Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Discussie

‘Let op! Hier wordt gehandhaafd’

Handhavingsonderzoek in vier decennia Recht der Werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Marc Hertogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Because of the sharp contrast between the law-in-the-books and the law-in-action regulatory enforcement has always been a popular subject in socio-legal research. This paper looks back at forty years of Dutch research on regulatory enforcement, using several key publications in this journal from each decade. First, it is argued that these Dutch studies reveal three general themes: this research can be seen as a time machine that takes us back to some of the most important social and political events of the past decades, these studies emphasize the crucial role of individual enforcement officials, and in everyday enforcement state law only plays a limited role. Next, this review also discusses some of the strengths and weaknesses of Dutch research. Most studies on regulatory enforcement are more interested in the role of the state than in the role of citizens and businesses. As a result, research focuses more on issues of effectiveness and less on questions of legitimacy. Finally, empirical research is seen as more important than theory development. Based on this overview, the author introduces a new research agenda for future research on regulatory enforcement.


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was eerder redactiesecretaris en redactielid van Recht der Werkelijkheid en is sinds 2020 voorzitter van de redactieraad.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Boekbespreking

Preventie of paranoia?

Een parodie op het ‘voorzorgsdenken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Auteurs Jan Popma
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Jan Popma
Jan Popma studeerde sociologie en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, en is thans senior onderzoeker arbeidsomstandighedenwetgeving aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij coördinerend docent van de minor Arbeid, Risico en Regulering. Onderdeel van de minor is onder meer het vak Nieuwe risico’s en regulering, dat gaat over de vraag wat de betekenis is van het voorzorgsbeginsel in het arbeidsrecht. Popma publiceerde ook onderzoek over de risico’s van onder meer mobiele telefoons (2009), nanomaterialen (2010) en technostress (2012).
Artikel

Loyaliteit binnen de rechterlijke macht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, loyalty, judges, new public management, socialisation
Auteurs Nina Holvast en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Judges in the Netherlands have recently expressed their concerns in the media over the organization of the judiciary and the pressure to deliver output. At the same time, they consider themselves highly loyal to their work. In this article we explore this seeming contradiction by studying the developments in the selection, training and organisation of the judiciary and considering the consequences that these developments could have on the loyalty of judges. In doing so, a distinction is made between loyalty to the profession, to the organisation and to colleagues. We follow Hirschman's theory on Exit, Voice and Loyalty and determine that the act of judges expressing their concerns (instead of exiting the judiciary) is essentially a sign of their loyalty. However, we reason that this displays more loyalty to the profession than to the organisation. Due to changes in the selection and training of judges, more candidates who were formerly employed in other settings, e.g. in advocacy, will enter the profession. With their socialisation taking place in a more business-like setting, where values such as efficiency and productivity are significant, it is expected that they will be more willing to accept the new public management values which are criticized by the present generation of judges.


Nina Holvast
Nina Holvast is promovenda bij het Paul Scholten Centrum van de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een rechtssociologisch proefschrift naar de rol van juridische ondersteuning in het rechterlijk besluitvormingsproces. Over dit onderwerp verschijnt binnenkort: ‘Considering the consequences of increased reliance on judicial assistants: a study on Dutch courts’ in International Journal of the Legal Profession.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij doceert de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek en het vak Recht en menselijk gedrag. Haar onderzoek richt zich onder meer op organisatorische kanten van rechterlijke besluitvorming en op toezicht en tuchtrecht binnen de advocatuur.
Artikel

Legitimatie van de rechterlijke bewijsbeslissing door het opnemen van alternatieve scenario's in de motivering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden legal proof in criminal law, judicial motivation, miscarriage of justice
Auteurs Mirnah Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there have been several miscarriages of justice in the Netherlands, which were widely reported in the media. They show that much can go wrong with legal proof in criminal cases and that judges sometimes give limited justification for their decisions. Insights from the so-called story-based approach to legal proof can potentially assist to improve and to critically assess judicial decisions in criminal cases, thereby helping to reduce the chance of mistakes. The story-based approach involves constructing and critically analyzing at least two stories about what (might have) happened in a case that explain the evidential data. These stories have to be compared to each other in order to decide which story is the most plausible. The judge has to include the different scenarios in his judgment and he must explain why the scenario he had chosen is the most plausible. In my paper I first discuss why it is important that judges justify their decision in a verdict. Then I explicate the story based approach. After that I explain how applying the story based approach in the motivation can be useful and help to reduce the chance of a miscarriage of justice.


