Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is als lector verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, bij de Faculteit Maatschappij en Recht.
Recensies en signalementen

Uit de schaduw

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Auteurs Dr. Roland Eshuis
Auteursinformatie

Dr. Roland Eshuis
Roland Eshuis is als onderzoeker werkzaam bij het WODC en verricht empirisch onderzoek naar de civiele rechtspleging.
Boekbespreking

De verdwenen (?) kantonrechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Drs. Jacqueline van der Schaaf en Dr. Albert Klijn
Auteursinformatie

Drs. Jacqueline van der Schaaf
Jacqueline van der Schaaf is als freelance onderzoeker werkzaam voor onder andere de Raad voor de rechtspraak en SSR.

Dr. Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en was in de periode 2002-2011 als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak. Hij is thans als zodanig op parttime basis verbonden aan Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Redactioneel

Recht als probleemoplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Hilke Grootelaar, Prof. Peter Mascini en Dr. Wibo van Rossum
Auteursinformatie

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is postdoc onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift en maakt ze deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Prof. Peter Mascini
Peter Mascini is hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Erasmus School of Law, de universiteit waaraan hij ook verbonden is als universitair hoofddocent Sociologie bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op legitimering, uitvoering en handhaving van wetgeving en beleid. Daarnaast is hij redactielid van Recht der Werkelijkheid en maakt hij deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law. Hij maakt deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

Werkdruk en organisatieontwikkeling in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Occupational stress, Dutch judicial organization, Organizational development and change, Judicial autonomy
Auteurs Ivo van Duijneveldt, Peter Wijga en Kirsten van Reisen
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes occupational stress in the Dutch judicial organization? And what can be done to moderate the effects? This article addresses these questions from an organizational perspective. The well-known job demand/job control-model (Karasek) and sociotechnical principles for organizational design are used as a theoretical framework. Increasing job demands (workload, complexity) combined with reduced opportunities for individual judicial professionals to control their work are considered root causes for organizational stress. In addition to these factors, the specific characteristics of the judicial organizational culture should also be acknowledged. This culture is based on a strong emphasis on individual professional performance and responsibility, making it a complex task to mitigate occupational stress from an organizational perspective. A short overview of recent developments to manage occupational stress in the Dutch judicial organization concludes the article.


Ivo van Duijneveldt
Ivo van Duijneveldt is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is verschenen onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Peter Wijga
Peter Wijga is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Kirsten van Reisen
Kirsten van Reisen is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft zij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Elaine Mak
Elaine Mak is bijzonder hoogleraar Empirische studie van het publiekrecht, i.h.b. van rechtsstatelijke instituties, vanwege het Erasmus Trustfonds in de Erasmus School of Law (Erasmus Universiteit Rotterdam). Haar onderzoeksinteresses liggen op het gebied van het rechtsvergelijkende staatsrecht, de rechtstheorie en de juridische beroepsethiek. Elaine heeft als gastonderzoeker verbleven in Berlijn, Cambridge, Washington, DC en Florence. Zij heeft een monografie gepubliceerd over Judicial Decision-Making in a Globalised World (Hart Publishing 2013) en artikelen in onder meer Cambridge Law Journal en European Law Journal.
Discussie

Het tanende gezag van de toga

Essay De lijdende rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Christien Brinkgreve
Auteursinformatie

Christien Brinkgreve
Christien Brinkgreve is hoogleraar sociale wetenschappen aan de UU, ze schreef talrijke boeken en artikelen in wetenschappelijke en literaire tijdschriften had tien jaar lang een column op de achterpagina van NRC Handelsblad. ‘Het verlangen naar gezag’ is een van haar laatste boeken (2012).

