Zoekresultaat: 11 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.


Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
Artikel

Europese financiële toezichthouders als toonbeeld van evidence-based wetgeven in de EU?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europese toezichthouders, impact assessments, evidence-based wetgeven, financiële markten, evaluatie
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de kredietcrisis uit 2008 werden op Europees niveau nieuwe toezichthouders ingesteld die de supervisie over de financiële markten in betere banen moesten leiden. Zoals veel nieuwe regelgeving op Europees niveau ging er ook aan de oprichting een impact assessment vooraf waarbij verschillende beleidsopties vergeleken werden. Niettemin blijkt dat er nog allerlei problemen spelen bij de nieuwe toezichthouders waardoor de vraag opkomt hoe het staat met het evidence-based gehalte van deze politiek gevoelige financiële regelgeving. In deze bijdrage wordt gekeken naar de aanloop naar de wetgeving omtrent de toezichthouders en de evaluatie hiervan door de Europese Commissie en het Europees Parlement. Onduidelijk blijft waarom bepaalde beleidsopties beter worden beoordeeld dan andere mogelijkheden. Het verbeteren van het proces van ex ante en ex post evaluatie zou dan ook een belangrijke bijdrage aan het proces van evidence-based wetgeven kunnen bieden.


Mr. T.J.A. van Golen
Mr. T.J.A. van Golen, docent aan de Universiteit van Tilburg
Artikel

Onafhankelijkheid vs. Accountability: de casus van de nieuwe EU financiële toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden onafhankelijkheid, accountability, agentschappen, financieel toezicht, EU
Auteurs Dr. M. Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de onafhankelijkheid en accountability van de nieuwe EU financiële agentschappen (EBA, EIOPA en ESMA). Het behandelt eerst de de jure institutionele, persoonlijke en financiële elementen van de onafhankelijkheids- en accountability arrangementen van de nieuwe agentschappen en laat zien dat zowel hun onafhankelijkheid als accountability versterkt is in vergelijking met die van hun voorgangers, de zogenoemde Lamfalussy-comités. Verder wordt een aantal punten met betrekking tot de de facto onafhankelijkheid en accountability van EU-agentschappen besproken. Het artikel sluit af met een aantal lessen die uit de EU-ervaring getrokken kunnen worden. Het biedt daarmee nuttige inzichten aan nationale wetgevers die zich met het ‘onafhankelijkheid vs. accountability’-dilemma geconfronteerd zien.


Dr. M. Scholten
Dr. M. Scholten is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Regulering en Handhaving in Europa en aan het Europa Instituut, Faculteit van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht.
Casus

Europese regelgevende agentschappen op drift?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regelgevende agentschappen, short selling, financieel toezicht, delegatie, attributie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU kent geen duidelijk verdragsrechtelijk of formeel-wettelijk kader met betrekking tot de oprichting, taken en bevoegdheden van agentschappen, terwijl de afgelopen jaren steeds belangrijkere regelgevende en uitvoerende taken aan deze agentschappen zijn toegekend. De oprichting van drie ‘European supervisory agencies’ verantwoordelijk voor het micro-prudentiële toezicht op financiële instellingen vormt het meest actuele voorbeeld daarvan. Aan deze agentschappen zijn belangrijke regulerende bevoegdheden toegekend, zoals die tot het ontwerpen van technische standaarden ter harmonisatie van regels betreffende het financiële toezicht. Deze regulerende standaarden dienen weliswaar formeel nog door de Europese Commissie te worden goedgekeurd, maar het is duidelijk dat het zwaartepunt voor het ontwerpen van de inhoud ervan de facto bij de agentschappen ligt. In een recente zaak bij het Hof van Justitie van de EU heeft het Verenigd Koninkrijk fundamentele bezwaren geuit tegen de mate waarin en wijze waarop regelgevende en uitvoerende taken aan deze Europese agentschappen zijn toegekend.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De wetgever als keuzearchitect

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden gedragsregulering, evidence-based wetgeven, irrationaliteit, nudging, new governance
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de wet niet louter gebruikt om bestaande normen, zeden en gewoonten te codificeren, maar ook om gedrag te modificeren, zal rekening moeten houden met kennis uit de gedragswetenschappen. Met name gedragseconomisch onderzoek richt zich in toenemende mate op voorspelbaar irrationeel keuzegedrag van burgers. Zogeheten nudges of slimme prikkels worden voorgesteld om het gedrag van burgers te reguleren. De vraag is echter hoe evidence-based nudges zijn, in hoeverre ze wetgeving overbodig maken en of de wetgever überhaupt wel rekening wenst te houden met wetenschappelijke inzichten. In deze bijdrage wordt betoogd dat (wetgevings)juristen veel kunnen leren van recente inzichten uit gedragswetenschappelijk onderzoek, maar dat we er tegelijkertijd ook geen overspannen verwachtingen van moeten koesteren. Bovendien is het van belang om de normatieve vragen die een rol spelen bij het ‘manipuleren’ van keuzegedrag niet uit het oog te verliezen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.