Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.

Gijs van Dijck
Gijs van Dijck is een empirisch-juridisch onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg en gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht, faillissementsrecht en onderzoeksmethodologie, waaronder empirisch-juridisch onderzoek. Onderzoeksthema’s zijn andersoortige remedies in het aansprakelijkheidsrecht dan financiële remedies, de rol van excuses, de gevolgen van aansprakelijkheid voor gedrag, massaschade, beloningssystemen in faillissement, ‘tegendenken’ in juridisch onderzoek en hoe empirisch-juridisch onderzoek de juridische onderzoeksmethodologie kan verbeteren.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Derkje Hazewinkel-Suringa: moed en middenweg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden First female Dutch law professor, anti-fascism, Dutch criminal law
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Derkje Hazewinkel-Suringa entered law studies only after marriage and fulfilling about fifteen years of motherhood duty. Once at the university however, she rapidly became a student-researcher, delivered a PhD dissertation on ownership transfer and was appointed as the first female law professor in 1932, at the age of 42. Her professorship was in a remarkably different field, namely criminal law. Twenty years later she published the Introduction to the Study of Criminal Law, which would become the basis for criminal law teaching in the Netherlands for decades. A major reason behind this success was that the book, emphasizing active study of the law rather than passive reproduction, coincided with the general sprit of the post war era. Besides her scholarly work in which balance and synthesis were the major features, Hazewinkel-Suringa was a very outspoken actor in matters political. In 1936, when virtually the whole country was trying to accommodate the rise of fascism in the mighty neighbouring country, she became member of an anti-fascism committee. In 1938 she wrote a plea to the minister of Justice to allow entry of German-Jewish children into the country. During the German occupation (1940-1945) she proposed to close the university because of the dismissal of Jewish professors. She continued her protests against the social mainstream after the war, e.g. writing against the reintroduction of the death penalty (primarily focused on collaborators with the German regime). Hazewinkel-Suringa’s acts of individual courage could not make a difference in the overall political atmosphere of these times.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.
Artikel

Burgerschap en verschil

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden parliamentary discourse, citizenship, Habermas, Foucault
Auteurs Bertjan Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    The citizen, understood in the classical republican sense as the political actor, is on occasion confronted with issues that concern the room for difference in politics. In the Netherlands, for example, the recent entrance of populist citizens in parliament is regarded as a problem by more deliberative citizens. Do populist citizens threaten ordinary politics or do ordinary citizens, on the contrary, restrict the space of politics too much? To prepare future research on this point, in this article three similar historical controversies in Dutch parliament are examined. In these cases citizens struggle with the problem how much room parliament ought to provide for the differences between them. In these cases citizens eventually grant each other the freedom to engage in politics in their own way, unless that way threatens the freedom of parliamentary politics itself. They defend the right to debate the widest range of issues in the sharpest way, for example, but prohibit making insults and endorsing illegal activities. Further research is needed to confirm and specify these still tentative conclusions.


Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn onderzoeksinteresses zijn onder meer: de kwaliteit van het politieke debat, Jürgen Habermas, Michel Foucault, parlementaire geschiedenis, retorica en argumentatieleer.

Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar ze werkt aan een adviesrapport over toezicht. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg, waar ze werkt aan een bestuurskundig proefschrift over legitimiteit van regelgeving. Hiervoor heeft zij gewerkt als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde op de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie. Meike Bokhorst studeerde filosofie en journalistiek in Groningen en politicologie aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.
Artikel

Dwang blijft wrang

Over vrijheid, verplichte zorg en de rol van het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden psychiatric patient rights, compulsary admission, duty of care
Auteurs Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of patients facing forced hospitalization in a mental health clinic develops both in a soft and in a hard direction. On the one hand there is a soft current of more empathy with legal protection and on the other hand a harder current that leads to a growing number of forced measures. This involves three dilemmas. First, legal intervention touches only upon the fringe and not upon the core of psychiatric treatment. Second, the problematic relation with the criminal justice sector and third, a lack of concern for what happens after the decision of the judge. Quality based peer review has not developed well in this sector. Forced hospitalization will remain sour for the near future.


