Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Access_open De relatieve betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Een beschouwing over de Nederlandse juridische grondwetscultuur in de twintigste eeuw

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden grondwetsinterpretatie, grondwetsidee
Auteurs Mr. drs. J.J.J. Sillen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar de betekenis van de Grondwet voor de wetgever wordt meestal beantwoord met verwijzing naar haar bindende kracht, het toetsingsverbod en de veelvuldige delegatie aan de wetgever. De conclusie is vervolgens dat de Grondwet de wetgever veel vrijheid laat. Ik ben het eens met die conclusie, maar betoog dat deze argumentatie niet het hele verhaal vertelt. Wat ontbreekt is de rol van de Nederlandse grondwetscultuur. Drie elementen van die cultuur worden besproken: het bindende karakter van de Grondwet voor de wetgever, grondwetsinterpretatie en het ontbreken van een visie op welke normen in de Grondwet thuishoren.


Mr. drs. J.J.J. Sillen
Mr. drs. J.J.J. (Joost) Sillen is hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Casus

De rechter als wetgevingswaakhond

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beleidsneutraliteit, proportionaliteitstoets, evidence base, Daubert-doctrine
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    We zien in de Verenigde Staten momenteel hoe belangrijk rechterlijke controle op de kwaliteit van wetgeving kan zijn, bijvoorbeeld bij het omstreden inreisverbod voor migranten uit ‘islamitische landen’. Gevaar daarbij is echter dat de rechter te veel in politiek vaarwater terechtkomt. Misschien dat de Amerikaanse rechter op dit punt wat kan leren van het Hof van Justitie van de EU, dat een procedurele toets heeft ontwikkeld om de ‘evidence base’ van wetten te toetsen door bijvoorbeeld te kijken in hoeverre er impact assessments zijn uitgevoerd volgens de methoden die daartoe in het wetgevingsbeleid ontwikkeld zijn. Tegelijkertijd laat de Luxemburgse jurisprudentie zien dat men er daarbij misschien toch niet altijd aan ontkomt om ook naar de kwaliteit van het onderliggende bewijs te kijken. Hier kan Luxemburg wellicht wat leren van het U.S. Supreme Court, dat regels heeft ontwikkeld met betrekking tot de vraag hoe rechters dienen om te gaan met deskundigenbewijs en wetenschappelijke gegevens.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Better Regulation 2.0 in de Europese Unie: het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord en de nieuwe Better Regulation-richtlijnen voor de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Better Regulation, Interinstitutioneel Akkoord, legislative cyclus, Europees wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van het nieuwe millennium is er sprake van wetgevingsbeleid in de Europese Unie. Dit wordt met name vormgegeven door de Europese Commissie die verschillende agenda’s heeft vastgesteld om aan dit beleid vorm te geven. Sinds de komst van de commissie-Juncker is er weer een nieuwe agenda gekomen in mei 2015, echter met de oude naam Better Regulation. Twee speerpunten uit deze nieuwe agenda worden in dit artikel besproken. Het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven ziet op de samenwerking tussen de drie wetgevende instellingen van de Europese Unie, en heeft een aantal vernieuwingen opgeleverd. Daarnaast wordt de bundeling van de richtlijnen voor de wetgevingsinstrumenten van de Europese Commissie zoals impact assessments en ex-post evaluaties besproken. Van belang is het idee van een ‘legislative cyclus’ dat de Europese Commissie nastreeft: het constant kunnen aanpassen van wetgeving op basis van informatie die verzameld wordt. Hierbij is van belang dat alle instrumenten goed op elkaar aansluiten. Dit artikel beziet of dat gelukt is met de nieuwe Better Regulation-agenda en de instrumenten die daarmee zijn verbonden.


Mr. T.J.A. van Golen MA
Mr. T.J.A. (Thomas) van Golen MA is PhD Candidate aan de Tilburg Law School, Department of Private Law
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Naar een regelgevingcyclus?

