Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 601 artikelen

x
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Het vermogen van een beëindigde rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ontbinding, vereffening, rechthebbende, baten, toebehoren
Auteurs Mr. B. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Een rechtspersoon kan ophouden te bestaan ondanks de aanwezigheid van baten. Vervolgens is het onduidelijk of het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan, of dat het met de rechtspersoon eindigt. De auteur komt in dit artikel tot de conclusie dat het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan.


Mr. B. van der Wal
Mr. B. van der Wal is docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Contracteren in de platformeconomie

De derde-aanbieder als zwakke partij

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden platformen, algemene voorwaarden, p2b-Verordening, servicenormen, rechtsbescherming
Auteurs Prof. dr. mr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    In de platformeconomie zijn consumenten niet de enige zwakke partij. Ook aanbieders die hun producten of diensten aanbieden via een platform dat ook eigen aanbod heeft (‘derde-aanbieders’), hebben vaak een zwakke onderhandelingspositie en worden gebonden aan strenge voorwaarden en prestatienormen. In dit artikel onderzoekt de auteur welke bescherming derde-aanbieders genieten tegen strenge servicenormen van online platformen, in het bijzonder onder de Europese platform-to-business-Verordening en de algemenevoorwaardenregels uit het BW.


Prof. dr. mr. V. Mak
Prof. dr. mr. V. Mak is hoogleraar civiel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het ontbinden van een overeenkomst en de Tenzij-jurisprudentie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontbinding, Tekortkoming, Tenzij-clausule, Rechtszekerheid, Eigen Haard
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Meijers heeft een ontbindingsregime ontwikkeld dat voornamelijk was geënt op het (eenzijdig) belang van de schuldeiser. De Hoge Raad heeft zowel voor als na de invoering van het BW het door Meijers ontworpen regime mijns inziens gerelativeerd door bij de beoordeling van de ontbindingsbevoegdheid de belangen van de schuldenaar via een open belangenafweging te laten meewegen. In de Tenzij-jurisprudentie heeft de Hoge Raad zijn eerdere – meer gefragmenteerde – rechtspraak op het gebied van ontbinding bevestigd en gepresenteerd als een meer coherent systeem. Alhoewel het misschien (rechtspolitiek) wenselijk kan zijn om de belangen van een schuldenaar zwaarder te laten meewegen, wordt hiermee wel afbreuk gedaan aan het – aanvankelijk – scherpe normenkader van artikel 6:265 lid 1 BW. De auteur betoogt dat als gevolg daarvan de ontbindingsrechtspraak minder voorspelbaar is. Zo valt in het Tenzij-arrest op dat voorzieningenrechter en hof tot verschillende uitkomsten komen. De onvoorspelbaarheid wordt volgens de auteur versterkt doordat de omstandigheden die de rechter bij een beslissing over een ontbinding kan meewegen, zowel aan de kant van de schuldeiser als aan die van de schuldenaar, tot het moment van vonnis moving targets kunnen zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2021

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Wet franchise, Non concurrentiebeding, Jurisprudentie
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie op het gebied van het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. Ook wordt stilgestaan bij de invloed van de Wet franchise op postcontractuele non-concurrentiebedingen in franchiseovereenkomsten.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

Access_open De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter

Bespreking van het proefschrift van mr. J. Broese van Groenou

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden erfpacht, toestemming, canon, redelijkheid en billijkheid, erfpachtvoorwaarden
Auteurs Mr. J.M. Milo
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze dissertatie analyseert het recht van erfpacht, in de individuele rechtsverhouding tussen de gerechtigden, eigenaar en erfpachter. Verbintenisrechtelijke normen – ook Europees-consumentenrechtelijke – vervullen een belangrijke functie in de beslechting van geschillen over toestemming, canon en beëindiging, en in de rechtsontwikkeling van erfpacht, zo blijkt uit een mooi en lezenswaardig onderzoek, empirisch-historisch van aard, aan twee eeuwen erfpacht, in doctrine en, met name rechtspraak.


Mr. J.M. Milo
Mr. J.M. Milo is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht
Artikel

Constructive dismissal en de Wwz

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Billijke vergoeding, Initiatief van de werknemer, Beëindiging arbeidsovereenkomst, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Additionele schadevergoeding
Auteurs mr. Tom Arntz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de mogelijkheden voor werknemers om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever gecompenseerd te krijgen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf doet eindigen. De verschillende beëindigingsmodaliteiten die de werknemer ten dienste staan worden geanalyseerd. In tegenstelling tot bij een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW, is bij de opzegging door de werknemer en bij ontslagname op staande voet onduidelijk in hoeverre de werknemer gecompenseerd kan worden. De auteur stelt zich op het standpunt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:686 BW.


mr. Tom Arntz
Tom Arntz is advocaat bij Citius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De vordering tot vergoeding van koersgerelateerde schade geleden door aandeelhouders en optiebeleggers

Over afgeleide schade van aandeelhouders en ‘dubbel afgeleide’ schade van optiebeleggers

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden Poot/ABP-doctrine, afgeleide schade, benadeelde aandeelhouder, benadeelde optiebelegger, optiemarkt
Auteurs Mr. H.W. Haksteeg en Mr. drs. A.C.W. Pijls
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij koersschade dient onderscheid te worden gemaakt tussen schade die beleggers direct lijden als gevolg van misleidende berichtgeving en schade die zij indirect lijden als gevolg van de normschending van een derde jegens de beursvennootschap. Laatstgenoemde afgeleide of ‘dubbel afgeleide’ schade komt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen voor vergoeding in aanmerking. De auteurs behandelen beide vormen van afgeleide schade en de bijbehorende Poot/ABP-doctrine en bespreken de (al-dan-niet) vergoeding van directe en ‘dubbel afgeleide’ schade geleden door optiebeleggers.


