Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie x
Artikel

Wie heeft een wiethok op zolder?

Een kwantitatief onderzoek naar risico- en beschermende factoren op persoons- en buurtniveau voor illegale hennepplantages in woningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden indoor cannabis cultivation, risk factors, individuals, neighbourhoods
Auteurs Emily Berger MSc, Vera de Berk MSc, Dr. Joris Beijers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal weed cultivation is increasingly perceived as an important societal problem. Most of existing research in this area focuses on the criminal organisations active on the cannabis market and the criminal profits that are gained here. The current study however focuses on the actors at the bottom of the cannabis market – the home growers – and aims at answering the following research question: what factors influence the chance of encountering an illegal weed cultivation at a certain residential address? In this study, the risk and protecting factors are taken into consideration on both the individual level (e.g. family composition and financial position of residents) and the neighbourhood level (e.g. social cohesion, physical disorganisation, level of criminality in a certain neighbourhood). In the current study, data of 401 illegal hemp cultivation sites discovered between 2011 and 2016 in homes in Eindhoven, the Netherlands, were analysed. Data from various quantitative data sources – like municipal data (BRP and data from the Social Domain) and data from the municipal neighbourhood monitors – were combined and analysed through a multilevel logistic regression. The results suggest that the likelihood of an illegal weed cultivation site is most prominently influenced by individual factors. Being married for instance seems to decrease the risk, whereas being divorced seems to increase the risk. The housing type also turns out to be of influence. On a neighbourhood level, physical disorganisation and the presence of other hemp cultivation sites in the neighbourhood are the only predictors for hemp cultivation. The results are discussed in the light of criminological theories regarding participation in crime, using the theoretical concepts motivation, opportunity, and control.


Emily Berger MSc
E. Berger, MSc is als junior-onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Vera de Berk MSc
V.J. de Berk, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Dr. Joris Beijers
Dr. J.E.H. Beijers is als docent verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht en werkzaam als analist bij de gemeente Eindhoven.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Veroordeeld tot (g)een baan

Hoe delict- en persoonskenmerken arbeidsmarktkansen beïnvloeden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden employment experiment, employment chances, labour market, conviction, ethnicity
Auteurs Dr. Chantal van den Berg, Dr. Lieselotte Blommaert, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research showed that job applicants with a criminal record have lower chances of obtaining employment compared to job applicants with no criminal record. At the same time empirical studies showed that having a job is especially beneficial for ex-delinquents, as employment was found to lower recidivism. The current study uses an experimental design to look into the influence of a criminal record on employment chances. For this purpose, 520 resumes and motivation letters were sent in response to vacancies published on the internet. All were identical except for the stated offence type (no offence, violent offence, property offence, or sexual offence), duration between conviction and application, business sector and ethnicity of the applicant. Results show no effect for type of offence or no offence on employment chances. However, a strong effect is found for ethnicity. Ethnic minorities with no conviction were even found to have lower chances of receiving a positive reaction compared to applicants with a Dutch name and a conviction for a violent offence.


Dr. Chantal van den Berg
Dr. C.J.W. van den Berg is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Lieselotte Blommaert
Dr. E.C.C.A. Blommaert is postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Methoden en Technieken aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Stijn Ruiter
Prof. dr. S. Ruiter is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Sociale en ruimtelijke aspecten van deviant gedrag aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De invloed van snelle analyseresultaten op de interpretatie van een plaats delict

Een experimentele studie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden forensic science, crime scene investigation, mobile identification techniques, hypothesis formation, database matches
Auteurs Jaimy Meeuwissen MSc, MCI, Madeleine de Gruijter MSc en Prof. dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    Mobile identification techniques will, in the near future, make it possible to rapidly analyze DNA and fingerprint traces during a crime scene investigation, compare them with reference samples, and use the results in the investigation. In this experimental study the influence of these rapid analysis results on the formation of hypotheses, and of database matches in these results on the interpretation of traces by Crime Scene Investigators (CSIs) in the Netherlands was studied. A group of CSIs (N=65) conducted a simulated crime scene investigation. The analysis results as well as the moment these were provided were manipulated. The results show that the analysis results influence the formation of hypotheses by CSIs, and that this influence is time-dependent. Judgments by CSIs regarding the importance of traces were shown not to be influenced by database matches.


Jaimy Meeuwissen MSc, MCI
J.A.C. Meeuwissen MSc, MCI is recherchekundige bij de Nationale Politie, eenheid Oost-Brabant, Forensische Opsporing.

Madeleine de Gruijter MSc
M. de Gruijter MSc is promovendus bij het Lectoraat Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Prof. dr. Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is hoogleraar criminalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie en senior onderzoeker bij het WODC.
Artikel

Terug naar huis? Veranderingen in woonsituaties tijdens detentie en na vrijlating

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Trefwoorden housing changes, imprisonment, reentry, ex-prisoners
Auteurs Maaike Wensveen MSc, Dr. Hanneke Palmen, Dr. Anke Ramakers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although good and stable housing is one of the requirements for successful reintegration, research on the relation between imprisonment and housing is scarce. This study gains insight into the housing situation of Dutch prisoners before and after their incarceration. Data are used from 886 male Prison Project participants, who were interviewed both during and six months after detention. Changes in housing appear to be common; 52 percent of the prisoners has a different housing situation after release (compared to before detention). Changes in housing remain frequent during the six months post-release. The importance of good aftercare in the transition from prison to stable housing is underlined by these results.


