Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 69 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie x

Alice Bosma
Dr. mr. A.K. Bosma is universitair docent bij het Department of Criminal Law van Tilburg University.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open In het belang van het slachtoffer

De bijdrage van strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden aan de veiligheidsbeleving van slachtoffers van geweldsdelicten en stalking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden protection order, victim, safety perception, vulnerability, procedural justice
Auteurs Irma Cleven MSc PhD, Tamar Fischer MSc en Prof. mr. Sanne Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes how penal protection orders contribute to victim perceptions of safety, drawing upon data collected via a victim survey (n=101). Perceived victim safety is explored based on the factors of personal vulnerability, procedural justice, and experiences with compliance and enforcement. Results show that more than half of the victims in this study does not feel safer because of the protection order. The effects of the orders are even weaker for feelings of relaxation and feelings of anger about the situation. An increase in perceptions of control over the situation appears to be the most important predictor of an increase in feelings of safety and a decrease in feelings of anger, but is unrelated to an increase in feelings of relaxation. The effect of procedural justice differs per outcome measure. It is associated positively with increased feelings of safety, but negatively with decreased feelings of anger because of the protection order. The positive association with feelings of safety is partly indirect via personal vulnerability. Findings result in various suggestions for future research.


Irma Cleven MSc PhD
I.W.M. Cleven MSc is PhD kandidaat bij de sectie criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamar Fischer MSc
Dr. T. Fischer is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. Sanne Struijk
Prof. mr. S. Struijk is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens bijzonder hoogleraar Penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Discussie

Victimologie en corruptie: over de slachtoffers van een (al dan niet) slachtofferloos delict

Een multidisciplinaire verkenning

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bribery, corruption, victims, victimless crimes, victim identification
Auteurs Suzanne van Dijk MSc en Mr. drs. Moniek Hutten
SamenvattingAuteursinformatie

    There is no clear answer to the question if corruption makes victims. Currently an (international) discussion is taking place about this matter. On the one hand it can be discussed that corruption in general does not know any direct victims and that corruption can even take place without any damage. On the other hand it is known that corruption can cause tremendous public and financial damage, with society as a whole as the victim of this crime, whether or not in primary gradation. In the underlying article these two perspectives will be discussed and applied on two cases. Special attention will also be paid to the impact and relevance of pointing out the victims.


Suzanne van Dijk MSc
S.L. van Dijk MSc is criminoloog bij het FIOD – Anti-Corruptie Centrum.

Mr. drs. Moniek Hutten
Mr. drs. M. Hutten is vaktechnisch adviseur en criminoloog bij het FIOD – Anti-Corruptie Centrum.
Kroniek

Criminalisering van migratie en grensmobiliteit als een legitieme zorg voor de publieke criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Trefwoorden crimmigration, border mobility, criminalization, migration, public criminology
Auteurs Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    What role do Dutch criminologists play in the – especially since the onset of the so-called migration crisis – heated national and international debates on the criminalization of migration and border mobility? This will be the central question in this publication. Based on an inventory of national and international peer-reviewed publications written by Dutch criminologists, the article will reflect upon Dutch criminologists’ public role. In addition, based on the observed ‘silences’ in the scholarly debates on the criminalization of migration and border mobility, three avenues for further criminological research will be identified.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een tweelingstudie naar indicatoren van genetische en culturele transmissie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, rule-breaking behavior, genes, environment, twin study
Auteurs Camiel van der Laan MSc, Dr. Steve van de Weijer, Dr. Michel Nivard e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the present study, the role of genetic and cultural transmission in intergenerational continuity of rule-breaking behavior (RBB) was investigated. Based on the resemblance within 3,982 Dutch twin pairs, aged 13 to 17 years, the relative importance of genetic (G), shared environmental (C), and unique environmental (E) influences on RBB was estimated. Cultural transmission, the process of passing on knowledge, norms and values, can lead to similarities within families, and forms part of the shared environment of children growing up in the same family. The authors found no evidence for shared environmental influences, and consequently no indication of a role for cultural transmission. Genetic influences explained 60 percent of the variance in rule-breaking behavior at age 13 to 17, implying that intergenerational continuity at this age is mainly driven by genetic transmission.


