Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie x Jaar 2016 x
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Artikel

Street-level bureaucrats in de justitiële jeugdinrichting?

Hoe groepsleiders hun discretionaire ruimte benutten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden street-level bureaucracy, juvenile correctional facility, group workers, discretion
Auteurs Dr. Marie-José Geenen, Prof. dr. Emile Kolthoff, Drs. Robin Christiaan van Halderen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although group workers in juvenile correctional facilities (JCFs) are restricted in their actions by many rules and regulations, they still have the opportunity for tailor-made actions. Based on Lipsky’s (2010) theory of ‘street-level bureaucracy’ this article explains what this discretion means for group workers in JCFs and how they deal with it. Based on 24 interviews with group workers, this article outlines how they exercise discretion in a context where group dynamics and dealing with emotions affect their actions to an important degree. In addition, this article describes how group workers deal with dilemmas they encounter.


Dr. Marie-José Geenen
Dr. M.-J. Geenen is docent en supervisor bij het Instituut voor Social Work en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Robin Christiaan van Halderen
Drs. R.C. van Halderen is onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Jeanet de Jong
Drs. J. de Jong is docent bij de Academie Sociale Studies in Breda en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.
Praktijk

Wat als er niets is?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. E. Rassin is als rechtspsycholoog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Street-level bureaucracy en verwijzingen naar gedragsinterventies in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Discrepanties tussen beleid en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden prison, treatment, reducing recidivism, correctional treatment referrals, street-level bureaucracy theory
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies indicated that detainees are not always allocated to treatment programs based on official guidelines. Street-level bureaucracy theory suggests that this is because government employees do not always perform policies as prescribed. This study aimed to assess whether this also applies to the allocation of offenders to treatment in Dutch penitentiary institutions. This was studied among a group of 541 male prisoners who participated in the Recidivism Reduction program. The results showed that official policy guidelines were, in most cases, not leading when referring detainees to behavioral interventions. Instead, treatment referrals were influenced by a broad range of risk factors, as well as the length of an offender’s sentence.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma MSc is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is wetenschappelijk directeur van het Innovations in Government Program op Harvard University’s John F. Kennedy School of Government en Faculty Director van het Bloomberg Harvard City Leadership Initiative.
Diversen: Artikelen

Outlawbikers voor de rechter: een analyse van rechterlijke uitspraken in de periode 1999-2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden outlaw motorcycle clubs, OMCG, ‘1%-MC’, organized crime
Auteurs Prof. dr. Arjan Blokland en Jeanot David MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The fight against outlaw motorcycle gangs is high on the Dutch criminal justice agenda. Yet, much is unclear about the extent to which Dutch outlaw motorcycle clubs are involved in (organized) crime, and the exact role club membership plays in the crimes committed by individual members. This study analyses all court decisions between 1999 and 2015 that were made publicly available through the Rechtspraak.nl database to yield insight in the frequency and nature of (members of) outlaw motorcycle clubs’ court appearances. Results show that members of outlaw biker clubs are convicted for violence and drug offending. In a third of all incidents, fellow club members are among the co-offenders. Membership of an outlaw motorcycle club is often used to put pressure on victims. Non-members also make use of the violent track record of outlaw bikers.


Prof. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. A.A.J. Blokland is bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice aan de Universiteit Leiden en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Jeanot David MSc
J.P.G. David MSc was ten tijde van het onderhavige onderzoek werkzaam als onderzoeksassistent bij de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Drs. Bert Berghuis
Drs. A.C. Berghuis was raadadviseur op het beleidsterrein van criminaliteit en rechtshandhaving bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Diversen: Artikelen

De Externe Monitor Tbs en de behandelduur van tbs-gestelden: waardevolle kennis vanuit het tbs-traject

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden forensic psychiatry, disposal on behalf of the state (‘tbs-order’), treatment trajectory, length of stay, digital databases
Auteurs Dr. Marleen Nagtegaal, Dr. Ruud van der Horst, Drs. José Buisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The External Monitor of Forensic Psychiatric Patients (EMT) aims to increase the knowledge of forensic psychiatric patients and the effectiveness of mandatory forensic treatment. In the EMT, five judicial organizations merged their anonymized digital data on (ex-)patients for research purposes. Data originated from the databases of the NIFP, DJI, AVT, 3RO and WODC. By merging this data, a larger part of the trajectory of a forensic psychiatric patient becomes known. Results show that it is possible to combine data from the digital databases of separate organizations for research and analysis purposes. To illustrate the opportunities of the use of merged data, an explorative study was conducted into a current subject. In this study, 218 ‘tbs-patients’ were included and several characteristics of patients of whom the mandatory forensic treatment has ended were compared with those of patients still under mandatory treatment. Suggestions are made for merging data files and for future research.