Pieter Ippel
Pieter Ippel is vanaf 2005 hoogleraar rechtsgeleerdheid bij de Roosevelt Academy in Middelburg, een Engelstalig Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was hij onder meer hoogleraar rechtstheorie in Utrecht. Hij studeerde wijsbegeerte, criminologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde daar in 1989 op een rechtssociologisch proefschrift. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. Zijn belangrijkste boek is Modern recht en het goede leven. Over gezondheid, milieu en privacy (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002).
Artikel

Recht op jeugdzorg: betekenis en praktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth care, rights of the youth, organisation of youth care
Auteurs Renske de Boer en Adri van Montfoort
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Bureau Jeugdzorg’ is the gatekeeper in the field of youth care policy. From its start the Bureau has faced a difficult combination of empathy and social control. The individual youth was entitled to ‘a right on care’, which in practice was frustrated by long waiting lists. The mental health professionals also resisted the central role of the Bureau. So, soon after its inception Bureau Jeugdzorg is already in jeopardy. It is unlikely that the new political initiatives in this field will improve the legal protection of minors.


Renske de Boer
Renske de Boer is werkzaam als senior juridisch adviseur bij Adviesbureau Van Montfoort, gespecialiseerd in jeugdrecht en jeugdzorg, jeugdgezondheidsrecht en privacywet- en -regelgeving. Eerder was zij jurist bij Bureau Jeugdzorg. Zij geeft juridische trainingen en is tevens docent in de SSR-cursus voor jeugdrechters. Zij heeft onder meer meegewerkt aan het Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Momenteel werkt zij aan een onderzoek naar de inzet van het strafrecht bij kindermishandeling.

Adri van Montfoort
Adri van Montfoort werkte na zijn studies sociale pedagogiek en Nederlands Recht achtereenvolgens als hulpverlener, projectleider en onderzoeker. In 1994 promoveerde hij bij de juridische faculteit op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. In 1996 richtte hij Adviesbureau Van Montfoort op, voor onderzoek, advies, opleiding en training, voornamelijk in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Hij publiceerde sinds begin jaren tachtig vele artikelen en enkele boeken over gezinsbehandeling, kinderbescherming en jeugdzorg.
Artikel

Tenure security in de informele stad in Latijns Amerika

Wanneer recht en realiteit uit elkaar lopen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Jean-Louis van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2007, the world’s urban population had outnumbered the amount of people living in rural areas. Urbanization is expected to increase strongly in the developing world over the coming years, most of it through informal ways of accessing land and housing. In the initiatives of governments and donor organizations to deal with these developments, the concept of tenure security features increasingly prominently. It is inter alia expected to encourage investment in housing improvement, facilitate access to public services such as gas, water and electricity and also to make formal credit available. There is, however, no consensus as to what tenure security exactly means or how it is to be established. In the present paper, development policy based on establishing tenure security through land titling is critically examined and with the emphasis on urban informality in Latin America, an alternative concept of tenure security is proposed.


Jean-Louis van Gelder
Jean-Louis van Gelder studeerde Arbeids- & Organisatiepsychologie en Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Beide achtergronden werden vervolgens gecombineerd in een dissertatie getiteld “The Law and Psychology of Land Tenure Security: Evidence from Buenos Aires”. Sinds maart 2009 is hij als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Naast informaliteit liggen zijn onderzoeksinteresses op het gebied van Law & Development, rechtstheorie, risicoperceptie en –gedrag en de effectiviteit van voorwaardelijke straffen.
Artikel

Rookverboden

Surfen op golven van een veranderende maatschappelijke norm

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    Like surfers, legislators … who wish to change everyday social norms must wait for signs of a rising cultural support, catching it at just the right time... (Kagan and Skolnick 1993: 85) The empirical study of the relation between the way a law comes into being and its effectiveness in practice is an underdeveloped subject in the sociology of law. In this article this relation is studied with respect to smoking bans in the Netherlands. The focus is on private companies in general, with special attention for Dutch cafés, bars, hotels and restaurants (where such a ban was recently introduced). Dutch smoking bans in private establishments were only enacted after the government was convinced of public support and after a period of selfregulation. This proved to be a good preparation. The general picture of the relation between the emergence and the effectiveness of smoking bans in Dutch hotels, restaurants etc. is much the same. However, there is one sector - bars, pubs and the like – in which the smoking ban has encountered problems. In this sector a fourth of the establishments refuse to comply. A question addressed in this article is whether the legislator acted too precipitously with respect to this sector. This is obviously the case: there is less public support for smoking bans in such establishments and there had not been a preparatory period of selfregulation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de vakgroep Rechtstheorie van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveerde op een onderzoek naar de totstandkoming van de euthanasieregelgeving in Nederland. Sindsdien publiceert zij onderzoek waarin de verklarende kracht van veranderingen in waardes en vertrouwen voor de totstandkoming van dit type regelgeving wordt onderzocht.
Discussie

