Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2010 x
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

Calvino en de onzichtbare wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden dialoog, macht, proces van wetgeving, persoon van de wetgever
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is geen persoon maar een procedure. Dit staatsrechtelijke adagium is zowel correct als onvolledig. Niet duidelijk wordt immers wat voor rol personen zinvol kunnen hebben in de wetsgang als procedure. Om dit aspect naar voren te brengen wordt het adagium omgedraaid. De wetgever die geen procedure is maar een persoon komen we onder andere tegen in de literatuur. Aan de hand van een lezing van Italo Calvino’s roman De onzichtbare steden wordt de relatie tussen de wetgever en de adviseur beschreven en doemt een beeld op van een ideale, zij het onzichtbare wetgever.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Redactioneel

Wetten voor de West

Over de wetgeving in het vernieuwde Koninkrijk der Nederlanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden staatkundige hervormingen, staatkundige vernieuwingen, Statuut voor het Koninkrijk, Antillenproject, wijziging van het Statuut
Auteurs Mr. dr. S. Hillebrink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste wijzigingen van het Statuut betroffen de samenstelling van het Koninkrijk: Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een status aparte, en nu dus de in 1986 al door velen als onvermijdelijk beschouwde opheffing van de Nederlandse Antillen. Ook deze keer is ervoor gekozen om de hoofdlijnen van het Statuut intact te laten en alleen die wijzigingen door te voeren die noodzakelijk waren om de overeengekomen staatkundige veranderingen te realiseren. Over dit uitgangspunt is de nodige discussie gevoerd in de Staten-Generaal tijdens de behandeling van het wetsvoorstel, naast de vragen waarom de Grondwet niet gewijzigd werd voor de BES-eilanden, wat de betekenis is van de Statuutbepaling over de BES-eilanden (art. 1 lid 2), wat voor geschillenregeling de regering voor ogen heeft (art. 12a en 38a) en wat precies het probleem is met de implementatie van verdragen (art. 27). In deze bijdrage gaat de auteur (kort) op deze onderwerpen in en bespreekt hij twee vragen waarover in de openbare stukken vrijwel niets te vinden is, maar die in de ambtelijke voorbereiding van de Statuutwijziging een rol speelden, namelijk de vraag wie de Antillen opheft, en welke formele rol de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten konden spelen bij de totstandkoming van de rijkswetgeving die op basis van de Slotverklaring van 2006 tot stand zou komen.


Mr. dr. S. Hillebrink
Mr. dr. S. Hillebrink werkt bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en was in het kader van de staatkundige hervormingen gedetacheerd bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

Smart regulation – slim geregeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden smart regulation, better regulation, better law making, Europese Commissie, Europese regels
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een goed adjectief kan veel doen bij het verkopen van overheidsbeleid. Zo zijn de ideeën over marktgerichter wetgeven onder meer aangeslagen omdat ze verpakt werden in de wikkel better regulation. Goed gevonden, want wie kan er in hemelsnaam tegen zijn; wie wil er nu een lans breken voor bad regulation?De nieuwste vinding op dit terrein is smart regulation (ook daar kan je – als je tenminste niet voor dummy uitgemaakt wil worden – onmogelijk tegen zijn).


Prof. dr. W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rector van de Europese academie voor Recht en Wetgeving.
Artikel

Toezicht op naleving van Europese regelgeving in Frankrijk en Duitsland

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Frankrijk, Duitsland, lagere overheden, toezicht op naleving Unierecht
Auteurs Dr. J.H. Reestman en H. Bosdriesz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt tegen de achtergrond van de Wet NErpe bekeken hoe in twee nabuurstaten met een belangrijke en invloedrijke constitutionele cultuur, Frankrijk en Duitsland, het centrale toezicht op naleving van Europese Unierecht door lagere overheden c.q. deelstaten is geregeld. Opvallend is dat de federale staat Duitsland wel een algemene, niet specifiek voor het Unierecht geschreven, taakverwaarlozingsregeling kent, terwijl deze in de gedecentraliseerde eenheidsstaat Frankrijk ontbreekt. In Frankrijk wordt de noodzaak van zo’n algemene regeling betwijfeld: een regresrecht zou voldoende zijn om de lagere overheden in te tomen. De Duitse taakverwaarlozingsregeling is praktisch vrijwel onbruikbaar. In plaats van haar inzet te vergemakkelijken, heeft de grondwetgever in 2006 twee regresregelingen ingevoerd.


