Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2013 x
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.

    In this interview with prominent representatives of the British Acas and the Belgian Social Mediators Service important developments in the ADR labour practice are discussed. In particular, the impact of the financial crisis and the ever advancing globalization process on the labour negotiating climate is the centre of attention.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en mediator.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en verricht aldaar vergelijkend onderzoek naar mediation en conflictmanagement in Europa. Tevens is hij redacteur van TMD.

    D'après le Code civil, et ce dè s son origine, la séparation du couple marié peut donner lieu à une obligation légale de payer au conjoint, ou à l'ancien conjoint, une pension censée couvrir ses besoins. En dehors du mariage, point de lien alimentaire prévu par la loi. Depuis 1804, deux évolutions sociales majeures ont cependant changé le visage de la vie de couple. D'un côté, elle ne passe plus nécessairement par le mariage. D'un autre côté, seule sa dimension affective est censée lui donner sens, ce qui la rend éminemment fragile. La question se pose dè s lors de savoir si le lien alimentaire qui existe actuellement en droit belge entre conjoints désunis répond encore de maniè re adéquate et pertinente aux modes de fonctionnement de l'économie conjugale.
    ---
    According to the Civil code, and in view of its development, the separation of a married couple can give rise to a legal obligation to pay maintenance to the other spouse, or ex-spouse, in order to cover his or her needs. In contrast, outside marriage, no statutory maintenance is available. However, since 1804, two major social evolutions have changed the way of life of couples. On the one hand, maintenance no longer flows inevitably from marriage. On the other hand, only the ‘love’ dimension of a relationship supports the provision of maintenance, which makes this claim eminently fragile.
    The question then arises as to whether the maintenance between separated spouses which is presently provided for under Belgian law still adequately and appropriately serves the functioning of the conjugal economy.
    In addition, the absence of maintenance rights for unmarried couples also raises questions. The contribution proposes a reconsideration of the right to maintenance between all couples, married or not, on the basis of other justifications, in particular the solidarity which couples establish during their shared lives.


Dr. Nathalie Dandoy
Nathalie Dandoy is lecturer at the catholic University of Louvain. She is member of the research centre of Family Law (Cefap-UCL). Her main research area concerns the maintenance rights between family members. She is member of editorial committee of Revue trimestrielle de droit familial and Journal des Juges de paix et de police.
Artikel

AWBZ: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken?

HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259: vrijwillig uitbetalen revisited

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden AWBZ, opeisbaarheid, uitbetalen, uitkeren, HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259, vrijwillig
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is een vermogensinkomensbijtelling ingevoerd in de AWBZ. Hoens gaat in op de vraag of dit gevolgen heeft voor het antwoord op de vraag of (testamentaire) opeisbaarheid van de erfdelen gewenst of nodig is, zodra er sprake is van een (dreiging van een) door de vermogensinkomensbijtelling veroorzaakte vermogensintering. Bij de beantwoording staat de verzorging van de langstlevende voorop. Dat bij dit alles eenvoud het kenmerk van het ware ís, en kán zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1991, NJ 1992, 259.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. Hoens is als docent/onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en is estate planner te Nijmegen (f.hoens@jur.ru.nl).

Leo van Garsse
Leo van Garsse is werkzaam als assistent aan de Ugent, Vakgroep Sociale Agogiek. Tevens is hij als vrijwillig wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans.

J. Kampman LL.B.
J. Kampman LL.B. is masterstudent privaatrecht en strafrecht aan de UvA; diens masterscriptie heeft als basis gediend voor dit artikel.
Artikel

Fiscale aspecten van de internationale jointventurestructuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, inbreng van activa, renteaftrekbeperkingen, deelnemingsvrijstelling, buitenlandse belastingplicht
Auteurs Mr. J.L. van Cappellen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de fiscale aspecten van de internationale jointventure-structuur, in het bijzonder de aspecten op het gebied van de vennootschapsbelasting en dividendbelasting, bij de totstandkoming, tijdens het bestaan en de opheffing van de joint venture. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat zowel de (Nederlandse) joint venture als de (Nederlandse of buitenlandse) jointventure-partners kapitaalvennootschappen zijn.