Evaluatie in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese Unie, Better Regulation, impact assessment, ex-postwetsevaluatie
Auteurs Dr. E. Mastenbroek, Prof. dr. A.C.M. Meuwese en S. van Voorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Impact assessments van voorgenomen Europese regelgeving staan al een tijdje in de belangstelling van beleidsmakers en onderzoekers. Dit is ook steeds meer het geval voor Europese ex-postwetsevaluaties, die door de Europese Commissie gezien worden als het sluitstuk van de ‘regelgevingcyclus’ in de Europese Unie. Dit artikel gaat in op de dekkingsgraad en kwaliteit van deze twee typen evaluaties en op de mate waarin zij momenteel op elkaar aansluiten, als noodzakelijke voorwaarden voor een geloofwaardige evidence-based regelgevingcyclus.


Dr. E. Mastenbroek
Dr. E. Mastenbroek is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. Meuwese is hoogleraar European and Comparative Public Law aan de Tilburg Law School.

S. van Voorst
S. van Voorst is vanaf 1 september 2014 werkzaam als Promovendus NWO-Onderzoekstalent aan Tilburg University en de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Europese financiële toezichthouders als toonbeeld van evidence-based wetgeven in de EU?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europese toezichthouders, impact assessments, evidence-based wetgeven, financiële markten, evaluatie
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de kredietcrisis uit 2008 werden op Europees niveau nieuwe toezichthouders ingesteld die de supervisie over de financiële markten in betere banen moesten leiden. Zoals veel nieuwe regelgeving op Europees niveau ging er ook aan de oprichting een impact assessment vooraf waarbij verschillende beleidsopties vergeleken werden. Niettemin blijkt dat er nog allerlei problemen spelen bij de nieuwe toezichthouders waardoor de vraag opkomt hoe het staat met het evidence-based gehalte van deze politiek gevoelige financiële regelgeving. In deze bijdrage wordt gekeken naar de aanloop naar de wetgeving omtrent de toezichthouders en de evaluatie hiervan door de Europese Commissie en het Europees Parlement. Onduidelijk blijft waarom bepaalde beleidsopties beter worden beoordeeld dan andere mogelijkheden. Het verbeteren van het proces van ex ante en ex post evaluatie zou dan ook een belangrijke bijdrage aan het proces van evidence-based wetgeven kunnen bieden.


Mr. T.J.A. van Golen
Mr. T.J.A. van Golen, docent aan de Universiteit van Tilburg
Discussie

Solon en de taal van wetgevers en dichters

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden wetgevingskunst, redelijkheid en billijkheid, open norm, vrijheid
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetten en gedichten zijn op het eerste gezicht totaal verschillende tekstsoorten, maar bij nadere beschouwing zijn er ook overeenkomsten als teksten die een beeld van de wereld geven, normatieve implicaties hebben en betekenis krijgen dankzij een interpretatiegemeenschap. Solon was wetgever en dichter; moderne wetgevers kunnen toch ook door de bril van de poëtica bekeken worden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Artikel 8 EVRM: proportionaliteit en verwerking van persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit, EHRM, dataprotectierichtlijn, wetgevingsproces
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. M.W. Raijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien ontwerpwetgeving leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, moet de wetgever in veel gevallen een toets uitvoeren aan artikel 8 EVRM en het relevante EU-recht. Bij die toets draait het vaak om de vraag of de beperkende maatregel voldoet aan het proportionaliteitsvereiste. In de Straatsburgse rechtspraak is de proportionaliteit een paraplu waaronder uiteenlopende waarborgen worden geschaard. De complexiteit en veelomvattendheid van de proportionaliteitstoets werken door op nationaal niveau. De wijze waarop de proportionaliteitstoets door de Nederlandse wetgever wordt verricht, is wisselvallig. Soms vindt een expliciete toetsing plaats in het kader van artikel 8 EVRM, vaak is dat ook niet het geval.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl

Mr. M.W. Raijmakers
Mr. M.W. Raijmakers is sectorhoofd directie Advisering bij de Raad van State. m.raijmakers@raadvanstate.nl
Discussie

