Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Access_open Detentie van asielzoekers: een kwestie van gevoel?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden street-level bureaucrats, aliens detention, asylum seekers, emotions, intuition
Auteurs Mr. drs. Wouter van der Spek en Dr. Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses how street-level bureaucrats in the Netherlands decide on detaining asylum seekers. The paper is based on interviews with officers of the national police and the military police who take these decisions as part of their job. The relevant Dutch and European legal rules are not clear and unambiguous and the officers are given wide margins of discretion in making these decisions. Many interviewees said that they ultimately rely on their ‘feelings’. The paper therefore pays special attention to whether and how gut feelings and emotions of the officers influence their decision-making. In addition, the paper examines whether and how the increased use of ICTs and the Europeanisation of migration and asylum law have reduced the officers’ discretion and autonomy.


Mr. drs. Wouter van der Spek
Wouter van der Spek is junior docent bestuursrecht en promovendus aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Anita Böcker
Anita Böcker is universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.

Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is universitair hoofddocent Rechtssociologie bij de afdeling Algemene Rechtsleer aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de redactie van Recht der Werkelijkheid.

Drs. Yinka Tempelman
Yinka Tempelman is programmamanager kwaliteit bij het bureau van de Raad voor de rechtspraak en adviseur programma Organisatie van Kennis

Mr. Jasper van den Beld
Jasper van den Beld is rechterlijk bestuurslid bij de Rechtbank Rotterdam en landelijk programmamanager programma Organisatie van Kennis.
Boekbespreking

De deelgeschilprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Auteurs Mr. dr. Rogier Hartendorp
Auteursinformatie

Mr. dr. Rogier Hartendorp
Rogier Hartendorp is rechter in de Rechtbank Den Haag, team Handel. Hij publiceert en doceert over rechterlijke oordeelsvorming en rechtspleging.
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Redactioneel

Recht als probleemoplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Hilke Grootelaar, Prof. Peter Mascini en Dr. Wibo van Rossum
Auteursinformatie

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is postdoc onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift en maakt ze deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Prof. Peter Mascini
Peter Mascini is hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Erasmus School of Law, de universiteit waaraan hij ook verbonden is als universitair hoofddocent Sociologie bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op legitimering, uitvoering en handhaving van wetgeving en beleid. Daarnaast is hij redactielid van Recht der Werkelijkheid en maakt hij deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law. Hij maakt deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is promovenda bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar ervaren procedurele rechtvaardigheid en vertrouwen in instituties. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Waarom schakelen burgers (geen) rechtshulp in?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Legal advice / assistance, Acces to justice, Income level, Judicial autonomy, Cost-benefit analysis
Auteurs Dr. Marijke ter Voert en Dr. Carolien Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article serves to gain insight in the use and non-use of various types of legal advice, particularly in relation to income levels and legal costs. Based on (logistic regression) analyses involving survey data on 1,928 Dutch citizens who experienced a non-trivial problem in the period May 2009 to May 2014, main findings are as follows: (1) 37% of citizens facing a (potential) legal problem contacted various types of legal advisers once or repeatedly. (2) In the explanation of use/non-use of advocates, problem characteristics turned out to matter significantly, in contrast with the level of household income. Entitlements to subsidized legal aid (lower income groups) as well as legal expenses insurance have made income a factor of less importance. (3) Looking at the degree in which citizens reported (high) costs being a reason for not using legal advice, again no significant differences were found between income groups. Especially advocates were deemed too expensive, regardless of household income; a reason for non-use in half of the cases in which advocates had been considered.


Dr. Marijke ter Voert
Marijke ter Voert is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Roel Pieterman
Roel Pieterman is als rechtssocioloog verbonden aan de Erasmus School of Law. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar de maatschappelijke omgang met risico’s en potentiële dreigingen. Daarover publiceerde hij recent De voorzorgcultuur (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008), een themanummer van de Erasmus Law Review over ‘The many facets of precautionary culture’ (2009) en samen met Ira Helsloot en Jaap Hanekamp Risico’s en redelijkheid (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010).
Artikel

