Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Praktijk

‘De sterke arm’: historische achtergronden van een metafoor

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, sterke arm, Politiewet, Algemene wet op het binnentreden
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘De sterke arm’ is een vorm van beeldspraak die in diverse wetten voorkomt. Aanwijzing 5.39 van de Aanwijzingen voor de regelgeving geeft een standaardformulering voor gevallen waarin geregeld moet worden dat een bepaalde bevoegdheid ‘zo nodig met behulp van de sterke arm’ wordt uitgeoefend. In deze bijdrage wordt aan de hand van de parlementaire geschiedenis ingegaan op de betekenis van deze uitdrukking. In de jaren negentig zijn veel sterke-armbevoegdheden geschrapt, omdat deze algemeen zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Niet altijd wordt onderkend dat die algemene wetten al in sterke-armbevoegdheden voorzien, zodat er op dit punt soms overbodige bepalingen in specifieke wetten terecht zijn gekomen. Onder de ‘sterke arm’ moeten worden verstaan die onderdelen van het staatsapparaat die bevoegd zijn tot geweldgebruik: normaliter de politie, soms onderdelen van de krijgsmacht. Een aardig terminologisch punt is nog dat in vroeger tijden ook wel werd gesproken over ‘de sterke hand’ in plaats van ‘de sterke arm’. Aan het slot van deze bijdrage worden beschouwingen daarover uit de parlementaire geschiedenis aan de vergetelheid ontrukt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open De tiende wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving – van: a naar ‘b’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgeving
Auteurs mr. L.J. Vester
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt naar aanleiding van de tiende wijziging daarvan de betekenis van de Aanwijzingen voor de regelgeving voor de wetgevingspraktijk beschreven, alsmede de wijze van totstandkoming daarvan. Verder worden de belangrijkste wetgevingstechnische veranderingen beschreven die het gevolg zijn van deze wijziging. Afsluitend wordt vooruitgekeken naar mogelijke of reeds voorgenomen toekomstige wijzigingen van de Aanwijzingen.


mr. L.J. Vester
Mr. L.J. (Leo) Vester is strategisch raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken, sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en voorzitter van de werkgroep Aanwijzingen voor de regelgeving.
Casus

Klagen over rechters: goed geregeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden klachtprocesrecht rechterlijke macht, artikel 6 EVRM, onafhankelijkheid tuchtrechtspraak, onpartijdigheid tuchtrechtspraak
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van twee concrete zaken de behandeling van klachten tegen staatsraden, raadsheren en advocaten-generaal besproken. De Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet op de Raad van State schrijven hiervoor verschillende procedures voor. Die procedures hebben echter gemeenschappelijk dat de instantie waarvan de rechter, staatsraad of advocaat-generaal deel uitmaakt ook de klacht tegen diegene behandelt. De auteur wil met deze bijdrage een discussie aanzwengelen over de vraag of dat wel zo gelukkig is. Tevens werpt hij in deze bijdrage de vraag op of het wenselijk is dat de procedures voor de behandeling van klachten bij de Hoge Raad en de Raad van State van elkaar verschillen, terwijl zij gaan over hetzelfde, namelijk de behandeling van klachten tegen rechterlijke functionarissen. De twee concrete voorbeelden roepen fundamentele vragen op over de huidige procedures. Dit zou aanleiding moeten geven om het externe klachtrecht grondig te evalueren, waarbij ook de mogelijkheid tot het instellen van een apart tuchtcollege voor de gehele rechterlijke macht moet worden bezien.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Titel

Wetgeving en ICT: Over de rol van de wetgever, het bestuur en de burgers

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 06 2008
Trefwoorden Wetgeving, Voorstel van wet, Raad van state, Bestuurder, Transparantie, Verdrag, Internet, Kwaliteit, Risico, Consolidatie
Auteurs Groothuis, M.M

Groothuis, M.M
Titel

Rechterlijke terugkoppeling door middel van de wetgevingsadvisering van de Raad voor de rechtspraak

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 06 2006
Trefwoorden Wetgeving, Rechtspraak, Raad voor de rechtspraak, Inbreng, Raad van state, Voorstel van wet, Aansprakelijkheid, Burgerlijk recht, Burgerlijke rechtsvordering, Medewerker
Auteurs Bauw, E.

Bauw, E.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.