Mr. H.W. Haksteeg
Mr. H.W. Haksteeg heeft recent zijn master Ondernemingsrecht afgerond aan Erasmus School of Law (ESL).

Mr. drs. A.C.W. Pijls
Mr. drs. A.C.W. Pijls is universitair docent Ondernemingsrecht en Financieel recht aan Erasmus School of Law (ESL).
Artikel

Sustainability sells?

Over de toekomstige duurzaamheidsregelgeving voor de financiële sector en de impact op de relatie met de cliënt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden taxonomie, duurzaamheid, klimaat, financiëlemarktdeelnemer, zorgplicht
Auteurs Mr. drs. S.A.M. Vermeulen en Mr. F.W.J. van der Eerden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geven de auteurs een overzicht van de toekomstige (informatie)verplichtingen voor financiële ondernemingen in het kader van duurzaamheid, met name op basis van de Taxonomie- en Transparantieverordening. Ook gaan zij in op de mogelijke civielrechtelijke impact daarvan op de verhouding met retailbeleggers die ‘duurzame’ financiële producten afnemen.


Mr. drs. S.A.M. Vermeulen
Mr. drs. S.A.M. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.

Mr. F.W.J. van der Eerden
Mr. F.W.J. van der Eerden is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.
Artikel

Access_open De discriminerende werking van de algemenevoorwaardenafdeling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden algemene voorwaarden, voorrangsregels, verkeersvrijheden, uitvoerbeperking, discriminatieverbod
Auteurs Mr. L.M. van Bochove en Mr. T.J. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken hoe art. 6:247 lid 2 BW, dat de algemenevoorwaardenafdeling uitschakelt voor internationale overeenkomsten, zich verhoudt tot het Europese recht. Zij concluderen dat de bepaling verenigbaar is met de Rome I-Verordening, maar strijdig met het discriminatieverbod dat voortvloeit uit de verkeersvrijheden. Ook doen zij een voorstel tot wetswijziging.


Mr. L.M. van Bochove
Mr. L.M. van Bochove is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Access_open De verklaring voor recht, voldoende belang(rijk)?

Over het belang bij declaratoire vordering na afwijzing condemnatoire vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden proceseconomie, processueel belang, genoegdoening, rechtsherstel, subjectief recht
Auteurs Dr. P. Gillaerts en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Een recent arrest van de Hoge Raad bevestigt het zelfstandige belang bij een verklaring voor recht als genoegdoening voor een rechtsschending, ook indien de daarop voortbouwende veroordelende vorderingen stranden. In dit licht duiden de auteurs de speelruimte bij de declaratoire vordering in het verbintenissenrecht.


Dr. P. Gillaerts
Dr. P. Gillaerts is advocaat aan de balie van Brussel en onderwijsassistent aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Overdracht van kredietvorderingen na Promontoria

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cessie, vordering, rentebeleid, afhankelijk recht, zorgplicht
Auteurs Mr. J.L. Snijders en Mr. Y.C. Tonino
SamenvattingAuteursinformatie

    De Promontoria-arresten maken duidelijk dat bancaire vorderingen naar hun aard niet onoverdraagbaar zijn en dat, hoewel de bancaire zorgplicht niet op de verkrijgende partij overgaat, onder meer de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat op de verkrijgende partij een eigen zorgplicht rust. Dit artikel gaat in op deze zorgplicht van de verkrijgende partij en de impact daarvan op de positie van de overdragende partij.


Mr. J.L. Snijders
Mr. J.L. Snijders en is werkzaam als advocaat bij FIZ advocaten te Rotterdam.

Mr. Y.C. Tonino
Mr. Y.C. Tonino is werkzaam als advocaat bij FIZ advocaten te Rotterdam.
Artikel

Rechtsmaatregelen tegen misbruik van abstracte bankgaranties (II)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden bedrog, willekeur, fraude, bewijs, gevalstypen
Auteurs Mr. P.C. Russcher
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebeurt regelmatig dat de opdrachtgever van een bankgarantie probeert uitbetaling door de bank te beletten, maar deze pogingen zijn zelden succesvol. Naar aanleiding van een aantal recente uitspraken, waarin de opdrachtgever wél succes had, wordt in deze – in twee delen te verschijnen – bijdrage aan de hand van een systematische behandeling van rechtspraak en literatuur ingegaan op rechtsmaatregelen die de opdrachtgever kan nemen.