Dr. Marleen Nagtegaal
Dr. M.H. Nagtegaal is wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Sancties en Rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Ruud van der Horst
Dr. R.P. van der Horst is wetenschappelijk adviseur bij het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) te Utrecht.

Drs. José Buisman
Drs. J. Buisman is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).

Drs. Marleen Spaans
Drs. M. Spaans is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Diversen: Artikelen

Drie drugsnetwerken in een kleine stad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden drug trafficking networks, criminal networks, social opportunities
Auteurs Dr. Eric Bervoets en Dr. mr. Anton Van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, we conducted a study on drug trafficking criminal networks in a Dutch town. In this article, we examine the results of this study by assessing the development of criminal networks and the way in which individuals get involved with these networks. Our analysis of the qualitative data focuses on three central empirical findings derived from earlier (mainly Dutch) research on criminal networks. A first outcome of earlier studies was that criminal networks are not based on a specific kind of crime and therefore do not resemble goal driven companies. Our fieldwork suggests, however, that the networks seemed less ‘flat’ and more goal driven than previously assumed. Second, earlier studies conclude that the structure of social opportunities facilitates a subjects’ inclination towards committing crime. Our study seems to confirm this finding: social pressure from peers and family is strong and encourages involvement in drug trafficking networks. Finally, earlier research pointed out that involvement in criminal networks was not a result of intentional recruitment. In our study we found – anecdotic – evidence of the opposite. We found evidence that suggests that most youth criminals are not ‘persisters’, however, mobs may serve as gateways to organised crime.


Dr. Eric Bervoets
Dr. E.J.A. Bervoets is zelfstandig onderzoeker bij Bureau Bervoets.

Dr. mr. Anton Van Wijk
Dr. mr. A.Ph. van Wijk is directeur van Bureau Beke.
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.

Dr. Floris Bex
Dr. F.J. Bex is universitair docent bij het departement Informatica en Informatiekunde van de Universiteit Utrecht.

Dr. Geralda Odinot
Dr. G. Odinot is wetenschappelijk onderzoeker en interviewtrainer bij How2Ask.

Drs. Roel Boon
Drs. R. Boon MCI is verhoorspecialist bij de Nationale Politie en wetenschappelijk onderzoeker bij de Politieacademie.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is universitair hoofddocent bij de faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen van de Universiteit Groningen.
Redactioneel

Georganiseerde misdaad in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden organized crime
Auteurs Prof. dr. Toine Spapens, Prof. dr. Emile Kolthoff en Prof. dr. Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decades, organised crime internationalised rapidly as a result of increasing mobility and ‘open’ borders. At the same time developments in information and communication technology have led to modernisation of existing types of crime and the introduction of novel ones. Finally, criminals have benefited from increasingly diversified migration streams. In the Netherlands and Belgium, organised crime appeared on the agenda in the 1990s. For a long time emphasis was on ‘trade crimes’ i.e. trafficking in drugs and humans, as well as human smuggling, followed by the production of synthetic drugs and cannabis. More recently the Low Countries are confronted by more visible manifestations of organised crime, for example rapid growth of outlaw motorcycle gangs. Criminals also try to utilise their capital to invest in businesses and real estate and to influence local politics.


Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.
Artikel

Organisatiestructuren van jihadistische netwerken in Nederland

Verschillen en overeenkomsten tussen 2000 en 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden jihadist networks, social network analysis, organizational structures, foreign fighters
Auteurs Dr. Jasper de Bie en Dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper uses social network analysis to study and compare the organizational structures and division of roles of three jihadist networks in the Netherlands. It uses unique Dutch police data covering the 2000-2013 period. This study demonstrates how the organizational structures differ between different networks. The earliest network has a hierarchical cell structure with a clear division of labour, while the later networks are horizontal and dense networks with less clear orientation on tasks. The core member types in the jihadist networks also differ. The earliest network contains international jihad veterans with clear leadership skills, while the later networks contain home-grown radicals with less status and often a lack of expertise. Furthermore, several jihadists evolve over time, when they used to be supporters, but become core members in posterior networks.


