Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Praktijk

Aansprakelijkheidsverzekeringen: preventie door de verzekeraar en het effect op de bescherming van de verzekerde

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Liability insurance, Prevention, Protection of the insured, Knowledge
Auteurs Charlotte Henskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Liability insurances shift the financial risk of the loss of a damage from the person who is liable for the damage to the liability insurer. To avoid negligent behavior of the insured, the insurer provides different prevention tools in the insurance policy. The insurer will attach certain sanctions or rewards to certain behavior and certain circumstances in the general conditions of the insurance contract. This research raises the question of the effectiveness of these instruments. The hypothesis is that without knowledge of the insured of these sanctions or rewards, these sanctions and rewards will not form an additional incentive for careful behavior and they will have no preventive effect. Additionally, these prevention tools may undermine the protection of the insured. For this reason the legislature has limited the freedom of contract. This study examines the extent to which the legislature has limited the possibilities of the insurer to provide in prevention tools in de insurance policy. It assesses the extent to which the legislature may or may not succeed in its purpose to protect the insured, and on the other hand, where there are still possibilities for the insurer to fulfill its prevention task.


Charlotte Henskens
Charlotte Henskens behaalde haar diploma van master in de rechten in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2013 werkt ze als doctoraatsbursaal aan de Universiteit Antwerpen onder promotorschap van Prof. Britt Weyts en Prof. Bernard Hubeau. Zij bereidt een multidisciplinair proefschrift voor over de preventie door de verzekeraar en de bescherming van de verzekerde in aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarnaast is zij auteur van verschillende publicaties zowel in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht als in de rechtssociologie.
Artikel

Hugo Sinzheimer en de collectieve arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Labour relations, collective agreement, Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    The German lawyer / labour law professor Hugo Sinzheimer (1875-1945) has, in the first two decades of the twentieth century, contributed significantly to the legal recognition of the ‘collective labour agreement’. The imperative character of CLA provisions, now widely accepted all over the world, required a paradigmatic turn in the dominant private law perspective on labour relations. The paper tries to specify what made him able and prone to do this, both by reconstructing the legal and political discussion in Germany and the Netherlands and by relating elements of the process to social-scientific theories of institutional and intellectual innovation. I argue that his combination of commitments in various fields (legal practice, science, politics) allowed him to span the gap between the fields of labour relations and state law and to contribute to the constitutionalisation of labour relations.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia).
Diversen

Het normatieve voor het oprapen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Philip Selznick, latent values, values in the world, Hugo Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
Auteursinformatie

Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).
Artikel

Burgerschap en niet-statelijk recht: een reconstructie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden cities, citizenship, exclusion, social formations
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent discussions on ‘citizenship’, the concept is oddly dealt with as if it would have originated shortly before the French Revolution and would have meaning in a nation state context only. During at least seven centuries before that, however, it had a crucial importance in the development of Western-European cities. Citizenship, being primarily based on an exclusion from the jurisdiction of local rulers (privilege) which then opens opportunities for the inclusion of citizens in systems of self-rule, has been closely connected with law as from the start. In the article a model developed by Sassen (2006) is used to reconstruct the development of ‘citizenship’ with special reference to the transfer of its elements, often with a considerable change of meaning and function, from one into the other of the four social formations to be distinguished. It is argued that an extended perspective, that acknowledges citizenship and law before its usurpation by the nation state, may be relevant to our assessment of recent developments towards ‘transnational’ forms of citizenship.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).

Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar ze werkt aan een adviesrapport over toezicht. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg, waar ze werkt aan een bestuurskundig proefschrift over legitimiteit van regelgeving. Hiervoor heeft zij gewerkt als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde op de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie. Meike Bokhorst studeerde filosofie en journalistiek in Groningen en politicologie aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een verliezer is geen winnaar