Dr. J.H. Reestman
Dr. J.H. Reestman is universitair hoofddocent constitutioneel recht aan de Universiteit van Amsterdam.

H. Bosdriesz
H. Bosdriesz LL. B is masterstudent aan Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Wet NErpe: een onmisbare papieren tijger?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden toezicht, taakverwaarlozing, aanwijzing, verhaalsrecht, publieke entiteiten, Europees recht
Auteurs Mr. R.J.M. van den Tweel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet NErpe wordt een instrumentarium geïntroduceerd dat de nodige complicaties en rechtsvragen zal oproepen, omdat een schending van Europees recht vaak niet eenduidig is vast te stellen. Niettemin zal het effectief kunnen bijdragen aan het beoogde tweeledige doel: vooral met het verhaalsrecht beschikt de rijksoverheid over een instrument om te voorkomen dat Nederland financieel nadeel lijdt als gevolg van een schending van Europees recht door een publieke entiteit. Bovendien draagt de dreiging van inzet van dit instrumentarium, óók in de fase voordat de Europese Commissie Nederland heeft aangesproken, bij aan de naleving van het Europese recht.


Mr. R.J.M. van den Tweel
Mr. R.J.M. van den Tweel is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Praktijk

Alles ineen: het combineren van uitvoeringsregels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden wetgevingstechniek, delegatie, Aanwijzingen voor de regelgeving, delegatiegrondslag, algemene maatregel van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Aanwijzingen voor de regelgeving over deze materie zwijgen, is er sprake van een tendens om gedelegeerde regelgeving ter uitvoering van een wet te combineren in één uitvoerings-AMvB en één ministeriële uitvoeringsregeling. Dit kan worden aangetoond aan de hand van diverse voorbeelden. Argumenten voor bundeling van de uitvoeringswetgeving zijn veelal het bevorderen van overzichtelijkheid en samenhang en het terugdringen van het aantal regelingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.

Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

In dit nummer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht, raadadviseur in buitengewone dienst bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en redacteur van RegelMaat. l.f.m.verhey@minjus.nl
Discussie

Kafka en de verbeelding van bureaucratie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden bureaucratie, rechtsstaat, autonomie
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bureaucratie is een dubbelzinnig regime. Het is enerzijds een interpretatie van het ideaal van een democratische rechtsstaat, waarin bestuur neutraal is en onderworpen aan politiek gezag (Weberiaans). Anderzijds is bureaucratie een nachtmerrie, waarin burgers geen toegang hebben tot de wet die hun rechten en verplichtingen vaststelt (kafkaësk). Om deze dubbelzinnigheid hanteerbaar te maken en vermijdbare bureaucratie op te sporen en bespreekbaar te maken wordt lezing aanbevolen van de romans van Kafka en bestudering van de werkwijze van de Kafkabrigade.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Casus

De kracht van ‘juridische impact assessments’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verenigd Koninkrijk, IAK, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage past de bevindingen van de Britse bestuurskundige Page over de rol van de Office of the Parliamentary Counsel (OPC) in het Verenigd Koninkrijk in het wetgevingskwaliteitsbeleid aldaar toe op de Nederlandse proef met een integraal afwegingskaderbeleid en regelgeving (IAK). Hoe kunnen economische rationaliteit en juridisch inzicht het beste gecombineerd worden om tot betere wetgeving te komen? Misschien is een rol weggelegd voor ‘juridische impact assessments’, die bestaan uit het inschatten van juridische obstakels, maar wel op een creatievere manier dan alleen een legalistische beoordeling, en die juist door hun juridische aard behoorlijk invloedrijk kunnen zijn en ook aan inhoudelijke kernpunten van het beleid kunnen raken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Anne.Meuwese@uvt.nl
Artikel

Meer wetgeving voor het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verdrag van Lissabon, wetgevingshandelingen, Europese Hof van Justitie
Auteurs Mr. T.M. de Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon brengt de nodige wijzigingen voor het Europese Hof van Justitie met zich, die ook van invloed zijn op nationale en EU-regelgeving. In dit artikel worden deze wijzigingen beschreven. De rechtsmacht van het Hof wordt substantieel uitgebreid, maar niet zo ver dat het nationale regelgeving nietig kan verklaren. Naast de uitbreiding van de rechtsmacht zijn de mogelijkheden voor particulieren om in beroep te gaan tegen regelgevingshandelingen van de Europese Unie uitgebreid. Ook de nationale parlementen hebben een beperkte mogelijkheid gekregen om tegen wetgevingshandelingen in beroep te gaan. Voorts kunnen lidstaten eerder een boete of een dwangsom krijgen als zij met hun wetgeving het Unierecht niet naleven.


