Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 180 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x

Jaap van den Herik
Jaap van den Herik was een van de grondleggers van de Kunstmatige Intelligentie in Nederland (1981) en is erelid van de NVKI. Als voltijds hoogleraar Informaticawas hij verbonden aan de Universiteit Maastricht (1987- 2008) en aan Tilburg University (2008-2016), en als parttime hoogleraar Informatica en Recht aan de Universiteit Leiden (1988-2019). Op dit moment is hij samen met Professor Jan Scholtes initiatiefnemer van de LCDS-CPL opleiding Leiden Legal Technologies Programma (LLTP) in Den Haag.
Discussie

Empirical Legal Studies in het juridisch onderwijs: waar staat Nederland en hoe nu verder?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ELS, empirical legal studies, education, teaching, law school
Auteurs dr. Ekaterina Pannebakker LL.M., Dr. Helen Pluut, Mr. dr. Stijn Voskamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De groeiende aandacht voor Empirical Legal Studies (ELS) in Nederland roept vragen op over het onderwijs in empirisch-juridische vaardigheden in ons land. Er gebeurt al het nodige op dit vlak, maar een nauwkeurige inventarisatie van welke ELS-vakken reeds concreet worden aangeboden in Nederland ontbreekt. Een dergelijk overzicht zou het mogelijk maken dat opleidingen van elkaar leren en kennis en kunde uitwisselen in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. Daarom hebben wij een uitgebreide rondgang gemaakt langs de diverse opleidingen aan rechtenfaculteiten, om in kaart te brengen welke vakken met aandacht voor empirische methoden reeds in het reguliere rechtencurriculum worden aangeboden. In dit artikel rapporteren wij de resultaten van deze landelijke inventarisatie en werpen een blik op de toekomst in het licht van recente discussies en ontwikkelingen die verband houden met ELS in Nederland.


dr. Ekaterina Pannebakker LL.M.
Ekaterina Pannebakker is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich op privaatrechtelijke rechtsvergelijking en harmonisatie, recht en taal, en internationaal contracteren.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Stijn Voskamp
Stijn Voskamp is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich onder andere op het contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht met bijzondere aandacht voor onderwijsrecht.

Mr. dr. Wouter de Zanger
Wouter de Zanger is als universitair docent Strafrecht verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht waar hij onder andere onderzoek verrichtte op het gebied van financieel-economisch strafrecht. Tegenwoordig is hij werkzaam als advocaat bij FvKG Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Dispute settlement among the Nigerian Igbo in Antwerp

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Legal pluralism, Dispute settlement, Igbo, Antwerp
Auteurs Filip Reyntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a case study in ‘new legal pluralism’ which is interested in the operation of plural legal orders in countries of the global North. It considers the way in which the Nigerian Igbo living in Antwerp, Belgium settle their disputes. It first presents the Antwerp Igbo’s organisation in a Union possessing a constitution with precise legal stipulations. It then finds that the Igbo take the law with them from their home region into a diasporic community. Next it looks into the concrete organisation of dispute settlement and presents five cases as exemplars. It then discusses the advantages and drawbacks of applying Igbo law and justice, the issue of women’s rights, and the plurality and flexibility of the system. The conclusion underscores the fact that legal pluralism is a universal empirical reality.


Filip Reyntjens
Filip Reyntjens is Emeritus hoogleraar bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.
Werk in uitvoering

Herstelrecht op het terrein van verkeersongevallen.

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden restorative justice, motor vehicle accidents, victimology, personal injury settlement
Auteurs Iris Becx MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Those involved in a motor vehicle accident often have emotional needs that are not being met within the current framework of personal injury settlement. These needs include sharing one’s (side of the) story, getting in touch with the other person(s) involved and offering or receiving apologies. Following Nils Christie’s theory of ‘stolen’ conflicts, the fact that the people involved are often represented by lawyers or insurance companies is problematic because it alienates them from each other and it thwarts proper recovery. Incorporating restorative justice could offer a solution to this ‘theft’ of conflict, as it focuses on bringing all involved together to restore any of the harm done by concentrating on their needs. The central question to this dissertation is: how can restorative justice play a role in the sustainable resolution of conflicts after motor vehicle accidents so that the current insurance and liability system can better meet the immaterial needs of victims and perpetrators? Via several projects, the role of lawyers and insurance companies is studied. How beneficial or adversarial are their influences on victims and offenders? And can they incorporate restorative justice in their practice? The first publication is expected at the end of this year.


Iris Becx MSc
Iris Becx is victimoloog en is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Ze volgde de masterstudie Victimology and Criminal Justice aan Tilburg University.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.

