Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Indringender rechterlijke toetsing van AVV

Over de processuele consequenties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, bestuursprocesrecht, toetsingsintensiteit, evidence base-toetsing
Auteurs Mr. L.A. van Heusden
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bestuursrechter algemeen verbindende voorschriften voortaan indringender toetst door de zogenoemde ‘evidence base’ ervan te toetsen, waar loopt hij dan tegenaan in de praktijk? De processuele consequenties van een dergelijke toetsing worden in dit artikel beschreven. Specifiek wordt ingezoomd op het bestuursrechtelijke uitgangspunt van ex-tunctoetsing, het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden en de partijstelling. De auteur concludeert dat ondanks de primaire focus van het bestuursprocesrecht op individuele geschilbeslechting, de Awb evidence base-toetsing mogelijk maakt. Om die toetsing in de praktijk aan effect te doen winnen, is echter ook de wetgever nodig.


Mr. L.A. van Heusden
Mr. L.A. (Louise) van Heusden is promovenda bij Tilburg University en werkzaam bij de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Artikel

Empathie in het sociaal domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden mensbeeld, beleidstheorie, implementatie, sociale zekerheid
Auteurs Mr. dr. A. Tollenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan wetgeving ligt altijd een mensbeeld ten grondslag. Het mensbeeld bestaat uit het geheel aan eigenschappen (voorkeuren, vaardigheden, motieven) van degene die door de wet wordt geraakt of beschermd. De mensbeelden kunnen worden onderscheiden in een drietal dimensies: zelfredzaam, bureaucratische vaardigheden en calculerend gedrag. De analyse van de totstandkoming van de wetgeving in de sociale zekerheid leert dat de mensbeelden van verschillende recente wetten verschillend scoren op deze dimensies. Onduidelijk is waar de wetgever zijn mensbeeld op baseert. Bij wetgeving lijken mensbeelden vooral te worden gebruikt om wettelijke voorschriften te legitimeren. Bij de uitvoering van de wetten blijken weer andere mensbeelden te domineren. Dit is ingegeven door enerzijds meer specifieke kennis van de normadressaat (voorschriften worden niet zo streng gehandhaafd als de wetgever zou willen, omdat de handhaving ongewenste effecten heeft) en anderzijds bezuinigingsdrift (waardoor procedurele barrières worden opgeworpen die de wetgever niet voor ogen stonden). Dit geconstateerde verschil tussen uitvoering en wetgeving leidt tot de aanbeveling om bij wetgeving meer kennis over de mensbeelden in de uitvoeringspraktijk te betrekken.


Mr. dr. A. Tollenaar
Mr. dr. A. (Albertjan) Tollenaar is universitair hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Ligplaatsen voor woonboten: het reguleren van een privaatrechtelijke rechtsverhouding

Lessen voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsovereenkomst, doorkruisingsleer, woonboten, ligplaatsen
Auteurs mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal waar de wetgever rekening mee moet houden bij het reguleren van privaatrechtelijke verhoudingen, waarbij de overheid vaak partij is en waarbij publieke belangen een grote rol spelen. Dit wordt besproken aan de hand van het wetsvoorstel tot verbetering van de huurbescherming van huurders van ligplaatsen. Uit dit voorbeeld worden algemene lessen getrokken. Hieruit blijkt dat het ten eerste van belang is om alle betrokken belangen, zowel publieke als private, in kaart te brengen. Ook dient een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, zodat er niet een te zeer wordt benadrukt ten koste van de andere. Tot slot dient rekening te worden gehouden met de aard van de rechtsverhouding. Als publieke belangen een belangrijke rol spelen, is enige verwevenheid van het publiekrecht met het privaatrecht onvermijdelijk, maar dit dient zo veel mogelijk te worden beperkt.


mr. C.C. van Niel
mr. C.C. (Charlotte) van Niel is wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Grondwet, preambule, algemene bepaling
Auteurs Mirjam von Meijenfeldt en Roos Molendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen waarin staat dat de Grondwet de kernwaarden democratie, rechtsstaat en grondrechten waarborgt. In reactie op het door Adams en Leenknegt geschreven artikel wordt betoogd dat zowel een algemene bepaling als een preambule bij de huidige constitutionele stand van zaken slechts gerommel in de marge is. Het voorstel gaat voorbij aan waar het daadwerkelijk om gaat: een fundamentele herbezinning op de Grondwet en diens plaats in de samenleving.


Mirjam von Meijenfeldt
Mirjam von Meijenfeldt volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Roos Molendijk
Roos Molendijk volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Artikel

Klokkenluiden en het belang van een open organisatiecultuur

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden klokkenluiden, ambtelijke professionaliteit
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de problematiek van klokkenluiden in publieke organisaties besproken geplaatst tegen het bredere perspectief van politiek-ambtelijke verhoudingen. Het verschijnsel hangt nauw samen met enerzijds de politieke loyaliteit en anderzijds de professionaliteit van de ambtenaar. Klokkenluiden krijgt steeds meer een positief onthaal door de toegenomen betekenis van de vrijheid van meningsuiting, de toenemende wens tot openbaarheid, veranderde opvattingen over politiek en ministeriële verantwoordelijkheid en een toenemend wantrouwen in de overheid en instituties. Tegelijkertijd signaleert de auteur ook enkele risico’s aan klokkenluiden, zoals de schade voor de betreffende organisatie bij onzorgvuldig gebruik, de onmogelijkheid om het begrip ‘misstand’ helder te definiëren en, in relatie daarmee, het risico op onzuivere motieven bij klokkenluiden. Verder zijn er de gevolgen voor de verhoudingen binnen de organisatie en het miskennen van het gevaar van het naar buiten brengen van schadelijke informatie, voor het openbaar belang, maar ook voor de privacy van burgers. Deze risico’s moeten terdege onder ogen worden gezien. De auteur ziet wetgeving niet als belangrijkste antwoord op dit vraagstuk, maar ziet de oplossing veelal in aanhoudende aandacht voor de cultuur en omgangsvormen binnen een ambtelijke organisatie. Een open organisatiecultuur is de beste garantie dat klokkenluiden een incidenteel verschijnsel blijft.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.


Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Wetgevingsjurist en politiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.

    De adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State zijn een goede maatstaf voor de kwaliteit van wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur die op de ministeries worden voorbereid. Aan de hand van een aantal horizontale thema’s (zoals motivering van stelselwijzigingen of de introductie van nieuwe bevoegdheden, de reactie op externe adviezen of uitvoeringstoetsen, de inschatting van de effectiviteit van het voorstel) is een analyse gemaakt van de adviezen van de Afdeling in 2013 en eerste helft van 2014. In deze bijdrage worden enige algemene lijnen getrokken, gewezen op de risico’s van slechte wetgeving en aangegeven hoe de kwaliteit van wetsvoorstellen en de motivering van gemaakte keuzes kunnen worden verbeterd.


M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector Strafrecht en Sanctierecht van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Titel

Bestuurswetgeving en haar alternatieven: een verkenning van beleidsregels, algemene voorwaarden van de overheid en normalisatienormen als prototypen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 03 2008
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Beleidsregel, Wetgeving, Algemeen verbindend voorschrift, Wettelijk voorschrift, Zelfregulering, Binding, Overeenkomst, Aanvaarding, Bestuursorgaan
Auteurs Ommeren, F.J. van

Ommeren, F.J. van
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.