Zoekresultaat: 6 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Jaar 2009 x
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

Beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag

Blijven wij na HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 (Forward/Huber) en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376 (Ontvanger/mr. De Jong q.q.) gevangen in het denkkader van het burgerlijk recht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg, relatieve nietigheid, rechtsgevolg beslag
Auteurs Mr. D.J. van der Kwaak
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag wat het rechtsgevolg van een beslag inhoudt, zijn de afgelopen decennia veel opvattingen naar voren gebracht. In twee recente arresten (HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376) lijkt de Hoge Raad uitdrukkelijk afstand te nemen van de opvatting dat beslag tot (relatieve) beschikkingsonbevoegdheid leidt. Maar hoe is het rechtsgevolg van een beslag dan wel te begrijpen? Met name wordt bezien of sprake is van zaaksgevolg of van relatieve nietigheid, waarbij aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.


Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is raadsheer in het Hof Amsterdam.
Artikel

De leer van de bindende eindbeslissing in dezelfde instantie, in hoger beroep en na verwijzing na HR 25 april 2008, NJ 2008, 553 (De Vries/Gemeente Voorst)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, bindende eindbeslissing, gemeente Voorst, gebondenheid, hoger beroep, verwijzing
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voorkort was het voor de rechter slechts mogelijk terug te komen van een bindende eindbeslissing, indien de gegeven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan die eindbeslissing zou zijn gehouden. Nadat in dit leerstuk in de loop van 2006 en 2007 al beweging is gekomen, heeft de Hoge Raad in het De Vries/Gemeente Voorst-arrest (HR 25 april 2008, NJ 2008, 553) een nieuw criterium ontwikkeld dat erop neerkomt dat de rechter - mits hij partijen daaromtrent allereerst hoort - terug mag komen op een bindende eindbeslissing, indien deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.In dit artikel wordt ten eerste nagegaan hoever deze nieuwe maatstaf nu precies strekt en ten tweede in hoeverre het verruimde criterium ook invloed heeft op de gebondenheid van de appèlrechter en de verwijzingsrechter aan eindbeslissingen uit een eerdere instantie.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat te Den Haag.
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht (deel I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden schuldsaneringsregeling, voorontwerp Insolventiewet, WSNP-zaken
Auteurs Mevrouw mr. M.J. van der Aa
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek beslaat de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2008 (deel 1). In TCR 2009, nr. 2 of 3 wordt de periode daarna behandeld. Ik besteed aandacht aan het voorontwerp voor een Insolventiewet, de wijziging van de Faillissementswet inzake de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en de vernieuwde Richtlijnen van Recofa voor schuldsaneringsregelingen. Daarnaast komen de in voormelde periode gepubliceerde uitspraken van (voornamelijk) de Hoge Raad op het gebied van het insolventieprocesrecht aan de orde. Ook besteed ik aandacht aan het feit dat er met name tientallen WSNP-zaken (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) eindigen met een art. 81 Wet RO-beslissing (Wet op de rechterlijke organisatie).


Mevrouw mr. M.J. van der Aa
Mr. M.J. van der Aa is universitair docent privaatrecht aan de RUG.
Artikel

Executiegeschil en incidenteel verzoek tot schorsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden executiegeschil, schorsing, incidentele vordering, belangenafweging, kort geding
Auteurs Mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk is het een probleem hoe een verzoek tot schorsing van de executie van een uitspraak hangende een rechtsmiddel moet worden ingesteld: bij executiegeschil of bij incidenteel verzoek. Een ander probleem is welke maatstaf moet worden aangelegd bij de beoordeling van het verzoek. In dit artikel wordt op basis van wetshistorische en dogmatische analyse betoogd dat beide mogelijkheden openstaan. Voorts wordt geconcludeerd dat de kans van slagen van het rechtsmiddel een rol mag spelen en dat er in wezen geen verschil is tussen de norm van Ritzen/Hoekstra (HR 22 april 1983, NJ 1984, 145) en de belangenafweging in het incident: beide impliceren elkaar.


Mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden executierecht, beslagrecht, aansprakelijkheid beslaglegger, vernietiging opheffingsvonnis, dwangsommen
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In de kroniek die ziet op 2008 wordt aan de hand van een selectie van uitspraken een overzicht gegeven van de actualiteit van het beslag- en executierecht. Aan de orde komen arresten van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van de beslaglegger en over de gevolgen van de vernietiging van een opheffingsvonnis. Ook wordt aandacht besteed aan een arrest over misbruik van recht bij het opeisen van verbeurde dwangsommen. Verder komen uitspraken van feitenrechters aan de orde over uiteenlopende onderwerpen verband houdend met het conservatoir beslag (eis in de hoofdzaak, blokkerende werking) en executie (inschrijving rechtsmiddelenregister, schorsing).


Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer te ’s-Gravenhage.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.