    This article collects publications in this journal about the emergence and effects of legislation. It covers the developments and results of research of the last four decades. First it is concluded that there has been considerable attention to the subject. Second a clear broadening and (theoretical) deepening from different perspectives can be observed. Social-legal research of legislation also appears to have specific characteristics. Subsequently, various points of attention are pointed out, such as more attention to the relationship between legal characteristics and effects, more variation in research methods and more systematic theory-driven research. Finally, attention is drawn to the relationship between (the working of) legislation and social transformations such as globalization, digitization and the increasing and profound influence of social media in society.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academies voor Wetgeving en Overheidsjuristen in Den Haag en bijzonder hoogleraar Empirische Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is lid en voorzitter van de redactie geweest en is op dit moment lid van de redactieraad.
Forum

mE=rR2

Twee vliegen in één klap?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs dr. Albert Klijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors enter into a debate on the innovation The Netherlands Council for the Judiciary made quite recently, promoting social effective justice (maatschappelijk effectieve rechtspraak;to English readers more familiar under the label of ‘Problem solving courts’).
    Klijn has quite serious doubts about this strategy. First of all: the judge is not - and never has been - a problem solver, as (a) the judge lacks the competences to do so and (b) the structure of legal procedure falls fundamentally short of this task. Secondly, in our contemporary society other professionals are in charge of intervening in social conflicts, and they are much better positioned to do so, at the appropriate moment in time. Thirdly, in making this choice the Council misunderstands its role as the Third State Power, vis-a-vis the much greater influence of changing societal conditions stimulating societal changes.


dr. Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en voormalig wetenschappelijk adviseur van de Raad voor de rechtspraak (2002-2011).

    Hartendorp emphasizes in his contribution that a judge is a decision-maker bound by the law. He agrees with Klijn that this position makes it difficult to act as a problem solver. However, this does not alter the fact that, in order to act effectively, a judge must have a dual orientation on the conflict and the dispute between the parties. The Judiciary can only increase its social effectiveness if it manages to bring about a synthesis between its classic decisive task and an orientation aimed at effectiveness.


Prof. mr. Rogier Hartendorp
Rogier Hartendorp is senior rechter in de Rechtbank Den Haag, team handel, en bijzonder hoogleraar Maatschappelijke effectiviteit van de rechtspleging aan de Universiteit Leiden.
Discussie

Van big five naar high five?

Plaats en invloed van de rechtssociologische hoogleraren aan de Nederlandse juridische faculteiten

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Rechtssociologie, Juridische opleidingen, Eén inleiding voor studenten, Samenwerking tussen hoogleraren, Sociaal wetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. Mr Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    In From big five to high five the author analyzes the developments of sociology of law at the law faculties in the Netherlands since the 1970ies until today. Focusing on the professors (‘chairs’) he argues that after a strong start with five prominent scholars the discipline is now placed in the periphery of the law curriculum. Sociology of law is ‘intellectually strong, but institutionally weak’.
    The author encourages the present generation professors (‘chairs’) to cooperate more. He claims that writing one modern Dutch Introduction to Sociology of law is crucial to win the hearts and minds of the law students. Furthermore, he suggests that collaborative research projects contributes to the visibility of sociology of law in policy arenas and public debates.


Prof. Mr Nick Huls
Nick Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Van 2001 tot 2006 was hij lid van de redactie van Recht der Werkelijkheid. Zijn huidige onderzoeksbelangstellingen zijn de schuldenproblematiek tijdens corona, vechtscheidingen en probleemoplossende rechtspraak.

Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent Rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter is universitair docent Empirisch Juridisch Onderzoek bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Zij doet onderzoek naar hoe uitvoerende medewerkers omgaan met regels.

    From day one of the journal Recht der Werkelijkheid (Journal of Living Law) the Legal Anthropology was welcomed. What once started as the jurisprudential study on Folk Law on the one hand and the cultural anthropological study of law on the other hand, evolved into an intensive collaboration among the researchers. Even more intensive under the subject Legal Pluralism. The legal anthropological studies extended over the years to subjects closer to the First World legal practices, i.e. the studies of social groups like the one on migrants. Under the concept of semi autonomous social fields many contributions on cultural versus legal norms were published. Later on, the legal anthropological expertise that sustained the comparative studies for international and supranational law was welcomed. The article thus shows that the journal provided room for the socio legal studies of law practices in other continents, expanded to those of other continents in the home continent as well as to those in all continents.


