Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 85 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Objets trouvés

Een (toe)slag in de lucht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden kinderopvangtoeslag, evenredigheidsbeginsel, hardheidsclausule, uitvoerbaarheid, wetgevingsprimaat
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak heeft naar aanleiding van de kritiek van de commissie-Van Dam op de toeslagenjurisprudentie het boetekleed aangetrokken. Door onze hoogste bestuursrechter wordt echter ook op de verantwoordelijkheid van de wetgever gewezen, die dwingende regels zou hebben opgesteld over de terugvordering van toeslagen die weinig speelruimte zouden hebben gelaten aan de rechter. Alom wordt gepleit voor herstel van de rol van het parlement als kritische medewetgever, maar de vraag is of dat soortgelijke problemen in de toekomst voorkomt. Een andere kijk op de trias en op het primaat van de wetgever lijkt op dit punt meer aangewezen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

Inclusief inhoud?

‘Beter Wetgeven’ in de EU voorbij het wetgevingsproces: is er ook aandacht voor inhoudelijke kwaliteit?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Grondrechten, Delegatiegrondslagen, Evenredigheidsbeginsel, Nationale autonomie
Auteurs Prof. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het Beter Wetgeven-beleid van de EU staat de verbetering van de kwaliteit van wetgevingsprocessen. Is er daarnaast aanleiding om de kwaliteit van de inhoud van Europese wetgeving te verbeteren? Beter Wetgeven omvat ook nu al inhoudelijke elementen. Via het evenredigheidsbeginsel worden bijvoorbeeld lidstatelijke belangen beschermd. Andere elementen, zoals de keuze voor de rechtshandeling en de keuze om regelgevende bevoegdheden aan de Commissie of de Raad te delegeren, zijn veel minder systematisch uitgewerkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop grondrechten in de EU-wetgeving tot uitdrukking komen.


Prof. dr. A. van den Brink
Prof. dr. A. (Ton) van den Brink is hoogleraar EU wetgevingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht.
Objets trouvés

Het wettelijk experiment rond de promotiestudent

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden experimentwetgeving, promotiestudenten, werknemerpromovendi, wetsevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft in 2015 het Besluit experiment promotieonderwijs gelanceerd. Anders dan het opschrift doet vermoeden, lijkt dit experiment niet of nauwelijks van doen te hebben met de kwaliteit van het onderwijs aan promovendi of met de bijdrage die promotieonderwijs levert aan het verbeteren van Nederlandse proefschriften. Veeleer lijkt het erop dat gepoogd wordt om te bezien of door promovendi hun status van werknemer te ontnemen, de kosten voor universiteiten kunnen worden gedrukt en het aantal promoties kan worden verhoogd. De tussenevaluatie van het experiment is op dit punt weinig kritisch en objectief. Daarmee is niet gezegd dat een wettelijk experiment met het labelen van promotieplaatsen en het monitoren van de effecten van onderwijs aan promovendi geen nut zou kunnen hebben, zoals ik verdedig aan de hand van het voorbeeld van het promoveren op het gebied van het Nederlandse recht.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

Access_open De ruimtegevende wetgever

Het right to challenge in vergelijking tot andere ruimtegevende instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden ruimtegevende wetgevingsinstrumenten, right to challenge, experimenteerbepaling, vrijstelling, ontheffing
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn jaarverslag over 2018 presenteert de Raad van State zijn ideaal van de wet als een pijler van ‘buigzaam beton’. Met dat ‘beton’ (rechtszekerheid) zit het bij de Raad wel goed, maar die buigzaamheid (flexibiliteit) komt er wat bekaaid af. Daarom gaat dit artikel in op manieren om die flexibiliteit in wetgeving te bereiken. Die manieren worden gecategoriseerd en voorzien van commentaar. Uiteraard komt daarbij ook het right to challenge aan bod, als één van die instrumenten en als benchmark voor de andere. Het artikel sluit af met aanbevelingen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Wie het meerdere mag – over het gebruik van het recht van initiatief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden wetgeving, initiatiefvoorstel, Tweede Kamer, parlement, oppositie
Auteurs Mr. dr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van een empirisch onderzoek naar het gebruik van het recht van de Tweede Kamer initiatiefwetsvoorstellen in te dienen. In de periode 2007-2018 werden 151 initiatiefvoorstellen ingediend, waarvan er 36 het Staatsblad bereikten; 83 waren nog in behandeling. Vanaf 2011 is sprake van een verdubbeling (gemiddeld 15 per jaar). De meeste worden ingediend door de oppositie; hun kans op aanvaarding is iets kleiner dan die van de coalitie. Gezamenlijke voorstellen hebben een grote kans wet te worden. Gepoogd wordt een relatie te leggen met de diverse functies die het initiatiefrecht kan hebben: de besturende, de politieke, de publicitaire en de parlementair expressieve functie.


