Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aantal opmerkingen

Kroniek van twee jaar wetgevingsadviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de Algemene verordening gegevensbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden consultatieverplichting, adviesrecht, bescherming persoonsgegevens, privacy
Auteurs Mr. L.H. von Meijenfeldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een thematisch overzicht van de wetgevingsadviezen die de Autoriteit Persoonsgegevens sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gepubliceerd. Deze adviezen geven een fraai inzicht in de uitleg die de Autoriteit aan de verordening geeft en in de verwachtingen die zij heeft van de wetgever.


Mr. L.H. von Meijenfeldt
Mr. L.H. (Lester) von Meijenfeldt is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming

De rechtsopvolger van de Wbp

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bescherming van persoonsgegevens, Algemene verordening gegevensbescherming, implementatie van EU-verordeningen
Auteurs Mr. dr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe gegevensbeschermingsrecht in de Algemene verordening gegevensbescherming zal voor bedrijven, burgers en de overheid ingrijpende gevolgen hebben. Het gegevensbeschermingsrecht wordt voortaan in Brussel vastgesteld. De Wet bescherming persoonsgegevens zal verdwijnen. In deze bijdrage wordt beschreven waar zich de grootste veranderingen in het recht voordoen en wat behouden blijft. Daarbij gaat aandacht uit naar de beginselen van gegevensbeschermingsrecht, de rechten van de betrokkene, de plichten van de verantwoordelijke, het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming. Er komt een ingewikkelde wetgevingsoperatie in Nederland aan om dat alles goed te implementeren. Aan de hand van adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Afdeling advisering van de Raad van State wordt geïnventariseerd waar wetgevingsambtenaren mee worden geconfronteerd.


Mr. dr. J.P. de Jong
Mr. dr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

De Gevolmachtigde Minister en de Raad van State: kanttekeningen bij een ‘novum’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Raad van State, Gevolmachtigd Minister, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Afdeling advisering van de Raad van State, Voorlichting door de Raad van State, Wet op de Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel gaat in op enkele procedurele aspecten van een eind 2013 door de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten aan de Raad van State gevraagd voorlichtingsadvies. Afgaande op wat de Raad van State daarover in zijn jaarverslag heeft vermeld, lijkt de Raad ervan uit te zijn gegaan dat aan een Gevolmachtigde Minister de bevoegdheid toekomt om aan de Afdeling advisering om voorlichting te vragen overeenkomstig artikel 21a van de Wet RvS (mits zo'n verzoek niet raakt aan de eenheid van de rijksministerraad). Het veronderstellen van een dergelijke bevoegdheid lijkt de auteur onjuist. Opmerkelijk in deze zaak is verder dat de Raad van State zelf al publiciteit heeft gegeven aan het betreffende voorlichtingsadvies, terwijl het advies nog niet openbaar is gemaakt. Naar aanleiding van een ander voorlichtingsadvies constateert de auteur dat de Tweede Kamer ten onrechte meent dat zij op basis van artikel 21a Wet RvS alleen advies kan vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State van Nederland en niet aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, zonder dat de Raad van State deze onjuiste opvatting corrigeert.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

Europese regelgevende agentschappen op drift?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regelgevende agentschappen, short selling, financieel toezicht, delegatie, attributie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU kent geen duidelijk verdragsrechtelijk of formeel-wettelijk kader met betrekking tot de oprichting, taken en bevoegdheden van agentschappen, terwijl de afgelopen jaren steeds belangrijkere regelgevende en uitvoerende taken aan deze agentschappen zijn toegekend. De oprichting van drie ‘European supervisory agencies’ verantwoordelijk voor het micro-prudentiële toezicht op financiële instellingen vormt het meest actuele voorbeeld daarvan. Aan deze agentschappen zijn belangrijke regulerende bevoegdheden toegekend, zoals die tot het ontwerpen van technische standaarden ter harmonisatie van regels betreffende het financiële toezicht. Deze regulerende standaarden dienen weliswaar formeel nog door de Europese Commissie te worden goedgekeurd, maar het is duidelijk dat het zwaartepunt voor het ontwerpen van de inhoud ervan de facto bij de agentschappen ligt. In een recente zaak bij het Hof van Justitie van de EU heeft het Verenigd Koninkrijk fundamentele bezwaren geuit tegen de mate waarin en wijze waarop regelgevende en uitvoerende taken aan deze Europese agentschappen zijn toegekend.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

‘De Tweede Kamermethode’: versterkte parlementaire invloed op Europese besluitvorming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Tweede Kamer, EU-besluitvorming, subsidiariteit, behandelvoorbehoud, BNC-fiche, gele kaart, nationale parlementen
Auteurs Drs. J. Kester en Dr. M. van Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren heeft de Kamer haar betrokkenheid bij Europese ontwikkelingen en wetgevende voorstellen aanzienlijk versterkt. Vanuit hun ervaring in de EU-staf beschrijven de auteurs hoe de Tweede Kamer Europese besluitvormingsprocessen beïnvloedt. In de decentrale aanpak blijft de betrokkenheid niet beperkt tot de woordvoerders Europa. Instrumenten als de subsidiariteitstoets en het recent ingevoerde behandelvoorbehoud worden uiteengezet. Dit wordt toegelicht met praktijkcases van een ‘vakcommissie’ die veel meer is gaan doen aan de Europese Unie: Sociale zaken. De Kamerinbreng wordt minder juridisch-technisch en meer politiek. Soms wat korter door de bocht, maar een duidelijke bijdrage aan de politisering van het EU-beleid.


Drs. J. Kester
Drs. J. Kester was van 2008 t/m 2010 EU-adviseur van de Tweede Kamer en griffier van de Tijdelijke commissie subsidiariteitstoets. Hij was eerder werkzaam bij de Europese Commissie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. jkester@minszw.nl

Dr. M. van Keulen
Dr. M. van Keulen is griffier van de vaste commissie voor Europese zaken en coördinator van de EU-staf van de Tweede Kamer; hiervoor was zij verbonden aan onder meer het Instituut Clingendael en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. m.vkeulen@tweedekamer.nl
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Titel

Hoe verging het de Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets (TCS)?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Europese commissie, Europese unie, Regering, Verdrag, Lidstaat, Mededeling, Handhaving, Bodembescherming, Bodem, Hoorzitting
Auteurs Dijk, J.J. van

Dijk, J.J. van
Titel

Beter wetgeven in Europa: het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord Beter wetgeven 2003

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 03 2005
Trefwoorden Akkoord, Wetgeving, Kwaliteit, Europese commissie, Verdrag, Aanwijzing, Mededeling, Europese unie, Publicatieblad van de europese unie, Aansprakelijkheid
Auteurs Voermans, W. en Berkel, D. van

Voermans, W.

Berkel, D. van
Titel

Wetgevingskwaliteit in de Europese Unie en de rol van de Europese rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 01 2003
Trefwoorden Kwaliteit, Wetgeving, Lidstaat, Europese unie, Verdrag, Gebrek, Werknemer, Europees recht, Kind, Regering
Auteurs Hijmans, H.

Hijmans, H.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.