De Nederlandse wetgever en andere normenstelsels: op zoek naar het recht der werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden multilevel lawmaking, Dutch legislator, private regulation, coherence of law
Auteurs Jan Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    It is well known that the role of the national legislator in setting legally relevant norms is rapidly changing under the influence of increasing Europeanization, globalization and privatization. Today the national legislator is only one of the relevant norm-setters. This contribution considers the role that the Dutch legislator sees for itself in this emerging multilevel legal order. To this end, six themes of fundamental importance in a multilevel order are explored: (1) the question of when government regulation is to be preferred over private regulation; (2) the question of at which level of government (national, European, sub-national or supranational) a topic is preferably dealt with; (3) the role of the national legislator in realizing the cognoscibility and coherence of law; (4) the preferred way of implementing EU directives; (5) the question of whether the national legislator must refer to codes of conduct, certification and norms of standards bodies, and if so how; (6) the question of whether the national legislator must position its own national law on the international ‘law market.’


Jan Smits
Jan Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

John Griffiths
John Griffiths is oud-hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Naast onderzoek naar de totstandkoming van bezoekregelingen na echtscheiding, de verdeling van rechtshulp, het functioneren van de bezwaarschriftenprocedure in het bestuursrecht, de rol van het recht bij de bescherming van het tropisch bos, en de werking van het euthanasie-recht, heeft hij zich vooral toegelegd op enkele theoretische vraagstukken: het ontstaan en de levensloop van geschillen, rechtspluralisme, en de sociale werking van (rechts)regels. Momenteel werkt hij aan een soort theoretisch credo met als titel ‘What is sociology of law?’, waarin onderwerpen zoals wat is een feit?, wat is theorie?, wat is ‘recht’? en wat is sociologie? systematisch worden behandeld.
Artikel

Opting-in in de relaxbranche, een legitieme oplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden prostitution, lifting of the ban on brothels, opting-in, labour rights, deliberative governance, legitimacy
Auteurs Elise Ketelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2000 the Netherlands has lifted the ban on brothels. By legalizing sex work the Dutch government aimed to increase the opportunities to regulate this sector and to improve the social position of sex workers. This article examines to what extent the application of a particular fiscal regulation known as ‘opting-in’ to certain branches of the Dutch prostitution industry is legitimate from a socio legal perspective. It takes into account both the efficacy of the regulation with an eye on achieving the goals which were formulated in 2000 and the experiences of sex workers with this fiscal construction. Aubert’s theory regarding the influence of social factors on the observance of regulations is used to explain the discrepancy between the high degree of acceptance of the regulation amongst sex workers and the limited effectiveness with regard to the improvement of their labour rights.


Elise Ketelaars
Elise Ketelaars is een masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op mensenrechten en gender.
Praktijk

Discretie en feitenvaststelling in asielprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden discretion, asylum procedure, uncertainty, fact-finding
Auteurs Ralph Severijns
Auteursinformatie

Ralph Severijns
Ralph Severijns studeerde internationaal en Europees publiekrecht in Tilburg. Sinds 2012 is hij als promovendus verbonden aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit. Daarnaast werkt hij als senior adviseur voor de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.
Discussie

Mooie woorden zijn nog geen mooie daden

Een kritische reflectie op het verband tussen legitimiteit en nalevingsgedrag

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Ben van Velthoven en Bo Terpstra
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op aansprakelijkheidsvraagstukken, geschilbeslechting en rechtshandhaving.

Bo Terpstra
Bo Terpstra is als wetenschappelijk docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

Juridische verkaveling van publieke taken: een historische vergelijking van dijkonderhoud en re-integratietaken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden allotment, legal continuity, work reintegration, collective action
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands the task of reintegrating partially disabled workers into the labour market, that used to be accomplished by collective institutions, has been redistributed by the government to private actors: those who were the last to employ these workers. It is pointed out that this policy choice implies reusing a medieval legal technique and that its use regenerates typical legitimacy problems. Building on Ostrom’s theory of ‘institutions for collective action’, a historical comparison of the organization of dyke maintenance in the Dutch bog peat areas of the 11th-13th centuries and of these recent policies reveals that both are to be analysed in terms of a ‘double allotment’: duties as to collective tasks are allotted to individual participants in a collectivity by linking them up with a preceding allotment of usage rights, legally formalized in terms of ‘private law’. While neoliberal ideology may account for the direction that recent reintegration policies have taken, it is only in the Netherlands that this legal technique has to such an extent been mobilized. This observation raises questions as to long-term continuities in Dutch policies.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).
Artikel