Mr. J.L. van Cappellen
Mr. J.L. van Cappellen is belastingadviseur bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Policies within forensic psychiatry can be characterized by the on-going search for balance between the interests of stakeholders. These interests vary in a lot of cases. The interest of society, the patient and the professional differs within a complex framework of political, ethical and juridical guidelines and scientific evidence. These differences are illustrated from a management’s point of view by describing the treatment issues in regard to forensic psychiatric inpatients with substance abuse disorders. Treatment policies on drug use during treatment balance between treatment guidelines and restrictive measures. These restrictions have to be adjusted to the necessary treatment programmes for developing new pro social lifestyles. The treatment policy on relapse and leave should balance between patient needs and the needs of society. The result of this interesting but also challenging and complex quest depends on the sensitivity of stakeholders for the interests of the others.


E. Bulten
Dr. Erik Bulten is als hoofd Diagnostiek, onderzoek en opleiding verbonden aan de FPC Pompestichting te Nijmegen.

J. Groeneweg
Ir. Joke Groeneweg is algemeen directeur van de FPC Pompestichting te Nijmegen.

    The Dutch Social Support Act aims at a bigger role for the civil society in informal care. This appeal includes churches. In this article, the question is: do churches indeed want to participate more in social support? And what is subscribed to churches in the Social Support Act?
    Formal documentation of all denominations formulate an active role of churches, both in society in general and more specifically in social support. In national legislation, the Social Support Act does not describe clearly what its expectations of churches are. This is partly so because the Law only gives a general frame for new policy, and local governments make their own policy based on their specific local situation. Local government show a wide variety of possible roles they expect from churches. These roles differ in some aspects from the roles churches describe themselves. Churches themselves do not clearly communicate to governments what they are willing and capable to do in the field of social support; maybe so because they do not realized yet how big the changes induced by the Social Support Act are.


Marja Jager-Vreugdenhil
Dr. ir. M. Jager-Vreugdenhil is onderzoeker bij het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. mjager@gh.nl.
Artikel

Veiligheid in een laatmoderne cultuur

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden security culture, neoliberalism, neoconservatism, liquid policy
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    This introduction aims to position the present-day ‘liquid’ security culture in the context of cultural and political developments. Key-words in the cultural patterns in which the new ‘liquid policy’ and ‘new toughness’ is embedded are fear, precaution, late modern anomie and a social hypochondria towards everything that deviates from one’s ‘own’ culture and identity. These cultural phenomena have been translated in political terms, that are divided into neoliberal and neoconservative tendencies. The neoliberal turn in safety politics have resulted in a depoliticisation of democratic decision making, a desolidarisation of ideas on community safety and a deregulation of safety policies. Neoconservative tendencies are reflected in a resentment towards ‘the elites’, ‘the underclass’ and foreigners and a punitive populism, in which claims for stiffer sentences are continuously swept up, regardless of the effect they may have.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg doceert aan de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Website: www.marcschuilenburg.nl. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar internationale en comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Private equity – wat is het en hoe is het gereguleerd in Nederland?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden private equity, werkwijze, regelgeving, Nederland, AIFM-richtlijn
Auteurs Mr. C.D. Spetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Private equity richt zich op het werven van fondsen en het verkrijgen van veel vreemd vermogen (leverage) om daarmee investeringen te doen in portfolio-ondernemingen. Na de nodige bedrijfsverbeteringen, vindt de exit plaats met als doel hier een zo hoog mogelijk rendement op te halen. Hoewel de regelgeving voor private equity-partijen momenteel beperkt is in Nederland, zal hier verandering in komen met de komst van de AIFM-richtlijn; naast een vergunningplicht brengt deze richtlijn meerdere doorlopende informatieverplichtingen met zich mee.


Mr. C.D. Spetter
Mevrouw Spetter heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.

    Ook bij toepassing van het bubble-concept dient de totale emissie te voldoen aan het prestatieniveau dat bij BBT hoort

Artikel

Recherche, rechercheur... recherchekundige!

