Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Worstelen met de wet, wie is aan zet? Op weg naar HOPE

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden rechter en wet, hanteerbaarheid van de wet, Aanwijzingen voor de regelgeving, rechterlijke terugkoppeling, doelmatigheid van de wet
Auteurs Mr. J.H. van Kreveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal staat de vraag: wat is voor de bestuursrechter een goed hanteerbare wet? Dat is een wet waarmee hij zonder veel problemen steeds tot redelijke, juridisch aanvaardbare oplossingen kan komen. Uit zijn ervaringen als bestuursrechter concludeert de auteur dat daarvoor nodig is dat de wet (1) helder is qua tekst, opbouw en toelichting, (2) juridisch deugt en deugdelijk onderbouwd is, en (3) in concrete gevallen niet te veel knelt. De wet moet HOPE zijn: Helder, Overtuigend en Proportioneel jegens Eenieder. De toelichting van de wet is in het bijzonder belangrijk voor de beoordeling van de juridische deugdelijkheid van de wet. Het is tenslotte nuttig als er goed lopende systemen van terugkoppeling door rechters naar wetgevers ontstaan, om de hanteerbaarheid van bestaande wetten te vergroten en als leerervaring bij nieuwe wetten. Dit leidt tot de slotsom: wetgever én rechter zijn aan zet.


Mr. J.H. van Kreveld
Mr. J.H. (Jan) van Kreveld was hoofd wetgevingskwaliteitsbeleid bij het ministerie van Justitie en hoogleraar wetgevingsleer aan Tilburg University en daarna lid van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak. Nu is hij voorzitter van de bezwarencommissie van de provincie Zuid-Holland. In 1991-2001 maakte hij deel uit van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Grondwet, preambule, algemene bepaling
Auteurs Mirjam von Meijenfeldt en Roos Molendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen waarin staat dat de Grondwet de kernwaarden democratie, rechtsstaat en grondrechten waarborgt. In reactie op het door Adams en Leenknegt geschreven artikel wordt betoogd dat zowel een algemene bepaling als een preambule bij de huidige constitutionele stand van zaken slechts gerommel in de marge is. Het voorstel gaat voorbij aan waar het daadwerkelijk om gaat: een fundamentele herbezinning op de Grondwet en diens plaats in de samenleving.


Mirjam von Meijenfeldt
Mirjam von Meijenfeldt volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Roos Molendijk
Roos Molendijk volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Onbekend maakt onbemind

Naar betere communicatie tussen wetgever en rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toelichting wetsvoorstel, taken en bevoegdheden van de rechter, rechtsvorming, wetsvoorstel-Taverne, toetsingsverbod, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetgevingsadvisering, wetgevingsbevel
Auteurs Prof. dr. mr. E. Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Terwijl de samenleving sterk is veranderd en – onder invloed daarvan – ook de politieke en staatkundige verhoudingen in beweging zijn, is de manier waarop wetgever en rechter met elkaar communiceren nauwelijks gewijzigd. Dat lijkt steeds vaker tot een verkeerd begrip van elkaars rol en positie te leiden. Het wetsvoorstel Taverne is daar een goed voorbeeld van. In deze bijdrage wordt eerst ingegaan op die rol en positie en vervolgens op de vraag hoe de communicatie tussen wetgever en rechter kan worden verbeterd. Ideeën en voorstellen zijn er genoeg, maar de uitvoering is problematisch.


Prof. dr. mr. E. Bauw
Prof. dr. mr. E. Bauw is hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam, tevens hoofd juridische kwaliteit, wetgevingsadvisering en internationale samenwerking bij de Raad voor de rechtspraak en raadsheer-plaatsvervanger in de gerechtshoven Arnhem-Leeuwarden en Den Haag. e.bauw@rechtspraak.nl
Artikel

Artikel 8 EVRM: proportionaliteit en verwerking van persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit, EHRM, dataprotectierichtlijn, wetgevingsproces
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. M.W. Raijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien ontwerpwetgeving leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, moet de wetgever in veel gevallen een toets uitvoeren aan artikel 8 EVRM en het relevante EU-recht. Bij die toets draait het vaak om de vraag of de beperkende maatregel voldoet aan het proportionaliteitsvereiste. In de Straatsburgse rechtspraak is de proportionaliteit een paraplu waaronder uiteenlopende waarborgen worden geschaard. De complexiteit en veelomvattendheid van de proportionaliteitstoets werken door op nationaal niveau. De wijze waarop de proportionaliteitstoets door de Nederlandse wetgever wordt verricht, is wisselvallig. Soms vindt een expliciete toetsing plaats in het kader van artikel 8 EVRM, vaak is dat ook niet het geval.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl

Mr. M.W. Raijmakers
Mr. M.W. Raijmakers is sectorhoofd directie Advisering bij de Raad van State. m.raijmakers@raadvanstate.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De constitutionele toetsing door de Raad van State

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden advisering, constitutionele toetsing, interpretatiemethoden, Raad van State, rechtsvergelijking, verdragsconforme grondwetsuitleg
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad van State heeft de achterliggende jaren stappen gezet om de toetsing aan constitutionele normen te versterken. In deze bijdrage komt het begrip constitutionele toetsing aan de orde zoals dat door de Afdeling wordt gehanteerd. Vervolgens worden de redenen aangestipt voor de inzet om de constitutionele toetsing binnen de Raad en met name de Afdeling te versterken. Ook wordt geschetst waartoe dit streven de afgelopen jaren heeft geleid. De bijdrage sluit af met een verwachting ten aanzien van de constitutionele vragen die de komende tijd op het bord van – onder meer – de Afdeling zullen komen te liggen.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen is lid van de Raad van State. b.vermeulen@raadvanstate.nl

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is jurist bij de Raad van State. h.vanroosmalen@raadvanstate.nl
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Titel

Het vereiste van rechterlijke onpartijdigheid en de voorgestelde nieuwe Wet op de Raad van State: mag het een onsje meer zijn?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Raad van state, Voorstel van wet, Administratieve rechtspraak, Rechtspraak, Onpartijdigheid, Administratief recht, Europees hof voor de rechten van de mens, Onpartijdigheid van de rechter, Regering, Wetgeving
Auteurs Barkhuysen, T.

Barkhuysen, T.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.