Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 124 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Objets trouvés

Begrotingswetgeving: vragen bij het wetsvereiste

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Begrotingswet, Budgetrecht, Tweede Kamer, Corona, wetgevingsproductie
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De vele begrotingswijzigingen ten behoeve van de bestrijding van de coronapandemie en de compensatie van de nadelen ervan hebben geleid tot een nog grotere wetgevingsproductie. De vraag is of de voor begrotingsbeslissingen grondwettelijk voorgeschreven wetsvorm nog wel past bij de huidige betekenis en invulling van het parlementaire budgetrecht. Bij de huidige begrotingsbehandeling handelt de Kamer ritueel en stelt zich niet op als medewetgever, vooral door aan de regering over te laten hoe de voorstellen, neergelegd in moties en amendementen, financieel moeten worden gedekt. Overigens maakt de Kamer gedurende het begrotingsjaar geen enkel gebruik van haar initiatiefrecht. Zolang van medewetgeven geen sprake (meer) is, kan het wetsvereiste voor begrotingsbeslissingen vervallen.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Het ambacht

Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Voorhangprocedures, Fiscale wetgeving, Wet op de omzetbelasting 1968, Grondwet, Raad van State, Goedkeuringswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet betekent dat de formele wetgever regelgevende bevoegdheid delegeert (aan de regering of een minister), maar dat er vervolgens een wetsvoorstel moet komen om de algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling ‘goed te keuren’. In deze bijdrage wordt de historie van deze figuur belicht en wordt aan de hand van casuïstiek ingegaan op de bedoeling en de toepassing ervan. Het is een zeldzame figuur, waar de wetgevingspraktijk niet altijd goed raad mee weet. De modelbepaling in de Aanwijzingen voor de regelgeving roept enkele vragen op. Een conclusie is verder dat de goedkeuring maar beter niet kan worden gecombineerd met andere onderwerpen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Leren van evaluaties

De fitness check van het Europees consumentenrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Betere regelgeving, Evaluaties, Europese beleidscyclus, Europese Commissie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht laten zien hoe de richtlijnen voor fitness checks in de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving in de praktijk worden gebracht. Een fitness check beoogt, onder meer, om consistentie en coherentie te verbeteren, en zou informatie moeten verzamelen over de gezamenlijke impact van maatregelen. Hoewel de Nederlandse wetgever niet heeft aangegeven fitness checks te willen invoeren, zijn de ervaringen met de fitness check van het consumentenrecht toch interessant voor de Nederlandse wetgever. In dit artikel wordt ingegaan op wat kan worden geleerd van de ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht.


Dr. E.A.G. van Schagen LLM
Dr. E.A.G. (Esther) van Schagen (LLM) is universitair docent bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aantal opmerkingen

Kroniek van twee jaar wetgevingsadviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de Algemene verordening gegevensbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden consultatieverplichting, adviesrecht, bescherming persoonsgegevens, privacy
Auteurs Mr. L.H. von Meijenfeldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een thematisch overzicht van de wetgevingsadviezen die de Autoriteit Persoonsgegevens sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gepubliceerd. Deze adviezen geven een fraai inzicht in de uitleg die de Autoriteit aan de verordening geeft en in de verwachtingen die zij heeft van de wetgever.


Mr. L.H. von Meijenfeldt
Mr. L.H. (Lester) von Meijenfeldt is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel

Access_open Met recht positie kiezen in een politiek-bestuurlijke omgeving

Omgaan met de spanning tussen rechtsstatelijke waarden en politiek-bestuurlijke wensen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden positiekeuzes, bestuurskundig onderzoek, recht en overheid, overheidsjuristen
Auteurs Mr. W. Wierenga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de omgang van overheidsjuristen met de spanning tussen rechtsstatelijke waarden en politiek-bestuurlijke wensen centraal. Daartoe worden twee vragen beantwoord: Wat verklaart de manier waarop overheidsjuristen met deze spanning omgaan? En op welke manieren kan er worden gestuurd op de manier waarop overheidsjuristen met deze spanning omgaan? Bij het beantwoorden van deze vragen wordt bestuurskundig onderzoek naar positiekeuzes van overheidsjuristen gebruikt. Op basis van dit onderzoek komt de auteur tot drie adviezen voor overheidsjuristen voor het omgaan met de spanning tussen rechtsstatelijke waarden en politiek-bestuurlijke wensen.