Mr. dr. G.J. Veerman
Mr. dr. G.J. (Gert Jan) Veerman begon zijn loopbaan bij de toenmalige Stafafdeling Grondwetszaken en was later onder meer hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het Clearing House voor Wetsevaluatie en hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open Legal big data en wet- en regelgeving: perspectieven en uitdagingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden big data, AI, wet- en regelgeving, uitdagingen en zorgen
Auteurs dr. F.L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    De idee dat big data voor het recht en de rechtswetenschap belangrijk zijn is niet nieuw en is in dit artikel toegespitst op het ontwikkelen, implementeren en evalueren van wet- en regelgeving. Na een inleiding over het niet vanzelfsprekend zijn van de aandacht voor big data van juristen (zie Susskinds disruptieve technologieën-vergelijking), worden verschillende (potentiële) bijdragen van big data voor het ontwikkelen van wet- en regelgeving geschetst, waarbij ook personalized legislation aan de orde komt. Bij het implementeren van wetgeving wordt o.a. ingegaan op legal logistics. Vervolgens wordt het evalueren van wet- en regelgeving geïllustreerd met voorbeelden. Aansluitend komt de vraag aan de orde hoe big data het wetgeven kan veranderen en wat dat betekent voor wetgevers en welke uitdagingen en zorgen daarmee samenhangen.


dr. F.L. Leeuw
Professor dr. F.L. (Frans) Leeuw is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek, Maastricht University. Eerder: Directeur WODC; Decaan Humanities, Open Universiteit; Hoofdinspecteur Onderwijsinspectie, Directeur Algemene Rekenkamer en bijzonder Hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht.
Artikel

Van wet naar loket: bedrijfsregels en agile werken voor een transparante wetsuitvoering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsregels, business rule management, agile, transparantie, motiveringsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.H.A.F. Lokin en Mr. J.M. van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Geautomatiseerde besluitvorming is bij grote uitvoeringsorganisaties als DUO, SVB en Belastingdienst aan de orde van de dag. Om rechtmatige besluiten te nemen is een vertaalslag nodig van de relevante wetgeving naar specificaties voor de daarbij in te zetten ICT-systemen. Uitvoeringsorganisaties passen daarvoor steeds vaker bedrijfsregels toe. Die bieden een geformaliseerde, maar voor alle betrokkenen begrijpelijke weergave van de wettelijke regels en vormen de basis voor de softwarecode in de applicaties. Werken met bedrijfsregels kan een bijdrage leveren aan naleving van de transparantie-eisen die wetgeving en jurisprudentie aan geautomatiseerde besluitvorming stellen. In dit artikel wordt ingegaan op wat bedrijfsregels zijn, hoe ze transparantie kunnen dienen, en hoe een andere samenwerking tussen wetgever en uitvoerder dat nog verder zou kunnen verbeteren.


Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst van het ministerie van Financiën en promoveerde in oktober 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op onderzoek naar de wijze waarop regel- of kennisgebaseerd werken in de uitvoering ondersteund kan worden in wetgeving (proces en product).

Mr. J.M. van Kempen
Mr. J.M. (Matthijs) van Kempen is zelfstandig adviseur bij Knowbility en voerde regelbeheersingsprojecten uit bij DUO, het UWV en de Belastingdienst.
Artikel

Digitaal verkeer met de overheid; verleden, heden en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden digitale overheid, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Mr. dr. B.M. Veltkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De digitaal werkende overheid wordt steeds belangrijker. Dit gaat gepaard met een groeiende behoefte aan het regelen ervan en met de wens tot een zekere mate van toekomstbestendigheid van die regels. Barbera Veltkamp schetst de belangrijkste ontwikkelingen rond regelgeving over de digitale overheid, en gaat in op de vraag of er, gelet op de instrumentele en de waarborgfunctie van wetgeving, voldoende instrumentarium voorhanden is om de huidige en toekomstige ontwikkelingen vorm te geven. Hierbij wijst ze erop dat de vraag in hoeverre het überhaupt nodig en nuttig is om digitalisering van de overheid in regelgeving te vatten, genuanceerd beantwoord moet worden.


