Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 38 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Access_open Duidelijke taal: wat heb je eraan?

Over in voorlichting ‘vertaalde’ (belasting)wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vertrouwensbeginsel, voorlichting, inlichtingen, taal, rechtsbescherming
Auteurs Mr. drs. T.A. Cramwinckel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij voorlichting aan burgers ‘vertaalt’ de Belastingdienst complexe belastingwetgeving naar begrijpelijke teksten voor burgers. Deze bijdrage behandelt een aantal praktische en fundamentele vragen die zich voordoen bij deze vertaalslag, zoals: wat is de juridische status van voorlichting? Welke ‘ingrepen’ zijn nodig in de vertaling? Is begrijpelijke taal alleen maar ‘goed’, of zijn er ook nadelen? Kunnen burgers rechten ontlenen aan ‘vertaalde’ belastingwetgeving? En wat betekent dat voor de belastingwetgever? Duidelijk wordt dat begrijpelijke taal nodig is, maar dat het juristen ook voor praktische en fundamentele vraagstukken stelt, waarbij burgers niet uit het oog mogen worden verloren.


Mr. drs. T.A. Cramwinckel
Mr. drs. T.A. (Tirza) Cramwinckel is verbonden aan de Universiteit Leiden als PhD-onderzoeker en docent. Zij is tevens verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Artikel

RegelSpraak: een brug tussen wetgeving en ICT

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden wetgeving, regelbeheer, digitale uitvoering, ICT, semantiek
Auteurs Drs. A.J.C. Wolferink, Mr. A. Ausems, Ing. D.P.H. Dulfer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Belastingdienst heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan een nieuwe werkwijze om wetgeving te vertalen naar specificaties voor ICT-systemen en -toepassingen. Daarbij is de taal RegelSpraak ontwikkeld, die aansluit bij de taal van de juristen, maar ook geautomatiseerd omgezet kan worden naar softwarecode.
    Dit artikel gaat in op deze taal en de manier waarop deze bij de vertaling van wetgeving naar ICT wordt gebruikt.
    Ook wordt aandacht besteed aan de lessen die de wetgever kan leren uit de nieuwe werkwijze en het gebruik van RegelSpraak, om daarmee de vertaling van wetgeving naar ICT beter te ondersteunen.


Drs. A.J.C. Wolferink
Drs. A.J.C. (Caren) Wolferink is regelanalist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Mr. A. Ausems
Mr. A. (Anouschka) Ausems is jurist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Ing. D.P.H. Dulfer
Ing. D.P.H. (Diederik) Dulfer is architect Business Rules Management bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Ing. H.M. Bouwmeester
H.M. (Hennie) Bouwmeester BBI is regelanalist bij de Directie Informatievoorziening van het DG Belastingdienst.

Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is strategisch adviseur bij de Directie Douane van het DG Belastingdienst.
Artikel

Het mededingingsrechtelijke speelveld bij bestuursakkoorden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden bestuursakkoorden, mededingingsrecht, Unietrouw, nuttig effect, wetsvoorstel duurzaamheidsinitiatieven
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    Afspraken die overheden en ondernemingen in bestuursakkoorden maken kunnen in strijd komen met de (Europese) mededingingsregels. Daarbij lopen niet alleen de ondernemingen een risico, ook overheden riskeren het verwijt tot mededingingsbeperkende gedragingen ‘aan te zetten’ en daarmee de nuttige werking van de mededingingsregels in gevaar te brengen. In een recent wetsvoorstel heeft de regering een wettelijk systeem voorgesteld, waarmee duurzaamheidsinitiatieven van de mededingingsregels kunnen worden uitgezonderd. Dit wetsvoorstel lijkt ook interessant voor bestuursakkoorden. Het is echter onzeker of deze wet in lijn is met het Europese recht. Alternatieven, waaronder de leer van de inherente beperkingen, zijn denkbaar. Zekerheid hierover zal echter van de Commissie of het Hof van Justitie moeten komen.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is EU-jurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Van meezeggen en tegenspreken – van democratisering naar een lastig gesprek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Medezeggenschap, Onderwijs, Commissie Behoorlijk Bestuur
Auteurs drs. D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt beschreven hoe de opvattingen inzake medezeggenschap in het overheidsbeleid zich hebben ontwikkeld sinds de opkomst van de gedachten daarover in de jaren zeventig. Nadat de studentenprotesten van 1968 ook in Nederland tot democratisering van de universiteiten hadden geleid met de Wet Universitaire Bestuurshervorming (1970), werd de aanzet voor medezeggenschap in de hele semipublieke sector vooral gegeven door de commissie-Van der Burg, die in 1977 rapport uitbracht. In alle sectoren werd nadien de medezeggenschap wettelijk geregeld, soms na zeer lange discussies. En nog altijd is de discussie niet uitgewoed. De commissie-Halsema besprak in haar rapport van 2013 voor een deel dezelfde thema’s als de commissie-Van der Burg, in het licht van beoogde verbeteringen in het besturen van de inmiddels sterk veranderde instellingen. En de WRR liet in 2014 zijn licht over deze materie schijnen. Welke beleidsagenda levert dit nu op?