Mr. T.M. de Gans
Mr. T.M. de Gans is werkzaam bij de afdeling Europees Recht en het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) van de Directie Juridische Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. tom-de.gans@minbuza.nl
Artikel

Nationale parlementen en Europese wetgeving

De Staten-Generaal als de Raad van State van Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, wetgevingsproces
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de empirische praktijk blijkt dat het Nederlandse parlement in het kader van de Europese subsidiariteitscontrole een functie uitoefent die sterk lijkt op de rol van de Raad van State binnen Nederland. Het parlement geeft een wetgevingsadvies dat voor de Europese instellingen weliswaar niet absoluut bindend is, maar waarop zij verplicht zijn om te wachten voordat zij het wetgevingsproces voortzetten. Bezwaren van nationale parlementen kunnen weliswaar niet tot amendement of intrekking van een Europees wetsvoorstel verplichten, maar kunnen een hermotivering uitlokken.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Philipp Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Delegeren is een kwestie van vertrouwen

De nieuwe EU-delegatiesystematiek onder het Verdrag van Lissabon

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden comitologie, Europese Unie, delegatie, uitvoeringsregels
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel betreft de betekenis van de nieuwe delegatiesystematiek van het Verdrag van Lissabon (artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, verder: VWEU). Het is goed dat er een structuur is gekomen die het verouderde systeem van artikel 202 EG-Verdrag vervangt, ook al blijven er vragen over de verhouding tussen handelingen onder artikel 290 en 291 VWEU. Zoals de vraag wat een verstandige manier is om de lidstaten te betrekken bij de door de Commissie in delegatie vast te stellen regels (comitologie) of de vraag of de overdracht van bevoegdheid tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen met een algemene strekking ook een handeling is die door artikel 290 VWEU wordt bestreken. Het zijn lastige vragen maar ook institutioneel betwiste vraagstukken. Er loert daarmee een groter gevaar op de achtergrond: de verschillen van inzicht tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad over de wijze waarop controle moet worden uitgeoefend over het vaststellen van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Het dreigt een onder-boven-spel te worden tussen de Raad en het Europees Parlement, waartussen de Commissie (weer eens) vermalen zou kunnen worden. Zeker als de Raad de comitologiereflex niet weet te onderdrukken en het Europees Parlement in alle gedane voorstellen het comitologiespook meent te herkennen, kan dat verlammend gaan werken op de effectiviteit en slagvaardigheid bij het vaststellen van gedelegeerde regels. Misschien is ook hier, net als in andere EU-beleidsdomeinen, eerst een goede crisis nodig voordat we weer verder kunnen komen.


Prof. dr. W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rector van de Europese academie voor Recht en Wetgeving. w.j.m.voermans@law.leidenuniv.nl
Discussie

Michael Oakeshott en de droom van een rechtsstaat zonder regelgevers, managers en toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden rule of law, rechtsstatelijke kwaliteitsmaatstaven, governance, interne moraal van de wetgeving
Auteurs prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het klassieke liberalisme zag de rechtsstaat als een politieke gemeenschapdie bestuurd wordt op basis van het legaliteitsbeginsel. Van dat ideaalbeeld is in een tijd van governance en new public management niet veel over. Voor wetgever, bestuur en rechter kwamen regelgever, manager en toezichthouder in de plaats; een nieuwe onheilige trias politica. De politieke filosofie van Michael Oakeshott laat zien waarom het oude ideaal waardevol blijft, omdat het ook bij een andere institutionele inrichting van het openbaar bestuur oproept tot het erkennen van rechtsstatelijke kwaliteitsmaatstaven die de kwaliteit van een praktijk van regelgeleid gedrag bepalen.


prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.