Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie x Jaar 2016 x
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Artikel

Street-level bureaucrats in de justitiële jeugdinrichting?

Hoe groepsleiders hun discretionaire ruimte benutten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden street-level bureaucracy, juvenile correctional facility, group workers, discretion
Auteurs Dr. Marie-José Geenen, Prof. dr. Emile Kolthoff, Drs. Robin Christiaan van Halderen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although group workers in juvenile correctional facilities (JCFs) are restricted in their actions by many rules and regulations, they still have the opportunity for tailor-made actions. Based on Lipsky’s (2010) theory of ‘street-level bureaucracy’ this article explains what this discretion means for group workers in JCFs and how they deal with it. Based on 24 interviews with group workers, this article outlines how they exercise discretion in a context where group dynamics and dealing with emotions affect their actions to an important degree. In addition, this article describes how group workers deal with dilemmas they encounter.


Dr. Marie-José Geenen
Dr. M.-J. Geenen is docent en supervisor bij het Instituut voor Social Work en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Robin Christiaan van Halderen
Drs. R.C. van Halderen is onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Jeanet de Jong
Drs. J. de Jong is docent bij de Academie Sociale Studies in Breda en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is wetenschappelijk directeur van het Innovations in Government Program op Harvard University’s John F. Kennedy School of Government en Faculty Director van het Bloomberg Harvard City Leadership Initiative.
Diversen: Artikelen

De Externe Monitor Tbs en de behandelduur van tbs-gestelden: waardevolle kennis vanuit het tbs-traject

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden forensic psychiatry, disposal on behalf of the state (‘tbs-order’), treatment trajectory, length of stay, digital databases
Auteurs Dr. Marleen Nagtegaal, Dr. Ruud van der Horst, Drs. José Buisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The External Monitor of Forensic Psychiatric Patients (EMT) aims to increase the knowledge of forensic psychiatric patients and the effectiveness of mandatory forensic treatment. In the EMT, five judicial organizations merged their anonymized digital data on (ex-)patients for research purposes. Data originated from the databases of the NIFP, DJI, AVT, 3RO and WODC. By merging this data, a larger part of the trajectory of a forensic psychiatric patient becomes known. Results show that it is possible to combine data from the digital databases of separate organizations for research and analysis purposes. To illustrate the opportunities of the use of merged data, an explorative study was conducted into a current subject. In this study, 218 ‘tbs-patients’ were included and several characteristics of patients of whom the mandatory forensic treatment has ended were compared with those of patients still under mandatory treatment. Suggestions are made for merging data files and for future research.


Dr. Marleen Nagtegaal
Dr. M.H. Nagtegaal is wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Sancties en Rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Ruud van der Horst
Dr. R.P. van der Horst is wetenschappelijk adviseur bij het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) te Utrecht.

Drs. José Buisman
Drs. J. Buisman is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).

Drs. Marleen Spaans
Drs. M. Spaans is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.
Redactioneel

Georganiseerde misdaad in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden organized crime
Auteurs Prof. dr. Toine Spapens, Prof. dr. Emile Kolthoff en Prof. dr. Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decades, organised crime internationalised rapidly as a result of increasing mobility and ‘open’ borders. At the same time developments in information and communication technology have led to modernisation of existing types of crime and the introduction of novel ones. Finally, criminals have benefited from increasingly diversified migration streams. In the Netherlands and Belgium, organised crime appeared on the agenda in the 1990s. For a long time emphasis was on ‘trade crimes’ i.e. trafficking in drugs and humans, as well as human smuggling, followed by the production of synthetic drugs and cannabis. More recently the Low Countries are confronted by more visible manifestations of organised crime, for example rapid growth of outlaw motorcycle gangs. Criminals also try to utilise their capital to invest in businesses and real estate and to influence local politics.


Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

Dr. Liza Cornet
Dr. L.J.M. Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Slachtoffer van arbeidsuitbuiting?

Een kwalitatieve studie naar ideaaltypische trajecten die leiden tot zelfidentificatie als slachtoffer van mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden self-identification, labour exploitation, human trafficking, victimology, grounded theory
Auteurs Niki Tielbaard MSc., Dr. Masja van Meeteren en Xenia Commandeur MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Although the Netherlands criminalised some forms of labour exploitation as human trafficking, many cases remain undetected. This is probably due to low self-identification among victims. Whereas research revealed factors obstructing self-identification among victims, it remains unclear how some victims do arrive at self-identification. Drawing on in-depth interviews and focus group discussions with victims and professionals, this qualitative study identifies two ideal-typical pathways to self-identification. In the first trajectory self-identification is gradually formed through information gathering and deteriorating working conditions. In the second trajectory self-identification is triggered by a sudden vital event.


Niki Tielbaard MSc.
N.M Tielbaard is masterstudent Opsporingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was stagiaire bij FairWork te Amsterdam en masterstudent Veiligheidsbeleid en Rechtshandhaving aan de Universiteit Leiden.

Dr. Masja van Meeteren
Dr. M.J. van Meeteren is Universitair Hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Xenia Commandeur MA
Drs. X.D. Commandeur is onderzoeker mensenhandel
Diversen

In memoriam Herman Bianchi

(Rotterdam, 14 december 1924 – Leeuwarden, 30 december 2015)

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
Auteursinformatie

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen is als hoogleraar internationaal comparatieve criminologie verbonden aan de Erasmus School of Law.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.