Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Access_open Rechterlijke toetsing van regelgeving

Wat is de betekenis van recente ontwikkelingen in de rechtspraak voor de wetgevingspraktijk van de bestuurswetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden functie van wetgeving, exceptieve toetsing, wetgevingskwaliteit, indringende toetsing, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Auteurs Mr. dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel handelt over de gewijzigde jurisprudentie inzake de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan rechtsbeginselen. De rechter kan algemeen verbindende voorschriften nu zonder willekeursluis toetsen aan algemene rechtsbeginselen. In principe zou dit ertoe kunnen leiden dat de rechtmatigheid van wetgeving nauwgezetter wordt beoordeeld en de onrechtmatigheid daarvan vaker zou kunnen worden uitgesproken. De auteurs gaan daarbij in op de vraag of bestuurswetgeving deze indringendere wijze van toetsing kan doorstaan. Zij bepleiten het vastleggen van heldere wettelijke eisen betreffende de kwaliteit van wetgeving. Het ontwikkelen van algemene normen voor bestuurswetgeving kan niet aan de rechter alleen worden overgelaten


Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is coördinerend beleidsmedewerker bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
Prof. mr. dr. J.C.A. (Jurgen) de Poorter is hoogleraar bestuursrecht aan Tilburg University
Uit de wetgevingspraktijk

De lat voor de wetgevingsjurist

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wetgeving, juridische functie, rol ambtenaar, wetgevingskwaliteit, politiek-bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. J. Schipper-Spanninga en Mr. G.P. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs stellen de vraag of de lat voor wetgevingsjuristen nu hoger lijkt te liggen dan voorheen. De inhoudelijke eisen aan goede wetgeving zijn niet wezenlijk veranderd, hoewel zij een sterke verfijning te zien geven. Ook de roep om een betere verbinding tussen wetgeving, beleid en uitvoering is niet nieuw. Wel zien de auteurs dat maatschappelijke ontwikkelingen als de meer participerende rol van de overheid, de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken en de toenemende druk op het totstandkomingstempo van wetgeving de omgeving van de wetgevingsjurist en de omstandigheden waaronder hij zijn werk verricht aanzienlijk hebben veranderd. Op de vaardigheden als samenwerking, flexibiliteit, je kunnen verplaatsen in anderen en snel schakelen wordt in de loop der tijd een steeds sterker beroep gedaan.


Mr. J. Schipper-Spanninga
Mr. J. (Hanneke) Schipper-Spanninga is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. G.P. Visser
Mr. G.P. (Gerine) Visser is directiesecretaris bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is jurist bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Initiatiefwetgeving: een lange hordeloop (met kans op eeuwige roem)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden initiatiefwetten, Handreiking, ambtelijke bijstand, politiek, regeerakkoord
Auteurs Mr. H.M. Linthorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het initiatiefrecht biedt de mogelijkheid om ook buiten de meerderheid van een coalitie veranderingen in onze rechtsorde tot stand te brengen. Als Kamerleden het initiatief voor een wetsvoorstel nemen, staat de politieke rationaliteit voorop. De ‘Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving’ legt echter de nadruk op andere rationaliteiten, in het bijzonder de financiële. Zij kan leiden tot minder vertrouwen tussen Kamerleden en bijstandsverleners vanuit de ministeries. De controledrift die uit de Handreiking blijkt, manifesteert zich ook waar in het kader van het huidige regeerakkoord is afgesproken welke initiatiefwetsvoorstellen niet verder worden behandeld of niet aanhangig mogen worden gemaakt.