Agnes Schreiner
Agnes Schreiner was tot de AOW-gerechtigde leeftijd universitair docent en wetenschappelijk onderzoeker bij de Afdeling Algemene rechtsleer, Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Tegenwoordig is ze als gastonderzoeker aan dezelfde afdeling en faculteit verbonden. Ze was van 1985-1999 redactielid en van 1989-1995 tevens redactiesecretaris van Recht der Werkelijkheid. In 2007 trad ze toe tot de redactieraad van RdW.
Discussie

Rechtspleging in Recht der Werkelijkheid

Popper is niet blij, maar het is feest

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    The paper highlights the contributions on judges and courts published in Recht der Werkelijkheid from 1980-2020. It addresses three general themes, namely communication in court, the consumers of the law and the professionals of the law, in view of the objective of the journal.
    The authors of the contributions, newcomers as well as well-known experienced researchers, come from different kind of branches like anthropology, psychology, sociology and history, utilizing quite different approaches, methodologies and theories. They elaborate on each other’s work, methods, empirical findings and theoretical insights, in order to develop new research questions or to conduct research in different contexts. Although the critical-rational ideas of Popper has no many followers among the authors, lessons can be learned for policy makers, judges, lawyers and academics. By bringing the authors together, the journal has made an invaluable contribution to the debate among socio-legal researchers in the Netherlands.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is emeritus hoogleraar Rechtspleging en sinds 1995 verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij was eerder redactiesecretaris en redactielid van Recht der Werkelijkheid en tot medio 2020 voorzitter van de redactieraad.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.
Discussie

Access_open Coronapandemie 2020: een kritisch perspectief

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Pandemic, Cost-benefit analysis, qaly, Opportunity costs, COVID-19
Auteurs Dr. Roel Pieterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Most countries in the world chose a more or less stringent form of lockdown policy in order to protect citizens from contagion. This essay offers a critical perspective by asking for the Netherlands whether flattening the curve does not cost more healthy life years (qaly’s) than it saves. A cost-benefit analysis is performed discussing four issues. First: how many qaly’s are actually saved by the lockdown measures? Second: what are the opportunity costs of the lockdown? This means investigating how many qaly’s could have been generated if the economic cost of the lockdown had been spent directly into health care. Third: investigating how many qaly’s are lost because of postponing regular care. And fourth: discussing how many qaly’s are at stake because of excess unemployment. While acknowledging uncertainties the conclusion seems unavoidable: lockdown has and will cost more qaly’s than it generates.


Dr. Roel Pieterman
Roel Pieterman was tot zomer 2019 UHD Rechtssociologie aan Erasmus School of Law. Onderzoek naar risicobeleid met speciale belangstelling voor de voorzorgbenadering. Zijn laatste boek Gewicht zit niet tussen je oren (2017) levert een kritische analyse van de wetenschap over overgewicht en concludeert dat er geen effectief beleid is.

Prof. dr. Koen Van Aeken
Koen Van Aeken is senior hoofddocent aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij doceert rechtssociologie in de eerste Bachelor en de Master, en Legal Research Methodology en Empirical Research Methods in Law in de LLM. Zijn onderzoek situeert zich op het terrein van wetsevaluatie, regulering en governance, recht en digitalisering, en juridische en empirische onderzoeksmethodologie.
Werk in uitvoering

The role of attitudes in the professional judicial decision-making progress: a work in progress

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Professional judicial decision-making process, Attitudes, Impartiality, Semi-structured interviews, Scenario-survey
Auteurs Mr. Elke Olthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In our daily decision-making processes, attitudes play an important role. An attitude is an evaluative judgement of a person, object or an issue on a scale of favorability. A large amount of research has been done on the role of attitudes in our daily decision-making processes. There is, however, a gap in empirical knowledge when it concerns the role of attitudes in the professional judicial decision-making process. It has been accepted that the professional judicial decision-making process has a subjective element, but this subjective element remains unexplained. Attitudes are inherently personal and subjective, and they can make our decision-making process easier. They can, however, also be the basis for biases and prejudices. Herein lies a potential risk, especially in the professional judicial decision-making process. If attitudes play a role in the decision-making process of judges there is a possibility that impartiality, one of the judiciary’s core professional values, might be unobtainable. To see whether attitudes play a role in the professional judicial decision-making process semi-structured interviews will be conducted among judges, who will also be asked to fill in a scenario survey. Hopefully the obtained data will lead to a start in filling this gap in empirical knowledge.