Dr. Jasper de Bie
Dr. J.L. de Bie is onlangs gepromoveerd aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie te Apeldoorn.
Artikel

Ondermijnende aspecten van georganiseerde criminaliteit en de rol van de bovenwereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden undermining, organized crime, corruption, white-collar crime, integrity
Auteurs Prof. dr. Emile Kolthoff en Dr. Sjaak Khonraad
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of undermining or subversive crime seems to be linked undistinguishably to organized crime and both terms are sometimes used synonymously. Definitions of the phenomenon are sometimes based on its effects, while others have their focus on its manifestations. Discussion on the underlying causes is lacking. Regularly, activities that actually do not relate to undermining are labeled as such.
    This reflection critically examines and evaluates the concept of undermining. The central question is what has to be understood under the concept of undermining and, above all: what not? The phenomenon is further explored, with the aim of stimulating scientific debate and empirical research. The role of the government and other institutions in facilitating undermining is explicitly discussed as well as the possibilities to strengthen their resilience.


Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, Openbare Orde en Recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Sjaak Khonraad
Dr. J.L.H.T.M. Khonraad is lector Integrale Veiligheid bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Liza Cornet
Dr. L.J.M. Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Slachtoffer van arbeidsuitbuiting?

Een kwalitatieve studie naar ideaaltypische trajecten die leiden tot zelfidentificatie als slachtoffer van mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden self-identification, labour exploitation, human trafficking, victimology, grounded theory
Auteurs Niki Tielbaard MSc., Dr. Masja van Meeteren en Xenia Commandeur MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Although the Netherlands criminalised some forms of labour exploitation as human trafficking, many cases remain undetected. This is probably due to low self-identification among victims. Whereas research revealed factors obstructing self-identification among victims, it remains unclear how some victims do arrive at self-identification. Drawing on in-depth interviews and focus group discussions with victims and professionals, this qualitative study identifies two ideal-typical pathways to self-identification. In the first trajectory self-identification is gradually formed through information gathering and deteriorating working conditions. In the second trajectory self-identification is triggered by a sudden vital event.


Niki Tielbaard MSc.
N.M Tielbaard is masterstudent Opsporingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was stagiaire bij FairWork te Amsterdam en masterstudent Veiligheidsbeleid en Rechtshandhaving aan de Universiteit Leiden.

Dr. Masja van Meeteren
Dr. M.J. van Meeteren is Universitair Hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Xenia Commandeur MA
Drs. X.D. Commandeur is onderzoeker mensenhandel
Artikel

Geëiste en opgelegde sancties bij de strafrechtelijke afhandeling van georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden organized crime, Punishment, demanded and imposed sanctions, Sentencing
Auteurs Dr. Karin van Wingerde en Prof. dr. Henk van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    The image that criminal enforcement of organized crime is difficult, is commonly reflected in the media and popular debate. Commentators often argue that organized crime is punished less severely than possible, due to the complexity of the offences, time constraints, and the increased interconnectedness between legal and illegal activities, which creates difficulties to find sufficient evidence to convict offenders. Using data from the Dutch Organized Crime Monitor, this article focuses on the ways in which offenders of organized crime are ‘treated’ by the criminal justice system and on the discrepancies between demanded sanctions and the actual sanctions executed in cases of organized crime.


Dr. Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Henk van de Bunt
Prof. dr. H.G. van de Bunt is hoogleraar criminologie aan Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Terug naar huis? Veranderingen in woonsituaties tijdens detentie en na vrijlating

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Trefwoorden housing changes, imprisonment, reentry, ex-prisoners
Auteurs Maaike Wensveen MSc, Dr. Hanneke Palmen, Dr. Anke Ramakers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although good and stable housing is one of the requirements for successful reintegration, research on the relation between imprisonment and housing is scarce. This study gains insight into the housing situation of Dutch prisoners before and after their incarceration. Data are used from 886 male Prison Project participants, who were interviewed both during and six months after detention. Changes in housing appear to be common; 52 percent of the prisoners has a different housing situation after release (compared to before detention). Changes in housing remain frequent during the six months post-release. The importance of good aftercare in the transition from prison to stable housing is underlined by these results.


Maaike Wensveen MSc
M. Wensveen, MSc is promovendus criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Criminologie.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. J.M.H. Palmen is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.