Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.

Hanneke Ackermans-Wijn
Mr. dr. J.C.E. Ackermans-Wijn is raadsheer in het team familie- en jeugdrecht in het Hof ’s-Hertogenbosch.
Verslag

Experimenteerwet rechtspleging

Verslag van de najaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.

Berto Winters
Mr. B. Winters is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

    Op 26 maart 2019 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ingediend. Dit wetsvoorstel is een vervolg op de Wetgeving van 2016. Naast de intrekking van de verplichting tot digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland treden met het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ook enkele procesvernieuwende bepalingen uit de Wetgeving van 2016 in werking. Deze bepalingen zien op de regiefunctie van de rechter en de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling. In deze bijdrage staan de wijzigingen rondom de regiefunctie van de rechter en de mondelinge behandeling centraal. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het huidige procesrecht om de vraag te beantwoorden of van werkelijke procesvernieuwingen sprake is of meer van een codificatie van een in de procespraktijk ontwikkelde werkwijze.


Pauline Ernste
Mw. mr. P.E. Ernste is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Artikel

Herstel van verzuim en strijd tegen tegenstrijdige beslissingen. Over de oproeping van derden ex artikel 118 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden procesrecht, oproeping van derden, tegenstrijdige beslissingen, gedwongen (voeging en) tussenkomst, deformalisering
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 118 Rv bevat processuele voorschriften voor de oproeping van derden in het geding. Een geldig opgeroepen derde is gebonden aan de tussen eiser en gedaagde te wijzen uitspraak. Over de mogelijkheden om dit artikel toe te passen bestaat veel onduidelijkheid. In de eerste plaats oordeelt de Hoge Raad met enige regelmaat, maar vaak zonder (duidelijke) motivering, dat de eiser in de gelegenheid moet worden gesteld een ten onrechte niet opgeroepen partij via artikel 118 Rv alsnog in het geding te betrekken. In de tweede plaats oordelen rechtbanken de afgelopen jaren tegenstrijdig over de vraag of artikel 118 Rv wel of niet mag worden toegepast om derden, op verzoek van de gedaagde, op te roepen met het doel een risico op tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Een nadere analyse van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad biedt duidelijkheid.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Prof. mr. C.J.J.C. van Nispen
Prof. mr. C.J.J.C. van Nispen is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Familieprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis

Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis

Mr. A. Hammerstein
Prof. Hammerstein is raadsheer in buitengewone dienst Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Kroniek

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2012
Auteurs Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis

Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis
Artikel

Versnelde rechtspleging in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden rechtszoekende, bespoediging gewoon geding, kort geding, urgentie, maatregel bij voorraad
Auteurs Prof. dr. P. Van Orshoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de technieken die in België worden gehanteerd om een rechtszoekende, indien daartoe aanleiding bestaat, sneller aan zijn recht te helpen dan met een gewoon geding mogelijk is. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de bespoediging van het gewoon geding zelf (provisioneel vonnis, ‘korte debatten’ en schriftelijke behandeling), het kort geding (waarbij aandacht wordt besteed aan het begrip, de taakverdeling tussen de voorzitters en tussen de voorzitters en andere gerechten, de vereisten van ‘urgentie’ en ‘maatregel bij voorraad’ en de rechtspleging) en ‘procedures zoals in kort geding’.


Prof. dr. P. Van Orshoven
Prof. dr. P. Van Orshoven is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven.
Artikel

Ambtshalve toepassing van rechtsregels

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden rechtsgronden, feitelijke grondslag, openbare orde, dwingend recht
Auteurs Mr. G.C.C. Lewin
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag of een rechtsregel ambtshalve moet worden toegepast, kan niet zonder meer worden beantwoord door het materiële recht. Er zijn drie ambtshalve taken van de rechter, die niet alle drie op art. 25 Rv zijn gebaseerd. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de eerste rechter en de appèlrechter en hebben de termen ‘openbare orde’ en ‘dwingend recht’ een autonome procesrechtelijke betekenis. Niet alleen de ten processe gebleken feiten zijn van belang voor de vraag of rechtsregels ambtshalve moeten worden toegepast. Soms moet de rechter ambtshalve overgaan tot feitenonderzoek.


Mr. G.C.C. Lewin
Mr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Letselschade en de patiëntenkaart: een bewijsrechtelijke beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden patiëntenkaart, arbeidsvermogensschade, bewijslast, B./Olifiers, vergelijkingshypothese
Auteurs Mr. E.M. Deen
SamenvattingAuteursinformatie

    De regels van stelplicht en bewijslast, het arrest B.Olifiers waarin wordt geoordeeld dat de bewijslast van arbeidsvermogensschade bij de benadeelde ligt, de toepassing van de vergelijkingshypothese, de tegemoetkomingen van de benadeelde bij het leveren van bewijs en het feit dat ons medische verleden als gevolg van de dossierplicht van de arts is gedocumenteerd, moeten worden meegewogen in de patiëntenkaartdiscussie. Beschouwing van genoemde factoren leidt tot de conclusie dat het (eerst) de benadeelde zelf is die, wanneer geconfronteerd met de vraag inzage te geven in zijn patiëntenkaart, zijn belang bij het bewijzen van zijn arbeidsvermogensschadeclaim zou moeten afwegen tegen zijn belang bij privacy.


Mr. E.M. Deen
Mr. E.M. Deen is docent/onderzoeker privaatrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Jurispudentie en Praktijk

Partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 01 2008
Trefwoorden Cassatieberoep, Stichting, Cassatiedagvaarding, Rechtsopvolging, Schade, Niet-ontvankelijkheid, Aansprakelijkheid, Collectieve actie, Rechtsopvolger, Ouders
Auteurs Winters, B.

Winters, B.
Jurispudentie en Praktijk

Algemene beginselen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Beginsel van hoor en wederhoor, Bank, Getuige, Uitleg, Europees hof voor de rechten van de mens, Deskundigenbericht, Pleidooi, Gebrek, Strafvonnis, Bewijslast
Auteurs Coenraad, L.M.

Coenraad, L.M.
Jurispudentie en Praktijk

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Ouders, Veerboot, Rechtsmiddel, Verzuim, Appèlrechter, Conclusie van eis, Levering, Beding, Eerste aanleg, Kenbaarheid
Auteurs Hammerstein, A.

Hammerstein, A.
Artikel

Openbare orde of algemene processuele beginselen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Openbare orde, Erkenning, Executie, Lidstaat, Verdrag, Rechtspraak, Europees recht, Hof van justitie EG, Weigeringgrond, Exequatur
Auteurs Freudenthal, M.

Freudenthal, M.
Jurispudentie en Praktijk

Advocatuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Verschoningsrecht, Notaris, Advocatuur, Aansprakelijkheid, Arts, Europees hof voor de rechten van de mens, Geheimhoudingsplicht, Partijgetuige, Stichting, Toezicht
Auteurs Bannier, F.A.W.

Bannier, F.A.W.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.