Mirnah Scholten
Mirnah Scholten is promovenda bij de vakgroep rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek gaat over de motivering van de bewijsbeslissing van de rechter in strafzaken.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Boekbespreking

Frank Furedi: een eigenzinnige modernist

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden review, Furedi
Auteurs Roel Pieterman
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Roel Pieterman
Roel Pieterman is als rechtssocioloog verbonden aan de Erasmus School of Law. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar de maatschappelijke omgang met risico’s en potentiële dreigingen. Daarover publiceerde hij recent De voorzorgcultuur (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008), een themanummer van de Erasmus Law Review over ‘The many facets of precautionary culture’ (2009) en samen met Ira Helsloot en Jaap Hanekamp Risico’s en redelijkheid (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010).

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en was in de periode 2002-2011 als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak. Hij is thans als zodanig op parttime basis verbonden aan Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Artikel

Burgerschap en inburgering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden citizenship, republicanism, communitarianism, naturalization policy
Auteurs Roland Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizenship is a notoriously complex and an essentially contested concept which has been defined in many different ways. The only stable element in all these definitions seems to be that citizenship is primarily described in terms of the relationship between the political community and the citizen. This article aims to explain why citizenship is such a contested concept by showing that it is embedded in three very different normative traditions: the liberal conception of citizenship as a (legal) status, the republican conception of citizenship as an activity and the communitarian conception of citizenship as identity. Each approach emphasizes an important element of citizenship, but none of the three is comprehensive enough to provide a complete picture of what citizenship implies in contemporary constitutional democracies. At the same time they cannot simply be merged because they come from different normative traditions among themselves at odds with each other.This article starts by illustrating the three conceptions of citizenship on the basis of the underlying theoretical models: liberalism, republicanism and communitarianism. Section 3 discusses two mutual tensions between different conceptions of citizenship: first between the liberal and republican conception and then between the liberal and republican conception on the one hand and the communitarian conception on the other. In Section 4, this conceptual analysis is used to analyze a policy terrain that is explicitly embedded in the idea of citizenship, namely the integration of immigrants through naturalization policy. Section 5 concludes.


Roland Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtstheorie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt op het gebied van hedendaagse liberale politieke theorie, toegepast op discussies van de multiculturele samenleving, integratiebeleid en internationale rechtvaardigheid. In 2010 is een door hem geredigeerde bundel over het kosmopolitisme en internationaal recht gepubliceerd door Cambridge University Press. Recent verschenen artikelen van hem in Critical Review of International Social and Political Philosophy, Journal of Social Philosophy, Ethics & International Affairs, Political Studies en Ethnicities.
Artikel

Burgerschap en verschil

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden parliamentary discourse, citizenship, Habermas, Foucault
Auteurs Bertjan Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    The citizen, understood in the classical republican sense as the political actor, is on occasion confronted with issues that concern the room for difference in politics. In the Netherlands, for example, the recent entrance of populist citizens in parliament is regarded as a problem by more deliberative citizens. Do populist citizens threaten ordinary politics or do ordinary citizens, on the contrary, restrict the space of politics too much? To prepare future research on this point, in this article three similar historical controversies in Dutch parliament are examined. In these cases citizens struggle with the problem how much room parliament ought to provide for the differences between them. In these cases citizens eventually grant each other the freedom to engage in politics in their own way, unless that way threatens the freedom of parliamentary politics itself. They defend the right to debate the widest range of issues in the sharpest way, for example, but prohibit making insults and endorsing illegal activities. Further research is needed to confirm and specify these still tentative conclusions.


Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn onderzoeksinteresses zijn onder meer: de kwaliteit van het politieke debat, Jürgen Habermas, Michel Foucault, parlementaire geschiedenis, retorica en argumentatieleer.
Artikel

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.


Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.
Artikel

Dwang blijft wrang

Over vrijheid, verplichte zorg en de rol van het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden psychiatric patient rights, compulsary admission, duty of care
Auteurs Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of patients facing forced hospitalization in a mental health clinic develops both in a soft and in a hard direction. On the one hand there is a soft current of more empathy with legal protection and on the other hand a harder current that leads to a growing number of forced measures. This involves three dilemmas. First, legal intervention touches only upon the fringe and not upon the core of psychiatric treatment. Second, the problematic relation with the criminal justice sector and third, a lack of concern for what happens after the decision of the judge. Quality based peer review has not developed well in this sector. Forced hospitalization will remain sour for the near future.