Camiel van der Laan MSc
C.M. van der Laan is promovendus bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Michel Nivard
Dr. M.G. Nivard is universitair docent bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Dorret Boomsma
Prof. dr. D.I. Boomsma is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Tweelingen Register.
Artikel

De psychische gezondheid van gedetineerden in België en Nederland: een systematisch overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prison, mental disorders, distress, substance use, suicide
Auteurs Drs. Louis Favril en Dr. Anja Dirkzwager
SamenvattingAuteursinformatie

    A well-established body of epidemiological research suggests that the prevalence of mental health problems (mental disorders, psychological distress, and substance use) in prisoner populations far exceeds that of non-incarcerated people in the surrounding community. Poor mental health in prisoners is associated with multiple adverse outcomes, including suicidal behaviour. In the past decade, novel data in Belgium and the Netherlands have been published on this topic, which have not been synthesized to date. The aim of the current systematic literature review was to provide an up-to-date overview of the mental health of prisoners in Belgium and the Netherlands. Based on 24 empirical studies conducted in 1997-2018, the authors conclude that people with mental health problems are overrepresented in Belgian and Dutch prisons, providing both a challenge and a public health opportunity to address the mental health care needs of a vulnerable and hard-to-engage population. Investing in the prevention and treatment of mental health problems not only benefits the prisoners concerned, but equally, society at large.


Drs. Louis Favril
Drs. L. Favril is doctoraatsonderzoeker bij de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Wie heeft een wiethok op zolder?

Een kwantitatief onderzoek naar risico- en beschermende factoren op persoons- en buurtniveau voor illegale hennepplantages in woningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden indoor cannabis cultivation, risk factors, individuals, neighbourhoods
Auteurs Emily Berger MSc, Vera de Berk MSc, Dr. Joris Beijers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal weed cultivation is increasingly perceived as an important societal problem. Most of existing research in this area focuses on the criminal organisations active on the cannabis market and the criminal profits that are gained here. The current study however focuses on the actors at the bottom of the cannabis market – the home growers – and aims at answering the following research question: what factors influence the chance of encountering an illegal weed cultivation at a certain residential address? In this study, the risk and protecting factors are taken into consideration on both the individual level (e.g. family composition and financial position of residents) and the neighbourhood level (e.g. social cohesion, physical disorganisation, level of criminality in a certain neighbourhood). In the current study, data of 401 illegal hemp cultivation sites discovered between 2011 and 2016 in homes in Eindhoven, the Netherlands, were analysed. Data from various quantitative data sources – like municipal data (BRP and data from the Social Domain) and data from the municipal neighbourhood monitors – were combined and analysed through a multilevel logistic regression. The results suggest that the likelihood of an illegal weed cultivation site is most prominently influenced by individual factors. Being married for instance seems to decrease the risk, whereas being divorced seems to increase the risk. The housing type also turns out to be of influence. On a neighbourhood level, physical disorganisation and the presence of other hemp cultivation sites in the neighbourhood are the only predictors for hemp cultivation. The results are discussed in the light of criminological theories regarding participation in crime, using the theoretical concepts motivation, opportunity, and control.


Emily Berger MSc
E. Berger, MSc is als junior-onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Vera de Berk MSc
V.J. de Berk, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Dr. Joris Beijers
Dr. J.E.H. Beijers is als docent verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht en werkzaam als analist bij de gemeente Eindhoven.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Eric Maes
Dr. E. Maes is senior onderzoeker/werkleider bij de Operationele Directie Criminologie van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Genderdiversiteit en organisatiecriminaliteit: een systematische literatuurreview

