Zoekresultaat: 16 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Artikel

Een internationale vergelijking van wetgevingstechnische aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Interpretation Act, Gemeenschappelijke Praktische Handleiding
Auteurs Mr. M.J.C. Stip
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat een rechtsvergelijkend onderzoek naar wetgevingstechnische aanwijzingen van Nederland, Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie, Canada en de Canadese provincie Brits-Columbia centraal. Hierbij wordt de vraag gesteld in hoeverre er overeenkomsten en verschillen zijn tussen de Nederlandse Aanwijzingen voor de regelgeving en de equivalenten daarvan van andere rechtsordes. Daartoe wordt allereerst beschreven welke instrumenten in de verschillende rechtsordes worden gebruikt, welke doelen daarmee worden nagestreefd, hoe de instrumenten zijn opgebouwd en de bindende kracht die van het instrument uitgaat. Daarna worden de instrumenten op twee punten met elkaar vergeleken, te weten beknoptheid en het voorkomen van dubbelzinnigheid. In alle besproken instrumenten zijn dit nastrevenswaardige zaken, hoewel de wijze waarop dat gebeurt, verschilt. Ook de doelstellingen van de instrumenten zelf verschillen, hoewel de onderzochte wetgevingstechnische principes veel gelijkenissen vertonen.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. (Catharine) Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Redactioneel

Invloed op maatschappelijke organisaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. M.M. den Boer en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Casus

Rechtsstatelijk wetgeven in de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden gelegenheidswetgeving, primaat, bestemmingsplan, rechtsbescherming, grondrechten
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wijziging van bestemmingsplan op Curaçao voor de commerciële ontwikkeling van het Oostpunt-gebied met het oog op het bouwen van woningen en recreatievoorzieningen met behulp van gelegenheidswetgeving, waardoor de bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen ruimtelijke plannen buiten spel lijkt te worden gezet zonder dat de wetgever in formele zin volledig open is over de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Mogelijke strijd met EVRM. Verhouding tussen primaat van de wetgever en mogelijke toetsing van wetgeving aan eenieder verbindende verdragsbepalingen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Toezicht op het bijzonder onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bijzonder onderwijs, intern en extern toezicht, verticaal en horizontaal toezicht, (quasi)bestuurlijk toezicht, maatschappelijke onderneming
Auteurs prof. mr. P.J.J. Zoontjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de staat en de toekomst van het toezicht in het onderwijs? In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het karakter van het toezicht in voornamelijk het bijzonder onderwijs en op de verschuivingen en veranderingen die daarbij zijn te onderkennen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onderwijstoezicht en (quasi)bestuurlijk toezicht, verticaal en horizontaal toezicht en intern en extern toezicht. Geconcludeerd kan worden dat het verticale toezicht afneemt ten gunste van het horizontale toezicht. Als beloning voor bewezen kwaliteit van het onderwijs en de bestuurlijke professionaliteit en financiële betrouwbaarheid van de school kan het inspectietoezicht terughoudend worden vormgegeven. Er vindt ook een belangrijke verschuiving plaats van extern naar intern toezicht. De regels in de onderwijswetgeving inzake goed bestuur binden de bijzondere instellingen aan het doel van scheiding van bestuur en toezicht in de interne verhoudingen van de organisatie, maar laten hen in hoge mate vrij om aan deze scheiding concreet vorm te geven. Het is overigens afwachten of de versterkte nadruk op intern toezicht zal blijken te werken. Naar verwachting zal de eventuele regeling inzake de Maatschappelijke Onderneming in het Burgerlijk Wetboek maar beperkte betekenis hebben voor het onderwijs. Scholen moeten er niettemin vrij voor kunnen kiezen. Het toezicht kan in een quasi markt, welke het stevig publiekrechtelijk gefundeerde bekostigde onderwijs is, soms de schijn van markttoezicht krijgen, maar voorlopig is het niet meer dan dat. Uiteindelijk zou het systeem van accreditatie in het hoger onderwijs op termijn nog het meest met markttoezicht in verband kunnen worden gebracht, maar dan moet wel aan een aantal feitelijke voorwaarden worden voldaan die zich nu nog niet aandienen.


prof. mr. P.J.J. Zoontjens
Prof. mr. P.J.J. Zoontjens is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Onderwijsraad. p.j.j.zoontjens@uvt.nl
Titel

De Dienstenrichtlijn en het algemeen bestuursrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 05 2007
Trefwoorden Vergunning, Bestuursorgaan, Lidstaat, Administratief recht, Positieve beschikking, Wettelijk voorschrift, Wetgeving, Voorstel van wet, Toegankelijkheid, Algemeen belang
Auteurs Duijkersloot, A.P.W. en Widdershoven, R.J.G.M.

Duijkersloot, A.P.W.

Widdershoven, R.J.G.M.
Titel

Toezicht op decentrale overheden volgens de werkgroep-Alders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Toezicht, Aansprakelijkheid, Bestuursorgaan, Provincie, Tussenkomst, Ministeriële verantwoordelijkheid, Gemeente, Aanbeveling, Gedeputeerde staten, Medebewind
Auteurs Konijnenbelt, W.

Konijnenbelt, W.
Titel

Wetgeven in de moderne rechtsstaat. Naar aanleiding van het rapport van de WRR en de reactie van het kabinet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 01 2004
Trefwoorden Wetgeving, Rechtsstaat, Zelfregulering, Ministeriële regeling, Algemene maatregel van bestuur, Kwaliteit, Delegatie, Noodzakelijkheid, Wet in formele zin, Aanwijzing
Auteurs Eijlander, Ph.

Eijlander, Ph.
Artikel

De wettelijke implementatie van administratieve samenwerking in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2009
Trefwoorden implementatie, samenwerkingsverplichtingen, administratieve samenwerking, toezicht, Awb
Auteurs Mr. P. Boswijk, Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen en Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bevat een overzicht van de implementatie in Nederland, Duitsland en Spanje van de in de sectoren financiële dienstverlening, douane, voedselveiligheid en visserij door Europa voorgeschreven vormen van samenwerking in het kader van het nalevingstoezicht. Het is opvallend dat samenwerkingsverplichtingen verschillend worden vormgeven in de onderzochte lidstaten. Verder zijn er grote verschillen tussen de regelingen van de verschillende sectoren binnen één lidstaat. Nederlandse toezichthouders kunnen op grond van de Awb toezicht houden op de naleving van Nederlands recht en van verordeningen. Moeten toezichtbevoegdheden kunnen worden toegepast in verband met de naleving van in een andere lidstaat omgezette richtlijn, dan moet een voorziening worden getroffen in de sectorale wetgeving. Buitenlandse toezichthouders die zijn aangewezen bij of krachtens een verordening zijn toezichthouders zijn in de zin van de Awb. Het is overigens de vraag of dit de bedoeling is geweest van de wetgever. Het onzelfstandig toezicht is in de Awb gedeeltelijk geregeld, namelijk voor wat betreft het vergezellen door een buitenlandse inspecteur van een Nederlandse toezichthouder bij het betreden van plaatsen. Voor andere bevoegdheden, zoals de toegang tot documenten, is deze bepaling echter te beperkt.


Mr. P. Boswijk
Mr. P. Boswijk is promovendus Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. P.Boswijk@uu.nl

Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen
Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen is universitair hoofddocent Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. O.J.D.M.L.Jansen@uu.nl

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is hoogleraar Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. r.widdershoven@uu.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.