Maaike Wensveen MSc
M. Wensveen, MSc is promovendus criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Criminologie.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. J.M.H. Palmen is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is Universitair Docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wederopsluiting na elektronische detentie en reguliere detentie in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden electronic monitoring, incarceration, propensity score matching, re-imprisonment
Auteurs Prof. mr. dr. Arjan Blokland, Dr. Hilde Wermink, Drs. Luc Robert e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Electronic monitoring is increasingly used as an alternative to imprisonment. Compared to imprisonment, electronic monitoring presumably is less costly. Furthermore, compared to imprisonment electronic monitoring may have less collateral consequences, as detainees who are electronically monitored are able to keep their job, housing and social networks, which are in turn associated with reduced recidivism. On the other hand electronic monitoring may have less of a deterrent effect than imprisonment, and deviant networks also remain intact, which may increase the likelihood of future crime and with it the likelihood of re-imprisonment. Here we make use of data from the Belgian penitentiary register to compare re-imprisonment of those having served their sentence under electronic monitoring and those regularly imprisoned, and limit our analyses to offenders with a prison sentence between six months and three years. We use propensity score matching to control for pre-existing differences between these groups. Our findings show that detainees are less likely to be re-imprisoned after electronic monitoring than after regular imprisonment.


Prof. mr. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Hilde Wermink
Dr. H.T. Wermink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Drs. Luc Robert
Drs. L. Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.

Dr. Eric Maes
E. Maes is onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Effecten van detentie op het vinden van werk en een woning

Twee veldexperimenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden experiment, imprisonment, employment, housing, reentry
Auteurs Dr. Anja Dirkzwager, Prof. dr. Arjan Blokland, Kimberley Nannes MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we examine to what extent a prison record negatively affects employment and accommodation outcomes after release from prison. Two randomized field experiments were conducted in which we had fictitious persons respond by email to online job openings and online advertisements for rented accommodations. In total, we responded to 384 job openings and to 231 advertisements for rented accommodations. Contrary to expectations, applicants with a prison record were not less likely to receive a positive response from employers than applicants without a prison record. Applicants with a non-western background, however, were less likely to receive a positive response. In the housing experiment, we did find a significant effect of having a prison record. Former prisoners were less likely to receive a positive response during their search for a place to live.


Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Kimberley Nannes MSc
K. Nannes, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel.

Marieke Vroonland MSc
M. Vroonland, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel
Artikel

Werk(kenmerken) en recidiverisico's na detentie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reintegration, imprisonment, employment, recidivism, longitudinal research
Auteurs Dr. Anke Ramakers, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment is believed to function as a ‘turning point’ for released offenders. Several theories state that employment can diminish recidivism, and offer different mechanisms to connect employment and crime, such as job stability and job quality. This study examines the effect of employment and employment characteristics on recidivism among Dutch ex-prisoners. Although recidivism risks are high among this group, longitudinal research on the effect of employment on recidivism risks is scarce. We based our analyses on longitudinal data of the Prison Project (n=842) and found that job stability reduces the risk of recidivism. The results indicate that not the guidance to a job, or a high-quality job, but the guidance to stable employment could help to reduce crime rates among this high-risk offender group.


Dr. Anke Ramakers
Dr. A. Ramakers is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Dead or alive?

De invloed van incidentkenmerken en gedragingen van actoren op fatale versus niet-fatale uitkomsten van geweld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2013
Trefwoorden violence, homicide, event characteristics, actors’ behaviour
Auteurs Soenita Ganpat MSc, Prof. dr. Joanne van der Leun en Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    Some serious events end lethally while others do not. This study examined to what extent a selected number of event characteristics and actors’ behaviour contributed to the escalation of an event into a lethal outcome. We examined Dutch court files of 267 serious events in which offenders were convicted for either lethal violence (homicide, N=126) or non-lethal violence (attempted homicide, N=141). Pronounced differences were found between lethal versus non-lethal events with respect to event characteristics and to actors’ behaviour during the incident in particular. In particular, the likelihood of a lethal outcome increased in events involving alcohol use by victims, firearm use by offenders, victim precipitation and the absence of third parties.


Soenita Ganpat MSc
S.M. Ganpat, MSc is promovendus bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit van Leiden.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Sekse en straftoemeting

Een experiment

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Experiment, Straftoemeting
Auteurs Catrien Bijleveld en Henk Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    Over 700 students judged fictitious descriptions of court cases, in which the gender of the offender was systematically varied, as well as a number of aspects pertinent to theories that explain disparities in sentencing between females and males. The results show that females indeed received shorter sentences than males, and that this difference could be attributed to the fact that male student-judges gave women shorter sentences and differential sentencing for violent crimes. We found mixed support for the chivalry as well as for the perceptual shorthand theory. More research is needed, in more realistic settings, to explain gender differences in sentencing.


Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Henk Elffers
Prof. dr. H. Elffers is hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtpleging, afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam, en senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, helffers@nscr.nl.
Boekbespreking

Lessen uit China voor wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Auteur, Compliance, Bestuurder, Wetgeving, Centrale overheid, Handhaving, Illegaal, Onderwijs, Afhankelijke woning, Arbeidsplaats
Auteurs Heuvel, G. van den

Heuvel, G. van den
Titel

Contextuele invloeden op de bereidheid geweldsdelicten te melden: Een vignettenonderzoek onder middelbare scholieren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 03 2005
Trefwoorden Delinquent, Slachtoffer, Politie, Geweldsdelict, Medewerker, Leerling, Strafbaar feit, Model, Vignet, Aangifte
Auteurs Goudriaan, H. en Nieuwbeerta, P.

Goudriaan, H.

Nieuwbeerta, P.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.