vallen. Tegelijkertijd concludeerde het dat de uitzondering voor GGO’s verkregen door ‘mutagenese’, vervat in Annex I B, niet geldt voor deze nieuwe technieken, en daarom aan een risicobeoordeling moeten worden onderworpen. Deze oudere en zich als veilig bewezen GGO’s mogen volgens het Hof van Justitie echter wel aan nadere nationale regels worden onderworpen (partiële harmonisatie). De resulterende uitbreiding van de reikwijdte van deze kaderrichtlijn naar GGO’s verkregen door gerichte mutagenese heeft repercussies voor alle wetgeving waarin het begrip ‘GGO’ centraal staat.
    HvJ 25 juli 2018, zaak C-528/16, Confédération paysanne, Réseau Semences Paysannes, Les Amis de la Terre Frane, Collectif Vigilance OGM et pesticides 16, Vigilance OG2M, CSFV49, OGM daners, Vigilance OGM 33, Fédération Nature et Progrès/Premier ministre, Ministre de l’Agriculture, de Agroalimentaire et de la Forêt, ECLI:EU:C:2018:538.


Prof. mr. J. Somsen
Prof. mr. J. (Han) Somsen is hoogleraar EU-recht aan de Tilburg Law School.
Artikel

Artsen en moreel ondernemerschap. De casus van de normalisering van verslavende opioïde pijnstillers in de Verenigde Staten

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Opioid crisis, Addictive painkillers, Medical doctors, Moral entrepreneurs, Big Pharma
Auteurs Dr. Thaddeus Müller
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, I am using Becker’s concept of moral entrepreneur to analyse the role of pain specialists in the labelling process, which has led to the normalisation of the use of opioid painkillers in the United States and ultimately to the death over 200.000 Americans. In general, the literature on labelling centres on crusading reformers, and the criminalisation and stigmatisation of transgressive behaviour. Here I will focus on the moral entrepreneurship of medical experts. What was their role in the normalisation process of opioid painkiller use and are there any similarities with the strategies of crusading reformers? My findings, based on qualitative analysis of documents such as newspaper articles and academic publications, show that, with two exceptions, pain specialists use the strategies of moral crusaders. First, in their narratives, pain specialists represented themselves as neutral objective experts without the emotional stance of moral crusaders. The second exception, which is related to the first, is that there was less emphasis in their narrative on creating villains, as they could not blame openly standard medical practice because they needed the support of the established medical world in order to normalise and legalise opioid painkillers.


Dr. Thaddeus Müller
Thaddeus Müller Docent criminologie, Lancaster University t.muller@lancaster.ac.uk
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Artikel

Over de grenzen van de criminologie

Internationale betrekkingen en de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden international criminology, international relations, international crimes
Auteurs dr. Maartje Weerdesteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists decided over the last few decades that it is important to study international crimes, meaning genocide, crimes against humanity and war crimes, from a criminological perspective. With the international community taking up the responsibility to protect populations from these crimes and the prominence of international criminal justice on the world stage, it is argued that international criminology should embrace international relations more as an important sub-discipline.


dr. Maartje Weerdesteijn
Dr. Maartje Weerdesteijn is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie en onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice, Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.weerdesteijn@vu.nl.
Artikel

Access_open Theoretische vernieuwing in de criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Theoretical innovation, Scientific revolutions, Power-knowledge complex, Sensitising theory, Integrative theory
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen en Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article starts off with an exposé of what ‘theoretical innovation’ means in the social sciences. The development of criminology is considered to be a result of (1) historical and cultural developments, (2) political-economic developments, (3) developments in other academic disciplines and (4) reactions to or specifications of other theoretical perspectives in criminology itself. Paradigm shifts in criminology are characterised by an individualistic and positivist aetiological turn in its early days; a sociological turn towards a ‘criminology of the lawmaker’ from the late 1950s on; and a return to positivism in the neoliberal and neoconservative turn of the 1990s. The new century ushers in a new epistemological break in criminology, in which globalisation, global warming, migration, human rights and the implications of cyberspace ‘force’ criminologists to overcome their anthropocentric and colonial character biases.


Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.
Toont 1 - 20 van 79 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.