Mr. W. Wierenga
Mr. W. (Wubbo) Wierenga werkt momenteel als bestuurlijk en juridisch adviseur voor adviesbureau Berenschot en werkte daarvoor zes jaar als juridische adviseur en wetgevingsjurist voor de juridische directie van Infrastructuur en Waterstaat (HBJZ). Aan het Tilburg Institute of Governance bereidt hij een proefschrift voor over positiekeuzes van overheidsjuristen.
Legisprudentie

Criteria voor grondwetsherzieningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, constitutionele orde, constitutionele rijpheid, herzieningsprocedure
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze aflevering van Legisprudentie is gewijd aan algemene criteria die kunnen worden gebruikt voor het beoordelen van voorstellen tot grondwetsherziening.


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Uit de wetgevingspraktijk

De lat voor de wetgevingsjurist

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wetgeving, juridische functie, rol ambtenaar, wetgevingskwaliteit, politiek-bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. J. Schipper-Spanninga en Mr. G.P. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs stellen de vraag of de lat voor wetgevingsjuristen nu hoger lijkt te liggen dan voorheen. De inhoudelijke eisen aan goede wetgeving zijn niet wezenlijk veranderd, hoewel zij een sterke verfijning te zien geven. Ook de roep om een betere verbinding tussen wetgeving, beleid en uitvoering is niet nieuw. Wel zien de auteurs dat maatschappelijke ontwikkelingen als de meer participerende rol van de overheid, de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken en de toenemende druk op het totstandkomingstempo van wetgeving de omgeving van de wetgevingsjurist en de omstandigheden waaronder hij zijn werk verricht aanzienlijk hebben veranderd. Op de vaardigheden als samenwerking, flexibiliteit, je kunnen verplaatsen in anderen en snel schakelen wordt in de loop der tijd een steeds sterker beroep gedaan.


Mr. J. Schipper-Spanninga
Mr. J. (Hanneke) Schipper-Spanninga is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. G.P. Visser
Mr. G.P. (Gerine) Visser is directiesecretaris bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De algemeenverbindendverklaring van landbouwvoorschriften in het Europese marktordeningsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden uitbreiding van voorschriften, marktordening, producentenorganisatie, brancheorganisatie, avv
Auteurs Mr. H.C.E.P.J. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    EU-lidstaten zijn op grond van de Europese marktordeningsregels bevoegd door (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties vastgestelde landbouwvoorschriften uit te breiden tot niet-leden. Deze niet-leden kunnen tevens worden verplicht een financiële bijdrage te betalen. In de Nederlandse landbouw wordt dit avv-instrument pas vrij recent en dan ook nog eens uitsluitend voor onderzoek en ontwikkeling ingezet. De Europese regels bieden echter ruimte voor een veel bredere toepassing, zoals bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieubescherming. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad van State inmiddels gevraagd welke ruimte zij daarvoor heeft.


Mr. H.C.E.P.J. Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat/of counsel bij DVAN Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open Duidelijke taal: wat heb je eraan?