drs. D.P. van den Bosch
Drs. D.P. (Dick) van den Bosch is hoofd van de afdeling Wonen en Rijksdienst bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Redactioneel

Invloed op maatschappelijke organisaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. M.M. den Boer en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.

    De adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State zijn een goede maatstaf voor de kwaliteit van wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur die op de ministeries worden voorbereid. Aan de hand van een aantal horizontale thema’s (zoals motivering van stelselwijzigingen of de introductie van nieuwe bevoegdheden, de reactie op externe adviezen of uitvoeringstoetsen, de inschatting van de effectiviteit van het voorstel) is een analyse gemaakt van de adviezen van de Afdeling in 2013 en eerste helft van 2014. In deze bijdrage worden enige algemene lijnen getrokken, gewezen op de risico’s van slechte wetgeving en aangegeven hoe de kwaliteit van wetsvoorstellen en de motivering van gemaakte keuzes kunnen worden verbeterd.


M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector Strafrecht en Sanctierecht van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming

De rechtsopvolger van de Wbp

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bescherming van persoonsgegevens, Algemene verordening gegevensbescherming, implementatie van EU-verordeningen
Auteurs Mr. dr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe gegevensbeschermingsrecht in de Algemene verordening gegevensbescherming zal voor bedrijven, burgers en de overheid ingrijpende gevolgen hebben. Het gegevensbeschermingsrecht wordt voortaan in Brussel vastgesteld. De Wet bescherming persoonsgegevens zal verdwijnen. In deze bijdrage wordt beschreven waar zich de grootste veranderingen in het recht voordoen en wat behouden blijft. Daarbij gaat aandacht uit naar de beginselen van gegevensbeschermingsrecht, de rechten van de betrokkene, de plichten van de verantwoordelijke, het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming. Er komt een ingewikkelde wetgevingsoperatie in Nederland aan om dat alles goed te implementeren. Aan de hand van adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Afdeling advisering van de Raad van State wordt geïnventariseerd waar wetgevingsambtenaren mee worden geconfronteerd.


Mr. dr. J.P. de Jong
Mr. dr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

De wet als kunstwerk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Witteveen, Fuller, instrumentalisme, participatiesamenleving, filosofie (of wetgevingsfilosofie)
Auteurs P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn De wet als kunstwerk vormt Willem Witteveen ruim twintig jaar Nomoi-bijdragen tot één samenhangend geheel. Die samenhang bestaat uit de ‘tien geboden voor de wetgever’. Deze wet voor de wetgever zijn de acht beginselen van Fullers Inner Morality of Law, waaraan Witteveen nog twee ‘eigentijdse’ beginselen toevoegde: over de voorkeur voor zelfregulering en over het vermijden van bureaucratie. Witteveen verzet zich tegen de gangbare benadering van de wet als instrument. De auteur gaat in op Witteveens kritiek op deze instrumentele benadering en op zijn idee over wetgeving in de participatiesamenleving. Hij sluit af met de vraag welke opstelling senator Witteveen zou hebben gekozen in de Zorgwet-kwestie.


P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Discussie

De constitutionele dialoog

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
Auteursinformatie

Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Europese financiële toezichthouders als toonbeeld van evidence-based wetgeven in de EU?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europese toezichthouders, impact assessments, evidence-based wetgeven, financiële markten, evaluatie
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de kredietcrisis uit 2008 werden op Europees niveau nieuwe toezichthouders ingesteld die de supervisie over de financiële markten in betere banen moesten leiden. Zoals veel nieuwe regelgeving op Europees niveau ging er ook aan de oprichting een impact assessment vooraf waarbij verschillende beleidsopties vergeleken werden. Niettemin blijkt dat er nog allerlei problemen spelen bij de nieuwe toezichthouders waardoor de vraag opkomt hoe het staat met het evidence-based gehalte van deze politiek gevoelige financiële regelgeving. In deze bijdrage wordt gekeken naar de aanloop naar de wetgeving omtrent de toezichthouders en de evaluatie hiervan door de Europese Commissie en het Europees Parlement. Onduidelijk blijft waarom bepaalde beleidsopties beter worden beoordeeld dan andere mogelijkheden. Het verbeteren van het proces van ex ante en ex post evaluatie zou dan ook een belangrijke bijdrage aan het proces van evidence-based wetgeven kunnen bieden.


