Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2014 x
Discussie

De stelling

De Aanwijzingen 6 en 7 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, die verlangen dat niet tot nieuwe regelingen wordt besloten dan nadat de noodzaak daarvan is komen vast te staan en nadat alternatieven voor wetgeving gewogen en te licht bevonden zijn, zijn een dode letter gebleken.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, alternatieven voor wetgeving, regeldruk, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de kwaliteit van de regelgeving hoog te houden en de omvang behapbaar is voortdurende aandacht nodig voor de vraag naar nut en noodzaak in de democratische rechtsstaat. Dat het niet eenvoudig is de regeldruk zowel wat betreft aantallen regels als wat betreft de lasten die voortvloeien uit die regels in de hand te houden, staat buiten kijf. Niet voor niets is al sinds 1981 het streven remmen aan te brengen om de regeldruk binnen de perken te houden. Ook kan het onder druk lastig zijn de eisen die de democratische rechtsstaat stelt, hoog te houden. Er zijn mogelijkheden de betekenis van de Aanwijzingen te vergroten. Zo zou het helpen als een regeerakkoord, voordat het tot stand komt, niet alleen wordt beoordeeld op financiële gevolgen, maar ook wordt bezien op de gevolgen voor de wetgeving (inclusief eisen van rechtsstatelijkheid, de gevolgen van het akkoord voor de regeldruk en of de wetgevingsvoornemens nodig zijn om de beoogde doelen te bereiken). Hoe dan ook is het belangrijk dat wetgevingsjuristen en beleidsmakers bij elk voornemen tot wetgeving kritisch blijven vragen welk doel precies wordt gediend met de voorgenomen regelgeving, hoe dat doel zich verhoudt tot andere doelen en of wel het juiste instrument wordt gekozen om het doel te bereiken. Daarvoor moeten ze ruimte nemen en krijgen. Ar 6 en 7 helpen daarbij. Net zoals een open houding naar bij de regelgeving betrokken partijen, een kritische Afdeling advisering van de Raad van State, een luisterend oor van bewindslieden, het debat in het parlement en de mogelijkheden die de rechter heeft om veel van de regelgeving in concrete gevallen te toetsen aan het rechtsstatelijke beginsel van proportionaliteit.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. van Dijk is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

De constitutionele dialoog

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
Auteursinformatie

Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Grenzen voor de EU-wetgever bij het machtigen van Europese agentschappen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU agentschappen, ESMA, Meroni, Romano, institutioneel evenwicht, delegatie
Auteurs Drs. M. Chamon
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke bevoegdheden kan de Uniewetgever overdragen aan EU-agentschappen (Europese ZBO's) en welke grenzen dienen hierbij gerespecteerd te worden? Sinds de bestuurlijke verzelfstandigingstendens zich ook op EU-niveau doorzette, vormden deze vragen het voorwerp van debat. Aangezien de Verdragen hier stilzwijgend over zijn, zochten rechtsgeleerden en ook de instellingen houvast in (verouderde) rechtspraak van het Hof van Justitie uit de tijd van de EGKS. In de short selling-zaak heeft het Hof nu voor het eerst zelf antwoord gegeven op deze vragen en dit met betrekking tot een bevoegdheidstoekenning aan de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten.


Drs. M. Chamon
Drs. M. Chamon is assistent en doctoraalonderzoeker aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent (Jean Monnet Centre of Excellence).
Artikel

Onafhankelijkheid vs. Accountability: de casus van de nieuwe EU financiële toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden onafhankelijkheid, accountability, agentschappen, financieel toezicht, EU
Auteurs Dr. M. Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de onafhankelijkheid en accountability van de nieuwe EU financiële agentschappen (EBA, EIOPA en ESMA). Het behandelt eerst de de jure institutionele, persoonlijke en financiële elementen van de onafhankelijkheids- en accountability arrangementen van de nieuwe agentschappen en laat zien dat zowel hun onafhankelijkheid als accountability versterkt is in vergelijking met die van hun voorgangers, de zogenoemde Lamfalussy-comités. Verder wordt een aantal punten met betrekking tot de de facto onafhankelijkheid en accountability van EU-agentschappen besproken. Het artikel sluit af met een aantal lessen die uit de EU-ervaring getrokken kunnen worden. Het biedt daarmee nuttige inzichten aan nationale wetgevers die zich met het ‘onafhankelijkheid vs. accountability’-dilemma geconfronteerd zien.


Dr. M. Scholten
Dr. M. Scholten is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Regulering en Handhaving in Europa en aan het Europa Instituut, Faculteit van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht.
Casus

Europese regelgevende agentschappen op drift?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regelgevende agentschappen, short selling, financieel toezicht, delegatie, attributie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU kent geen duidelijk verdragsrechtelijk of formeel-wettelijk kader met betrekking tot de oprichting, taken en bevoegdheden van agentschappen, terwijl de afgelopen jaren steeds belangrijkere regelgevende en uitvoerende taken aan deze agentschappen zijn toegekend. De oprichting van drie ‘European supervisory agencies’ verantwoordelijk voor het micro-prudentiële toezicht op financiële instellingen vormt het meest actuele voorbeeld daarvan. Aan deze agentschappen zijn belangrijke regulerende bevoegdheden toegekend, zoals die tot het ontwerpen van technische standaarden ter harmonisatie van regels betreffende het financiële toezicht. Deze regulerende standaarden dienen weliswaar formeel nog door de Europese Commissie te worden goedgekeurd, maar het is duidelijk dat het zwaartepunt voor het ontwerpen van de inhoud ervan de facto bij de agentschappen ligt. In een recente zaak bij het Hof van Justitie van de EU heeft het Verenigd Koninkrijk fundamentele bezwaren geuit tegen de mate waarin en wijze waarop regelgevende en uitvoerende taken aan deze Europese agentschappen zijn toegekend.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.