Mr. Elke Olthuis
Elke Olthuis is een promovenda bij de Universiteit van Amsterdam. In haar onderzoek integreert ze recht en psychologie. Ze is verbonden aan het PPLE College en het Paul Scholten Centre for Jurisprudence.
Artikel

Upperdogs Versus Underdogs

Judicial Review of Administrative Drug-Related Closures in the Netherlands

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Eviction, War on drugs, Party capability, Empirical legal research, Drug policy
Auteurs Mr. Michelle Bruijn en Dr. Michel Vols
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, mayors are entitled to close public and non-public premises if drug-related activities are being conducted there. Using data from the case law of Dutch lower courts, published between 2008 and 2016, this article examines the relative success of different types of litigants, and the influence of case characteristics on drug-related closure cases. We build on Galanter’s framework of ‘repeat players’ and ‘one-shotters’, to argue that a mayor is the stronger party and is therefore more likely to win in court. We categorise mayors as ‘upperdogs’, and the opposing litigants as ‘underdogs’. Moreover, we distinguish stronger mayors from weaker ones, based on the population size of their municipality. Similarly, we distinguish the stronger underdogs from the weaker ones. Businesses and organisations are classified as stronger parties, relative to individuals, who are classified as weaker parties. In line with our hypothesis, we find that mayors win in the vast majority of cases. However, contrary to our presumptions, we find that mayors have a significantly lower chance of winning a case if they litigate against weak underdogs. When controlling for particular case characteristics, such as the type of drugs and invoked defences, our findings offer evidence that case characteristics are consequential for the resolution of drug-related closure cases in the Netherlands.


Mr. Michelle Bruijn
Michelle Bruijn is promovendus en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op de regulering van cannabis en de sluiting van drugspanden.

Dr. Michel Vols
Michel Vols is hoogleraar Openbare-Orderecht aan Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op Openbare orde en veiligheid, en het gebruik van data science (machine learning) bij het bestuderen van juridische data.
Artikel

Access_open Burgerparticipatie onder de Omgevingswet: niet omdat het moet, maar omdat het kan?!

De juridische waarborging van burgerparticipatie in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Burgerparticipatie, Omgevingswet, Rechtsbescherming, Inspraak, maatschappelijk draagvlak, Kerninstrumenten, snellere en betere aanpak
Auteurs Mr. dr. Marlon Boeve en Mr. dr. Frank Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Public participation is an important issue in the forthcoming Dutch Environment and Planning Act (2021). The importance of participation is emphasized in numerous places in the parliamentary documents to the Act. This contribution discusses how the new Act gives legal substance to the objectives that the government is pursuing regarding participation and whether the involvement of citizens is indeed better imbedded by this act. It addresses the important subject of the ‘right moment of participation’ in the fragmented Dutch policy and decision system. Consecutively it deals with the question of potential legal consequences for non-compliance by administrative bodies to the legal participation obligations when drawing up plans and decisions. Can a citizen enforce (substantive) participation in the administrative court after the Environmental and Planning Act comes into force? The possibilities are limited. Findings show that the new Environment and Planning Act does not address the essential problems that arise with participation. The successful creation of local support, better quality and faster decision-making through participation all depend on how the (local) government shapes participation. From a legal perspective, the Environment and Planning Act makes little contribution to this. In the view of the authors this is not surprising, because the role of legislation in safeguarding substantive participation should not be overestimated.


Mr. dr. Marlon Boeve
Marlon Boeve is universitair docent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. dr. Frank Groothuijse
Frank Groothuijse is universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.
Inleiding

De Omgevingswet: nieuw ruimtelijk recht(?)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Environment and Planning Act, Administrative Law reform, Spatial Planning, Prefigurative Law, Outsourced Law
Auteurs Dr. mr. Tobias Arnoldussen en dr. mr. Danielle Chevalier
SamenvattingAuteursinformatie

    The Environment and Planning Act (EPA), which will enter into force in 2021, has been called the most influential legislative reform in the Netherlands since World War II. This article forms the introduction to a special issue devoted to the EPA, in which scholars from various disciplines reflect on the societal and legal ramifications of this new act. The authors introduce the different articles but also offer their perspective on the emergence of this new field of research. Socio-legal research into such a vast new regulatory field benefits from the application of multiple perspectives and different research methods. Conspicuously, the authors of the various articles differ on how to assess the new regulation of Dutch spatial planning. Some are pessimistic, others strike a more optimistic note. In this introduction two more perspectives on the law are offered. The perspective of prefigurative law (Davina Cooper) embodies the more optimistic view, whilst the perspective of outsourced law (Pauline Westerman) sides with the pessimists.


Dr. mr. Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is universitair docent Rechtstheorie aan de Universiteit van Tilburg en verbonden aan het department ‘public law and governance’.

dr. mr. Danielle Chevalier
Danielle Chevalier is universitair docent Recht en Samenleving aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving.
Toont 1 - 20 van 180 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.