Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 80 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x
Artikel

De digitale civiele procedure als onderdeel van een behoorlijke rechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden digitalisering, KEI, digitale procedure, digitaal systeem, toegankelijkheid, procesinleiding, oproepingsbericht, openbaarheid
Auteurs Dineke de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaal procederen in civiele procedures is in ontwikkeling. In dit artikel wordt ingegaan op de digitaliseringsdoelstelling van de wetgever en op ervaringen die zijn opgedaan rondom de ontwikkeling van digitaal procederen in civiele vorderingszaken (dagvaardingszaken) over rechtsgevolgen ter vrije bepaling van partijen.


Dineke de Groot
Prof. mr. G. de Groot is werkzaam als vicepresident bij de Hoge Raad en bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Op 26 maart 2019 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ingediend. Dit wetsvoorstel is een vervolg op de Wetgeving van 2016. Naast de intrekking van de verplichting tot digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland treden met het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ook enkele procesvernieuwende bepalingen uit de Wetgeving van 2016 in werking. Deze bepalingen zien op de regiefunctie van de rechter en de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling. In deze bijdrage staan de wijzigingen rondom de regiefunctie van de rechter en de mondelinge behandeling centraal. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het huidige procesrecht om de vraag te beantwoorden of van werkelijke procesvernieuwingen sprake is of meer van een codificatie van een in de procespraktijk ontwikkelde werkwijze.


Pauline Ernste
Mw. mr. P.E. Ernste is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Misbruik van de wrakingsregeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wraking, Misbruik, Burgerlijk procesrecht, Verschoning, Onpartijdigheid
Auteurs Annemarie van der Kruk
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de rechterlijke macht en de literatuur leeft het beeld dat vaker dan voorheen op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de wrakingsregeling. Of dat daadwerkelijk zo is, kan vanwege het ontbreken van empirisch onderzoek niet worden vastgesteld. In 2018 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die eventuele oneigenlijke wrakingsverzoeken kunnen terugdringen. De Hoge Raad heeft op 25 september 2018 heldere criteria geschetst voor het toetsingskader van wrakingskamers. Daarnaast hebben de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal een globale voorzet gedaan voor wijziging van de wrakingsregeling. Beide ontwikkelingen waren aanleiding voor het schrijven van dit artikel.


Annemarie van der Kruk
Mr. A. van der Kruk is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Vernietiging door de Hoge Raad: gevolgen van de vernietiging bij verwijzing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden vernietiging uitspraak, Hoge Raad, verwijzing na cassatie
Auteurs Ida Lintel
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de gevolgen van de vernietiging van een rechterlijke uitspraak door de Hoge Raad in het geval dat de Hoge Raad de zaak niet zelf afdoet, maar verwijst. In het artikel is een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten beslissingen die door een vernietiging van de Hoge Raad kunnen worden geraakt.


Ida Lintel
Mr. I.M.A. Lintel is cassatieadvocaat bij Wijn & Stael Advocaten in Utrecht.
Artikel

Een kritische beschouwing over het Wetsvoorstel ter vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden modernisering, bewijsrecht, procesrecht, partijautonomie, KEI
Auteurs Ralph Ubels en Tom van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recent gepubliceerde ‘Wetsvoorstel tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht’ beoogt het civiele bewijsrecht te vereenvoudigen en te moderniseren. Hiertoe doet de minister voor Rechtsbescherming onder meer de volgende drie voorstellen: (1) partijen worden voorafgaande aan een procedure verplicht bewijs te verzamelen en te delen, (2) de regierol van de rechter wordt vergroot, en (3) de normen voor de verschillende voorlopige bewijsverrichtingen worden gelijkgetrokken. De minister voor Rechtsbescherming streeft naar efficiëntere civiele rechtspleging, maar de auteurs vrezen dat met deze voorstellen het tegenovergestelde wordt bereikt. Zij verwachten dat een bewijsverzamel- en -aandraagplicht en het gelijktrekken van de normen voor voorlopige bewijsverrichtingen zullen leiden tot meer, langere en duurdere procedures. De auteurs vrezen ook dat de voorgestelde bevoegdheid voor de rechter ambtshalve gronden en verweren aan te dragen afbreuk doet aan de meest gewenste rolverdeling tussen de procespartijen enerzijds en de rechter anderzijds. Bovendien kan het afbreuk doen aan de objectieve en subjectieve onpartijdigheid van de rechter.