Mr. T.J.A. van Golen
Mr. T.J.A. van Golen, docent aan de Universiteit van Tilburg
Artikel

Onafhankelijkheid vs. Accountability: de casus van de nieuwe EU financiële toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden onafhankelijkheid, accountability, agentschappen, financieel toezicht, EU
Auteurs Dr. M. Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de onafhankelijkheid en accountability van de nieuwe EU financiële agentschappen (EBA, EIOPA en ESMA). Het behandelt eerst de de jure institutionele, persoonlijke en financiële elementen van de onafhankelijkheids- en accountability arrangementen van de nieuwe agentschappen en laat zien dat zowel hun onafhankelijkheid als accountability versterkt is in vergelijking met die van hun voorgangers, de zogenoemde Lamfalussy-comités. Verder wordt een aantal punten met betrekking tot de de facto onafhankelijkheid en accountability van EU-agentschappen besproken. Het artikel sluit af met een aantal lessen die uit de EU-ervaring getrokken kunnen worden. Het biedt daarmee nuttige inzichten aan nationale wetgevers die zich met het ‘onafhankelijkheid vs. accountability’-dilemma geconfronteerd zien.


Dr. M. Scholten
Dr. M. Scholten is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Regulering en Handhaving in Europa en aan het Europa Instituut, Faculteit van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht.
Discussie

Cicero en de constitutionele dialoog

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden constitutionele dialoog, interpretatie, vertegenwoordigende democratie
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een dialoog van Cicero, Over de wetten, in zijn receptiegeschiedenis geanalyseerd. Daarbij blijken systematische en fragmentarische interpretaties elkaar aan te kunnen vullen. De constitutionele dialoog die in deze tekst naar voren komt, biedt voorts inzicht in de combinatie van macht en onmacht die ook eigentijdse pogingen tot constitutionele dialoog kenmerkt.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Discussie

Solon en de taal van wetgevers en dichters

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden wetgevingskunst, redelijkheid en billijkheid, open norm, vrijheid
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetten en gedichten zijn op het eerste gezicht totaal verschillende tekstsoorten, maar bij nadere beschouwing zijn er ook overeenkomsten als teksten die een beeld van de wereld geven, normatieve implicaties hebben en betekenis krijgen dankzij een interpretatiegemeenschap. Solon was wetgever en dichter; moderne wetgevers kunnen toch ook door de bril van de poëtica bekeken worden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Inrichting van meervoudig toezicht op marktwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden marktwerking, semipublieke sectoren, afbakening, algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifiek toezicht
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    In semipublieke sectoren is naast het algemene mededingingstoezicht krachtens de Mededingingswet ook sprake van aanvullend, sectorspecifiek toezicht op marktwerking. De reden daarvoor is dat de algemene mededingingsbevoegdheden niet altijd toereikend zijn om zeker te stellen dat marktwerking in deze sectoren ook daadwerkelijk het algemeen belang dient. Het AMM-instrument, dat de mogelijkheid biedt om ondernemingen die beschikken over ‘aanmerkelijke marktmacht’ ex ante te reguleren, beschermt het publieke mededingingsbelang. Sectorspecifiek fusietoezicht is gericht op de bescherming van andere publieke belangen. In deze bijdrage wordt de afbakening tussen het aanvullende toezicht en het algemene mededingingstoezicht besproken.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. loozen@bmg.eur.nl
Artikel

Compliance by design

Het inbouwen van regelgeving in bedrijfsprocessen en informatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden procesanalyse, business process management, compliance by design, toezicht
Auteurs Dr. J. Hulstijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het naleven van regelgeving en het toezicht daarop steunen op informatieverwerking. Informatiesystemen worden ingezet voor het verzamelen en beoordelen van bewijs dat men aan de regels voldoet, maar ze worden ook steeds vaker ingezet om gedrag te beïnvloeden. Bedrijfsprocessen en informatiesystemen worden dan zo ontworpen dat men als vanzelf aan de regels voldoet: ‘compliance by design’. In deze bijdrage wordt besproken op welke wijze algemene regelgeving kan worden vertaald in specifieke eisen en definities voor informatiesystemen. Het zet een stappenplan uit voor een juridische procesanalyse en benoemt enkele aandachtspunten die juridische experts kunnen helpen te zorgen dat het resulterende proces effectief is en rechtmatig. Toepassing van het stappenplan wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden.


Dr. J. Hulstijn
Dr. J. Hulstijn is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft en coördinator van de nieuwe master’s opleiding Compliance Management. j.hulstijn@tudelft.nl
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.