Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Discussie

‘Let op! Hier wordt gehandhaafd’

Handhavingsonderzoek in vier decennia Recht der Werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Marc Hertogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Because of the sharp contrast between the law-in-the-books and the law-in-action regulatory enforcement has always been a popular subject in socio-legal research. This paper looks back at forty years of Dutch research on regulatory enforcement, using several key publications in this journal from each decade. First, it is argued that these Dutch studies reveal three general themes: this research can be seen as a time machine that takes us back to some of the most important social and political events of the past decades, these studies emphasize the crucial role of individual enforcement officials, and in everyday enforcement state law only plays a limited role. Next, this review also discusses some of the strengths and weaknesses of Dutch research. Most studies on regulatory enforcement are more interested in the role of the state than in the role of citizens and businesses. As a result, research focuses more on issues of effectiveness and less on questions of legitimacy. Finally, empirical research is seen as more important than theory development. Based on this overview, the author introduces a new research agenda for future research on regulatory enforcement.


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was eerder redactiesecretaris en redactielid van Recht der Werkelijkheid en is sinds 2020 voorzitter van de redactieraad.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Recensies en signalementen

Cleveringa als held en mascotte

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Auteurs dr.mr. Derk Venema
Auteursinformatie

dr.mr. Derk Venema
Derk Venema is docent Duits en zelfstandig onderzoeker.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

John Griffiths 1940-2017

Herinneringen – Commentaren – Verwerkingen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Albert Klijn, Heleen Weyers, Keebet von Benda-Beckmann e.a.
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoeksopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Carolien Jacobs
Carolien Jacobs studeerde International Development aan de Wageningen Universiteit en deed promotieonderzoek in de rechtsantropologie bij Franz en Keebet von Benda-Beckmann aan het Max Planck Institute for Social Anthropology. Haar onderzoek richtte zich op de rol van religie in geschillenbeslechting op lokaal niveau in Mozambique. Sinds 2014 werkt ze als universitair docent aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving. Haar huidige onderzoek richt zich op toegang tot recht voor ontheemden in de Democratische Republiek Congo.

Kees Schuyt
Kees Schuyt (1943) was van 1974 tot 1980 collega van John Griffith als hoogleraar in de rechtssociologie. Promoveerde na zijn studie sociologie en Nederlands recht op het rechtssociologische proefschrift Recht, Orde en Burgerlijke ongehoorzaamheid (1972) te Leiden. Werd vervolgens benoemd als lector (1972) en vervolgens hoogleraar (1974) rechtssociologie te Nijmegen. Bekleedde nadien de leerstoel in de empirische sociologie te Leiden (1980 – 1990). Na de opheffing van de sociologie-opleiding in Leiden werd hij in 1991 benoemd in Amsterdam voor het vak sociologie van beleid. Hij ging in 2007 met emeritaat. Was onder meer lid van de WRR en werd in 1991 benoemd tot gewoon lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij bekleedde de Cleveringa-wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden (2006-2007). Hij beëindigde zijn loopbaan als lid van de Raad van State (2005- 2013). Gedurende zijn loopbaan verschenen tal van rechtssociologische publicaties; daaruit hieronder een selectie. Rechtssociologie, een tereinverkenning (1971), Rechtvaardigheid en effectiviteit in de verdeling van levenskansen (1973), De weg naar het recht (met K. Groenendijk en B. Sloot, 1976); Een beroep op de rechter (met A. Jettinghoff en F. Zwart, 1978); Ongeregeld Heden, (1982), Recht en samenleving (1983); De plaats van de Hoge Raad in de Nederlandse samenleving (1988); The Rise of Lawyers in the Dutch Welfare State (1988), Cultures of Unemployment (met G. Engbersen en J. Timmer 1993); Publiek recht in de multiculturele samenleving, pre-advies voor de Nederlandse Juristen Vereniging (2008); Daarnaast publiceerde hij op het gebied van de (geschiedenis van de) verzorgingsstaat en over de filosofie van de sociale wetenschappen. Hij schreef sociologische biografieën van de Nederlandse juristen Willem Nagel (2010) en R.P. Cleveringa (verschijnt januari 2019).
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.
Artikel

Comparitierechters in eenzelfde zaak vergeleken: de individuele aanpak van rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden civil hearing, courts, dispute resolution, individual approach
Auteurs Silke Praagman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the way in which judges behave and communicate during hearings is increasingly being emphasized. This is related to the implementation of post-defence appearance in Dutch civil hearings (comparitie na antwoord) and a more general, albeit cautious, shift from dispute resolution, focused solely on resolving the legal aspects of a case, towards broader conflict resolution, in which other aspects of a case are considered too. This article compares how six judges managed a civil hearing of the same case. It seeks to explain the different outcomes that resulted from these judges’ hearings (i.e. settlement/judgement/referral to mediator) and seeks to identify what different ways of managing hearings imply for a possible shift from dispute resolution to conflict resolution. The empirical study found that the judges’ preparation of the case and their way of beginning and structuring the hearing were very similar; they also discussed similar subjects. Differences were found in how the judges interacted with the parties; the skills they used during hearings; how they used a specific skill; and in how they guided parties in the decision-making process about the outcome. No strong correlation emerged between a specific type of hearing management and the type of outcome selected. Interviews with the judges suggest that the explanation for the different outcomes lies partly in the judges’ personal views (on the appropriate outcome). Such beliefs influence how the judges manage a civil hearing, and indirectly the outcome of a case as well. These findings imply that for a shift from dispute resolution to conflict resolution to materialize, this will require judges to develop a common understanding of their responsibilities and to enhance their skills. They will also need to verify their assumptions more, so that the parties’ needs and the judge’s personal beliefs are better matched.


Silke Praagman
Silke Praagman heeft de VSR-scriptieprijs 2010 gewonnen. Zij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens haar studie werkte zij als junior medewerker bij het Landelijk bureau Mediation naast rechtspraak. In dit kader was zij betrokken bij onderzoek naar de verwijzingsvoorziening naar mediation en de werkwijze van rechters. Ook heeft zij tijdens het schrijven van haar scriptie als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam binnen de sector civiel gewerkt.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.