Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.
Artikel

Inclusief inhoud?

‘Beter Wetgeven’ in de EU voorbij het wetgevingsproces: is er ook aandacht voor inhoudelijke kwaliteit?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Grondrechten, Delegatiegrondslagen, Evenredigheidsbeginsel, Nationale autonomie
Auteurs Prof. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het Beter Wetgeven-beleid van de EU staat de verbetering van de kwaliteit van wetgevingsprocessen. Is er daarnaast aanleiding om de kwaliteit van de inhoud van Europese wetgeving te verbeteren? Beter Wetgeven omvat ook nu al inhoudelijke elementen. Via het evenredigheidsbeginsel worden bijvoorbeeld lidstatelijke belangen beschermd. Andere elementen, zoals de keuze voor de rechtshandeling en de keuze om regelgevende bevoegdheden aan de Commissie of de Raad te delegeren, zijn veel minder systematisch uitgewerkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop grondrechten in de EU-wetgeving tot uitdrukking komen.


Prof. dr. A. van den Brink
Prof. dr. A. (Ton) van den Brink is hoogleraar EU wetgevingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Werkzame en toekomstbestendige wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden effectiviteit, toekomstbestendigheid, evaluatie
Auteurs Prof. mr. E. Niemeijer en Dr. P.W. van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ontwikkelen van werkzame wetgeving vergt een beleidstheorie. Die theorie omvat een omschrijving van het probleem, een toeschrijving van het probleem aan oorzaken en een beschrijving van hoe wetgeving helpt om het probleem terug te dringen. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) bevat nuttige vragen, maar er is extra aandacht nodig voor het expliciteren van veronderstelde oorzaken van de problematiek. Werkzame wetgeving is niet automatisch toekomstbestendig. Toekomstbestendigheid is het voorbereid zijn op onzekere toekomstige ontwikkelingen. Het ontwikkelen van toekomstbestendige wetgeving vergt daarom het expliciteren van onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen, het toetsen van hoe wetgeving in verschillende omstandigheden werkt, en het maken van een keuze over hoe met onzekerheid om te gaan.


Prof. mr. E. Niemeijer
Prof. mr. E. (Bert) Niemeijer is rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor overheidsjuristen en hoogleraar rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. P.W. van Wijck
Dr. P.W. (Peter) van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Het ambacht

Inwerkingtredingswetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden inwerkingtreding, invoeringswetten, Omgevingswet, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de figuur waarbij in een wet wordt bepaald dat die wet in werking wordt gesteld via een andere wet. Die andere wet wordt in deze bijdrage aangeduid als ‘inwerkingtredingswet’. Aanleiding voor deze bijdrage was het verzoek vanuit de Tweede en Eerste Kamer om zo’n constructie toe te passen bij de Omgevingswet. Uiteindelijk is daar voor een eenvoudigere oplossing gekozen (een zware voorhangprocedure voor het inwerkingtredings-KB). De figuur van inwerkingtredingswetten voert terug tot in de negentiende eeuw, toen het Wetboek van Strafrecht op die wijze in werking is gesteld. In de laatste decennia van de vorige eeuw kwam dit verder regelmatig voor bij wetten van Financiën, Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat die grote stelselwijzigingen inhielden. Nooit was sprake van een ‘zuivere’ inwerkingtredingswet: steeds bevatte zo’n wet naast de inwerkingstelling van de ‘hoofdwet’ ook overgangsrecht en aanpassingen van specifieke wetten. Het ging dus steeds om ‘invoeringswetten’. De laatste jaren is deze methode in onbruik geraakt, omdat de inwerkingstelling van zowel de hoofdwet als de invoeringswet wordt gedelegeerd aan de regering, die beide wetten dan in werking laat treden via één inwerkingtredings-KB.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Digitaal verkeer met de overheid; verleden, heden en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden digitale overheid, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Mr. dr. B.M. Veltkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De digitaal werkende overheid wordt steeds belangrijker. Dit gaat gepaard met een groeiende behoefte aan het regelen ervan en met de wens tot een zekere mate van toekomstbestendigheid van die regels. Barbera Veltkamp schetst de belangrijkste ontwikkelingen rond regelgeving over de digitale overheid, en gaat in op de vraag of er, gelet op de instrumentele en de waarborgfunctie van wetgeving, voldoende instrumentarium voorhanden is om de huidige en toekomstige ontwikkelingen vorm te geven. Hierbij wijst ze erop dat de vraag in hoeverre het überhaupt nodig en nuttig is om digitalisering van de overheid in regelgeving te vatten, genuanceerd beantwoord moet worden.


Mr. dr. B.M. Veltkamp
Mr. dr. B.M. (Barbera) Veltkamp is coördinerend wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.
Praktijk