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden gender, white-collar crime, old boys network, board diversity, corporate crime
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc. en Mr. Lucy de Ruiter BSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Women are less likely to commit criminal acts than men. This gender gap appears to be particularly pronounced in white-collar crime. This systematic literature review examines existing theories, such as the situational hypothesis and the ‘gendered theory of focal concerns’ and evaluates to what extent they find support in empiricism. The results seem to offer the most support to the ‘gendered theory of focal concerns’. This nourishes the hypothesis that with an increase of women at positions in the upper tiers of the company ladder a decrease in the prevalence of white-collar crime can be expected. However, it is also possible that the explanation of corporate crime does not lie in a lack of femininity, but in a lack of gender diversity. Furthermore, limited access to informal criminal networks, the ‘old boys networks’, seems to play an important role in the gender gap of white-collar crime.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Mr. Lucy de Ruiter BSc.
L.M. de Ruiter heeft rechten en criminologie gestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Boekbespreking

Reserve-onderdelen

Inzichten in de orgaanhandel en een pleidooi voor de vermarkting van orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Auteurs Dr. Michelle Habets
Auteursinformatie

Dr. Michelle Habets
Dr. M.G.J.L. Habets is medisch-ethicus en onderzoeker bij het Rathenau Instituut.

Marnix Eysink Smeets
M.W.B. Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en hoofd van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland in Rotterdam.
Artikel

Het sociaal netwerk van een criminele jeugdgroep

Omvang, kern en sleutelfiguren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden criminal youth gang, social network analysis, key players (KPP-1), police records
Auteurs Gerard Wolters MSc, Matthijs Oosterhuis MSc en Dr. Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study the authors examined a criminal youth gang of 35 persons in the Netherlands, using social network analysis, to answer the following questions. To what extent is it possible by means of police records to estimate the size of the complete social network of this criminal youth gang? To what extent are members of this original group part of the core of the complete network? To what extent have members of the original group a central position in the complete network (key players) and are, as such, responsible for holding the complete network together? Information is derived from police records. Results show that the size of the total network of this criminal youth gang consists of 593 individuals with a core of around hundred persons. Seven persons were identified as key players, among which six persons belonged to the original group. The social network approach in this study provides police and justice important indications for a more tailored approach regarding individuals within criminal networks.


Gerard Wolters MSc
G. Wolters MSc is werkzaam als analist bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Noord-Nederland van de Nationale Politie.

Matthijs Oosterhuis MSc
Mr. M. Oosterhuis is als analist werkzaam bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO), eenheid Noord-Nederland, van de Nationale Politie en bij het 1 Civiel en Militaire Interactiecommando van de Koninklijke Landmacht.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het effect van de politierespons in een specifieke zaak op de bereidheid tot medewerking onder slachtoffers van criminaliteit

Een vignettenexperiment

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden mock victims, vignettenexperiment, police response, police legitimacy, cooperation
Auteurs Nathalie Koster MSc, Dr. Michèlle Bal, Prof. dr. Joanne van der Leun e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The current vignette experiment among 414 students in the Netherlands explores the effect of the police response on willingness to cooperate and examines whether this relationship is mediated by perceptions of the legitimacy of the police. This is done based on Tyler’s procedural justice theory and previous research among crime victims. The police response in the vignette was manipulated in two ways: the police offered a fair/unfair treatment and had/had not performed investigative actions. There was no police contact in a control group. The results suggest a positive effect of the police response on willingness to cooperate and imply that this relationship is mediated by perceived trust in the police.


Nathalie Koster MSc
N.N. Koster MSc is promovenda aan de Universiteit Leiden.

Dr. Michèlle Bal
Dr. M. Bal is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Dr. mr. Maarten Kunst
Dr. mr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Effecten van informatieverstrekking op agressie van UWV-cliënten

Een experimentele scenariostudie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden experimental scenario study, frustration aggression, informational justice, workplace violence, negative affect
Auteurs Natascha Sprado MSc, Dr. Tamar Fischer en Lisa van Reemst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the effect of providing information about decision making on aggression of clients of the Dutch Employee Insurance Agency (UWV). The expectation is that providing adequate information leads to a decrease in aggression, because it influences feelings of informational justice and frustration. UWV-clients (N=1.415) participated in an experimental scenario study (adequate vs. limited information providing). Next to aggression, psychological, UWV and social demographic characteristics were measured. Compared to limited information, receiving adequate information results in lower aggression. Clients with more negative affect show more aggression, but receiving adequate information especially reduces aggression in these clients.


