Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

De invloed van Europa op ons procesrecht

Verslag van de voorjaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Auteurs Jaap Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Misbruik van de wrakingsregeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wraking, Misbruik, Burgerlijk procesrecht, Verschoning, Onpartijdigheid
Auteurs Annemarie van der Kruk
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de rechterlijke macht en de literatuur leeft het beeld dat vaker dan voorheen op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de wrakingsregeling. Of dat daadwerkelijk zo is, kan vanwege het ontbreken van empirisch onderzoek niet worden vastgesteld. In 2018 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die eventuele oneigenlijke wrakingsverzoeken kunnen terugdringen. De Hoge Raad heeft op 25 september 2018 heldere criteria geschetst voor het toetsingskader van wrakingskamers. Daarnaast hebben de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal een globale voorzet gedaan voor wijziging van de wrakingsregeling. Beide ontwikkelingen waren aanleiding voor het schrijven van dit artikel.


Annemarie van der Kruk
Mr. A. van der Kruk is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Een kritische beschouwing over het Wetsvoorstel ter vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden modernisering, bewijsrecht, procesrecht, partijautonomie, KEI
Auteurs Ralph Ubels en Tom van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recent gepubliceerde ‘Wetsvoorstel tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht’ beoogt het civiele bewijsrecht te vereenvoudigen en te moderniseren. Hiertoe doet de minister voor Rechtsbescherming onder meer de volgende drie voorstellen: (1) partijen worden voorafgaande aan een procedure verplicht bewijs te verzamelen en te delen, (2) de regierol van de rechter wordt vergroot, en (3) de normen voor de verschillende voorlopige bewijsverrichtingen worden gelijkgetrokken. De minister voor Rechtsbescherming streeft naar efficiëntere civiele rechtspleging, maar de auteurs vrezen dat met deze voorstellen het tegenovergestelde wordt bereikt. Zij verwachten dat een bewijsverzamel- en -aandraagplicht en het gelijktrekken van de normen voor voorlopige bewijsverrichtingen zullen leiden tot meer, langere en duurdere procedures. De auteurs vrezen ook dat de voorgestelde bevoegdheid voor de rechter ambtshalve gronden en verweren aan te dragen afbreuk doet aan de meest gewenste rolverdeling tussen de procespartijen enerzijds en de rechter anderzijds. Bovendien kan het afbreuk doen aan de objectieve en subjectieve onpartijdigheid van de rechter.


Ralph Ubels
Mr. R.L. Ubels is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tom van Amsterdam
Mr. T.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam. Hij specialiseert zich in het recht van de intellectuele eigendom en cassatie.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
Auteursinformatie

Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Hart, handen & voeten: de mondelinge behandeling en de pleitnota na KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Trefwoorden KEI, mondelinge behandeling, art. 22 Rv, art. 30k Rv, oral hearing
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na invoering van KEI zal de civiele rechter in veel zaken meteen na de mondelinge behandeling uitspraak doen; alle stukken en stellingen moeten voortaan vóór de zitting zijn ingediend, en rechters worden geacht vaker instructies geven om dit te bewerkstelligen. Nieuw is deze wens niet; wel nieuw is dat de wetgever haar in de wet heeft geëxpliciteerd en op de overtreding van enkele sleutelbepalingen concretere sancties stelt. Deze bijdrage onderzoekt of de wetgever met die wijzigingen de al decennia gewenste ‘cultuuromslag’ in het civiele proces eindelijk afdwingt; praktische vraag daarbij is of partijen nog wel een pleitnota mogen indienen.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is cassatieadvocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten en gastonderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit.
Boekbespreking

Beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Auteurs Prof. mr. L.M. Coenraad en Mr. dr. P. Smits
Auteursinformatie

Prof. mr. L.M. Coenraad
Prof. mr. L.M. Coenraad is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