Rapport Commissie Van de Donk:

Pleidooi van de Adviescommissie drugsbeleid voor een intensivering van de handhaving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Boekbespreking

Rechters van de straat

Veel hoop en geloof maar weinig zichtbare baat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Auteurs Albert Klijn
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en werkzaam bij de Raad voor de rechtspraak als adviseur wetenschappelijk onderzoek. Hij is tevens eindredacteur van het door de Raad uitgegeven periodiek Rechtstreeks. Hij redigeerde met M. Barendrecht de bundel Balanceren en vernieuwen. Een kaart van sociaal-wetenschappelijke kennis voor de fundamentele herbezinning procesrecht, Raad voor de rechtspraak, 2004.
Artikel

De deskundige als rechter

Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer en Pachtkamer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden deskundigen, betrokkenheid niet-juristen in de rechtspleging, Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer, Pachtkamer, rechtspraak
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Experts may be involved in the trial of various types of legal cases. In most cases, they act as an advisor to the court or to the parties. In this model, the so-called ‘advisor model’, the expert writes a report that is used by the court for decision making. Experts may be called to attend the hearing of cases to answer questions that arise regarding their advise. In the other model, the ‘decision model’, the expert forms part of the panel that is in charge of decision making in a case. Decisions in cases are made in co-operation between judges and experts in this model. This model is not used on a large scale; the advisor model is prevailing in Dutch courts.This article discusses advantages and disadvantages of the ‘decision model’. An empirical study to the operation of this model as it is used in a variety of courts is explained. Panels in which experts are included seem to profit from the direct availability of expertise while making decisions in a case. Respondents state that external acceptance of the court decisions is also increased by the involvement of experts in a panel. Participation by experts in these panels is voluminous and they are considered to exert a large influence on the outcomes of decisions.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is als senior onderzoeker werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. Zij is onder meer betrokken bij onderzoeksprojecten over de thema’s ‘Openbaarheid van de strafrechtspleging’, ‘De inbreng van leken in de rechtspraak’, ‘Stalkingswetgeving’ en ‘Deskundigen in het strafrecht’. Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Bosch.

    Since 1 January 2005, citizens in the Netherlands are obliged to show their ID if a police officer asks them to. The (extended) identification duty is meant to prevent crimes and to improve the enforcement of the law. Bart van Klink (Tilburg University) and Nicolle Zeegers (University of Groningen) have investigated how the identification duty is enforced in legal practice by interviewing 12 police officers in 4 different cities and looking at statistical data on enforcement. According to most of the police officers interviewed the identification duty helps to remove anonymity from citizens, which may keep them from committing crimes (in particular crimes in groups, e.g., hooligans). Moreover, the identification duty appears to be instrumental in normalizing citizens: by asking for an ID, police officers are able to discourage behaviour that conflicts with some (legal or moral) standard of normality. This small-scale empirical research indicates that police officers stress the law’s preventive effect. Although prevention may be a valuable goal, it may also constitute a pretext for far-reaching intrusions on citizens’ freedom. An important normative question is how to prevent the police from using this legal instrument too actively for the sake of prevention.


Bart van Klink
Bart van Klink is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Encyclopedie van het recht van de Universiteit van Tilburg. Hij houdt zich onder meer bezig met de verhouding tussen recht en politiek, terrorismebestrijding en methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek. In 2006 publiceerde hij samen met Nicolle Zeegers de bundel Hoe maakbaar is veiligheid? Over de Wet op de uitgebreide identificatieplicht (Breda: Papieren Tijger). Nadat hij empirisch onderzoek heeft gedaan naar de identificatieplicht in Nederland, is hij momenteel bezig de werking hiervan in Duitsland te onderzoeken.

Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie aan de Rijks Universiteit Groningen. Zij publiceerde onder andere over de regulering van embryoonderzoek (Zeitschrift für Rechtssoziologie) en huiselijk geweld (European Journal of Women’s Studies). Haar aandacht in onderzoek gaat in het bijzonder uit naar de relatie tussen recht, macht en politiek.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.