Mr. H.M. Linthorst
Mr H.M. (Huub) Linthorst is sinds zijn pensionering als directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken in mei 2010 als vrijwilliger werkzaam bij de Tweede Kamerfractie van D66.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De dagelijkse praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politiek-bestuurlijke context, rationaliteiten, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr. M.L. Haimé
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst wat tegenwoordig van de wetgevingsjurist wordt verwacht tegen de achtergrond van de huidige politiek-bestuurlijke context, het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering en de positionering van de juridische functie in de ambtelijke organisatie. Ten aanzien van de politiek-bestuurlijke context constateert zij dat er steeds meer sprake is van een ‘gulzig bestuur’: problemen moeten terstond en krachtig worden aangepast, zo nodig met wetgeving. De wetgevingsjurist krijgt ook steeds meer te maken met andere rationaliteiten, die wellicht botsen met zijn eigen, juridische, rationaliteit. Dit maakt het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering complex. De positionering van de wetgevende functie is in elke organisatie anders. De auteur ziet ook in de huidige tijd het signaleren van rechtsstatelijke risico’s, het bieden van tegenspraak door op die risico’s te wijzen of alternatieven aan te reiken als een belangrijke taak van de wetgevingsjurist. Dit vergt dat hij goed kan samenwerken en kan netwerken.


Mr. M.L. Haimé
Mr. M.L. Haimé is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Klaarheid over het Clearing House

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsevaluatie, wetgevingskwaliteitsbeleid, werking van wetgeving, Clearing House voor Wetsevaluatie, IAK
Auteurs Prof. mr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bezien wordt wat het Clearing House voor Wetsevaluatie (CHW) heeft opgeleverd en of, en zo ja, hoe een CHW moet worden verankerd in het wetgevingskwaliteitsbeleid. De opbrengst is meer kennis: een empirisch onderbouwd schema van factoren die invloed kunnen hebben op de naleving en doelbereiking van wetten. Een meta-evaluatie leverde onder andere op dat wetten heel behoorlijk hun doel bereiken, dat er een sterk verband is tussen bekendheid, naleving en doelbereiking, en dat consultatie en gebruik van toezichts- en handhavingsbevoegdheden bijdragen aan naleving en doelbereiking. Een institutionele inbedding van kwaliteitszorg is nodig als tegenwicht tegen de druk zo snel mogelijk wetgeving te produceren tegen de laagste kosten. Voortdurende aanvulling van kennis en inzicht in het proces van wetgeving kan via het IAK worden georganiseerd, bij voorkeur aan de hand van thematisch onderzoek.


Prof. mr. G.J. Veerman
Prof. mr. G.J. Veerman is sinds 2012 met pensioen. Hij startte het Clearing House voor Wetsevaluatie en was daarvoor hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij was van 2003 tot 2014 hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Feitenloze politiek in het wetgevingsproces?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden fact free politics, logos, ethos, pathos, rationaliteiten
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage betoogt de auteur dat fact free politics in zekere zin van alle tijden is, maar dat de huidige discussie daarover raakt aan de veranderde rol van emotie in de politiek. Vervolgens wordt vanuit dit perspectief stilgestaan bij de verschillende rationaliteiten die spelen bij het wetgevingsproces en wordt een pleidooi gehouden om de besluitvorming over wetten vooral als een eigenstandig politiek proces te beschouwen en te onderzoeken.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. Koole is hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Casus

De kracht van ‘juridische impact assessments’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verenigd Koninkrijk, IAK, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage past de bevindingen van de Britse bestuurskundige Page over de rol van de Office of the Parliamentary Counsel (OPC) in het Verenigd Koninkrijk in het wetgevingskwaliteitsbeleid aldaar toe op de Nederlandse proef met een integraal afwegingskaderbeleid en regelgeving (IAK). Hoe kunnen economische rationaliteit en juridisch inzicht het beste gecombineerd worden om tot betere wetgeving te komen? Misschien is een rol weggelegd voor ‘juridische impact assessments’, die bestaan uit het inschatten van juridische obstakels, maar wel op een creatievere manier dan alleen een legalistische beoordeling, en die juist door hun juridische aard behoorlijk invloedrijk kunnen zijn en ook aan inhoudelijke kernpunten van het beleid kunnen raken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Anne.Meuwese@uvt.nl
Boekbespreking

Over wetgeving: principes, paradoxen en praktische beschouwingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 05 2008
Trefwoorden Wetgeving, Auteur, Algemeen verbindend voorschrift, Beleidsregel, Opzet, Bestuurder, Democratie, Navolging, Raad van state, Aanwijzing
Auteurs Eijlander, Ph.