Over in voorlichting ‘vertaalde’ (belasting)wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vertrouwensbeginsel, voorlichting, inlichtingen, taal, rechtsbescherming
Auteurs Mr. drs. T.A. Cramwinckel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij voorlichting aan burgers ‘vertaalt’ de Belastingdienst complexe belastingwetgeving naar begrijpelijke teksten voor burgers. Deze bijdrage behandelt een aantal praktische en fundamentele vragen die zich voordoen bij deze vertaalslag, zoals: wat is de juridische status van voorlichting? Welke ‘ingrepen’ zijn nodig in de vertaling? Is begrijpelijke taal alleen maar ‘goed’, of zijn er ook nadelen? Kunnen burgers rechten ontlenen aan ‘vertaalde’ belastingwetgeving? En wat betekent dat voor de belastingwetgever? Duidelijk wordt dat begrijpelijke taal nodig is, maar dat het juristen ook voor praktische en fundamentele vraagstukken stelt, waarbij burgers niet uit het oog mogen worden verloren.


Mr. drs. T.A. Cramwinckel
Mr. drs. T.A. (Tirza) Cramwinckel is verbonden aan de Universiteit Leiden als PhD-onderzoeker en docent. Zij is tevens verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Buitenlands nieuws

Burgerschap en terrorisme

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden burgerschap, Rijkswet op het Nederlanderschap, terrorisme, Zwitserland
Auteurs Mr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan het intrekken van burgerschap als een bestraffende maatregel voor (medeplichtigheid aan) terroristische misdrijven. Een voorbeeld uit Zwitserland uit 2019 wordt nader besproken en in vergelijkend Nederlands perspectief geplaatst.


Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

RegelSpraak: een brug tussen wetgeving en ICT

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden wetgeving, regelbeheer, digitale uitvoering, ICT, semantiek
Auteurs Drs. A.J.C. Wolferink, Mr. A. Ausems, Ing. D.P.H. Dulfer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Belastingdienst heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan een nieuwe werkwijze om wetgeving te vertalen naar specificaties voor ICT-systemen en -toepassingen. Daarbij is de taal RegelSpraak ontwikkeld, die aansluit bij de taal van de juristen, maar ook geautomatiseerd omgezet kan worden naar softwarecode.
    Dit artikel gaat in op deze taal en de manier waarop deze bij de vertaling van wetgeving naar ICT wordt gebruikt.
    Ook wordt aandacht besteed aan de lessen die de wetgever kan leren uit de nieuwe werkwijze en het gebruik van RegelSpraak, om daarmee de vertaling van wetgeving naar ICT beter te ondersteunen.


Drs. A.J.C. Wolferink
Drs. A.J.C. (Caren) Wolferink is regelanalist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Mr. A. Ausems
Mr. A. (Anouschka) Ausems is jurist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Ing. D.P.H. Dulfer
Ing. D.P.H. (Diederik) Dulfer is architect Business Rules Management bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Ing. H.M. Bouwmeester
H.M. (Hennie) Bouwmeester BBI is regelanalist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is strategisch adviseur bij de Directie Douane van het DG Belastingdienst.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Artikel

Het gelijkwaardigheidsbeginsel van de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden gelijkwaardigheidsbeginsel, algemene regels, Omgevingswet, Bouwbesluit 2012, flexibiliteit
Auteurs Drs. J. in ’t Hout
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschrijft het gelijkwaardigheidsbeginsel dat straks in de Omgevingswet en nu onder meer in het Bouwbesluit 2012 is opgenomen. Het gelijkwaardigheidsbeginsel biedt een initiatiefnemer het recht om op een andere manier aan een regel te voldoen dan in de regel is aangegeven. Voorwaarde is wel dat het met de regel beoogde doel ook met die andere oplossing wordt bereikt. Of de andere oplossing gelijkwaardig is, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. De bewijslast van de gelijkwaardigheid berust bij de initiatiefnemer. Een geschil over de gelijkwaardigheid van een alternatieve maatregel kan soms voor advies worden voorgelegd aan een adviescommissie. Deze bijdrage gaat in op een aantal juridische, inhoudelijke, procedurele en uitvoeringsaspecten van het gelijkwaardigheidsbeginsel.


