Zoekresultaat: 35 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2012 x
Artikel

De Omgevingswet in Europeesrechtelijk perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, Wabo, Europees recht
Auteurs Mr. B.A. Beijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal of de nieuwe Omgevingswet gemodelleerd kan en moet worden naar het Europese milieurecht en of dit de implementatie van nieuwe Europese richtlijnen in de toekomst eenvoudiger zal maken. Problematisch daarbij is met name dat het Europese milieurecht geen compleet en samenhangend systeem vormt. Bovendien laten sectorale richtlijnen zich niet altijd makkelijk in een integrale wet omzetten en stellen verplichtingen uit Europese richtlijnen grenzen aan de mogelijkheid om een integraal toetsingskader voor vergunningen te hanteren.


Mr. B.A. Beijen
Mr. B.A. Beijen is werkzaam als docent/onderzoeker bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. b.a.beijen@uu.nl
Discussie

Weber, de politicus en het regelmoeras

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden bureaucratie, politicus, verantwoordelijkheid, inschattingsvermogen
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn klassieke essay Politiek als beroep uit 1919 geeft de socioloog Max Weber een analyse van het beroep en de roeping van de politicus, die nog steeds actueel is. Hij laat zien hoe de legitimatie van bureaucratie en politieke leiding uiteenloopt en wat voor problemen dit voor de sturende politici oplevert. De ontwikkelingen in de bureaucratie na Weber hebben de sturingsproblemen van de politicus nog versterkt. Wellicht kan het idealistische profiel van de reflectieve machtspoliticus dat Weber schetst, toch houvast geven bij het leidinggeven aan de bureaucratie.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Verbindende regels

Kansen voor meer samenhang binnen het omgevingsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsrecht, integratie, stroomlijning, deregulering
Auteurs Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt om uiteenlopende regels binnen het bestaande omgevingsrecht met elkaar te verbinden. Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht is een belangrijk doel van de wetgevingsoperatie. In dit artikel staat het ontwerpproces centraal. Wat is het vertrekpunt van de nieuwe regelgeving, welke regels kunnen gestroomlijnd worden, hoe ontstaat er meer samenhang in het begrippenkader, de juridische instrumenten en de wijze van normstelling? Daarmee wordt tevens inzicht geboden in de vele keuzes die zullen moeten worden gemaakt binnen het ontwerpproces van de nieuwe regelgeving.


Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de hoofddirectie bestuurlijke en juridische zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet. wilco.de.vos@minienm.nl

Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Raad van State. g.evers@raadvanstate.nl
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Diversen

Staatsrechtconferentie 2012

The Powers That Be – op zoek naar nieuwe checks and balances in de verhouding tussen wetgever, bestuur, rechter en media in de veellagige rechtsorde

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Artikel

Feitenloze politiek in het wetgevingsproces?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden fact free politics, logos, ethos, pathos, rationaliteiten
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage betoogt de auteur dat fact free politics in zekere zin van alle tijden is, maar dat de huidige discussie daarover raakt aan de veranderde rol van emotie in de politiek. Vervolgens wordt vanuit dit perspectief stilgestaan bij de verschillende rationaliteiten die spelen bij het wetgevingsproces en wordt een pleidooi gehouden om de besluitvorming over wetten vooral als een eigenstandig politiek proces te beschouwen en te onderzoeken.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. Koole is hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Casus

De eerste gele kaart voor Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, gele kaart, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ervaringen met de ‘gele kaart’ voor de Europese Commissie wegens vermeende subsidiariteitsbezwaren tegen het voorstel voor een Verordening over het uitoefenen van het recht op collectieve actie in het kader van de vrijheden van vestiging en dienstverlening geven aanleiding nog eens kritisch te kijken naar de afbakening van de procedure. Hoe kunnen we zorgen dat de parlementen de Commissie in deze procedure aanspreken op het enige punt dat haar dwingt tot een inhoudelijk antwoord: de analytische kwaliteit van haar subsidiariteitstoets?


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School.
Artikel

Tegen dovemansoren?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden strafrechtswetenschap, antiterrorismewetgeving, crime complex, social media
Auteurs Mr. dr. M.A.H. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur, mede aan de hand van de casus van de antiterrorismewetgeving, nader in op de vraag wat de betekenis is van de strafrechtswetenschap bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving op het terrein van orde en veiligheid. Haar standpunt is dat de rol van de strafrechtswetenschap binnen het wetgevingsproces tegenwoordig te beperkt is en geoptimaliseerd zou kunnen worden. Hierbij worden de strafrechtswetenschapper en de strafwetgever niet alleen in de schijnwerpers gezet, maar wordt ook de belangrijke en onlosmakelijke band tussen beiden benadrukt.