Ralph Ubels
Mr. R.L. Ubels is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tom van Amsterdam
Mr. T.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De tweeconclusieregel en beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden tweeconclusieregel, rechtsstrijd in hoger beroep, beginselen van behoorlijk procesrecht
Auteurs Frank Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    Beginselen van behoorlijk procesrecht nemens sinds de dagen van Van Boneval Faure een plaats in in het burgerlijk procesrecht en winnen nog steeds aan belang. Aan de tweeconclusieregel, die de mogelijkheden om de rechtsstrijd in hoger beroep te wijzigen of uit te breiden aan banden legt, liggen met name de beginselen ten grondslag van toegang tot de rechter, hoor en wederhoor, berechting binnen een redelijke termijn en de partijautonomie. Ook de uitzonderingen op de regel laten zich goed verklaren uit beginselen van behoorlijk procesrecht.


Frank Kroes
Mr. Chr.F. Kroes is advocaat in Amsterdam en werkzaam bij Baker McKenzie.
Artikel

Inspraak in de rechtspraak; de rol van derden in de procedure

Verslag van de voorjaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.

Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens verbonden aan Houthoff te Amsterdam en vaste medewerker van TCR.
Artikel

Kwaliteit en Innovatie in het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden KEI, digitaal procederen, mondelinge behandeling, termijnbewaking, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. dr. G.C.C. Lewin
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een overzicht van de stand van zaken in het Caribische deel van het Koninkrijk op de diverse gebieden die in Nederland onder KEI vallen, zoals digitaal procederen, mondelinge behandeling en termijnbewaking. Het spreekt niet vanzelf dat KEI-achtige ontwikkelingen die zich in Nederland voordoen, ook in het Caribische deel van het Koninkrijk worden ingevoerd. De uitdagingen zitten in de acceptatie bij de rechters, de advocatuur en de samenleving.


Prof. mr. dr. G.C.C. Lewin
Prof. mr. dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en buitengewoon hoogleraar aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez.
Artikel

Beginnen met KEI

Procesinleiding en oproepingsbericht in de civiele vorderingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden KEI, procesinleiding, oproepingsbericht, art. 113 Rv, art. 115 Rv
Auteurs Mr. J.H. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de procesinleiding en het daarmee samenhangende oproepingsbericht in de nieuwe civiele vorderingsprocedure onder KEI. Het is geschreven naar aanleiding van de eerste ervaringen met KEI. Het artikel geeft een praktische handleiding voor de inleiding van een civiele vorderingsprocedure onder KEI en het licht een aantal specifieke onderwerpen in dit verband uit. Onderwerpen die aan bod komen, zijn onder meer de procesinleiding, het oproepingsbericht in de verschillende verschijningsvormen, de modellen van de Rechtspraak van het oproepingsbericht in de 113-procedure, het omgaan met fouten in de procesinleiding of het oproepingsbericht en de betekening aan buitenlandse verweerders.


Mr. J.H. Rutten
Mr. J.H. Rutten is docent bij de Juridische deeltijdopleidingen van de Hogeschool Utrecht, onder andere voor de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Hij geeft onder meer les over de civiele procesinleiding en over internationale betekening. Tot 2016 was hij (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder in Arnhem.
Artikel

Herstel van verzuim en strijd tegen tegenstrijdige beslissingen. Over de oproeping van derden ex artikel 118 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden procesrecht, oproeping van derden, tegenstrijdige beslissingen, gedwongen (voeging en) tussenkomst, deformalisering
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 118 Rv bevat processuele voorschriften voor de oproeping van derden in het geding. Een geldig opgeroepen derde is gebonden aan de tussen eiser en gedaagde te wijzen uitspraak. Over de mogelijkheden om dit artikel toe te passen bestaat veel onduidelijkheid. In de eerste plaats oordeelt de Hoge Raad met enige regelmaat, maar vaak zonder (duidelijke) motivering, dat de eiser in de gelegenheid moet worden gesteld een ten onrechte niet opgeroepen partij via artikel 118 Rv alsnog in het geding te betrekken. In de tweede plaats oordelen rechtbanken de afgelopen jaren tegenstrijdig over de vraag of artikel 118 Rv wel of niet mag worden toegepast om derden, op verzoek van de gedaagde, op te roepen met het doel een risico op tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Een nadere analyse van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad biedt duidelijkheid.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
Auteursinformatie

Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Arbitragerecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. M.H. de Boer en Mr. M. van de Hel-Koedoot

Mr. drs. M.H. de Boer

Mr. M. van de Hel-Koedoot
Artikel

Procesfinanciering door derden: een oplossing of een probleem?

Verslag van de najaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens advocaat te Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. B.F.L.M. Schim
Mr. B.F.L.M. Schim is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 80 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.