Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x

    This article collects publications in this journal about the emergence and effects of legislation. It covers the developments and results of research of the last four decades. First it is concluded that there has been considerable attention to the subject. Second a clear broadening and (theoretical) deepening from different perspectives can be observed. Social-legal research of legislation also appears to have specific characteristics. Subsequently, various points of attention are pointed out, such as more attention to the relationship between legal characteristics and effects, more variation in research methods and more systematic theory-driven research. Finally, attention is drawn to the relationship between (the working of) legislation and social transformations such as globalization, digitization and the increasing and profound influence of social media in society.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academies voor Wetgeving en Overheidsjuristen in Den Haag en bijzonder hoogleraar Empirische Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is lid en voorzitter van de redactie geweest en is op dit moment lid van de redactieraad.
Discussie

Van big five naar high five?

Plaats en invloed van de rechtssociologische hoogleraren aan de Nederlandse juridische faculteiten

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Rechtssociologie, Juridische opleidingen, Eén inleiding voor studenten, Samenwerking tussen hoogleraren, Sociaal wetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. Mr Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    In From big five to high five the author analyzes the developments of sociology of law at the law faculties in the Netherlands since the 1970ies until today. Focusing on the professors (‘chairs’) he argues that after a strong start with five prominent scholars the discipline is now placed in the periphery of the law curriculum. Sociology of law is ‘intellectually strong, but institutionally weak’.
    The author encourages the present generation professors (‘chairs’) to cooperate more. He claims that writing one modern Dutch Introduction to Sociology of law is crucial to win the hearts and minds of the law students. Furthermore, he suggests that collaborative research projects contributes to the visibility of sociology of law in policy arenas and public debates.


Prof. Mr Nick Huls
Nick Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Van 2001 tot 2006 was hij lid van de redactie van Recht der Werkelijkheid. Zijn huidige onderzoeksbelangstellingen zijn de schuldenproblematiek tijdens corona, vechtscheidingen en probleemoplossende rechtspraak.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Het werk van Wibo van Rossum – een bloemlezing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wibo van Rossum, Legal anthropology, Administration of Justice, Empirical research, The Netherlands
Auteurs Dr. mr. Marc Simon Thomas en Prof. mr. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the work of Wibo van Rossum who passed away in April 2018. Trained as a legal anthropologist he has conducted empirical research on the administration of justice in the Netherlands for many years. This anthology is about four research reports he produced and many articles he has written in two decades. This article provides an academic as well as a practical review of his work.


Dr. mr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior rechter en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Recht als probleemoplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Hilke Grootelaar, Prof. Peter Mascini en Dr. Wibo van Rossum
Auteursinformatie

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is postdoc onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift en maakt ze deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Prof. Peter Mascini
Peter Mascini is hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Erasmus School of Law, de universiteit waaraan hij ook verbonden is als universitair hoofddocent Sociologie bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op legitimering, uitvoering en handhaving van wetgeving en beleid. Daarnaast is hij redactielid van Recht der Werkelijkheid en maakt hij deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law. Hij maakt deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Dr. Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is oud-redacteur van Recht der Werkelijkheid en op het moment lid van de redactieraad. Als universitair docent is Schreiner werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie/antropologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Tegenwoordig draagt ze bij aan het onderwijs van de genoemde afdeling, onder meer de vakken Recht en menselijk gedrag en Europese rechtsgeschiedenis. Ze begeleidt studenten met belangstelling voor Australische en Europese rechtsculturen. Over deze onderwerpen heeft ze regelmatig gepubliceerd.
Praktijk

Aansprakelijkheidsverzekeringen: preventie door de verzekeraar en het effect op de bescherming van de verzekerde

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Liability insurance, Prevention, Protection of the insured, Knowledge
Auteurs Charlotte Henskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Liability insurances shift the financial risk of the loss of a damage from the person who is liable for the damage to the liability insurer. To avoid negligent behavior of the insured, the insurer provides different prevention tools in the insurance policy. The insurer will attach certain sanctions or rewards to certain behavior and certain circumstances in the general conditions of the insurance contract. This research raises the question of the effectiveness of these instruments. The hypothesis is that without knowledge of the insured of these sanctions or rewards, these sanctions and rewards will not form an additional incentive for careful behavior and they will have no preventive effect. Additionally, these prevention tools may undermine the protection of the insured. For this reason the legislature has limited the freedom of contract. This study examines the extent to which the legislature has limited the possibilities of the insurer to provide in prevention tools in de insurance policy. It assesses the extent to which the legislature may or may not succeed in its purpose to protect the insured, and on the other hand, where there are still possibilities for the insurer to fulfill its prevention task.


Charlotte Henskens
Charlotte Henskens behaalde haar diploma van master in de rechten in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2013 werkt ze als doctoraatsbursaal aan de Universiteit Antwerpen onder promotorschap van Prof. Britt Weyts en Prof. Bernard Hubeau. Zij bereidt een multidisciplinair proefschrift voor over de preventie door de verzekeraar en de bescherming van de verzekerde in aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarnaast is zij auteur van verschillende publicaties zowel in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht als in de rechtssociologie.
Praktijk

Zacht waar het kan, hard waar het moet? Casestudies naar handhaving in de sociale zekerheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden responsive regulation, social security, enforcement, field research
Auteurs Paulien de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch social security is mainly conducted by municipalities (social services), the Dutch Employment Insurance Agencies (UWV) and the Social Insurance Bank (SVB). In order to explore to what extent agents adjust their enforcement style, as stated in the responsive regulation approach (Ayres & Braithwaite), five case studies will be conducted; three studies at social services and two studies at Employment Insurance Agencies.
    During this field research I will attend every agency for two months. I will be observing the behavior of agents during their contact moments with beneficiaries. At the same time I will ask for comments on events, opinions and feelings regarding various aspects of the work. I will also conduct in-depth interviews with several agents and beneficiaries. Based on a sample I will make a selection of enforcement cases and I will analyze agreements on enforcement, regulation, directives, guidelines and recommendations.


