Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht is ter consultatie gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht. In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het voorontwerp de voorgestelde wijzigingen in het BW en Rv. |
Zoekresultaat: 15 artikelen
Jaar 2015 xArtikel |
Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015 |
Trefwoorden | privaatrechtelijke handhaving, Europees mededingingsrecht, schadevergoeding, inbreuk op het mededingingsrecht |
Auteurs | Mr. dr. E.J. Zippro |
SamenvattingAuteursinformatie |
Redactioneel |
Interventies van onderop – de toekomst? |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2015 |
Auteurs | Annie de Roo en Eric Lancksweerdt |
Auteursinformatie |
Artikel |
Art. 3:305a lid 2 BW schiet zijn doel voorbij! |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015 |
Trefwoorden | belangenbehartiging, collectieve actie, massaschade, rechtsbescherming, groepsactie |
Auteurs | Mr. K. Rutten |
SamenvattingAuteursinformatie |
Aan art. 3:305a lid 2 BW is een zin toegevoegd over (niet-)ontvankelijkheid van rechtspersonen omdat getwijfeld werd aan de zuiverheid van de motieven van bepaalde ad-hoc claimstichtingen. Aan de hand van twee uitspraken staat de auteur stil bij de rol en functie van commerciële belangenbehartigers in het collectieve actierecht en behandelt hij de vraag of deze toevoeging aan art. 3:305a lid 2 BW niet haar doel voorbijschiet. |
Artikel |
Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever |
Tijdschrift | RegelMaat, Aflevering 5 2015 |
Trefwoorden | meergelaagde rechtsorde, private regulering |
Auteurs | Prof. dr. J.M. Smits |
SamenvattingAuteursinformatie |
Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld. |
Casus |
Urgenda: een typisch gevalletje rechter, wetgever of politiek? |
Tijdschrift | RegelMaat, Aflevering 5 2015 |
Trefwoorden | Urgenda, klimaatverandering, gevaarzetting, beleidsvrijheid, doorkruising machtenscheiding |
Auteurs | Prof. dr. R.A.J. van Gestel |
SamenvattingAuteursinformatie |
Het vonnis van de Haagse rechtbank in de zaak Urgenda tegen de Staat der Nederlanden heeft wereldwijd de aandacht getrokken. Het bevel van de rechter aan de Staat om meer te doen om de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent ten opzichte van 1990 te verminderen heeft zowel lof als kritiek geoogst in de (internationale) media en literatuur. Milieuorganisaties loven de durf van de rechtbank om de Staat via het onrechtmatigedaadsrecht te houden aan internationaal overeengekomen CO2-reductiedoelstellingen. Staatsrechtgeleerden hekelen het vonnis daarentegen omdat de rechter te activistisch zou hebben geopereerd, te veel op de stoel van de wetgever en de politiek zou zijn gaan zitten en onvoldoende rekening houdt met de beleidsvrijheid van de Staat. De vraag is echter of deze kritiek niet uitgaat van een te eenzijdige lezing van het vonnis en van verouderde denkbeelden over de rol van de rechter binnen de trias politica. |
Artikel |
De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015 |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015 |
Trefwoorden | artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body |
Auteurs | Mr. J.T. Hiemstra |
SamenvattingAuteursinformatie |
Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren. |
Artikel |
De Nederlandse wetgever en andere normenstelsels: op zoek naar het recht der werkelijkheid |
Tijdschrift | Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015 |
Trefwoorden | multilevel lawmaking, Dutch legislator, private regulation, coherence of law |
Auteurs | Jan Smits |
SamenvattingAuteursinformatie |
It is well known that the role of the national legislator in setting legally relevant norms is rapidly changing under the influence of increasing Europeanization, globalization and privatization. Today the national legislator is only one of the relevant norm-setters. This contribution considers the role that the Dutch legislator sees for itself in this emerging multilevel legal order. To this end, six themes of fundamental importance in a multilevel order are explored: (1) the question of when government regulation is to be preferred over private regulation; (2) the question of at which level of government (national, European, sub-national or supranational) a topic is preferably dealt with; (3) the role of the national legislator in realizing the cognoscibility and coherence of law; (4) the preferred way of implementing EU directives; (5) the question of whether the national legislator must refer to codes of conduct, certification and norms of standards bodies, and if so how; (6) the question of whether the national legislator must position its own national law on the international ‘law market.’ |
Artikel |
Bemiddeling bij Belgische class actions |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015 |
Trefwoorden | massaschade, collectieve afwikkeling, consumentengeschillen, class action |
Auteurs | Marc Taeymans |
SamenvattingAuteursinformatie |
The author discusses the details of the new Belgian statute on class actions. An intriguing part of the new legislation is that friendly negotiations between the disputing parties are strongly encouraged, yet the intervention of a professional mediator is wholly absent from the law. This is surprising, as the author emphasizes, in view of the procedural safeguards that mediation entails, safeguards that could also be of use in mass litigation. |
Boekbespreking |
Verzekering en ADR |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015 |
Auteurs | Peter van Schelven |
Auteursinformatie |
Praktijk |
Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland |
Tijdschrift | Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade |
Auteurs | J. Houdijk en T. Schäfers |
SamenvattingAuteursinformatie |
De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’. |
Artikel |
When it takes thousands to tangoOver de buitengerechtelijke collectieve afwikkeling van massaschade in Nederland en België |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | mass damage claims, collective settlement, high profile mediation, shadow of the settlement, 2013 European Commission Recommendation on settling mass damage claims (informal mechanisms) |
Auteurs | Rob Jagtenberg en Stefaan Voet |
SamenvattingAuteursinformatie |
In this article the authors compare Belgian and Dutch (draft) regulation of mass damage claims, and notably the prominent place reserved for the collective amicable settlement of such claims. Though collective action for the recovery of damage is still not possible in the Netherlands, Dutch law does provide for the possibility of the court endorsing collectively agreed settlements, since 2005. One of most notorious settlements, i.e. the Dexia case, is discussed, illustrating how individual victims may retain their standing to sue in court, although in such cases the courts show a tendency to cling to the terms of the collective settlement just the same (‘reflex effect or shadow of the settlement’). Mediation in brokering such high profile settlements does not necessarily follow the vested principles of mediation in ‘regular’ one to one disputes. |
Redactioneel |
Regelgeving voor informele conflictoplossing |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015 |
Auteurs | Rob Jagtenberg en Stefaan Voet |
Auteursinformatie |
Artikel |
Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver? |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek |
Auteurs | Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant |
SamenvattingAuteursinformatie |
In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs. |
Artikel |
Belgische consumenten-class action |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | massaschade, class action, consumenten, België |
Auteurs | Dr. S. Voet |
SamenvattingAuteursinformatie |
De Belgische wet van 28 maart 2014 voegde in het Wetboek van economisch recht een rechtsvordering tot collectief herstel (of class action) in. Deze bijdrage bespreekt dit nieuwe instrument, dat enkel van toepassing is op consumenten-massaschade. Vooreerst komen de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden aan bod: de rechtsvordering moet een inbreuk betreffen op één of meerdere Belgische of Europese consumentenwetten, zij moet worden ingesteld door een geschikte groepsvertegenwoordiger (die enkel een vereniging kan zijn) en de rechtsvordering tot collectief herstel moet doelmatig zijn. Vervolgens wordt het facultatieve opt-in- of opt-out-systeem besproken. Tot slot wordt dieper ingegaan op de vier fases van de procedure: de ontvankelijkheidsfase, een verplichte onderhandelingsfase, de eventuele gegrondheidsfase en de uitvoeringsfase. |