Mr. P.C. Russcher
Mr. P.C. Russcher is advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam. Het kantoor waar de auteur werkzaam is, was bij verschillende van de in deze bijdrage besproken uitspraken betrokken.
Artikel

Aansprakelijkheid van arbiters

Enkele gedachten over maatstaf, vernietiging, grondslag, ipr en exoneratie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden arbiteraansprakelijkheid, internationaal privaatrecht, uitsluiting aansprakelijkheid, vernietigingsprocedure, arbitrage
Auteurs Prof. mr. N. Peters en Mr. J.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van arbiteraansprakelijkheid besproken. Ingegaan wordt op de grondslag en maatstaf voor arbiteraansprakelijkheid, de vraag of vernietiging vereist is, de aard van de rechtsverhouding tussen arbiters en partijen, alsmede de mogelijkheid tot exoneratie. Verder wordt aandacht besteed aan enkele vragen van internationaal privaatrecht, te weten bevoegdheid en toepasselijk recht.


Prof. mr. N. Peters
Prof. mr. N. Peters is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en hoogleraar internationale handelsarbitrage aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. J.J. Bakker
Mr. J.J. Bakker is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

Access_open Rechtszekerheid als ratio van subjectief verjaringsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden aanvangsmoment, art. 3:310 BW, art. 6:2 BW, rechtsverwerking, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. D.L. Barbiers
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat onduidelijkheid over de ratio van het subjectieve verjaringsrecht. In de literatuur is verdedigd dat de korte verjaringstermijn in conceptuele zin een vorm van rechtsverwerking is, maar niet elke uitspraak van de Hoge Raad over het subjectieve verjaringsrecht lijkt door die gedachte te kunnen worden verklaard. Met dit artikel beoog ik een bijdrage te leveren aan het inzicht in de normatieve achtergrond van het subjectieve verjaringsrecht en ga ik in op de verhouding tussen rechtsverwerking en subjectief verjaringsrecht.


Mr. D.L. Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Wetenschap en praktijk

De uitkoopprocedure en afgeleide schade

Billijke verhoging in de uitkoopprocedure: the law is on the move

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prijsvaststelling, vordering, Xeikon, Sirowa, uitkoopprijs
Auteurs Mr. O. Danismant
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan twee spraakmakende uitkoopprocedures centraal: Xeikon en Sirowa. De Ondernemingskamer oordeelde in deze uitkoopzaken dat (mogelijke) vorderingen tot schadevergoeding van de vennootschap op derden – en daarmee samenhangend met de door de minderheidsaandeelhouder geleden afgeleide schade – van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de uitkoopprijs. Om de (mogelijke) vorderingen op derden te betrekken bij de prijsvaststelling trok zij een parallel met de ratio van de billijke verhoging als bedoeld in art. 2:343 lid 4 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur hoe deze benadering past in het leerstuk van de afgeleide schade en zoomt hij nader in op de manier waarop de Ondernemingskamer de uitkoopprijs vaststelde in deze uitkoopprocedures.


Mr. O. Danismant
Mr. O. (Onur) Danismant heeft recentelijk de master Ondernemingsrecht behaald aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De schikkende pandhouder

De deur op een kier voor goederenrechtelijke partijafspraken?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden Neo-River, pandrecht, art. 3:246 BW, schuldeisersbevoegdheid pandhouder, volmacht
Auteurs Mr. M.C.J. Jonckers en Mr. J.M.J.M. van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 bespreken de auteurs de vraag of de bevoegdheid tot het schikken van een verpande vordering contractueel aan de pandhouder toegekend kan worden en of die afspraak goederenrechtelijk effect heeft.


Mr. M.C.J. Jonckers
Mr. M.C.J. Jonckers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. J.M.J.M. van Eck
Mr. J.M.J.M. van Eck is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Access_open Kan een non disclosure agreement worden ontbonden?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ontbinding, Non disclosure agreement, Samenhangende overeenkomsten, geheimhoudingsovereenkomst, Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in handelsrelaties contractueel verankeren van geheimhouding ter zake van bedrijfsgeheimen is als gevolg van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen belangrijk(er) geworden. Partijen kunnen in de regel kiezen voor een NDA of een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst. De schending van een geheimhoudingsverplichting zal in rechte veelal moeilijk zijn aan te tonen en ontbinding van de NDA wordt vaak uitgesloten. Toch onderzoeken de auteurs de juridische kwalificatie van de NDA en de gevolgen hiervan met betrekking tot de mogelijkheden tot ontbinding. Zij betogen dat een NDA veelal zal kwalificeren als een obligatoire overeenkomst, maar niet als een wederkerige overeenkomst, waardoor een NDA in geval van een tekortkoming niet kan worden ontbonden. De rechtsgevolgen van ontbinding zouden volgens de auteurs sowieso beperkt zijn geweest. In het geval vertrouwelijkheid is gewaarborgd in de vorm van een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst, ligt dit anders. Gezien de verstrekkende rechtsgevolgen die een ontbinding in dat geval kan hebben, betogen auteurs dat het goed is dat de opstellers van contracten zich hier bewust van zijn.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het gerechtshof Den Haag en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Toont 1 - 20 van 601 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.