De Digesten en de wet van het voortschrijdend inzicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Digesten, interpretatie, vrijheid, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij interpretatie van oude rechtsbronnen zoals die van het Romeinse recht kan een productieve dialectiek van systeem en fragment optreden. Toepassing daarvan op Digesten-teksten over de wet en op de hieraan in de verte verwante Aanwijzingen voor de regelgeving laat zien dat de Digesten een open systeem vormen en de Aanwijzingen een gesloten systeem. Voortschrijdend inzicht werkt met terugwerkende kracht en dit betekent dat ook oudere denkbeelden nog bij moderne wetgevingsproblemen betrokken kunnen worden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Discussie

Hoi ek nomou, die van de Wet

Over de betekenis van toráh naast nomos en wet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtstoestand, Torah, nomos, wet
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De zeventig geleerden, de Septuagint, die te Alexandrië in de derde eeuw Tenach (het Oude Testament) vertaalden uit de Hebreeuwse grondtekst in het Grieks, vertaalden het woord ‘toráh’ als ‘nomos’.Torah betekenent in de vertaling van Martin Buber, ´Weisung´, voorschrift. De Torah is formeel en heilig, want door de Eeuwige vastgesteld. Jezus heeft het liefdesgebod echter daarboven gesteld. Door de vertaling als nomos heeft de Griekse betekenis van ‘regelmaat, rechtstoestand’ de oorspronkelijke betekenis ook beïnvloed. Maar op het diepere niveau, dat van wezenlijke waarden, klinkt nog altijd iets van ‘torah’ door in de wet.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. E.C.M. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit en de Universiteit Maastricht en oud-redacteur van RegelMaat. Hij schreef in het begin van het bestaan van de rubriek Nomoi daarvoor bijdragen, onder meer over Plato, Cicero, Montesquieu, Alexander Hamilton, John Stuart Mill en Gustav Radbruch. ejurgens@xs4all.nl
Titel

De herziening herzien: over de (on)vanzelfsprekendheid van het wijzigen van hoofdstuk 8 van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Herziening, Statuut, Ontbinding, Constitutie, Staten-generaal, Regering, Aanvaarding, Staatsrecht, Referendum, Verdrag
Auteurs Hoogers, H.G.

Hoogers, H.G.
Artikel

De BES-eilanden, de Grondwet en het Europese recht

Over constitutionele en Europeesrechtelijke consequenties van de handhaving van de LGO-status van de BES-eilanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden LGO-status, openbaar lichaam, BES-eilanden, afwijking Grondwet
Auteurs Mr. H.G. Hoogers
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontmanteling van het land Nederlandse Antillen zal erin resulteren dat de huidige drie eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba als bijzondere openbare lichamen ex artikel 134 Grondwet deel van Nederland worden. Die invoeging in het Nederlandse staatsverband zal, zo is het voornemen van de betrokken partijen, niet leiden tot een verandering in de Europeesrechtelijke status van de drie eilanden: zij blijven behoren tot de zogeheten landen en gebieden overzee (LGO). Uit het behoud van de LGO-status vloeit echter niet per se voort dat grote delen van het Nederlandse recht van Europese oorsprong niet ingevoerd hoeven te worden: de LGO-status is namelijk een minimumstatus. Voor de vraag welke delen van het (Europese) recht in een bepaalde LGO dienen te gelden naast het recht dat uit de LGO-status zelf voortvloeit, is uiteindelijk nationaal recht doorslaggevend. De Grondwet biedt op dit moment niet de mogelijkheid om delen van het Nederlandse recht (delen van de Grondwet zelf daaronder begrepen) voor delen van Nederland generiek buiten toepassing te laten: als wij inderdaad delen van dat recht (ongeacht of het van Europeesrechtelijke oorsprong is of niet) voor Bonaire, St. Eustatius en Saba buiten toepassing willen laten (en dat is nadrukkelijk de bedoeling), dan zal daarvoor een constitutionele grondslag geschapen moeten worden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep staatsrecht en internationaal recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.