Mr. dr. M.A.H. van der Woude
Mr. dr. M.A.H. van der Woude is werkzaam als universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Praktijk

Enkelvoud of meervoud?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgevingstechniek, meervoudsvorm, enkelvoudsvorm, Wetboek van Strafrecht
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is niet consequent in het gebruik van meervoud en enkelvoud in wetteksten. Daarom ontstaat er soms discussie over de betekenis van een wettekst. De parlementaire geschiedenis biedt hier diverse voorbeelden van, waarvan er enkele in deze bijdrage worden uitgelicht. Het is niet altijd duidelijk of in een wettekst het meervoud ook het enkelvoud omvat, en omgekeerd. Dit hangt altijd van de context af en van de bedoeling van de wetgever. Biedt dat geen aanknopingspunten, dan lijkt de hoofdregel te zijn dat het om het even is of het enkelvoud dan wel het meervoud wordt gebruikt. Aanknopingspunt hiervoor biedt een arrest van de Hoge Raad uit 1909. Voor nieuwe aanwijzingen in de Aanwijzingen voor de regelgeving lijkt onvoldoende reden, al zou een aanwijzing waarmee de opstellers van wetteksten in ieder geval worden aangespoord om consequent het enkelvoud dan wel het meervoud te gebruiken, misschien niet misstaan.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

Rawls en de toetsende rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, proportionaliteit, sociaal contract, constitutionele dialoog
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het debat over de invoering van constitutionele toetsing door de rechter in Nederland wordt onvoldoende aandacht besteed aan de toetsbaarheid van de grondwettelijke teksten, iets wat ook de veronderstelde constitutionele toetsing door de wetgevende organen parten speelt. Een geschiktere tekst zal gebruik moeten maken van open normen en rechters daarbij interpretatievrijheid bieden. De vrees voor deze politieke macht voor rechters verlamt het debat. Dat zou anders kunnen als we de redenering van Rawls volgen, die laat zien hoe een constitutionele dialoog mogelijk is die tot een overlappende consensus leidt tussen verschillende posities in het publieke debat.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De constitutionele toetsing door de Raad van State

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden advisering, constitutionele toetsing, interpretatiemethoden, Raad van State, rechtsvergelijking, verdragsconforme grondwetsuitleg
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad van State heeft de achterliggende jaren stappen gezet om de toetsing aan constitutionele normen te versterken. In deze bijdrage komt het begrip constitutionele toetsing aan de orde zoals dat door de Afdeling wordt gehanteerd. Vervolgens worden de redenen aangestipt voor de inzet om de constitutionele toetsing binnen de Raad en met name de Afdeling te versterken. Ook wordt geschetst waartoe dit streven de afgelopen jaren heeft geleid. De bijdrage sluit af met een verwachting ten aanzien van de constitutionele vragen die de komende tijd op het bord van – onder meer – de Afdeling zullen komen te liggen.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen is lid van de Raad van State. b.vermeulen@raadvanstate.nl

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is jurist bij de Raad van State. h.vanroosmalen@raadvanstate.nl
Redactioneel

Constitutionele toetsing door de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Casus

Hoge Raad is duur

Over het verwijzen naar normalisatienormen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden normalisatie, openbaarheid, auteursrecht, handelsbelemmeringen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft een knoop doorgehakt in de lang slepende kwestie m.b.t. het verwijzen in wetgeving naar normalisatienormen. Door verwijzing worden die normen zelf geen algemeen verbindende voorschriften en vervalt ook niet het auteursrecht. De vraag is echter of daarmee het probleem van de gebrekkige toegankelijkheid van NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen is opgelost. Heeft de Hoge Raad bovendien wel voldoende aandacht geschonken aan de Europese dimensie van deze problematiek?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

The fast and the furious: de Crisis- en herstelwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Crisis- en herstelwet, totstandkomingsproces, snelheid van wetgeving, prioriteit, politieke regie, wetgevingsproject
Auteurs Mr. N. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Crisis- en herstelwet (CHW) is een complexe wet, maar heeft het totstandkomingsproces ‘van blanco papier tot inwerkingtreding’ binnen een jaar doorlopen. De auteur – als wetgevingsjurist bij de CHW betrokken – schetst hoe dit is gegaan en onderzoekt welke factoren aan deze snelheid hebben bijgedragen. Hij noemt er vier:
    – absolute prioriteit;
    – politieke regie;
    – een vrijgesteld team;
    – een goed team.
    De eerste drie factoren zijn slechts voor enkele wetgevingsprojecten per kabinetsperiode te realiseren. Daarom zou een kabinet maximaal vijf projecten met topprioriteit moeten aanwijzen. De vierde factor is moeilijk grijpbaar, want vergt een beetje magie.


Mr. N. Verheij
Mr. N. Verheij is lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In een vorig leven was hij als wetgevingsjurist op het ministerie van (toen nog slechts) Justitie nauw betrokken bij de totstandkoming van de Crisis- en herstelwet. n.verheij@raadvanstate.nl
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.