Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Redactioneel

Regulering en handhaving via publiekrecht of privaatrecht

Een keuzevraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Privaatrecht en publiekrecht in de consumentenbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Private regulering, duaal stelsel WHC, consumentenrecht, publiekrechtelijk toezicht, strooischade
Auteurs Mr. E. Verviers
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen bestuursrecht en privaatrecht, onderwerp van dit themanummer, speelde onder andere bij de totstandkoming van de Wet handhaving consumentenbescherming. Aan de hand van de relevante openbare documenten wordt aangetoond dat de vraag of het wenselijk is om op het privaatrechtelijke terrein van het consumentenrecht een publiekrechtelijke toezichthouder in te schakelen, zonder theoretische discussie bevestigend werd beantwoord. Met betrekking tot de vraag welke instrumenten de publiekrechtelijke toezichthouder daarbij ter beschikking staan, was er een gestage ontwikkeling van ‘zo min mogelijk publiekrechtelijke instrumenten, want het gaat om privaatrecht’ naar ‘volledig publiekrechtelijk handhaven, omdat er effectief toezicht moet zijn’.


Mr. E. Verviers
Mr. E. (Emile) Verviers was van 1976 tot 2017 wetgevingsjurist, in verschillende functies, eerst bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna bij het Ministerie van Economische Zaken, waar hij onder andere betrokken was bij het consumentenrecht.
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Legisprudentie

Advisering over verwijzing naar niet-publiekrechtelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, algemeen verbindend verklaren, verwijzen
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    In de advisering over het algemeen verbindend verklaren van normen die niet door publiekrechtelijke instanties zijn opgesteld, hamert de Raad van State vooral op de kenbaarheid van de geldende normen. De lat van de adviseur lijkt hoger te liggen dan die van de rechter.


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De verbindendverklaring als reguleringsinstrument

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden cao, werkingssfeer, handhaving, ontduiking, arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. N. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsvoorwaardenvorming is primair een taak van werkgevers en werknemers en dit geschiedt veelal op collectief niveau. Werkgeversorganisaties en vakbonden onderhandelen over cao’s, die vervolgens door de Minister van SZW algemeen verbindend kunnen worden verklaard. Er zijn bewegingen zichtbaar waarbij individuele werkgevers in toenemende mate cao’s ontduiken of omzeilen, met het doel om tegen lagere arbeidsvoorwaarden werk aan te bieden. Het op een juiste wijze vormgeven van de werkingssfeer van cao’s en de handhaving spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van ontduiking, en daarmee bij het waarborgen van een gelijk speelveld. Dit waarborgt op de lange termijn het nut en de waarde van de cao.


Mr. dr. N. Jansen
Mr. dr. N. (Niels) Jansen is universitair docent bij de Universiteit van Amsterdam en als onderzoeker betrokken bij het aan de UvA verbonden onderzoeksinstituut AIAS-HSI.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Digitaal verkeer met de overheid; verleden, heden en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden digitale overheid, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Mr. dr. B.M. Veltkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De digitaal werkende overheid wordt steeds belangrijker. Dit gaat gepaard met een groeiende behoefte aan het regelen ervan en met de wens tot een zekere mate van toekomstbestendigheid van die regels. Barbera Veltkamp schetst de belangrijkste ontwikkelingen rond regelgeving over de digitale overheid, en gaat in op de vraag of er, gelet op de instrumentele en de waarborgfunctie van wetgeving, voldoende instrumentarium voorhanden is om de huidige en toekomstige ontwikkelingen vorm te geven. Hierbij wijst ze erop dat de vraag in hoeverre het überhaupt nodig en nuttig is om digitalisering van de overheid in regelgeving te vatten, genuanceerd beantwoord moet worden.


Mr. dr. B.M. Veltkamp
Mr. dr. B.M. (Barbera) Veltkamp is coördinerend wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. (Rien) den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Verhandelbare rechten, tussen markt en overheid

Over het dierrechtenstelsel in de Meststoffenwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verhandelbare rechten, vergunningstelsel, algemene wettelijke regels, mestregelgeving
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too much love will kill you’, zong Brian May van Queen ooit. Van iets moois kun je ook te veel hebben, waardoor het in het tegenovergestelde verandert. Zo is het ook met mest: een waardevol product waarvan we in Nederland veel te veel hebben en dat dus tot problemen kan leiden. ‘Tot de schijt ons doodt.’ Dat betekent dat er maatregelen nodig zijn om de boel in goede banen te leiden. Dat gebeurt door regels te stellen over het aanwenden van mest, maar ook over de productie ervan. Dat laatste is gebeurd in de vorm van een dierrechtenstelsel. Dierrechten zijn de rechten voor veehouders om dieren (varkens en pluimvee) te houden. Die rechten zijn gelimiteerd (schaars) en vrij verhandelbaar gemaakt. In dit artikel wordt dit dierrechtenstelsel aan een nadere beschouwing onderworpen en afgezet tegen drie alternatieven, te weten een ‘traditioneel’ vergunningstelsel zonder verhandelbaarheid, een verplichting om via privaatrechtelijke overeenkomsten het publiek belang te borgen, en het stellen van algemene regels. De twee laatstgenoemde alternatieven zijn daadwerkelijk uitgewerkt in wetsvoorstellen, die in het artikel ook worden beschreven. Geconstateerd wordt dat uiteraard alle stelsels hun voor- en nadelen hebben, maar dat een stelsel van verhandelbare rechten als het dierrechtenstelsel als aanvullend sturingsinstrument waarschijnlijk de beste optie is en blijft. Dat komt met name door de eenvoud, de harde bovengrens en de goede uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Artikel

Rechtseenheid: concepten, motieven, actoren en instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden rechtseenheid, harmonisatie
Auteurs Mr. M.J.C. Stip en Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtseenheid speelt in de juridische dogmatiek en de rechtsvorming een grote rol. Op tal van fronten wordt er onderzoek naar gedaan, beleid over ontwikkeld, en komt rechtseenheidbeogende wetgeving tot stand. Bij nadere bestudering blijkt het daarbij echter niet steeds over hetzelfde te gaan. In dit artikel wordt een typologie van varianten van rechtseenheid ontwikkeld. De auteurs analyseren het debat en trachten het te ontdoen van de begripsmatige verwarring. Vervolgens werken zij een van de varianten uit, namelijk rechtseenheid tussen rechtsnormen die niet logisch tegenstrijdig zijn. Daarna wordt besproken welke actoren en instrumenten een rol spelen bij het bewerkstelligen van die variant van rechtseenheid.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij bereidt een proefschrift voor over vergelijkende wetgevingstechniek.

Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.