Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
Auteursinformatie

Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.

Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden en als universitair docent aan de vakgroep Privaatrecht & Notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Auteurs Mr. H.M. ten Haaft
Auteursinformatie

Mr. H.M. ten Haaft
Mr. H.M. ten Haaft is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.


Mr. R.A. Dozy
Mr. R.A. Dozy is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden eerste aanleg, verzoekschriftprocedure
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bestrijkt ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2010. Ook in die periode is het nog niet gekomen van het wetsvoorstel tot herziening van de procedure in eerste aanleg. De minister kondigde dat wetsvoorstel in 2007 aan in zijn reactie op het eindrapport van de fundamentele herbezinning. Het wetsvoorstel zou moeten voorzien in stroomlijning van de procedure in eerste aanleg door de introductie van één uniforme verzoekschriftprocedure. Na 2007 is niet meer over het wetsvoorstel vernomen. Het opstellen van een zo veel omvattend wetsontwerp is arbeidsintensief. Over de inhoud ervan valt te twisten. Het zou zomaar kunnen dat van uitstel afstel komt. Het achterwege blijven van een herziene algemene regeling laat natuurlijk onverlet dat de ontwikkelingen op deelgebieden gestaag voortgaan.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kroniek rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, competentiegrenswijziging, versterking cassatierechtspraak, mediation
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechterlijke macht wordt ingegaan op actualiteiten rondom uniforme rechtstoepassing. Betoogd wordt onder meer dat de ontwikkeling van eventueel toekomstig rechterlijk beleid gebaat is bij een algemeen aanvaarde methode. Verder wordt in deze kroniek aandacht besteed aan de beoogde wijziging van de competentiegrens in kantonzaken, die onder meer gevolgen heeft voor de relatieve competentie in kantonzaken en voor de beschikbaarheid van het Roljournaal. Daarnaast komen lopende uitvoeringstrajecten ter versterking van de cassatierechtspraak aan de orde. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek van het verschoningsrecht voor mediators in samenhang met de implementatie van de Mediationrichtlijn.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, Wet RO
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2003 verscheen in dit tijdschrift een kroniek getiteld ‘Rechterlijke macht’. Die draad wordt hier opgepakt. Gezien de periode die sindsdien is verstreken, kan in deze kroniek slechts een gering deel van de ontwikkelingen in de organisatie van de civiele rechtspraak sinds 2003 aan de orde komen. De aandacht zal in het bijzonder uitgaan naar de uniforme rechtstoepassing en naar de voorziene wijzigingen in de organisatie van de civiele rechtspraak in eerste aanleg.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Principles of Transnational Civil Procedure en het Nederlandse bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Principles of Transnational Civil Procedure, bewijslast, geschriften, getuigen, deskundigen
Auteurs Prof. mr. H.B. Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Principles of Transnational Civil Procedure komt ook het bewijsrecht aan de orde. In deze bijdrage wordt bezien hoe de PTCP omgaan met verdeling van bewijslast, waardering van bewijs, bewijs door geschriften, getuigen en deskundigen. Hoe verhouden de Principles daarover zich tot het Nederlandse bewijsrecht?


Prof. mr. H.B. Krans
Prof. mr. H.B. Krans is hoogleraar privaatrecht i.h.b. burgerlijk procesrecht aan de RUG.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.