‘Een beetje wet kost drie dagen’: het bevriezingswetje eigen risico zorgverzekering en andere spoedwetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden wetsprocedure, spoedwet, Eerste Kamer, Tweede Kamer, zorgverzekering
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetje waarmee de hoogte van het eigen risico voor de zorgverzekering voor 2018 werd bevroren op € 385 (Stb. 2017, 356) kwam binnen drie dagen tot stand. De Tweede en Eerste Kamer behandelden het wetsvoorstel op dezelfde dag. In deze bijdrage wordt ingegaan op dit bijzondere wetgevingsproces. Onder meer wordt daarbij aandacht besteed aan de figuur van een mondeling eindverslag, waar de Eerste Kamer tegenwoordig anders mee omgaat dan voorheen. Ook wordt de vraag besproken waarom het wetje per se vóór 1 oktober in het Staatsblad moest staan. Op de ranglijst van de snelst tot stand gebrachte wetten ooit neemt het bevriezingswetje waarschijnlijk een (gedeelde) tweede plaats in. De eerste plaats wordt ingenomen door twee crisiswetten uit 1914. Ook die wetten uit 1914 behandelden de Tweede en Eerste Kamer op dezelfde dag. Dat gebeurde later nog een keer in 1938. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt overigens dat die totstandbrenging van een wet in enkele weken geen unicum is. Vaak worden wetten die heel snel tot stand moeten komen, aangeduid als ‘spoedwet’ of ‘noodwet’. Aan het slot van de bijdrage wordt deze terminologie besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Amfibiewetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetsprocedure, wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Rijkswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een amfibiewet is een wet met een gemengd karakter: deels rijkswet, deels ‘gewone’ Nederlandse wet. Deze bijdrage gaat daar nader op in, na een bespreking van twee daarmee samenhangende kwesties: het wijzigen van een rijkswet via een ‘gewone’ Nederlandse wet en het wijzigen van een ‘gewone’ Nederlandse wet via een rijkswet. Enkele praktijkgevallen – of zo men wil legislatieve bedrijfsongevalletjes – laten zien dat het doorgronden van de verschillen tussen rijkswetten en ‘gewone’ Nederlandse wetten niet steeds eenvoudig is.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Het Staatsblad

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de pensionering van Sandra Slingerland, die bij het ministerie van Justitie 37 jaar lang verantwoordelijk was voor de uitgifte van het Staatsblad, worden in deze bijdrage enkele faits divers en petites histoires rond het Staatsblad behandeld. Ingegaan wordt op de historie van het uit 1813 daterende Staatsblad, inclusief de toepasselijke wetgeving. Verder wordt aandacht besteed aan voorvallen waarbij in het parlement het Staatsblad ter sprake kwam. Daarbij ging het onder meer over de toegankelijkheid, het formaat en de tijdige uitgifte van het Staatsblad.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Dode letters in het RvO TK: artikelsgewijze behandeling en stemming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetsvoorstellen, wetgeving, amendementen, Tweede Kamer, stemmingen, Reglement van Orde van de Tweede Kamer
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage belicht de geschiedenis en achtergronden van de bepalingen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer die betrekking hebben op de artikelsgewijze behandeling van en de artikelsgewijze stemming over wetsvoorstellen. Geconcludeerd wordt dat de artikelsgewijze aanpak, zoals deze nog in het reglement is opgenomen (voor de behandeling facultatief en voor de stemming verplicht), niet meer overeenkomt met de praktijk. Het verdient aanbeveling om het reglement op deze punten in overeenstemming te brengen met de praktijk.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Praktijk

Van ‘Wij Beatrix’ naar ‘Wij Willem-Alexander’: enkele beschouwingen bij het afkondigingsformulier

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afkondigingsformulier, aanhef van wetten en AMvB’s, troonswisseling, koningschap, ‘bij de gratie Gods’
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de tekst van het afkondigingsformulier van wetten geldt ingevolge additioneel artikel XIX Grondwet nog steeds het formulier uit de oude Grondwet: ‘Wij’ enz. ‘Koning der Nederlanden’ enz. Al sinds de vorming van ons Koninkrijk tweehonderd jaar geleden is de praktijk dat ter invulling van het eerste ‘enz.’ de formule ‘bij de gratie Gods’ wordt gebezigd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij enkele achtergronden van dit gedeelte van het afkondigingsformulier. Ingegaan wordt op de historie, met uitgebreide verwijzingen naar wetsgeschiedenis en literatuur. De bijdrage spitst zich toe op het uitblijven van de grondwettelijke opdracht om een regeling van het afkondigingsformulier te treffen en op de formule ‘bij de gratie Gods’. Bepleit wordt om na de troonswisseling tot een wettelijke regeling van het afkondigingsformulier te komen, zowel voor wetten als voor AMvB’s. Met de kwestie van het al dan niet opnemen van de formule ‘bij de gratie Gods’ zou dan pragmatisch te werk moeten worden gegaan. Het gebruik van de formule behoeft niet wettelijk te worden geregeld en kan net als nu aan de praktijk worden overgelaten. Wettelijke regeling van het afkondigingsformulier lost ook enkele kwesties op rond de vermelding van de advisering door de Raad van State in het afkondigingsformulier.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De olifant in het wetgevingsproces

Invloed en wetsvoorbereiding in ambtelijk Den Haag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden lobby, transparantie, wetgevingsjurist, wetgevingskwaliteit, belanghebbende
Auteurs Mr. dr. M. Ramlal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de ambtelijke voorbereiding van wetgeving wordt veelvuldig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Recent verricht empirisch wetgevingsonderzoek Naar een glazen wetgevingshuis? laat zien dat gedurende het proces sommige belanghebbende partijen worden uitgesloten en andere worden ingesloten. Het proces van insluiten en uitsluiten kan een partijdig wetgever in de hand werken. Het ‘fasenmodel’, een analysemiddel ontwikkeld in het wetgevingsonderzoek, laat zien dat drie fases van belangeninbreng en -afweging te onderscheiden zijn en per fase belanghebbende partijen worden toegelaten en buitengesloten. Dit model staat in deze bijdrage centraal. De bijdrage eindigt met een oproep tot vastlegging van processuele kwaliteitsnormen en enkele concrete mogelijkheden tot verbetering.


Mr. dr. M. Ramlal
Mr. dr. M. Ramlal is onderzoeker en manager external affairs aan de Erasmus School of Law. m.ramlal@frg.eur.nl
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.