Paulien de Winter
Paulien de Winter is afgestudeerd als socioloog en sinds februari 2014 werkzaam als promovenda bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doet onderzoek naar handhaving in de sociale zekerheid en voert hiervoor participerende observaties uit bij sociale diensten en UWV.
Artikel

Responsibilities of the state and legal professions

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden responsibilities, the state, lawyers, the judiciary and judges
Auteurs Mies Westerveld en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution, which is based on the Dutch legal system, deals with the responsibilities of the State and legal professions in ensuring access to justice. The responsibilities of the four main players involved in bringing justice to the citizen are discussed: the legislator, the executive, the judiciary, and the legal profession. Responsibilities for access to justice do not only stem from the law, they do also evolve from societal problems and discussions. The contribution deals with both. Several actors share some of the responsibilities. One can think of responsibilities for information, for financing, and for being aware of vulnerabilities and other obstacles. What are the legal responsibilities and what other responsibilities are felt by the actors involved and how do they deal with them? And as a result: do they contribute to access to justice, do they form an obstacle, or both?


Mies Westerveld
Mies Westerveld is Professor Legal aid by special appointment and Professor in Labour Law (social insurance) at the University of Amsterdam. Her research concentrates on current issues of access to justice and state-financed legal aid on the one hand and the decreasing role of social insurance on a fragmented labour market on the other hand.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is Professor in Sociology of Law at the Radboud University of Nijmegen. She is responsible for the Centre for Migration Law of the Radboud University. Besides she is part-time Judge at the District Court of Gelderland. Her research concentrates on legal and societal issues of asylum and equal treatment and on the working of the judiciary.
Artikel

Tenant vs. owner: deriving access to justice from the right to housing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden tenants’ rights, adequate housing, discrimination, effectiveness of law
Auteurs Nico Moons
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to adequate housing has since long been established in international and European human rights law and has been (constitutionally) incorporated into many domestic legal systems. This contribution focuses on the extent to which this fundamental right influences rental law and the horizontal relationship between tenant and landlord and how it contributes to the tenant’s access to justice. The right to housing certainly accounts for tenant’s rights, but since international and European human rights law evidently centres around state obligations, any possible impact on the position of tenants remains indirect. This is of course different on the national plane. In Belgium, the constitutional right to housing has been implemented through regional Housing Codes, complementing private law measures and creating additional protection to tenants. Nonetheless, many challenges still remain in increasing access to justice for tenants, both top-down and bottom-up: lack of knowledge and complexity of law, imbalance in power and dependency, discrimination, etc.


Nico Moons
Nico Moons is a PhD student at the Faculty of Law of the University of Antwerp (research group Government & Law). His research topic involves the effectiveness of the right to adequate housing. Previously, he has worked at the Council for Alien Law Litigation.
Artikel

Opting-in in de relaxbranche, een legitieme oplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden prostitution, lifting of the ban on brothels, opting-in, labour rights, deliberative governance, legitimacy
Auteurs Elise Ketelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2000 the Netherlands has lifted the ban on brothels. By legalizing sex work the Dutch government aimed to increase the opportunities to regulate this sector and to improve the social position of sex workers. This article examines to what extent the application of a particular fiscal regulation known as ‘opting-in’ to certain branches of the Dutch prostitution industry is legitimate from a socio legal perspective. It takes into account both the efficacy of the regulation with an eye on achieving the goals which were formulated in 2000 and the experiences of sex workers with this fiscal construction. Aubert’s theory regarding the influence of social factors on the observance of regulations is used to explain the discrepancy between the high degree of acceptance of the regulation amongst sex workers and the limited effectiveness with regard to the improvement of their labour rights.


Elise Ketelaars
Elise Ketelaars is een masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op mensenrechten en gender.
Artikel

Scripts, de voertuigen van kennis

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden knowledge of law, scripts, medical treatment at the end of life, findings of empirical research
Auteurs Heleen Weyers en Donald van Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents the results of a study into the knowledge of doctors regarding three kinds medical treatment regulation at the end of life, the so-called KOPPEL study. One of the findings of this study is that most doctors know the law that regulates ending life at request (euthanasia) and guideline for palliative sedation quite well. However, hardly any of them know Book 7, Section 450.3 of the Dutch Civil Code, the section that regulates written treatment refusals. Apart from the description of the findings, we elaborate on three reasons that Aubert distinguishes for knowledge of the law: the period the regulation exists, the congruence between habits and norms of the law, and experience with the law. We conclude that Aubert’s factors do indeed explain the differences in knowledge of the doctors. In the discussion we come to the conclusion that sociology of law should not only pay attention to ‘what knowledge of the law is’ (Griffiths, Van Tol) and ‘which factors influence this knowledge’ (Aubert) but also to ‘how knowledge of law can be ascertained’. In our opinion the idea of scripts, as introduced by Schank and Abelson, can be of great help in this respect.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt zij zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.

Donald van Tol
Donald van Tol is werkzaam als docent bij de Afdeling Huisartsgeneeskunde, UMC Groningen en bij de afdeling Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verzorgd onderwijs in medische ethiek, medische sociologie, arts-patiënt communicatie en medische professionaliteit. In onderzoek en publicaties gaat zijn aandacht uit naar (de regulering van) medisch handelen rond het levenseinde en naar vraagstukken rondom medicalisering. Van Tol is tevens ethicus-lid van een van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie in Nederland.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.