Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Waarom schakelen burgers (geen) rechtshulp in?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Legal advice / assistance, Acces to justice, Income level, Judicial autonomy, Cost-benefit analysis
Auteurs Dr. Marijke ter Voert en Dr. Carolien Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article serves to gain insight in the use and non-use of various types of legal advice, particularly in relation to income levels and legal costs. Based on (logistic regression) analyses involving survey data on 1,928 Dutch citizens who experienced a non-trivial problem in the period May 2009 to May 2014, main findings are as follows: (1) 37% of citizens facing a (potential) legal problem contacted various types of legal advisers once or repeatedly. (2) In the explanation of use/non-use of advocates, problem characteristics turned out to matter significantly, in contrast with the level of household income. Entitlements to subsidized legal aid (lower income groups) as well as legal expenses insurance have made income a factor of less importance. (3) Looking at the degree in which citizens reported (high) costs being a reason for not using legal advice, again no significant differences were found between income groups. Especially advocates were deemed too expensive, regardless of household income; a reason for non-use in half of the cases in which advocates had been considered.


Dr. Marijke ter Voert
Marijke ter Voert is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.
Artikel

Opinio juris as epistème: A constructivist approach to the use of contested concepts in legal doctrine

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Opinio juris, Interpretive concepts, Customary law, Constructivism, Pierre Bourdieu, Peter Berger & Thomas Luckmann
Auteurs Associate Professor Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    Seeing that the role of opinio juris in the identification of customary international law is essentially contested, this contribution seeks to explain how this concept plays a fruitful role in legal doctrine despite of, or perhaps even due to, this essential contestedness. To that effect the paper adopts a constructivist perspective, primarily drawing from Bourdieu’s theory of practice and Berger & Luckmann’s ideas about institutionalization. In this perspective, contested concepts such as opinio juris are conceived of as multifaceted tools of knowledge production in the hands of members of epistemic communities.


Associate Professor Olaf Tans
Olaf Tans works as legal philosopher and political scientist at Amsterdam University College and the Centre for the Politics of Transnational Law. His contribution to this special issue is part of a research line focusing on the social construction of normativity in legal doctrine. He has also published about constitutionalism, citizenship, democracy, and most recently (e.g. in Ratio Juris and Law & Literature) about the use of foundational narratives in public deliberation and law-finding.

Maaike Voorhoeve
Maaike Voorhoeve (Amsterdam, 1979) is Humboldt Fellow aan het Forum Transregionale Studien van het Wissenschaftskolleg zu Berlin en de Philipps Universität Marburg. Ze schreef een proefschrift over de rechtspraktijk van twee vrouwelijke familierechters aan de rechtbank in Tunis (UvA, 2011, gepubliceerd door I.B. Tauris als Gender and Divorce Law in North Africa). Zij voltooide post-docposities aan Harvard University, het Wissenschaftskolleg zu Berlin en de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Parijs. Voorhoeves onderzoek concentreert zich op de rechtsantropologische studie van hedendaags Tunesië.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.

    In the Netherlands, approximately 40% of the judiciary come into post through a six-year on-the-job training programme for candidate judicial officers. This programme can be described as a socialization process. Interviews with candidates who have either opted out of the training programme, or who have been expelled, reveal that there are several mechanisms of social control. Among them there is the unique ‘floating’ position and role of the candidate within the judicial organisation, the complex relation between the trainee and his supervisor, a perception of having no say and a tendency towards depersonalisation. As a result, the trainees find themselves under considerable pressure to conform to the cultural and behavioural norms that prevail within the judiciary, or, alternatively, to leave the training programme. In this article, a detailed analysis is given of the mechanisms of social control underlying the socialization process. The levelling effects of the programme may result in the exclusion of non-average candidates at both ends of the scale. This ensures the continued existence of a judiciary whose members have moderate views and interests, whereas Dutch society may well be in need of more variation within its judiciary.


Ernestine Köhne-Hoegen
Ernestine Köhne-Hoegen promoveerde in 2000 aan de Universiteit Tilburg op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van het slachtoffer in het straf(proces)recht. Na afronding van de raio-opleiding in 2005 werd zij universitair docent en onderzoeker rechtssociologie aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Arnhem. Het onderzoek voor het artikel in dit nummer verrichtte zij in deze periode. Sinds september 2007 is zij officier van justitie bij het arrondissementsparket Arnhem.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.