Drs. J. in ’t Hout
Drs. J. (Hans) in ’t Hout is coördinator Bouwregelgeving bij de directie Bouwen & Energie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanuit die hoedanigheid heeft hij als lid van het schrijfteam Omgevingswet en projectleider van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijgedragen aan het opstellen van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregels.
Legisprudentie

Dicta in adviezen over initiatiefvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, initiatiefvoorstellen, Raad van State, dicta
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enige tijd werkt de Afdeling advisering van de Raad van State met aangescherpte dicta, en worden ook adviezen over initiatiefvoorstellen met een dictum afgesloten. In deze aflevering van RegelMaat worden de eerste adviezen nieuwe stijl onder de loep genomen.


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Werkzame en toekomstbestendige wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden effectiviteit, toekomstbestendigheid, evaluatie
Auteurs Prof. mr. E. Niemeijer en Dr. P.W. van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ontwikkelen van werkzame wetgeving vergt een beleidstheorie. Die theorie omvat een omschrijving van het probleem, een toeschrijving van het probleem aan oorzaken en een beschrijving van hoe wetgeving helpt om het probleem terug te dringen. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) bevat nuttige vragen, maar er is extra aandacht nodig voor het expliciteren van veronderstelde oorzaken van de problematiek. Werkzame wetgeving is niet automatisch toekomstbestendig. Toekomstbestendigheid is het voorbereid zijn op onzekere toekomstige ontwikkelingen. Het ontwikkelen van toekomstbestendige wetgeving vergt daarom het expliciteren van onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen, het toetsen van hoe wetgeving in verschillende omstandigheden werkt, en het maken van een keuze over hoe met onzekerheid om te gaan.


Prof. mr. E. Niemeijer
Prof. mr. E. (Bert) Niemeijer is rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor overheidsjuristen en hoogleraar rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. P.W. van Wijck
Dr. P.W. (Peter) van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een mogelijke inpassing van de G1000 op nationaal niveau

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden G1000, burgerparticipatie, deliberatie, representatieve democratie, wetgevingsproces
Auteurs Mr. M. van Zanten, G.J.P. Penders, L.S.R. Frietman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De G1000 is als vorm van burgerparticipatie herhaaldelijk ingezet op lokaal niveau als aanvulling op de representatieve democratie. Daarmee voorziet de G1000 in potentie in de behoefte van veel burgers aan (meer) politieke betrokkenheid. In dit artikel gaan de auteurs daarom in op de vraag of en hoe de G1000 ook op nationaal niveau, in het wetgevingsproces, kan worden ingepast. Daarbij wordt eerst ingegaan op de behaalde resultaten van de G1000 op lokaal niveau en de toegevoegde waarde van het instrument ten opzichte van andere vormen van burgerparticipatie. Vervolgens wordt gekeken welke constitutionele grenzen het grondwettelijk stelsel stelt aan de inpassing van een G1000 op nationaal niveau. De auteurs komen tot de conclusie dat een G1000 binnen deze grenzen kan worden ingepast, waarbij tegelijkertijd de basisprincipes van de G1000 zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Zij dragen in dat kader enkele ideeën aan voor de daadwerkelijke implementatie van de G1000 in het nationale wetgevingsproces.


Mr. M. van Zanten
Mr. M. (Melanie) van Zanten is als promovenda verbonden aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

G.J.P. Penders
G.J.P. (George) Penders is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als student medewerker bij de sectie bestuursrecht van Pels Rijcken.

L.S.R. Frietman
L.S.R. (Lars) Frietman heeft in Utrecht zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond en is oud-voorzitter van Studievereniging Politeia voor staats-, bestuursrecht en rechtstheorie.

P.A. Oudijn
P.A. (Nellieke) Oudijn heeft haar master Staats- en Bestuursrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als advocaat bij BVD advocaten.

L.J.C.M. van der Ven
L.J.C.M. (Lorenz) van der Ven heeft zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als buitengriffier op de Rechtbank Midden-Nederland.
Toont 1 - 20 van 124 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.