De naleving van civiele rechtspraak, 15 jaar na Van Koppen en Malsch

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden courts, civil justice, enforcement of judgments, procedural justice
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares two studies on the compliance with judicial decisions and friendly settlements in Dutch civil court procedures. A new study (Eshuis 2009) finds a higher rate of compliance, which can largely be attributed to the selection of cases. The older study (Van Koppen & Malsch 1991) included a high number of default judgments, which are associated with a low level of compliance, while friendly settlements – associated with a high level of compliance – were excluded. The new study finds full compliance rates of 31% for default judgments, 74% for judgments in defended cases and 85% for friendly settlements. The high compliance with friendly settlements suggests these settlements are ‘better’ outcomes; however, the difference in compliance can well be explained by selection effects. Interviews reveal that many friendly settlements are not the harmonious solutions one might expect.
    The new study finds no solid relation between compliance and procedural or distributive justice. In two relevant ways the conditions in the ‘real life’ judicial procedure are different from those in experimental research in which such relations are found. First, a large part of the non-compliance is caused by an inability of parties to comply. These participants may find the procedure and outcome fully ‘just’, but still won’t comply. Second, for those who can comply, there is no free choice on whether to comply or not. There are quite effective means of enforcement for such cases. So, those who can comply will, even if the procedure and its outcome are experienced as fully ‘unjust’.
    The first part of the title of the article is a comment on Van Koppen and Malsch’s earlier research. They concluded that winning in court often was a Pyrrhic victory, and the loser would win after all. In the interviews however, few of those who do not comply were found to fit the image of a ‘winner’. The sad conclusion is that in judicial procedures winners and losers do not come in the same numbers; after all, it produces far more losers than winners.


Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden, 2007). Vorig jaar verscheen De daad bij het woord (2009), een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de eerste editie van Rechtspleging Civiel en Bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld.
Artikel

De fictie van de constitutie

Over de maatschappelijke functie van ontwerp-denken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution seeks to explain our commitment to the ambition to establish constitutional government, given the fact that this ambition appears to be unsuccessful. As for the latter, it is argued that the constitutional ambition is unsuccessful in that it is based on the idea of legal closure, whereas the practice of constitutional decision-making shows a continuous failure to establish such closure. To explain why political communities are nevertheless drawn to the constitutional ambition, this contribution defends that the idea of the constution as a governing normative framework functions as a useful fiction. This fiction, so the argument goes, facilitates a certain kind of public debate that enables political communities to express their collective identity.


Olaf Tans
Olaf Tans is verbonden aan de Afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit. Centraal in zijn onderzoek staat de communicatietheoretische analyse van de relatie tussen constitutionele normen en politieke gemeenschappen. Verder heeft hij gepubliceerd over argumentatieleer, rechtsvinding en de rol van nationale parlementen in Europa.
Boekbespreking

Rechters van de straat

Veel hoop en geloof maar weinig zichtbare baat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Auteurs Albert Klijn
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en werkzaam bij de Raad voor de rechtspraak als adviseur wetenschappelijk onderzoek. Hij is tevens eindredacteur van het door de Raad uitgegeven periodiek Rechtstreeks. Hij redigeerde met M. Barendrecht de bundel Balanceren en vernieuwen. Een kaart van sociaal-wetenschappelijke kennis voor de fundamentele herbezinning procesrecht, Raad voor de rechtspraak, 2004.

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is redactiesecretaris van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

De deskundige als rechter

Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer en Pachtkamer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden deskundigen, betrokkenheid niet-juristen in de rechtspleging, Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer, Pachtkamer, rechtspraak
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Experts may be involved in the trial of various types of legal cases. In most cases, they act as an advisor to the court or to the parties. In this model, the so-called ‘advisor model’, the expert writes a report that is used by the court for decision making. Experts may be called to attend the hearing of cases to answer questions that arise regarding their advise. In the other model, the ‘decision model’, the expert forms part of the panel that is in charge of decision making in a case. Decisions in cases are made in co-operation between judges and experts in this model. This model is not used on a large scale; the advisor model is prevailing in Dutch courts.This article discusses advantages and disadvantages of the ‘decision model’. An empirical study to the operation of this model as it is used in a variety of courts is explained. Panels in which experts are included seem to profit from the direct availability of expertise while making decisions in a case. Respondents state that external acceptance of the court decisions is also increased by the involvement of experts in a panel. Participation by experts in these panels is voluminous and they are considered to exert a large influence on the outcomes of decisions.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is als senior onderzoeker werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. Zij is onder meer betrokken bij onderzoeksprojecten over de thema’s ‘Openbaarheid van de strafrechtspleging’, ‘De inbreng van leken in de rechtspraak’, ‘Stalkingswetgeving’ en ‘Deskundigen in het strafrecht’. Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Bosch.

Albertjan Tollenaar
Albertjan Tollenaar is als postdoc en universitair docent werkzaam bij de vakgroep bestuursrecht en bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en als onderzoeker betrokken bij het project ‘De borging van publieke belangen in een meer geprivatiseerde sociale zekerheid’. Hij is in juni 2008 gepromoveerd op een proefschrift over de toegevoegde waarde van beleidsregels voor de kwaliteit van de gemeentelijke beschikkingverlening.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.