Zoekresultaat: 11 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Discussie

‘Access to Justice’ en rechtshulpverlening.

Over de voortschrijdende rechtssociologische benadering van de rechtshulpverlening in de lage landen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Prof. Dr. Jean Van Houtte en Prof. Dr. Bernard Hubeau
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution puts the developments of the socio-legal approach of access to justice and legal aid in the low countries (Belgium and the Netherlands) in a broad perspective. During the last 40 years, the journal has dealt with some general problems, related to the accessibility of justice and legal aid and the effects of legislation in that field. Some important differences between het Belgian and the Dutch situation are highlighted. Although the general situation has not changed dramatically in both countries, some improvements have been achieved, e.g. when it comes to the so called “social legal aid”. Still, a better and more equal access to justice has to be promoted and realised.


Prof. Dr. Jean Van Houtte
Jean Van Houtte is emeritus hoogleraar Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Hij is op dit moment lid van de redactieraad.

Prof. Dr. Bernard Hubeau
Bernard Hubeau is emeritus hoogleraar Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is op dit moment lid van de redactieraad.
Forum

mE=rR2

Twee vliegen in één klap?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs dr. Albert Klijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors enter into a debate on the innovation The Netherlands Council for the Judiciary made quite recently, promoting social effective justice (maatschappelijk effectieve rechtspraak;to English readers more familiar under the label of ‘Problem solving courts’).
    Klijn has quite serious doubts about this strategy. First of all: the judge is not - and never has been - a problem solver, as (a) the judge lacks the competences to do so and (b) the structure of legal procedure falls fundamentally short of this task. Secondly, in our contemporary society other professionals are in charge of intervening in social conflicts, and they are much better positioned to do so, at the appropriate moment in time. Thirdly, in making this choice the Council misunderstands its role as the Third State Power, vis-a-vis the much greater influence of changing societal conditions stimulating societal changes.


dr. Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en voormalig wetenschappelijk adviseur van de Raad voor de rechtspraak (2002-2011).

Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Recensies en signalementen

Relationele afstand en slachtofferbehoeften

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Auteurs Dr. Sonja Leferink
Auteursinformatie

Dr. Sonja Leferink
Sonja Leferink is onderzoeker en bestuursadviseur bij Slachtofferhulp Nederland en Science practitioner bij INTERVICT. Daar coördineert zij de Academische Werkplaats van Slachtofferhulp en INTERVICT.
Artikel

De rechter als regisseur

Een verkennend onderzoek naar de ervaringen van rechtzoekenden en rechters met de nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden administrative law, ADR, litigation, procedural fairness
Auteurs Yael Verkruisen en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reports on an explorative empirical research project on the experiences and opinions of litigants and judges with respect to a new way of handling court cases in administrative law, in which an early contact between parties is initiated and the judge tries to solve the conflict via mediation techniques. Fourteen case files have been analyzed, fourteen court sessions have been observed and thirteen litigants and five judges have been interviewed. Considering the limited scope and the explorative character of the project, it obviously can provide no general or final conclusions. Nonetheless, the research does provide a number of useful indications regarding how the respondents have experienced the new way of working. It also shows how theories on litigation and procedural fairness are implemented by judges in the daily routine of court hearings.


Yael Verkruisen
Yael Verkruisen is masterstudente aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij verrichtte in het kader van de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek een onderzoeksstage bij de Rechtbank Utrecht en deed daar onderzoek naar de ervaringen van rechtzoekenden en rechters met de nieuwe zaaksbehandeling in bestuursrechtzaken.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij doceert de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek en het vak Recht en menselijk gedrag. Haar onderzoek richt zich onder meer op organisatorische kanten van rechterlijke besluitvorming en op toezicht en tuchtrecht binnen de advocatuur.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.

Jean Van Houtte
Jean Van Houtte is emeritus hoogleraar en ererector UFSIA. Hij doceerde sociologie in de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen en sociologie en rechtssociologie in de faculteit Rechten. Hij deed onderzoek en publiceerde over onder meer de organisatie van het rechtssysteem en de gerechtelijke organisatie (onder meer over de arbeidsrechtbank en de rechtshulp) en de juridische beroepen (onder meer over bedrijfsjuristen, de law firms).
Artikel

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.


Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.
Artikel

Meervoudig gebruik binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand: clusters en triggers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden legal aid, trigger, cluster, justiciable problem
Auteurs Susanne Peters, Lia Combrink en Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
SamenvattingAuteursinformatie

    The use and expenditure of the Legal Aid System is ever increasing. In addition, some people make use of the Legal Aid System more often than others. In fact, a small percentage of clients (2,6%) uses a substantial part (11,2%) of the legal aid. This paper sheds light on the occurrence of multiple use of legal aid and gives insight into the frequency and characteristics of multiple use.
    In the research described in this article, we have made use of the data from 2000 until 2009 concerning legal aid that was provided by the Legal Aid Board. This dataset contains over 3 million cases (so-called certificates that are issued by the Board). The main difference between this research and other (paths to justice) studies is that the dataset contains actually provided legal aid and not self-reported problems by clients. Therefore, the representativeness is guaranteed and no false recollections can occur. At the same time, this means that the research is limited to people who are entitled to legal aid (approximately 39% of the Dutch population) and have actually received a certificate.
    The results show that the provision of legal aid leads to new cases for which legal aid is again provided. Also, certain certificates coincide with and act as a trigger for certain other certificates. In the discussion we clarify the significance and implications of the results that are presented. Furthermore, we discuss the recently ordered budget cut in legal aid in the Netherlands. We describe ways to decrease the use and expenditure of the Legal Aid System, some of which are already implemented in the system. Finally, we discuss possible other (non-legal) problems that can be experienced by multiple users of the Legal Aid System.


Susanne Peters
Susanne Peters promoveerde in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht (2005) op een proefschrift over rechtvaardigheid. Momenteel is zij werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Lia Combrink
Lia Combrink-Kuiters studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde aan de juridische faculteit van deze universiteit op een jurimetrisch proefschrift betreffende de voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen (1998). Daarna werkte zij bij het WODC aan de evaluatie van twee landelijke mediationprojecten. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek doet op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
Mirjam van Gammeren-Zoeteweij is aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als psycholoog. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.