Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

Access_open Experimenten in de civiele rechtspraak: over integrale kwaliteit en management van verwachtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Civiele rechtspleging, Experimenten, Kwaliteit, Artikel 96 Rv
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    In de civiele rechtspraak vindt momenteel een aantal experimenten plaats. Met deze experimenten wordt beoogd de civiele procedure voor natuurlijke personen sneller, goedkoper, eenvoudiger, laagdrempeliger en ook meer probleemoplossend te maken.
    Daarmee pogen ze met name de kwaliteitsaspecten van tijdigheid en toegankelijkheid van de civiele procedure te bevorderen. Er kleven echter ook risico’s aan op de kwaliteitsaspecten van waarheidsvinding en een eerlijk proces (met name rechtsgelijkheid).
    Het is belangrijk om wijzigingen in het procesrecht gepaard te laten gaan van een integrale kwaliteitstoets en om de rol en taak van de rechter (en de beperkingen die daarbij horen) scherp voor ogen te hebben en niet op voorhand teleurstelling te creëren door onrealistische verwachtingen te scheppen.


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is rechter en teamvoorzitter handel en kanton in de Rechtbank Overijssel.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
Auteursinformatie

Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.

Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Digitalisering van de civiele procedure: gevolgen voor de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitaal procederen, kostenbesparing, termijnen, vereenvoudigde indiening processtukken, verzending en ontvangst
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, dat op 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, introduceert onder meer een nieuwe basisprocedure in eerste instantie voor het civiele recht en maakt digitalisering van de procedure mogelijk. (Kamerstukken II 2014/15, 34059, 2 (wetsvoorstel) en 3 (MvT). Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen om volledig digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk te maken. Deze blijven in deze bijdrage buiten beschouwing.) In 2013 is een voorontwerp als consultatiedocument gepubliceerd. Blijkens de memorie van toelichting heeft de consultatie geleid tot een groot aantal aanpassingen zonder dat overigens het wezen van de voorstellen is aangetast. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele gevolgen van de voorgestelde digitalisering van de civiele procedure voor de procespraktijk.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Jurisprudentie

Burgerlijk procesrecht van het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden procesrecht, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Mr. dr. G.C.C. Lewin en Mr. dr. H.J. van Kooten
Auteursinformatie

Mr. dr. G.C.C. Lewin

Mr. dr. H.J. van Kooten
Beide auteurs zijn lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank.
Artikel

De verstekaanzegging in kort geding naar aanleiding van de Wet Griffierechten Burgerlijke Zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wgbz, dagvaarding, aanzegging, griffierechten, verstekverlening
Auteurs Mr. W.A. Westenbroek en Mr. M.T. de Boorder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de Wgbz wordt verstek verleend tegen een gedaagde die niet tijdig griffierecht betaalt. Deze regel geldt niet in kort geding. Toch vereist art. 111 Rv dat daartoe een aanzegging wordt gedaan. In afwachting van reparatiewetgeving wordt de bedoelde aanzegging in de praktijk achterwege gelaten. Gelet op art. 78, 120 en 121 Rv is dit onjuist. Tot invoering van reparatiewetgeving moet de aanzegging worden gedaan, maar moet gedaagde ook worden geïnformeerd dat daaraan in beginsel geen gevolg wordt gegeven.


Mr. W.A. Westenbroek
Mr. W.A. Westenbroek is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mr. M.T. de Boorder
Mr. M.T. de Boorder is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventieprocesrecht, Insolventiewet, Recofa-richtlijnen, Procesreglementen
Auteurs Mr. E.F. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De periode van deze kroniek over insolventieprocesrecht beslaat twee jaar (van september 2009 tot september 2011). De auteur behandelt het voorontwerp voor een Insolventiewet, de Recofa-richtlijnen en Procesreglementen. Vervolgens bespreek ze verschenen jurisprudentie van (met name) de Hoge Raad.


Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is docent Burgerlijk procesrecht & Insolventierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Heffing aan de poort

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden griffierechtenstelsel, tarieven, inning, rekening-courantstelsel, informatieplichten
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel, dat thans bij de Eerste Kamer ligt, bevat een aantal belangrijke verbeteringen, maar ook enige ongelukkige keuzes en een vrij groot aantal technische manco’s. Wat de tarieven betreft, is een eenvoudig, transparant, consistent en gebruiksvriendelijk systeem ontworpen. Maar voor de inning van het griffierecht aan het begin van de procedure (‘aan de poort’) wordt een topzware regeling ontworpen, met informatieplichten in de dagvaarding, en ontslag van instantie dan wel verstek indien de eiser resp. de gedaagde niet tijdig betaalt. De processuele consequenties zullen tot evenzovele processuele complicaties en verlies van tempo in de civiele procedure leiden. Een lichte regeling verdient de voorkeur. Een deugdelijk rekening-courantstelsel tussen gerechten en advocaten/gemachtigden, alsmede eventuele financiële prikkels (boetes) zullen wanbetaling aan de poort voorkomen zonder dat de voortgang van de procedure daaronder hoeft te lijden.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht (deel I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden schuldsaneringsregeling, voorontwerp Insolventiewet, WSNP-zaken
Auteurs Mevrouw mr. M.J. van der Aa
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek beslaat de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2008 (deel 1). In TCR 2009, nr. 2 of 3 wordt de periode daarna behandeld. Ik besteed aandacht aan het voorontwerp voor een Insolventiewet, de wijziging van de Faillissementswet inzake de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en de vernieuwde Richtlijnen van Recofa voor schuldsaneringsregelingen. Daarnaast komen de in voormelde periode gepubliceerde uitspraken van (voornamelijk) de Hoge Raad op het gebied van het insolventieprocesrecht aan de orde. Ook besteed ik aandacht aan het feit dat er met name tientallen WSNP-zaken (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) eindigen met een art. 81 Wet RO-beslissing (Wet op de rechterlijke organisatie).


Mevrouw mr. M.J. van der Aa
Mr. M.J. van der Aa is universitair docent privaatrecht aan de RUG.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.