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Recherchekundige master, Justitiële dwalingen, Politie, Tunnelvisie
Auteurs Miriam Visser MCI
SamenvattingAuteursinformatie

    Following the evaluation regarding the judicial error in the Schiedam park murder (‘Schiedammer parkmoord’), the Public Prosecutor, Police and the Netherlands Forensic Institute (NFI) have drawn up an enhancement program to prevent future errors. Part of this program is to fill 20% of the posts within the police investigation process with those who have completed a higher education study of ‘criminal investigation’ and have obtained the Master of Criminal Investigation (MCI) title. One of the MCI’s tasks is to act as counterparties within the investigation research, to reduce the tunnel vision that develops within these investigations. In this way, more attention can be paid to alternative scenarios, so that judicial errors are less likely to occur.


Miriam Visser MCI
Bc. Miriam Visser MCI (1978) is in 2005 afgestudeerd als inspecteur aan de Politieacademie. In 2009 studeerde zij af als recherchekundige doorstromer. Tussen 2000 en 2010 was zij onder andere werkzaam als tactisch rechercheur bij de Politie Utrecht en als recherchekundige bij de afdeling Zware Georganiseerde Criminaliteit binnen de Politie Amsterdam-Amstelland. Sinds 2011 werkt zij als internationaal fraudeonderzoeker bij ING Insurance. In 2009 stond zij aan de wieg van Alumnivereniging Ascensio voor de recherchekundige master; sinds de formele oprichting in 2012 vervult ze daarin de rol van penningmeester.
Jurisprudentie

2013/16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Psychiater, psychotherapeutische relatietherapie, behandelrelatie beëindigd, geldelijke gift niet verboden of ongewenst, opgelegde maatregel berisping vervalt
Artikel

Geoorloofde uitkeringen in de zin van artikel 2:216 van het Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden uitkeringstest, liquiditeit, negatief eigen vermogen
Auteurs Mr. E. Holtman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de geoorloofdheid van uitkeringen onder de uitkeringstest van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de daarbij te hanteren beoordelingsmethoden.


Mr. E. Holtman
Mr. E. Holtman is kandidaat-notaris bij Stibbe.
Artikel

Het buitenlands aanmerkelijkbelangregime in de vennootschapsbelasting

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden vennootschapsbelasting, dividendbelasting, aanmerkelijk belang, kunstmatige constructies, antimisbruik
Auteurs Drs. D.E. den Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het buitenlands aanmerkelijkbelangregime in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Op grond van deze antimisbruikbepaling wordt het inkomen verkregen door een in het buitenland gevestigde vennootschap uit een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap in de heffing van Nederlandse vennootschapsbelasting betrokken, als dit belang wordt gehouden met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen het ontgaan van Nederlandse inkomstenbelasting en/of dividendbelasting.


Drs. D.E. den Dekker
Drs. D.E. den Dekker is belastingadviseur bij Loyens & Loeff te New York.
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Access_open Financiële verhoudingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Financiële betrekkingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties, Scheiding van kerk en staat., Gebedshuizen, Geestelijk bedienaren, Geestelijk verzorgers
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Financial relationships between state, churches and religious organisations have existed for a long time in Dutch history. This could be understood from a general interest point of view in the nineteenth century and the social welfare state. However, that century and the welfare state do not exist anymore. Also society and people have changed. Do the financial relationships still exist nowadays and if so, to what extent and how should one assess these financial relationships? In order to deal with these questions, the article gives a comprehensive overview of the current situation of different financial relationships between state and religious organisations against a constitutional and historical background. It is argued that most of these relations are legitimate under certain conditions and that the constitutional framework of separation of church and state should not be overestimated in this field.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is coördinerend senior adviseur constitutionele zaken/grondrechten, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en gastdocent/-onderzoeker, afdeling Staats- en bestuursrecht, VU Amsterdam. Paul.Sasse@minbzk.nl.

Carel Smith
Carel Smith is Associate Professor of Legal Philosophy at Leiden University.
Artikel

Planning en sociale zekerheid. De eigen bijdrage in de AWBZ. Steekt verplichte vermogensintering (weer) de kop op? (II)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 01 2013
Trefwoorden levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.