Pieter Ippel
Pieter Ippel is vanaf 2005 hoogleraar rechtsgeleerdheid bij de Roosevelt Academy in Middelburg, een Engelstalig Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was hij onder meer hoogleraar rechtstheorie in Utrecht. Hij studeerde wijsbegeerte, criminologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde daar in 1989 op een rechtssociologisch proefschrift. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. Zijn belangrijkste boek is Modern recht en het goede leven. Over gezondheid, milieu en privacy (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002).
Artikel

Constitutioneel bewustzijn in Nederland:

Van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Barbara Oomen
SamenvattingAuteursinformatie

    Faced with increased individualization, debates on immigration and interna-tionalization, the Dutch government has recently appointed a Constitutional Review Commission to strengthen the Dutch constitution and enhance its social relevance. It is against this background that this article examines the place that the Dutch constitution currently holds in empirical and discursive understand-ings of citizenship in the Netherlands. From the vantage point of citizenship discourse, the interpretation of citizenship (burgerschap) in the Netherlands amongst policy-makers and the public at large hinges on civicness rather than on democratic citizenship, and departs from a strongly assimilationist perspec-tive: ‘burgerschap’ is essentially about participating in and adapting to the dominant culture. From the vantage point of the constitution, the current consti-tution’s main function is legal: constituting government powers and limiting their exercise. Legal scholars emphasize that the Dutch constitution hardly has a more symbolic or social role. These facts are contrasted with data from a representative survey under the Dutch adult population, which demonstrates how the Dutch hardly know anything about the contents of the constitution, but do have great confidence in the document, and consider it to be very important. Interestingly, respondents also emphasize the symbolic and societal function, in addition to the legal function of the constitution. This seems to point towards the possibility of an understanding of Dutch citizenship more firmly based upon the values embodied in the constitution.


Barbara Oomen
Barbara Oomenis docent rechten aan de Roosevelt Academy en is bij-zonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling gaat uit naar rechtssociologische vraagstukken op het terrein van culturele diversiteit, constitutionalisme en de doorwerking van internationale mensenrechten. Zij is voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie, lid van de Commissie Mensenrechten van de Adviesraad Internationale Vraag-stukken en lid van de Staatscommissie Grondwet.

Friso Kulk
Friso Kulk studeerde in 2003 cum laude af in Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij de tweejarige master Staats- en Bestuursrecht, eveneens aan de UvA. Hij werkte onder meer als juridisch adviseur bij Vluchtelingenwerk, als vertaler en als docent Arabisch. Zijn promotieonderzoek gaat over de familierechtelijke relatie tussen ouders en kinderen in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.
Artikel

Wetten in werking

Over interventies, werking, effectiviteit en context

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2008
Auteurs Carolien Klein Haarhuis en Bert Niemeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    A large share of policy interventions in the Netherlands is captured in laws. Despite the growing piles of evaluations of laws, a clear picture of the overall proceeds of laws is lacking so far. This contribution contains the results of a synthesis investigation into a large number of Dutch evaluations of laws. We collected 75 evaluation reports that were completed in the period 1998-2005, covering a variety of policy domains. We performed our synthesis on 59 methodologically sound reports, using a realist evaluation framework. First, we unravelled the various interventions in laws. We found that most interventions were directed at executive bodies rather than citizens or businesses. We also found that only part of the end objectives of laws were actually achieved.

    In line with the realist evaluation approach, we then attempted to map out the chains of events (mechanisms) produced by interventions in laws. We found that many evaluations lacked an explicit reconstruction of these chains of events. Nevertheless, we found eleven basic mechanisms, for example ‘agencification’ and ‘self-management’, to recur across laws and across policy domains. Finally, we synthesised findings relating to the influence of context on the functioning of laws. We found, for example, that adjacent rules and regulations as well as managerial cultures inside implementing bodies affected the functioning of various laws to a significant degree.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis werkt sinds 2004 als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en tevens als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de Universiteit Utrecht. Zij verricht onderzoek op het gebied van geschilbeslechting, wetgeving en rechtshandhaving, waaronder syntheses van eerder (evaluatie)onderzoek. Recente publicaties zijn Wet en werkelijkheid, bevindingen uit evaluaties van wetten (2008, met E. Niemeijer) en ‘Buitengerechtelijke procedures en hun filterwerking’, Bestuurswetenschappen 61(1), 2007, pp. 32- 52 (met J.G. Van Erp).

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer werkt bij het Ministerie van Justitie als coördinator strategie (sinds 1 januari 2008) en tevens als bijzonder hoogleraar empirische rechtssociologie bij de afdeling Rechtstheorie van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op het terrein van geschilbeslechting, rechtspraak en wetgeving. Recente publicaties zijn ‘Met recht risico’s reduceren’ Beleid en Maatschappij september 2007, pp. 168-179 (met P.van Wijck) en ‘Vanishing or increasing trials in the Netherlands?’ Journal of dispute resolution, 2006 (1), pp. 71-107 (met C. Klein Haarhuis).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.