Mr. dr. B.M. Veltkamp
Mr. dr. B.M. (Barbera) Veltkamp is coördinerend wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Objets trouvés

Proeve van een verbeterde Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Grondwet, Democratie, Rechtsstaat, Eerste Kamer, Bindend referendum
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn Proeve van een verbeterde Grondwet geeft Huub Linthorst oplossingen voor de risico’s die uit zijn ‘stresstest’ naar voren kwamen. Tot de voorstellen behoren de afschaffing van de Eerste Kamer, de invoering van het toetsingsrecht, versterking van (de formulering van) de grondrechten, een lichtere herzieningsprocedure en de invoering van een bindend referendum. Aan de doelstelling van haalbaarheid heeft Linthorst voldaan door op belangrijke punten tegemoet te komen aan voor- en tegenstanders. Naast verbetering en haalbaarheid, is het doel van deze Proeve het bereiken van meer democratie en van effectievere waarborgen tegen aantasting van onze rechtstaat. Of deze Proeve, na het bereiken van het Staatsblad meer democratie brengt en bovendien een dam kan opwerpen tegen schendingen van de rechtsstaat zoals die in Polen en Hongrijke, is allerminst gegarandeerd. Afgezien van het gebruikelijke cynisme over de normatieve kracht van de Grondwet, beslaat onze geschreven constitutie steeds minder de constitutionele werkelijkheid.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Lichamelijke integriteit bij de ontwikkeling van de medische wetenschap: elementen uit de belangenafweging

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden belangenafweging, wetgeving, lichamelijke integriteit, wetenschappelijk onderzoek, lichaamsmateriaal
Auteurs Mr. E.B. Beenakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de belangenafweging onder de loep genomen die volgens de Nederlandse wetgever moet worden gemaakt om de integriteit van het lichaam te beperken en te beschermen bij de ontwikkeling van de medische wetenschap. Het toepasselijke juridisch kader bestaat uit het vereiste van toestemming van de betrokkene, het verbod op onevenredige financiële vergoeding, de medisch-ethische toetsing van onder meer de noodzakelijkheid en de bovengrens aan de belasting en risico’s. Naast een bespreking van deze vereisten wordt ingegaan op de klaarblijkelijke wens van de wetgever om aan te sluiten bij bestaand recht en om te kiezen voor een systeem met een sterk procedureel karakter in combinatie met open normen.


Mr. E.B. Beenakker
Mr. E.B. (Emile) Beenakker is wetgevingsjurist bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en buitenpromovendus bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

Delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland: tijd voor herbezinning

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden delegatie, experimenteerwetgeving, kaderwetgeving
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. C.S. Aal
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland op het niveau van de centrale overheid centraal. Het lijkt tijd voor een herbezinning op het geldende constitutionele kader voor delegatie. De auteurs merken op dat deze uitgangspunten weliswaar formeel nog worden onderschreven, maar onder druk van maatschappelijke veranderingen wordt daar in de praktijk steeds vaker van afgeweken. De samenleving verandert in technologisch, economisch en cultureel opzicht snel en de regering staat voor de uitdaging om wetgeving die veranderingen bij te laten benen. Dit gebeurt mede door bijvoorbeeld steeds meer gebruik te maken van kaderwetgeving, waarbij op formeel wetsniveau alleen kaderstellende regels worden vastgelegd; de uitwerking vindt plaats in lagere regelgeving. Dit roept echter de nodige vragen op over onder meer de positie van het parlement als controleur en medewetgever. Het is vanwege deze ontwikkelingen dat het volgens de auteurs tijd is voor een herbezinning op het constitutionele kader voor delegatie.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar op de Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. C.S. Aal
Mr. C.S. (Charald) Aal is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Casus

Verder met rechtsstatelijke toetsing van verkiezingsprogramma’s

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Rechtsstatelijkheid, Rechtsstaat, Rule of law
Auteurs mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de rechtsstaat, maar er wordt soms betwijfeld of zij die rol waarmaken dan wel voldoende serieus nemen. Het toetsen van verkiezingsprogramma’s van politieke partijen kan een goed middel zijn om in beeld te brengen hoeveel aandacht er daadwerkelijk is voor de rechtsstaat. Dat is echter geen sinecure; zoals uit deze bijdrage blijkt is het al lastig om tot een gedeelde opvatting te komen van wat de rechtsstaat inhoudt. Immers, als de onderzochte partijen zich niet herkennen in het gehanteerde concept zullen zij zich daar ook niet door aangesproken voelen. Internationaal, bijvoorbeeld binnen de VN en Europese Unie is er al enige ervaring opgedaan met het meten van rechtsstatelijkheid binnen staten. Welke indicatoren daarbij worden gebruikt zijn van groot belang voor de uitkomsten van de toetsing, waarbij het risico op versimpeling van de werkelijkheid op de loer ligt. De ervaringen van internationale organisaties hiermee kunnen als bron van inspiratie dienen voor toetsing van verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid en tevens kunnen daar lessen uit worden getrokken. Deze vraag staat in deze bijdrage centraal.


mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Redactioneel

Wetgeving, democratie en de burger

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Auteurs prof.mr. L.F.M. Verhey en mr. D.R.P. de Kok
Auteursinformatie

prof.mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Toont 1 - 20 van 85 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.