Natascha Sprado MSc
N.N. Sprado, MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Ten tijde van de dataverzameling van de beschreven studie was zij masterstudent.

Dr. Tamar Fischer
dr. T.F.C. Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lisa van Reemst MSc
L. van Reemst, MSc is promovenda bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Onderzoeksnotitie: Recidive na een korte of langere periode in detentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden imprisonment, dose-response relationship, recidivism, propensity score methodology
Auteurs Dr. Hilde Wermink, Dr. Anke Ramakers, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper examines the relationship between imprisonment length and registered recidivism. The data come from a unique longitudinal and nationwide study of Dutch male prisoners, serving an average of 4.1 months of confinement (N=1,467). Ideally an experimental design would be appropriate to examine the influence of different sentence lengths on recidivism. In order to approximate such a design using observational data, we adopt a propensity score methodology to control for selection bias in the dose-response relationship. Using a six-month follow-up, we do not find significant differences in post-release recidivism between men who spent shorter or longer periods of time in confinement. We discuss the pros and cons of the methodology applied as well as potential implications of the findings.


Dr. Hilde Wermink
Dr. H.T. Wermink is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Prof. dr. J.W. de Keijser is hoogleraar aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Criminaliteit relateren aan verblijfspopulaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden crime rate, ambient population, residential population, commuters, tourists
Auteurs Prof. dr. Wim Bernasco en Dr. Chantal van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Crime victimization risk is usually calculated by dividing the number of crimes by the size of the local population. This procedure does not account for the mobility of the residents. We develop and apply an alternative procedure that divides the number of crimes by the number of people actually present: the ambient population. The ambient population includes commuters, tourists and other visitors. The regular and the alternative crime rate measures of the four largest cities in the Netherlands are compared using data of the ‘AD Misdaadmeter’. We find that ambient populations are larger than residential populations, in particular in Amsterdam. The differences are small however, and the increased effort of calculating ambient populations does not compensate the increased precision in crime measures. For comparisons between annual crimes rates of cities or municipalities, it is sufficient to divide numbers of crimes by populations.


Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is bijzonder hoogleraar ‘Ruimtelijke analyse van criminaliteit’ bij de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit Amsterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Chantal van den Berg
Dr. C.J.W. van den Berg is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Diversen: Artikelen

De Externe Monitor Tbs en de behandelduur van tbs-gestelden: waardevolle kennis vanuit het tbs-traject

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden forensic psychiatry, disposal on behalf of the state (‘tbs-order’), treatment trajectory, length of stay, digital databases
Auteurs Dr. Marleen Nagtegaal, Dr. Ruud van der Horst, Drs. José Buisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The External Monitor of Forensic Psychiatric Patients (EMT) aims to increase the knowledge of forensic psychiatric patients and the effectiveness of mandatory forensic treatment. In the EMT, five judicial organizations merged their anonymized digital data on (ex-)patients for research purposes. Data originated from the databases of the NIFP, DJI, AVT, 3RO and WODC. By merging this data, a larger part of the trajectory of a forensic psychiatric patient becomes known. Results show that it is possible to combine data from the digital databases of separate organizations for research and analysis purposes. To illustrate the opportunities of the use of merged data, an explorative study was conducted into a current subject. In this study, 218 ‘tbs-patients’ were included and several characteristics of patients of whom the mandatory forensic treatment has ended were compared with those of patients still under mandatory treatment. Suggestions are made for merging data files and for future research.


Dr. Marleen Nagtegaal
Dr. M.H. Nagtegaal is wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Sancties en Rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Ruud van der Horst
Dr. R.P. van der Horst is wetenschappelijk adviseur bij het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) te Utrecht.

Drs. José Buisman
Drs. J. Buisman is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).

Drs. Marleen Spaans
Drs. M. Spaans is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.