Personele eenheid van behandeling en uitspraak. Over HR 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, recht op een mondelinge behandeling, personele eenheid van behandeling en uitspraak, procedure bij vervanging van rechter(s), rechterlijk overgangsrecht
Auteurs Mr. dr. J.P. de Haan en Mr. dr. M.R.T. Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage analyseert het arrest HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076. Dit arrest bevat de regel dat er personele eenheid van behandeling en uitspraak behoort te zijn, en geeft een stappenplan voor het geval na de mondelinge behandeling vervanging van de behandelend rechter noodzakelijk is. De auteurs concluderen dat het om een belangwekkend arrest gaat, niet alleen wegens het grote praktische belang voor de praktijk, maar ook omdat – op het niveau van procesrechtelijke beginselen – het belang van het procesrechtelijke beginsel van een recht op een mondelinge behandeling wordt onderstreept. De auteurs concluderen verder dat bij nadere beschouwing het arrest nog verscheidene vragen oproept, zoals welke soorten mondelinge behandelingen onder het arrest vallen, wanneer het stelsel van de Hoge Raad uitgewerkt is en wanneer tussentijdse vervanging van een rechter geoorloofd is. Ook de door de Hoge Raad gegeven regel van overgangsrecht wordt aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is raadsheer bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, afdeling civiel.

Mr. dr. M.R.T. Pauwels
Mr. dr. M.R.T. Pauwels is verbonden aan het Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University en werkzaam als rechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team belastingrecht.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Boekbespreking

Een bindend advies: lees Ernste

Beschouwingen bij de dissertatie van Paulien Ernste

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De nieuwe arbitragewet bezien vanuit het perspectief van de gewone rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitragewet, arbiters, arbitraal vonnis, vernietiging, remission
Auteurs Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe arbitragewet treedt op 1 januari 2015 in werking. Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen van de arbitragewet vanuit het perspectief van de gewone rechter. Naast de afbakening van de bevoegdheid van de gewone rechter in verband met het bestaan van een geldige arbitrageovereenkomst, heeft de gewone rechter een assisterende rol en een controlerende rol ten aanzien van arbitrage. Aan de orde komen onder andere de plaatsing van het arbitraal beding in algemene voorwaarden op de zwarte lijst, de institutionele wraking, de tenuitvoerlegging en vernietiging van een arbitraal vonnis, de mogelijkheid tot terugverwijzing naar het scheidsgerecht en het overgangsrecht.


Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
Mw. mr. I.P.M. van den Nieuwendijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Eerste aanleg, Procesinnovatie, Efficiënte procesgang, KEI
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt de aanstaande wetgeving over het civiele procesrecht in eerste aanleg besproken, aandacht gegeven aan innovatieve initiatieven van de rechtbanken (sector civiel en kanton) voor de civiele rechtsgang in eerste aanleg en aangeduid hoe ook recente rechtspraak van de Hoge Raad een efficiënte rechtsgang in eerste aanleg bevordert.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Auteurs Mr. H.M. ten Haaft
Auteursinformatie

Mr. H.M. ten Haaft
Mr. H.M. ten Haaft is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

De voorlopige voorziening hangende de bodemprocedure. De reikwijdte van art. 223 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Voorlopige voorziening, art. 223 Rv, Exhibitievordering art. 843a Rv, Opheffing beslag, Voorschot
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie voorkomende 223 Rv vorderingen worden beoordeeld op hun geschiktheid voor een voorlopige voorziening die samenhangt met de hoofdzaak en geldt voor de duur van de procedure. Een voorschot op de hoofdvordering leent zich voor een voorlopige voorziening voor zover de vordering voldoet aan de randvoorwaarden van art. 223 Rv. De vorderingen die geen voorschot inhouden blijken veelal ongeschikt zijn voor een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv. Beargumenteerd wordt waarom de exhibitievordering van art. 843a Rv en de vordering tot opheffing van beslag (die geen ‘voorschot’ is) ongeschikt zijn voor de voorlopige voorziening ex art. 223 Rv.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent privaatrecht Erasmus School of Law.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.