Recht en burgerschap: een verkenning van modaliteiten

Inleiding bij een symposiumnummer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden citizenship, sociology of law, juridification, policy
Auteurs Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the relation between law and citizenship on the basis of five modalities. This analysis is premised on the observation that citizenship plays a central role in the contemporary debate about the development of political communities. Furthermore it is obvious that citizenship is inextricably linked to law, but it is not easy to get a clear and complete picture of this link. This is due to, on the one hand, the versatility of the concept of citizenship, and the versatility of the phenomenon law on the other. In short, the relation between law and citizenship is multifaceted, which the typology of modalities is meant to reveal.


Olaf Tans
Olaf Tans is als rechtstheoreticus en politiek wetenschapper verbonden aan het Amsterdam University College. In het algemeen houdt hij zich bezig met de relatie tussen recht, ethiek en samenleving. De laatste tijd is hij gericht op onderwerpen als burgerschap, deliberatie en de narratieve benadering van rechtsvinding.
Artikel

Burgerschap en verschil

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden parliamentary discourse, citizenship, Habermas, Foucault
Auteurs Bertjan Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    The citizen, understood in the classical republican sense as the political actor, is on occasion confronted with issues that concern the room for difference in politics. In the Netherlands, for example, the recent entrance of populist citizens in parliament is regarded as a problem by more deliberative citizens. Do populist citizens threaten ordinary politics or do ordinary citizens, on the contrary, restrict the space of politics too much? To prepare future research on this point, in this article three similar historical controversies in Dutch parliament are examined. In these cases citizens struggle with the problem how much room parliament ought to provide for the differences between them. In these cases citizens eventually grant each other the freedom to engage in politics in their own way, unless that way threatens the freedom of parliamentary politics itself. They defend the right to debate the widest range of issues in the sharpest way, for example, but prohibit making insults and endorsing illegal activities. Further research is needed to confirm and specify these still tentative conclusions.


Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn onderzoeksinteresses zijn onder meer: de kwaliteit van het politieke debat, Jürgen Habermas, Michel Foucault, parlementaire geschiedenis, retorica en argumentatieleer.
Artikel

Comparitierechters in eenzelfde zaak vergeleken: de individuele aanpak van rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden civil hearing, courts, dispute resolution, individual approach
Auteurs Silke Praagman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the way in which judges behave and communicate during hearings is increasingly being emphasized. This is related to the implementation of post-defence appearance in Dutch civil hearings (comparitie na antwoord) and a more general, albeit cautious, shift from dispute resolution, focused solely on resolving the legal aspects of a case, towards broader conflict resolution, in which other aspects of a case are considered too. This article compares how six judges managed a civil hearing of the same case. It seeks to explain the different outcomes that resulted from these judges’ hearings (i.e. settlement/judgement/referral to mediator) and seeks to identify what different ways of managing hearings imply for a possible shift from dispute resolution to conflict resolution. The empirical study found that the judges’ preparation of the case and their way of beginning and structuring the hearing were very similar; they also discussed similar subjects. Differences were found in how the judges interacted with the parties; the skills they used during hearings; how they used a specific skill; and in how they guided parties in the decision-making process about the outcome. No strong correlation emerged between a specific type of hearing management and the type of outcome selected. Interviews with the judges suggest that the explanation for the different outcomes lies partly in the judges’ personal views (on the appropriate outcome). Such beliefs influence how the judges manage a civil hearing, and indirectly the outcome of a case as well. These findings imply that for a shift from dispute resolution to conflict resolution to materialize, this will require judges to develop a common understanding of their responsibilities and to enhance their skills. They will also need to verify their assumptions more, so that the parties’ needs and the judge’s personal beliefs are better matched.


Silke Praagman
Silke Praagman heeft de VSR-scriptieprijs 2010 gewonnen. Zij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens haar studie werkte zij als junior medewerker bij het Landelijk bureau Mediation naast rechtspraak. In dit kader was zij betrokken bij onderzoek naar de verwijzingsvoorziening naar mediation en de werkwijze van rechters. Ook heeft zij tijdens het schrijven van haar scriptie als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam binnen de sector civiel gewerkt.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.