Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Jaar 2013 x

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. W.R. Kastelein
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

Het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsarts, ziekteverzuimbegeleiding
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook voor bedrijfs- en verzekeringsartsen geldt het beroepsgeheim, zij het dat dat bij hen beperkingen kent in verband met de aard van hun functie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond van dat beroepsgeheim en op de uitwerking ervan in wetgeving, rechtspraak en zelfregulering. Geconcludeerd wordt dat daarbij een redelijk evenwicht is gevonden tussen de vertrouwelijkheid van medische gegevens en de belangen van werkgever en socialeverzekeringsinstelling. Wel blijft vanwege de rechtszekerheid nadere wettelijke regeling gewenst.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam en adviseur van Rutgers & Posch advocaten.

    Ernstig incident zorgverlener, uitzendingsverbod, geheimhoudingsplicht, privacy, vrijheid van meningsuiting, art. 7:457 BW, 8 en 10 EVRM

    Psychiater; psychiatrisch onderzoek; opdracht rechtbank via de Raad voor de Kinderbescherming; geen beroep op blokkeringsrecht artikel 1:240 BW; grief slaagt; vernietiging maatregel van waarschuwing

    Wob-verzoek; openbaarmaking documenten IGZ; calamiteit; vrees terughoudendheid informatieverstrekking gerechtvaardigd

Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    Neurochirurg; echtgenote verweerder; uitlatingen in de pers; schending geheimhoudingsplicht

    Inbeslagname bij therapeut van video-opname van behandeling die mogelijk bewijs bevat van seksueel misbruik van minderjarige door zijn vader; verschoningsrecht; beroepsgeheim; artikelen 105 en 552a Sv, 457 en 465 WGBO, 3 en 8 EVRM

Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, protocol, veiligheidsnorm, schending toezichthoudende taken
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 september 2011 tot en met 1 juni 2013. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, niet nakomen van een protocol, schenden van een veiligheidsnorm, schenden van een toezichthoudende taak; gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, aansprakelijkheid van een producent en het ontbreken van informed consent. Voorts wordt ingegaan op de voorwaarden die aan het causaal verband en toerekening kunnen worden gesteld, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de omkeringsregel en de proportionaliteit en kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: deskundigenberichten, verjaring en de Wbp.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

    Verslag van de najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht (VGR) op vrijdag 2 november 2012 in de Domus Medica in Utrecht. De vergadering had als thema ‘zorgverlening aan jeugdigen’.


Mr. R.E. van Hellemondt
Rachèl van Hellemondt is als onderzoeker/docent verbonden aan de sectie Ethiek en Recht van de gezondheidszorg van het LUMC.
Jurisprudentie

2013/16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Psychiater, psychotherapeutische relatietherapie, behandelrelatie beëindigd, geldelijke gift niet verboden of ongewenst, opgelegde maatregel berisping vervalt

Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij KBS Advocaten te Utrecht.

    Baby overlijdt na bevalling; onprofessioneel handelen gynaecoloog; onvoldoende inzicht in eigen handelen

Artikel

Zorg om het kind. Bescherming van minderjarigen en het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, kinderbescherming, kindermishandeling, beroepsgeheim, toestemming medisch handelen
Auteurs Prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het gaat om zorg voor minderjarigen, worden de uitgangspunten uit het familie- en jeugdrecht – de ouderlijke autonomie staat voorop en de belangen van het kind zijn een bepalende factor – in het gezondheidsrecht niet altijd voldoende gewaarborgd. Toestemming van beide ouders met gezag, ook na scheiding, levert voor artsen soms knelpunten op. Bij vermoedens van kindermishandeling of ‘niet-pluis’ gevoelens heeft de arts vanuit een zorgrelatie met het kind een bijzondere verantwoordelijkheid. Bepleit wordt dat het (gezondheids)recht op bepaalde punten aanpassing behoeft en dat de wetgever bij wijzigingen en vernieuwingen in het jeugdzorg- en jeugdbeschermingsdomein het gezondheidsrecht uit boek 7 BW niet vergeet.


Prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is gebaseerd op de najaarslezing op 2 november 2012 in de Domus Medica te Utrecht voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Zorg om jonge kinderen. Een gezondheidsrechtelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, WGBO, beroepsgeheim, meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, verwijsindex risicojongeren, bemoeizorg
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken hoe de zeggenschap over medische behandeling van jonge patiëntjes is geregeld en hoe ver de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van artsen reiken om in te grijpen en/of het beroepsgeheim te doorbreken als er zorgen zijn om deze kinderen. Betoogd wordt dat het gezondheidsrecht voldoende ruimte biedt om het kind in de knel te beschermen als dat nodig is. De zorgplicht van de arts, ondersteund door beroepsnormen die eisen en grenzen van goed hulpverlenerschap aangeven, zoals de KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en de Wegwijzer dubbele toestemming van de KNMG, biedt die ruimte. Wel zou de WGBO kunnen worden aangevuld met een bepaling op grond waarvan de toestemming van de niet-aanwezige ouder voor een medische behandeling mag worden verondersteld zolang niet blijkt van bezwaar. Ook zou de verwijsindex risicojongeren effectiever kunnen worden door er een fysieke regisseur aan te koppelen die kan ingrijpen bij hiaten of overlap in zorgaanbod en moet de op handen zijnde spreekplicht richting de gezinsvoogd worden voorzien van een uitzonderingsclausule voor ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Meer meld- en informatieplichten bieden geen soelaas. Die zullen goede medische zorg aan kwetsbare kinderen alleen maar in de weg kunnen staan. De oplossingen daarvoor moeten worden gezocht in verbetering van het hulpaanbod en in professionalisering.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode was tot 1 februari 2013 werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en is thans werkzaam als senior adviseur juridische zaken bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

    Deze kroniek bevat een selectie van rechterlijke uitspraken over de Wet Bopz die zijn gewezen in de periode mei 2011 tot januari 2013. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten bij opneming, bijzondere machtigingen, dwangbehandeling en overige vrijheidsbeperkingen en de klachtenprocedure.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent en onderzoeker gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het interfacultaire onderzoeksinstituut EMGO+.
Artikel

De afhandeling van onzorgvuldige euthanasiezaken door openbaar ministerie en Inspectie voor de Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Euthanasiewet, IGZ, openbaar ministerie, toetsingscommissie, zorgvuldigheidseisen
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate en dr. L.L.E. Bolt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de periode 2007-2011 werden door de regionale toetsingscommissie euthanasie bijna 14.000 meldingen beoordeeld. In 36 van deze zaken oordeelde de commissie dat de arts onzorgvuldig gehandeld had en zond de commissie de meldingen naar het OM en de IGZ. Dit artikel doet verslag van een dossieronderzoek naar de afhandeling van deze zaken door OM en IGZ. In geen van de 36 zaken werd tegen de arts een formele juridische procedure gestart, mede omdat de geconstateerde onzorgvuldigheden niet de kerncriteria voor euthanasie betroffen.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/Universiteit van Amsterdam.

dr. L.L.E. Bolt
Ineke Bolt is onderzoeker bij de afdeling Medisch Ethiek van het ErasmusMC Rotterdam en bij het Ethiek Instituut Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.