Kim van der Kraats
Kim van der Kraats is kantonrechter bij de afdeling civiel recht van de Rechtbank Midden-Nederland.
Artikel

Loyaliteit binnen de rechterlijke macht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, loyalty, judges, new public management, socialisation
Auteurs Nina Holvast en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Judges in the Netherlands have recently expressed their concerns in the media over the organization of the judiciary and the pressure to deliver output. At the same time, they consider themselves highly loyal to their work. In this article we explore this seeming contradiction by studying the developments in the selection, training and organisation of the judiciary and considering the consequences that these developments could have on the loyalty of judges. In doing so, a distinction is made between loyalty to the profession, to the organisation and to colleagues. We follow Hirschman's theory on Exit, Voice and Loyalty and determine that the act of judges expressing their concerns (instead of exiting the judiciary) is essentially a sign of their loyalty. However, we reason that this displays more loyalty to the profession than to the organisation. Due to changes in the selection and training of judges, more candidates who were formerly employed in other settings, e.g. in advocacy, will enter the profession. With their socialisation taking place in a more business-like setting, where values such as efficiency and productivity are significant, it is expected that they will be more willing to accept the new public management values which are criticized by the present generation of judges.


Nina Holvast
Nina Holvast is promovenda bij het Paul Scholten Centrum van de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een rechtssociologisch proefschrift naar de rol van juridische ondersteuning in het rechterlijk besluitvormingsproces. Over dit onderwerp verschijnt binnenkort: ‘Considering the consequences of increased reliance on judicial assistants: a study on Dutch courts’ in International Journal of the Legal Profession.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij doceert de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek en het vak Recht en menselijk gedrag. Haar onderzoek richt zich onder meer op organisatorische kanten van rechterlijke besluitvorming en op toezicht en tuchtrecht binnen de advocatuur.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Stijn Franken
Stijn Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat in Amsterdam.
Boekbespreking

Taalgrens als wetenschapsgrens

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden book review
Auteurs Erhard Blankenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Erhard Blankenburg
Erhard Blankenburg is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Discussie

De waarde van een Europees mensenrechtenhof

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, judicial review, fundamental rights, supranational protection of human rights
Auteurs Janneke Gerards
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last few months, the European Court of Human Rights has been heavily criticised in the Dutch media and by Dutch politicians. Although the criticism is mainly directed at the perceived overextension of the Court’s fundamental rights protection, it also concentrates on fundamental issues such as the interference with national sovereignty that is affected by supranational adjudication and the anti-democratic character of supranational judicial review. In this contribution to the debate, it is argued that the present criticism of the Court is largely misconceived. Although the Court and its case law should certainly not be accepted uncritically, the arguments on which the criticism is based either lack nuance or disregard the Court’s specific function as a protector of fundamental rights. To provide a better basis for sensible and relevant criticism of how the Court functions, this contribution therefore aims to revisit the main roles of the European Convention on Human Rights and of international human rights protection, as well as the classic debate on judicial review.


Janneke Gerards
Janneke Gerards is als onderzoekshoogleraar fundamentele rechten verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is een uitwerking van de bijdrage die zij leverde aan een debatbijeenkomst over de rol van het EHRM die op 12 mei 2011 plaatsvond aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Verzet tegen gedoogbeleid: iets typisch rechts?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden punitive turn, political conservatism, ‘gedoogbeleid’, administrative tolerance
Auteurs Peter Mascini en Dick Houtman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates on the basis of a representative survey among the Dutch population (N=1,892) that it is not necessarily politically ‘rightist’ or ‘conservative’ to resist the toleration of illegal activities (‘gedoogbeleid’). Even though, generally speaking, political conservatives are most likely to be critical, this is merely because they unconsciously associate the latter with practices of tolerating illegal activities by marginal individuals. Whereas conservatives hence oppose the latter more than political progressives do, the latter for their part are more critical than conservatives about tolerating illegal activities by official agencies. These findings illustrate that gedoogbeleid does not have a universal legitimacy in the eyes of the public, but that its legitimacy is determined case by case by the concrete aims and targets addressed by this policy instrument.


Peter Mascini
Peter Mascini is universitair docent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek richt zich op de legitimiteit, uitvoering en handhaving van publiek beleid. Hierover heeft hij onder andere gepubliceerd in Law and Policy, Regulation and Governance, British Journal of Criminology, International Migration Review en Tijdschrift voor Criminologie.

Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verricht overwegend onderzoek naar de spiritualisering van religie en de culturalisering van de politiek in hedendaagse westerse samenlevingen. Zijn twee recentste boeken zijn Religions of modernity (2010; red. met Stef Aupers) en Paradoxes of individualization (in druk; met Stef Aupers en Willem de Koster).
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.