Eijlander, Ph.
Titel

De Aanwijzingen voor decentrale regelgeving: theorie of praktijk?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Gemeente, Wetgeving, Aanwijzing, Handhaving, Kwaliteit, Vereniging, Provincie, Aansprakelijkheid, Ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, Ministerie van justitie
Auteurs Loeber, L.H.M.

Loeber, L.H.M.
Redactioneel

Vertrouwen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleidsneutraliteit, lerende wetgever, padafhankelijkheid, tegendenken, vertrouwensparadox
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Rob van Gestel leidt het themanummer ‘Vertrouwen in wetgeving’ in. In zijn bijdrage beperkt hij zich tot: (a) een bespreking van de keuze voor het centrale begrip ‘vertrouwen’ in de nota, (b) de vraag in hoeverre de nota iets nieuws bevat, en (c) wat als het richtinggevende perspectief kan worden gezien dat uit de nota voortspruit voor de toekomst van de nationale wetgever. Zijn conclusie luidt dat er met name op het punt van de vermindering van regeldruk weinig nieuws te verwachten is, omdat de voorgestelde aanpak te instrumentalistisch is en invloed van de politiek te veel buiten beschouwing wordt gelaten.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Over uitvoerbaarheid en spontane naleving van het IAK

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Vertrouwen in wetgeving, integraal afwegingskader, Tafel van Elf, U&H-toets, uitvoeringstoets
Auteurs Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nota Vertrouwen in wetgeving kondigt de minister van Justitie de komst aan van het integrale afwegingskader (IAK). Een onderdeel van het IAK is de uitvoeringstoets. In deze bijdrage wordt het IAK zelf onderworpen aan de uitvoeringstoets. Uit deze uitvoeringstoets blijkt dat de kans op spontane naleving van het IAK nogal gering is. Maar wellicht is er te weinig rekening gehouden met de nieuwe werkelijkheid die met de invoering van het IAK mogelijk zal gaan bestaan. Die nieuwe werkelijkheid zou, bijvoorbeeld, kunnen ontstaan wanneer het IAK de beleids- en wetgevingsnormering niet alleen meer toegankelijk en hanteerbaar maakt, maar ook meer verplichtend.


Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem is rector van de Academie voor Wetgeving. p.vanlochem@acwet.nl
Artikel

Nota Vertrouwen in wetgeving: vertrouwen in wie?

Enkele inzichten uit de empirie ten behoeve van een effectiever wetgevingskwaliteitsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden communicatie, consensusbeginsel, rationaliteiten, rationele-actorinstitutionalisme, sociologisch institutionalisme
Auteurs Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
SamenvattingAuteursinformatie

    Suzan Stoter claimt in haar bijdrage dat de makers van Vertrouwen in wetgeving van een achterhaald beeld van de wetgever uitgaan en te veel blijven hangen op het veilige institutionele niveau, zoals de rol van de minister van Justitie, de betekenis van wetgevingstoetsen, systematische wetsevaluaties enzovoort. Te weinig zou rekening worden gehouden met de verschillende rationaliteiten die het wetgevingsproces beheersen. Maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van wetgeving zouden meer rekening moeten houden met de maatschappelijke context en beter moeten worden afgestemd met degenen die ze moeten uitvoeren, opdat ze ook op operationeel niveau effect sorteren.


Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit en aan de TU Delft. Ze is tevens directeur van het Centre for Law and Innovation (een samenwerkingsverband van de EUR en de TU Delft). stoter@frg.eur.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.